<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2019:7808</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-22T11:40:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-08-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WR 19/013</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2019:7808">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2019:7808</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-22T11:39:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2019:7808 Rechtbank Oost-Brabant , 22-08-2019 / WR 19/013</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2019:7808:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wraking. Verzoek niet onderbouwd. Processuele beslissing</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2019:7808:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: WR 19/013</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 22 augustus 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: verzoeker,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.P. van Knippenbergh, advocaat te Best,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot de wraking van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. S.J.O. de Vries</emphasis>,</para>
      <para>rechter in deze rechtbank,</para>
      <para>hierna te noemen: de rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van 18 april 2019 waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor zijn vermeld;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de schriftelijke reactie van de rechter van 1 mei 2019;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de beslissing van de wrakingskamer van 4 juli 2019 met zaaknummer WR 19/019.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de mondelinge behandeling op 23 mei 2019 en 15 augustus 2019 zijn verschenen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verzoeker;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de gemachtigde van verzoeker.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als toehoorder in de zaal was op 23 mei 2019 aanwezig mr. J.P. Arts, kantoorgenoot van de gemachtigde van verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter heeft laten weten niet te zullen verschijnen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in zes zaken behorende bij insolventienummer C/01/18.23 F. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Verzoeker heeft blijkens het proces-verbaal van het mondelinge verzoek, zoals toegelicht bij de mondelinge behandeling, het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd. De rechter is partijdig en vooringenomen dan wel is er een vermoeden dat hij vooringenomen is. </para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>Tijdens de mondelinge behandeling van de zes zaken heeft de rechter een brief van de curator, mr. Te Biesebeek, één op één overgenomen. De volgorde van de brief werd gevolgd en er werden stukken geciteerd. </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Verzoeker en zijn gemachtigde waren niet op de hoogte van de inhoud van deze brief. Deze hebben ze pas de dag voor de zitting ontvangen, hoewel de brief al een aantal maanden geleden aan de rechtbank was gestuurd. De rechter heeft pas bij de behandeling van de vierde zaak de brief ter sprake gebracht hoewel de brief ook ingaat op de zaken die al ter zitting waren behandeld. Die andere drie zaken waren al gesloten. Dit is in strijd met de goede procesorde.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Verzoeker heeft een leespauze gekregen waarbij is aangegeven dat het om vier pagina’s zou gaan. Dit waren er echter zeven.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Er is meerdere correspondentie geweest, waar verzoeker en zijn gemachtigde niet op de hoogte zijn gesteld van de onzin van de curator.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. De reactie wordt hierna voor zover nodig besproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Van bijzondere omstandigheden in voormelde zin is naar het oordeel van de wrakingskamer in het onderhavige geval geen sprake. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.2.1</nr>
        <para>De door verzoeker aangevoerde grond a betreft slechts een veronderstelling c.q. suggestie. Concrete feiten waaruit de rechtbank de vooringenomenheid van de rechter of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan afleiden, ontbreken.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.2</nr>
        <para>De door verzoeker aangevoerde gronden b en c betreffen handelingen van processuele aard. Dergelijke beslissingen vormen in beginsel geen grond voor een wraking. Alleen indien de beslissing zo onbegrijpelijk is dat deze een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de rechter jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij verzoeker dienaangaande bestaande vrees voor een dergelijke vooringenomenheid naar objectieve maatstaven gerechtvaardigd is, kan dit tot een ander oordeel leiden. De wrakingskamer is van oordeel dat dit hier niet het geval is. Het kort voor de zitting doorsturen van stukken en het (abusievelijk) doorgeven van een verkeerd aantal pagina’s, vormen als zodanig geen aanwijzingen dat de rechter partijdig zou zijn dan wel dat hiertoe de schijn zou zijn gewekt. De rechter heeft bovendien verzoeker de mogelijkheid gegeven voor extra leestijd, echter daar heeft verzoeker geen gebruik van gemaakt. Daarnaast had verzoeker het nogmaals bespreken van de eerste drie zaken tijdens de mondelinge behandeling aan de orde kunnen stellen.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.3</nr>
        <para>De door verzoeker aangevoerde grond d is niet nader met feiten onderbouwd of toegelicht.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.4</nr>
        <para>Concrete (andere) feiten waaruit de wrakingskamer de vooringenomenheid van de rechter ten nadele van verzoeker, of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, kan afleiden, ontbreken. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Het verzoek wordt om voornoemde redenen afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- wijst het verzoek tot wraking af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. J.W. Brunt, voorzitter, mr. V.R. de Meyere en </para>
      <para>mr. C.A. Mandemakers, leden, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 22 augustus 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de griffier						de voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>