<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2019:6906</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-16T12:01:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-12-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">01/879450-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PS-Updates.nl 2019-1354</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2019:6906">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2019:6906</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-03T08:48:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2019:6906 Rechtbank Oost-Brabant , 03-12-2019 / 01/879450-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2019:6906:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling voor een mishandeling, terwijl dit feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft. De rechtbank legt een gevangenisstraf van 3 maanden met aftrek van het voorarrest op. Tevens moet verdachte de schade van het slachtoffer van € 8.000,-- aan immateriële schade en € 2.055,25 aan materiële schade vergoeden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2019:6906:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="1ff8d2bb-f358-4935-8205-aea8b8f340cb" depth="16" width="550" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>vonnis</para>
  <section>
    <title>RECHTBANK OOST-BRABANT</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 01/879450-18 </para>
      <para>Datum uitspraak: 03 december 2019	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte]
    </title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [1990] ,</para>
      <para>wonende te [postcode] , [adres 1] .
</para>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 19 november 2019 en 26 november 2019.</para>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De tenlastelegging.</title>
    <para>De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 18 oktober 2019.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 19 november 2019 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.
</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 20 januari 2018 te Eindhoven
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten 7, althans
meerdere breuken in zijn gezicht (rechterkaak, jukbeen, oogkas en/of zenuwletsel), heeft
toegebracht, door die [slachtoffer 1] meerdere malen, althans eenmaal - al dan niet met
een hard voorwerp - krachtig in het gelaat/gezicht te slaan;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zou kunnen leiden:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 20 januari 2018 te Eindhoven
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat
opzet meermalen, althans eenmaal die [slachtoffer 1] - al dan niet met een hard
voorwerp- krachtig in het gezicht/gelaat heeft geslagen en/of gestompt,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zou kunnen leiden:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 20 januari 2018 te Eindhoven,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [slachtoffer 1] heeft mishandeld</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">door die [slachtoffer 1] meerdere malen, althans eenmaal- al dan niet met een hard voorwerp- </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">krachtig in het gelaat/gezicht te slaan,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten 7, althans een of meer, breuken in het</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gezicht en/of zenuwletsel ten gevolge heeft gehad;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.
</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 20 januari 2018 te Eindhoven met een ander of anderen, op
of aan de openbare weg, Stratumseind, in elk geval op of aan de openbare weg
en/of een voor het publiek toegankelijke plaats, openlijk in vereniging geweld
heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , welk geweld bestond uit
het meermalen, althans eenmaal - al dan niet met een hard voorwerp - krachtig
in gelaat/gezicht slaan/stompen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De formele voorvragen.</title>
    <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.</para>
  </section>
  <section>
    <title>Bewijs</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Inleiding.</emphasis>
      </para>
      <para>Op zaterdag 20 januari 2018 tussen 04.15 uur en 04.30 uur heeft er een confrontatie plaatsgevonden ter hoogte van [club] aan het Stratumseind te Eindhoven tussen personen uit een groep waartoe verdachte behoorde en personen uit een groep waartoe [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] behoorden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie acht onvoldoende bewijs aanwezig voor het primair en subsidiair tenlastegelegde, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. Wel acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het slachtoffer [slachtoffer 1] heeft mishandeld, met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van openlijk geweld in vereniging richting [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>Namens verdachte is betoogd dat er nauwelijks bewijsmiddelen voorhanden zijn die verdachte belasten en dat de verdenking slechts op zeer indirecte wijze kan worden geconstrueerd. Verdachte verklaart dat hij weliswaar tot de groep behoorde van waaruit één man aan [slachtoffer 1] een klap heeft gegeven, maar hij ontkent dat hij dat is geweest. Uit de bewijsmiddelen kan volgens de verdediging slechts volgen dat de dader alleen heeft gehandeld, zonder enige hulp of bemoeienis van een derde. Er kan niet blijken van een voorafgaande planvorming door de dader met een ander, niet van een bewuste of nauwe samenwerking, gericht op het mishandelen van [slachtoffer 1] , en niet van het plegen van een uitvoeringshandeling door een ander dan de dader. Ook is er volgens de verdediging geen sprake van een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, omdat het letsel van [slachtoffer 1] te beschouwen is als ingetreden zwaar lichamelijk letsel. Verwezen wordt naar het overzichtsarrest van de Hoge Raad van 3 juli 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>Namens verdachte is vrijspraak bepleit van het hem als feit 2 tenlastegelegde. </para>
      <para>Zowel in de wijze van bejegening van [slachtoffer 2] als [slachtoffer 1] kan volgens de raadsman geen vorm van openlijk geweld in vereniging worden ontdekt. [slachtoffer 2] stelt immers dat hij slechts door één persoon vervelend is bejegend en dat verdachte zich niet met hem heeft beziggehouden. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat verdachte zich die vroege ochtend bevond in de nabijheid van [slachtoffer 1] , zodat er hooguit sprake is van een man-tegen-man-situatie, zodat openlijke geweldpleging niet bewezen kan worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_ee327569-6de6-45fc-bc4c-c4166a9a1a39" />
      </para>
      <para>De rechtbank bezigt de volgende bewijsmiddelen tot het bewijs.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold">een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , d.d. 20 januari 2018, p. 92-94, onder meer inhoudende:</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>Wij waren op voetbalkamp in Mierlo en gingen stappen in Eindhoven Centrum. Ik was met o.a. [slachtoffer 2] . Wij hebben een kroegentocht gehouden vanaf </para>
      <para>19 januari 2018 omstreeks 23:30 uur tot en met 4:00 uur op zaterdag 20 januari 2018.</para>
      <para>(…)</para>
      <para>Ik zag dat een groep onbekende mannen en vrouwen ons passeerde. (…) Een onbekende man met fors postuur zei tegen [slachtoffer 2] met een Brabants accent: “Zing je over mij?”</para>
      <para>(…) Ik liep door en keek toen heel even over mijn rechterschouder naar [slachtoffer 2] en die groep. Toen ik mijn hoofd terugdraaide, voelde ik dat ik een harde klap kreeg komende van achteren tegen mijn gezicht pal op mijn rechterjukbeen. Na die klap raakte ik uit balans en kwam ik, naar mijn herinnering, met mijn rug zittend tegen een muur terecht ter hoogte van [club] , gevestigd aan het [adres 2] in Eindhoven. Ik zag niets meer. (…)</para>
      <para>Uit onderzoek bleek dat ik door die klap zeven kleine breukjes heb opgelopen in mijn rechterjukbeen. Er kon geen scan gemaakt worden op dat moment van mijn gezwollen rechterkaak. Ook heb ik een hersenschudding door het incident opgelopen. (…) </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold"> een schriftelijke verklaring van kaakchirurg [kaakchirurg] van het [ziekenhuis] , ongedateerd, p. 101, onder meer inhoudende: </emphasis></para>
    <parablock>
      <para>Bovengenoemde patiënt werd op de polikliniek MKA-chirurgie op 20 januari 2018 gezien in verband met aangezichtsletsel.</para>
      <para>(…)</para>
      <para>1. Patiënt werd gezien op 20 januari 2018 en hij werd geopereerd op 24 januari 2018 en op 01 februari 2018 vond er opnieuw een ingreep in algehele narcose plaats, omdat er sprake was van een suboptimaal resultaat.</para>
      <para>2. Zygoma fractuur rechts met dislocatie. Letsel nervus infra-orbitalis rechts.</para>
      <para>3. Operatie waarbij er een repositie van het os zygomaticum complex werd verricht en deze werd gefixeerd met een klein titanium plaatje en schroefjes.</para>
      <para>4. Ongecompliceerde genezing tot op heden van de littekens t.p.v. het oog rechts en in de mond bovenkaak rechts. Over drie maanden volledige botgenezing van de fractuur. Ten aanzien van het zenuwletsel, de nervus infra-orbitalis, moeten wij nog een jaar wachten om definitief te kunnen vastleggen in hoeverre dit zich volledig/deels hersteld heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold"> een proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1] , d.d. 12 maart 2018, p. 104, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:</emphasis></para>
    <para>Op de beelden van Opsporing Verzocht herkende ik de groep als de groep waarmee we die avond ruzie kregen. De man, met het grijze shirt, die op zijn rug getoond werd en de man met de zwarte jas en bontkraag waren de twee mannen die agressief op onze groep reageerde. In mijn beleving bleven de andere personen op de achtergrond.</para>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold"> de verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 19 november 2019, zakelijk weergegeven:</emphasis></para>
    <para>Op de vraag van de rechter of verdachte op de meest linker foto van de vijf getoonde foto’s op pagina 107 van het einddossier staat afgebeeld en de man is met het opgeschoren haar en de donkere jas met bontkraag, heeft verdachte bevestigend geantwoord. </para>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold">een proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] d.d. 1 maart 2018, p. 207-208, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>Ik heb de beelden van opsporing gezocht gezien. Meerdere keren, maar naar de eerste keer was het al duidelijk. Ik herken die gasten op de beelden als de groep waarmee wij in de clinch lagen. Ik herken de stevige van de groep met de grijze trui als de man die tegenover mij stond en mij een klap in mijn gezicht heeft gegeven. De man met het opgeschoren kapsel en zwarte jas herken ik als de man die [slachtoffer 1] heeft geslagen.</para>
      <para>Ik stond tegenover de stevigere man met de grijze trui. Naast mij stond [slachtoffer 1] en daarnaast stond een muur. Tegenover [slachtoffer 1] stond de man met het opgeschoren kapsel en de zwarte jas en daarnaast stond een derde man, die ook bij die groep hoorde. (…)</para>
      <para>Ik zag en voelde dat ik een klap in mijn gezicht kreeg van de man met de grijze trui.(…) Op hetzelfde moment krijgt [slachtoffer 1] een klap. Ik heb de klap zelf niet gezien, omdat ik zelf een klap kreeg, maar ik zag dat de man met het opgeschoren kapsel voor de klap in gevechtshouding stond en ik heb gezien dat hij kort na de klap terug stapte en werd tegengehouden door de derde man. </para>
    </parablock>
    <para> <emphasis role="bold"> een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 11 juli 2019 (in map 2), betreffende uitlezen Iphone 7, p. 1-10, onder meer inhoudende: </emphasis></para>
    <parablock>
      <para>Op 20 januari 2018, heeft op het Stratumseind te Eindhoven een zware mishandeling plaats gevonden.</para>
      <para>Op 7 maart 2018 is verdachte [verdachte] aangehouden als verdachte van dit strafbare feit.</para>
      <para>Op 7 maart 2018 is onder verdachte [verdachte] een telefoon in beslag genomen. Dit betrof een zwarte Iphone 7. Verdachte [verdachte] heeft geen toegangscode verschaft voor deze telefoon. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Juli 2019 is de code van de telefoon gekraakt.</para>
      <para>Op 11 juli 2019, heb ik, [verbalisant] , een onderzoek ingesteld naar de inhoud van de Iphone 7. Ik heb de inhoud bekeken vanaf 12 januari 2018 op relevantie met betrekking tot dit incident en heb het volgende waargenomen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>GEGEVENS IPHONE 7: </title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Telefoon:</emphasis>
      </para>
      <para>Merk:			Apple</para>
      <para>Type:			IPhone 7 ( [nummer] )</para>
      <para>Imei:			[code]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Gebruiker gegevens: </emphasis>
      </para>
      <para>Apple ID:		[mailadres]</para>
      <para>Owner Name:		Iphone van [verdachte]</para>
      <para>Last used MSISDN:	[telefoonnummer 1]</para>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] met UNKOWN:</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Mogelijk een groepsgesprek.</emphasis>
      </para>
      <para>Deelnemers:</para>
      <para>
        [telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net [verdachte] (owner)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>EEN CORRIGEREND TIKJE:</title>
    <parablock>
      <para>20-1-2018 12:01:36(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: [verdachte]</para>
      <para>20-1-2018 12:01:36(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Waarde weer lastig</para>
      <para>20-1-2018 12:01:55(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Hoi ben kapot</para>
      <para>20-1-2018 12:02:47(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Nee</para>
      <para>20-1-2018 12:02:56(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Ik ben nooit lastig</para>
      <para>20-1-2018 12:03:01 (UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Maar die waren zelf vervelend</para>
      <para>20-1-2018 12:03:16(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Een corrigerend tikje en hij lag lekker te slapen</para>
      <para>20-1-2018 12:03:30(UTC+O)</para>
      <para>Unkown: Ja jankers eerst na die wijven roepen en daarna ontkennen kut aap</para>
      <para>20-1-2018 12:03:43(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Die vriend gaf ik Meteen een lel</para>
      <para>20-1-2018 12:03:55(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: [naam 1] zei die half uur op de grond lag</para>
      <para>20-1 -2018 12:03:57(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Nokkie</para>
      <para>20-1-2018 12:04:16CUTC+0)</para>
      <para>Unkown: Ja die aap zei ook ik mag niks doen want ik beoefen. Vechtsport</para>
      <para>20-1-201 8 12:04:21 (UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Hahahhahaha</para>
      <para>20-1-2018 12:04:25(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Nou was weinig van te merken</para>
      <para>20-1-2018 12:04:28(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: ldd</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>MAAR GELUKKIG DAT IE UIT ZUID HOLLAND KOMT:</title>
    <parablock>
      <para>(…)</para>
      <para>20-1-2018 18:52:38(UTC+O)</para>
      <para>Unkown: Gelukkig was t ook maar corrigerend tikje</para>
      <para>20-1-2018 18:52:44(UTC+O)</para>
      <para>Unkown: Die Jankert kan ook niks hebben</para>
      <para>20-1-2018 18:52:49(UTC+O)</para>
      <para>Unkown: [naam 2] boksbeugel</para>
      <para>20-1-2018 18:53:12(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Ja en eerst wijven uitschelden en nu janken</para>
      <para>20-1-2018 18:55:17(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Hahahaah</para>
      <para>20-1-2018 18:57:00(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Zal hij ook niet zijn</para>
      <para>20-1 -2018 18:57:29(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Maat gelukkig dat ie uit zuid Holland komt</para>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] en [naam 1] :</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Deelnemers:</emphasis>
      </para>
      <para>
        [telefoonnummer 2] @s.whatsapp.net 	[naam 1]</para>
      <para>
        [telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net 	[verdachte] (owner)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>OOK ZO NET ALS GISTER:</title>
    <parablock>
      <para>20-1-2018 10:15:05(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Pff sla mij volgende keer aub als ik snuif</para>
      <para>20-1-2018 10:18:29(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Ook zo net als gister?</para>
      <para>20-1-2018 10:19:02(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Jij heb mij nie geslage</para>
      <para>20-1-2018 10:19:32(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Die jongen</para>
      <para>20-1-2018 10:19:37(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Slome</para>
      <para>20-7-2018 10:19:45(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Oh hahaha</para>
      <para>20-1-2018 10:19:54(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Ja germ die lag in de hoek</para>
      <para>20-1-2018 10:24:16(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Lag die goed</para>
      <para>20-1-2018 10:24:22(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Die had meteen geen praatjes meer</para>
      <para>20-1-2018 10:29:03(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Haha</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>CORRIGEREN TIKJE:</title>
    <parablock>
      <para>(…)</para>
      <para>20-1-2018 18:49:44(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Oei</para>
      <para>20-1-2018 18:49:47(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Meteen heel drama</para>
      <para>20-1-2018 18:50:23(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Is da gewoon met vuist?</para>
      <para>20-1-2018 18:50:37(UTC+O)</para>
      <para>Unkown: Ja</para>
      <para>20-1-2018 18:50:42(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Maar ik heb beton</para>
      <para>20-1-2018 18:51 :05(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Ik hoef nooit geen klap van jou</para>
      <para>20-1-2018 18:52:05(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Haha</para>
      <para>20-1-2018 18:54:07(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Ik luister voort</para>
      <para>(…)</para>
      <para>20-1-2018 19:16:23(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Heb nog voorwaardelijk</para>
      <para>20-1-2018 19:17:53(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Wat een jankbal ook</para>
      <para>20-1-2018 19:18:03(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Wie zet nou op fb als ie klappe krijg</para>
      <para>20-1-2018 19:18:09(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Is toch juist voorschut man</para>
      <para>20-1-2018 19:18:26(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Ja</para>
      <para>20-1-2018 19:1 8:28(UTC+0)</para>
      <para>Unkown: Die jankers</para>
      <para>20-1.2018 19:18:56(UTC+0)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde:</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt daartoe het volgende. </para>
      <para>Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van zware mishandeling en poging tot zware mishandeling, nu het wettige en overtuigende bewijs ontbreekt. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een bewezenverklaring van zware mishandeling vereist dat bewezen is dat verdachte al dan niet voorwaardelijk opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Nu er geen bewijs voorhanden is dat de klap anders dan met een blote vuist is gegeven, en een dergelijke klap niet per definitie zwaar lichamelijk letsel oplevert, kan niet worden gesproken van een aanmerkelijke kans dat het handelen van verdachte zwaar lichamelijk letsel zou veroorzaken bij het slachtoffer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een poging tot zware mishandeling is vereist dat het misdrijf niet is voltooid. Met de Officier van Justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat het letsel van [slachtoffer 1] te kwalificeren is als zwaar lichamelijk letsel. Dit betekent dat van een poging geen sprake kan zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het onder 1 meer subsidiair ten laste gelegde:</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen acht de rechtbank wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het slachtoffer [slachtoffer 1] met kracht een klap in zijn gezicht heeft gegeven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat het verdachte is geweest die op 20 januari 2018 met kracht [slachtoffer 1] een klap in zijn gezicht heeft gegeven. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij de man was met het opgeschoren haar en de donkere jas met bontkraag. [slachtoffer 1] heeft bij de politie verklaard dat verdachte één van de mannen was die agressief op hun groep reageerde. Ook [slachtoffer 2] heeft verklaard dat verdachte de man was die [slachtoffer 1] heeft geslagen. Hoewel [slachtoffer 2] de bewuste klap niet heeft gezien, heeft hij wel gezien dat verdachte in een gevechtshouding stond en door een derde man werd tegengehouden. Bovendien acht de rechtbank de WhatsApp gesprekken op de telefoon van verdachte  redengevend om tot bewezenverklaring te komen. De gesprekken dateren van de 20 januari 2018, enkele uren na het bewuste voorval. Uit het WhatsApp gesprek dat verdachte die ochtend rond 10.15 uur voerde met [naam 1] (de rechtbank begrijpt dat dit de vriendin van verdachte, [naam 2] betreft) kan worden opgemaakt dat verdachte [slachtoffer 1] een klap met zijn vuist heeft gegeven. Rond 18:49 uur wordt er tussen verdachte en [naam 1] verder gesproken over de confrontatie waarbij wordt gevraagd “Is dat gewoon met de vuist?”. Hierop wordt bevestigend geantwoord en toegevoegd “Maar ik heb beton”. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht het meer subsidiair ten laste gelegde, namelijk mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg wettig en overtuigend bewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank moet in deze zaak de vraag beantwoorden of er sprake is geweest van een geweldspleging in vereniging of van afzonderlijke gewelddadige confrontaties door individuele personen. De rechtbank stelt vast dat in die bewuste ochtend twee afzonderlijke confrontaties hebben plaatsgevonden, enerzijds jegens [slachtoffer 2] en anderzijds jegens [slachtoffer 1] . Nu niet is gebleken van enige samenwerking tussen verdachte en medeverdachte, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gesproken van openlijk geweld in vereniging gepleegd, zodat verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken. </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">De bewezenverklaring.</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 20 januari 2018 te Eindhoven, [slachtoffer 1] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] eenmaal krachtig in het gelaat/gezicht te slaan, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten 7 breuken in het gezicht en zenuwletsel ten gevolge heeft gehad.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De strafbaarheid van het feit.</title>
    <para>Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De strafbaarheid van verdachte.</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De eis van de officier van justitie.</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van één (1) jaar met aftrek van voorarrest als bedoeld in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging.</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging stelt zich op het standpunt dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van het voorarrest plus een voorwaardelijk deel en een taakstraf voor de duur van 240 uren zou moeten worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      <para>Verdachte heeft het slachtoffer zo hard met zijn vuist in het gezicht gestompt dat het jukbeen van het slachtoffer op zeven (7) plaatsen gebroken was.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de onderbouwing bij de vordering benadeelde partij en de ter zitting voorgelezen slachtofferverklaring blijkt dat het beschreven voorval zeer ernstige gevolgen voor het slachtoffer heeft gehad. Hij heeft verschillende operaties moeten ondergaan, veel pijn ervaren en zijn jukbeen heeft een andere vorm dan voorheen, wat te zien is in zijn gezicht. Ook heeft het slachtoffer psychische klachten aan de mishandeling overgehouden. Hij is door het voorval nog altijd belemmerd in zijn dagelijks leven en ondergaat nog altijd therapie om met de gevolgen om te kunnen gaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft door zijn handelen een grote inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Het karakter van het door verdachte gepleegde strafbare feit laat zien dat verdachte er niet voor terugschrikt om zwaar geweld tegen andere mensen te gebruiken. Verdachte heeft zich bovendien na het voorval niet om het slachtoffer bekommerd, maar is weggegaan, terwijl het slachtoffer tegen een muur in elkaar was gezakt. Pas nadat zijn foto op opsporing verzocht was getoond heeft verdachte zich via zijn advocaat bij de politie gemeld. Tijdens het onderzoek door de politie en ter zitting bij de rechtbank heeft verdachte zich van de domme gehouden en gezegd dat hij niets heeft gezien of gedaan. Deze houding acht de rechtbank volkomen respectloos jegens het slachtoffer. Dit temeer nu naar het oordeel van de rechtbank uit de WhatsApp berichten op de telefoon van verdachte niets anders kan worden afgeleid dan dat verdachte degene is geweest die het slachtoffer heeft mishandeld. Uit de inhoud van die WhatsApp berichten blijkt eveneens geen enkel respect voor het slachtoffer. De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen en de rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft verzocht aan verdachte een taakstraf en een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De rechtbank is echter van oordeel dat een taakstraf geen recht zou doen aan de ernst van het bewezen verklaarde. In verband met  een juiste normhandhaving zal daarom een volledig onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie (3) maanden met aftrek van voorarrest worden opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank verdachte vrijspreekt van feit 2 en van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt en meer in lijn is met wat in vergelijkbare zaken wordt opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie.</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie vordert gehele en hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met wettelijke rente en het opleggen van de maatregel 36f van het Wetboek van Strafrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging.</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft zich ten aanzien van de gevorderde materiële schade gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat een bedrag van € 7.500,- redelijk is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling. </emphasis>De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering te weten:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de immateriële schadevergoeding tot een bedrag van € 8.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening, en;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de materiële schadevergoeding tot een bedrag van € 2.055,25 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het indienen van de vordering tot aan de dag der algehele voldoening.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren voor de overige onderdelen van de vordering. De rechtbank overweegt dat het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de kosten voor de gevorderde armband en de bril niet zonder meer duidelijk is, zodat in zoverre geen sprake is van rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade. Ten aanzien van het gevorderde eigen risico voor de zorgverzekering over het jaar 2019 ontbreekt de onderbouwing. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op € 448,56. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Schadevergoedingsmaatregel.</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wetsartikelen.</title>
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen:</para>
      <para>Wetboek van Strafrecht art. 24c, 36f, 300.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het onder feit 1 primair, feit 1 subsidiair, feit 2 niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.
</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>(t.a.v. feit 1 meer subsidiair:)</para>
      <para>
mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt op de volgende straf en maatregel:</para>
      <para>
(t.a.v. feit 1 meer subsidiair:)</para>
      <para>
* een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden</emphasis> met aftrek overeenkomstig artikel 27
Wetboek van Strafrecht;</para>
      <para>
* de maatregel van schadevergoeding van EUR 10.055,25 subsidiair 89 dagen hechtenis</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van EUR 10.055,25 (zegge: tienduizend vijfenvijftig euro en vijfentwintig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 89 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR 8.000 immateriële schadevergoeding en EUR 2.055,25 materiële schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde</para>
      <para>betalingsverplichting niet op.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het totale bedrag aan immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke</para>
      <para>rente vanaf 20 januari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het totale bedrag aan materiële schade te vermeerderen met de wettelijke</para>
      <para>rente vanaf de datum van de aanvulling op de vordering, zijnde 17 november</para>
      <para>2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] , van een bedrag van EUR 10.055,25 (zegge: tienduizend vijfenvijftig euro en vijfentwintig eurocent). Het bedrag bestaat uit immateriële schadevergoeding en materiële schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het totale bedrag aan immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf </para>
      <para>20 januari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het totale bedrag aan materiele schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van de aanvulling op de vordering, zijnde 17 november 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden begroot op </para>
      <para>€ 448,56.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. R. van den Munckhof, voorzitter,</para>
      <para>mr. L.G.J.M. van Ekert en mr. S.C. van Bergen, leden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mrs. A.E. van Langen-Wouda en H.J.G. van der Sluijs, griffiers,</para>
      <para>en is uitgesproken op 3 december 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_ee327569-6de6-45fc-bc4c-c4166a9a1a39" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgenomen in het einddossier van de politie Eenheid Oost-Brabant, Districtsrecherche Eindhoven, aantal pagina’s: 264. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen opgenomen in genoemd einddossier.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>