<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2019:622</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-30T10:29:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-01-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C-01-337413 - HA ZA 18-556</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Eindhoven</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2019:622">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2019:622</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-30T10:28:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2019:622 Rechtbank Oost-Brabant , 30-01-2019 / C-01-337413 - HA ZA 18-556</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2019:622:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdelingszaak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2019:622:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="393faf9f-b9f1-4aee-a687-75446e998c9b" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="33c45da8-9308-4cf7-82e1-48c56653478c" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel Recht</para>
      <para>Zittingsplaats Eindhoven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak- en rolnummer C/01/337413 / HA ZA 18-556</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 30 januari 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser 1]
        </emphasis> en</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser 2]
        </emphasis>,</para>
      <para>beiden wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisers in de hoofdzaak in conventie, eisers in het incident, </para>
      <para>verweerders in de hoofdzaak in voorwaardelijke reconventie (hierna: <emphasis role="bold">[eisers]</emphasis>),</para>
      <para>advocaat mr. F.J. van Beek te Arnhem,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak in conventie, gedaagde in het incident, </para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak in voorwaardelijke reconventie (hierna: <emphasis role="bold">[gedaagde]</emphasis>),</para>
      <para>advocaat mr. M.P.M. Fruytier te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Deze blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 14 november 2018;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van comparitie van 10 januari 2019.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen zijn familie van elkaar. [gedaagde] is een dochter van [eisers]</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Sinds medio 1995 zijn partijen samen eigenaar van een onder architectuur gebouwd groot vrijstaand landhuis met oprijlaan, atelierruimte, buitenzwembad, vrijstaan-</para>
        <para>de berging en grote parkachtige tuin, gelegen aan [adres 1] en [adres 2] te [plaats] , kadastraal bekend gemeente [gemeente] , sectie [letter] , nummers [kadastrale aanduiding 1] , [kadastrale aanduiding 2] , [kadastrale aanduiding 3] en [kadastrale aanduiding 4] , teza-men groot 23.618 m² (hierna: <emphasis role="bold">het huis</emphasis>). Het aandeel van ieder der partijen in deze gemeen-schap, bestaande uit het huis, is 1/3.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In het incident</emphasis> vordert [eisers] , kort gezegd, [gedaagde] bij vonnis, uit-voerbaar bij voorraad, te veroordelen om een gebruiksvergoeding aan [eisers]</para>
        <para>te betalen, met veroordeling van [gedaagde] in de proces- en nakosten met rente.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In de hoofdzaak in conventie</emphasis> vordert [eisers] , kort gezegd, bij vonnis, uit-voerbaar bij voorraad, onder meer:</para>
        <para>primair:</para>
        <para>	de wijze van verdeling van de gemeenschap, bestaande uit het huis, te gelasten</para>
        <para>in die zin dat partijen het huis op de kortst mogelijke termijn dienen te verkopen </para>
        <para>en de netto opbrengst daarvan overeenkomstig hun aandeel in de gemeenschap dienen te verdelen en</para>
        <para>	[gedaagde] te veroordelen om ten titel van gebruiksvergoeding aan [eisers] </para>
        <para>€ 79.125,10 te betalen en € 1.416,66 voor iedere maand dat zij na juni 2018 in </para>
        <para>het huis woonachtig is, te vermeerderen met rente;</para>
        <para>subsidiair:</para>
        <para>	de verdeling van deze gemeenschap vast te stellen op een door de rechtbank te </para>
        <para>bepalen wijze, althans partijen te bevelen om ten overstaan van een door de recht-bank te benoemen notaris tot verdeling van deze gemeenschap over te gaan,</para>
        <para>een en ander met veroordeling van [gedaagde] in de proces- en nakosten met rente.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In de hoofdzaak in reconventie</emphasis> vordert [gedaagde] , kort gezegd, voor het geval </para>
        <para>
          [eisers] ontvankelijk mocht zijn in de vordering tot verdeling, bij vonnis, uit-voerbaar bij voorraad:</para>
      </parablock>
      <para>- te bepalen dat de verdeling van de gemeenschap, bestaande uit het huis, zal </para>
      <parablock>
        <para>plaatsvinden door een splitsing van het huis, waarbij in ieder geval aan [gedaagde] wordt toegedeeld dat deel van het huis dat zij en haar gezin exclusief in gebruik hebben en voorts een door de rechtbank te bepalen deel van het huis dat partijen gezamenlijk gebruiken, met veroordeling van [eisers] om aan die splitsing mee te werken en de kosten daarvan te dragen;</para>
        <para>primair:</para>
        <para>	te bepalen dat [gedaagde] bij een eventuele overbedeling bij een splitsing van het </para>
        <para>huis geen vergoeding verschuldigd is aan [eisers] vanwege door haar en wijlen haar echtgenoot gepleegde investeringen in het huis;</para>
        <para>subsidiair: </para>
        <para>	te bepalen dat bij de vaststelling van het bedrag dat de ene deelgenoot aan de </para>
        <para>	andere deelgenoot zal moeten voldoen uit hoofde van overbedeling, de door </para>
        <para>
          [eisers] verschuldigde vergoeding aan [gedaagde] voor de investeringen van [gedaagde] en wijlen haar echtgenoot in het huis, een gedeelte van de waarde beloopt van het goed op het tijdstip van de verdeling en dit gedeelte betreft de waarde-vermeerdering gecreëerd door die investeringen;</para>
        <para>meer subsidiair:</para>
        <para>te bepalen dat bij een verdeling de door [eisers] verschuldigde vergoeding aan [gedaagde] voor de door haar en wijlen haar echtgenoot in het huis gepleegde investeringen, een gedeelte van de waarde beloopt van het goed op het tijdstip van de verdeling en dit gedeelte betreft de waardevermeerdering gecreëerd door die investeringen;</para>
      </parablock>
      <para>- indien en voor zover deze vorderingen niet worden toegewezen, de vordering tot </para>
      <parablock>
        <para>	verdeling uit te sluiten voor drie jaren na de datum van het te wijzen vonnis,</para>
        <para>een en ander met veroordeling van [eisers] in de proceskosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>
        [eisers] voert verweer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt, voor zover van belang, hierna nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De overwegingen </title>
    <bridgehead role="italic">Een minnelijk traject</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 10 januari 2019 heeft een comparitie plaatsgevonden. Partijen hebben toen met elkaar afgesproken om een minnelijk traject te gaan bewandelen om te komen tot oplossing van hun in de onderhavige zaken aan de orde zijnde geschil.</para>
        <para>Partijen hebben de rechtbank in dat kader verzocht om een onafhankelijk deskundige te benoemen met expertise in makelaardij en bouwkunde, althans een makelaar te benoemen die bij de uitvoering van zijn werkzaamheden een bouwkundige kan inschakelen. </para>
        <para>Partijen hebben de rechtbank verder verzocht om een of twee mediators voor te stellen voor het geval zij er in onderling overleg niet uit mochten komen. Het zou daarbij kunnen gaan om een ex-advocaat, een notaris of een (andere) jurist.</para>
        <para>Partijen hebben de rechtbank tot slot verzocht om aanhouding van deze zaken. </para>
        <para>De rechtbank heeft partijen ter comparitie toegezegd om op korte termijn een tussenvonnis te zullen wijzen om te komen tot benoeming van deze door partijen verzochte deskundige. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mediator(s)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De (griffier van de) rechtbank heeft op 10 januari 2019 het bureau mediation (te-</para>
        <para>lefonisch en per mail) benaderd met het verzoek om contact op te nemen met de advocaten van partijen over hun verzoek om een of twee mediators voor te stellen voor het geval par-tijen er in onderling overleg niet in zouden slagen om te komen tot oplossing van hun in de onderhavige zaken aan de orde zijnde geschil.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Deskundige</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal thans de onder de beslissing vermelde deskundige benoemen en</para>
        <para>de hoogte van het voorschot op de kosten van deze deskundige vaststellen op het in de be-slissing vermelde bedrag. </para>
        <para>Bij de vaststelling van de hoogte van dit voorschot merkt de rechtbank op dat het hier gaat om een zéér globale voorlopige schatting. Zulks, aangezien partijen de rechtbank niet heb-ben geïnformeerd over de vragen die zij aan deze deskundige wensen voor te leggen. </para>
        <para>De rechtbank gaat er voorlopig van uit dat in ieder geval aan de deskundige zal worden gevraagd om te beoordelen of een splitsing van het huis volgens deze deskundige mogelijk is en indien dat het geval is, welke kosten en eventuele andere (financiële) consequenties daaraan voor partijen verbonden zijn. </para>
        <para>Bij de vaststelling van de hoogte van dit voorschot is in aanmerking genomen dat de des-kundige, anders dan normaal gesproken het geval is, in dit geval niet gehouden is om een schriftelijk deskundigenbericht uit te brengen aan de rechtbank. Het is in dit geval aan partijen om in overleg met de deskundige te bepalen op welke wijze de deskundige hen </para>
        <para>zal informeren over de bevindingen van de aan de deskundige voor te leggen vragen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De rechtbank ziet in de omstandigheden van dit geval aanleiding om het voorschot op de kosten van de deskundige gelijkelijk over partijen te verdelen. [eisers] en [gedaagde] zullen daarom ieder de helft van dit voorschot moeten betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals na-der onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.</para>
        <para>Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De rechtbank ziet geen aanleiding om tussentijds hoger beroep van deze tussen-beslissing toe te staan. Zij zal de beslissing over het voorschot ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De rechtbank zal iedere verdere beslissing aanhouden. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>benoemt tot deskundige: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>dhr. P. van Helvoort,</para>
        <para>Maliskampsestraat 63 A,</para>
        <para>5248 NR Rosmalen,</para>
        <para>telefoonnummer: 06-23452355.</para>
        <para>mailadres: Paul@vanHelvoortRTR.nl.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">het voorschot	</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van deze deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 5.000,00 inclusief btw;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>bepaalt dat partijen ieder de helft van het voorschot dienen over te maken <emphasis role="underline">binnen twee weken</emphasis> na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Diensten-centrum voor de Rechtspraak;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">het onderzoek </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>bepaalt dat de deskundige het onderzoek, na overleg met partijen, zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>wijst de deskundige er op dat:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis> of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegen-heid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">de declaratie van de deskundige</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>draagt de deskundige op om na beëindiging van zijn werkzaamheden bij de griffie van de rechtbank een gespecificeerde declaratie in te leveren;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">overige bepalingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van <emphasis role="bold">3 april 2019</emphasis>; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.10.</nr>
      <para>verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.11.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. H.T.J.F. Verhappen en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2019.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>