<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2018:6752</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-18T19:19:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-11-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">328186 HA ZA 17-793</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2018:6752">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2018:6752</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-18T19:17:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2018:6752 Rechtbank Oost-Brabant , 28-11-2018 / 328186 HA ZA 17-793</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2018:6752:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>causaal verband tussen de onrechtmatige daad en de geleden schade</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2018:6752:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="e666ea1b-f29a-4468-8ae5-17d330197b7b" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="834b9b9c-9a64-4559-b881-2604e807fdd4" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel Recht</para>
      <para>Zittingsplaats 's-Hertogenbosch</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/01/328186 / HA ZA 17-793</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 28 november 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>advocaat mr. A.M. van Schaick te Tilburg,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. M.G. Krüger te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 12 september 2018;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte aan de zijde van [eiser] van 10 oktober 2018 met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van de gemachtigde van [gedaagde] van 31 oktober 2018;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de antwoordakte van de zijde van [gedaagde] van 7 november 2018 met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van de gemachtigde van [eiser] van 14 november 2018.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij brief van 31 oktober 2018 is namens [gedaagde] verzocht om toestemming om tegen de in het tussenvonnis van 12 september 2018 opgenomen beslissingen tussentijds hoger beroep te mogen instellen. Ter onderbouwing van dit verzoek is namens [gedaagde] het volgende aangevoerd.</para>
        <para>
          [gedaagde] is het met een aantal in het tussenvonnis genomen eindbeslissingen niet eens. [gedaagde] wijst er op dat deze eindbeslissingen, behalve van doorslaggevend belang voor de partijdiscussie, ook nu reeds in vergelijkbare gevallen negatieve gevolgen zal hebben. [gedaagde] , althans zijn verzekeringsmaatschappij, wijst er op dat nu onder andere de eindbeslissing ten aanzien van de doodsoorzaak van de papegaaien in vergelijkbare geschillen nadelige gevolgen heeft, hoger beroep onvermijdelijk zal zijn, ook indien en voor zover de vorderingen van [eiser] bij eindvonnis zullen worden afgewezen.</para>
        <para>Namens [gedaagde] wordt er op gewezen dat het in het algemeen belang is om zo spoedig mogelijk duidelijkheid te verkrijgen over de vraag welke eisen worden gesteld aan een juiste en correcte afhandeling en beoordeling door deskundigen in deze situaties, met name voor wat betreft het doen van onderzoek naar de schade.</para>
        <para>
          [gedaagde] wijst er op dat de betreffende bindende eindbeslissingen het processuele debat op de desbetreffende punten heeft gesloten, zodat geen gevaar bestaat voor fragmentatie van de instructie van de onderhavige zaak of processuele complicaties bij het openstellen van  hoger beroep. Verder wijst [gedaagde] er op dat thans nog een complexe partijdiscussie over de causaliteit tussen de schade en de rol van de ballon van [gedaagde] moet worden gevoerd. In de visie van [gedaagde] dient zijn belang bij hoger beroep te prevaleren boven het belang van [eiser] om zo spoedig mogelijk een eindvonnis in de onderhavige procedure te verkrijgen. Een uitzondering op de hoofdregel van artikel 337 lid 2 RV is dan ook gerechtvaardigd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij brief van 14 november 2018 heeft de gemachtigde van [eiser] zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt als volgt.</para>
        <para>Uitgangspunt is dat hoger beroep tegen beslissingen in een tussenvonnis gelijktijdig met het hoger beroep tegen het eindvonnis in de betreffende zaak dient te worden ingesteld.</para>
        <para>De rechtbank acht de redenen die namens [gedaagde] zijn aangevoerd om van dit uitgangspunt af te wijken niet voldoende. </para>
        <para>Het argument dat de in het tussenvonnis genomen beslissing ten aanzien van de doodsoorzaak van de papegaaien nu al in vergelijkbare geschillen nadelige gevolgen heeft en dat om die reden hoe dan ook, ook bij een afwijzend eindvonnis, hoger beroep zal moeten worden ingesteld, is namelijk geen argument in het belang van één of beide partijen, maar slechts in het belang van de verzekeringsmaatschappij van [gedaagde] , dan wel, wellicht, in het belang van de verzekeringsmaatschappijen in het algemeen.</para>
        <para>Het tussentijds toestaan van hoger beroep leidt bovendien tot een onwenselijke vertraging. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De rechtbank zal de gevraagde toestemming, om tussentijds hoger beroep van het tussenvonnis van 12 september 2018 toe te laten, dan ook afwijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Overeenkomstig het bepaalde in r.o. 5.1. van het tussenvonnis van 12 september 2018 heeft [eiser] een akte genomen en daarbij producties overgelegd. Vervolgens heeft [gedaagde] een antwoordakte genomen en daarbij eveneens producties overgelegd. De rechtbank zal de zaak thans naar de rol verwijzen voor akte uitlating producties aan de zijde van [eiser] .</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst het verzoek om tussentijds hoger beroep in te stellen tegen het tussenvonnis van 12 september 2018 af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van <emphasis role="bold">woensdag 12 december 2018</emphasis> voor akte uitlating aan de zijde van [eiser] ;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. N.W.A. Stegeman-Kragting en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2018.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>