<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2018:6030</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T16:24:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-12-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/01/332445 / FA RK 18-1548</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JPF 2019/11 met annotatie van Sumner, I.</rdf:li>
          <rdf:li>FJR 2019/74.20</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2018:6030">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2018:6030</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-11T14:56:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2018:6030 Rechtbank Oost-Brabant , 04-12-2018 / C/01/332445 / FA RK 18-1548</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2018:6030:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het betreft de afwijzing van een verzoek tot erkenning van een adoptie. De adoptie valt onder de werkingssfeer van het Haags Adoptieverdrag. Noch de Nederlandse, noch de Chinese centrale adoptieautoriteiten hebben ingestemd met deze adoptie. Ook is niet gebleken dat aan enige van de overige materiële of procedurele vereisten wordt voldaan die het verdrag stelt aan interlandelijke adoptie. Dit betekent dat de in China uitgesproken adoptie die valt onder de werkingssfeer van het Verdrag met in achtneming van de bepalingen van dit Verdrag niet van rechtswege erkend kan worden. De rechtbank komt vervolgens niet meer toe aan een beoordeling of de adoptie op grond van, zoals verzocht artikel 10:109 BW, erkend kan worden. Artikel 10:107 BW bepaalt immers dat afdeling 3, die ziet op de erkenning van een buitenlandse adopties, alleen betrekking heeft op adopties waarop het Haags adoptieverdrag 1993 niet van toepassing is, dus bijvoorbeeld op adopties tussen Nederland en een niet Verdragsland. De rechtbank ziet verder ook geen aanleiding om, met voorbijgaan aan alle eisen die het Haags adoptieverdrag aan een interlandelijke adoptie tussen China en Nederland stelt, toch tot erkenning van de adoptie over te gaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2018:6030:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="7ff83a52-b585-4c55-b4a1-db2449629f22" depth="2" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="98c402d5-0f28-4f51-941c-bb1296abd061" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>beschikking</para>
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Zaaknummer	: C/01/332445 / FA RK 18-1548 </para>
    <para>Uitspraak	: 4 december 2018</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Beschikking van de enkelvoudige kamer op het verzoek van:  </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [verzoekster] </title>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: verzoekster,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,        </para>
      <para>advocaat mr. L.F. Portier,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over de erkenning van de adoptie van:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">- [kind] [naam] </emphasis>geboren te [geboorteplaats] (China) op [geboortedatum] </para>
      <para>hierna te noemen: [kind] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank merkt als informant aan:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [partner] , </title>
    <parablock>
      <para>hierna mede te noemen: de partner van verzoekster,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de zitting zijn ook uitgenodigd de raad voor de kinderbescherming (hierna: de raad) en de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De procedure</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van:</para>
    </parablock>
    <para>- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen door de griffie op 27 maart 2018;</para>
    <para>- een brief van mr. Portier van 5 juli 2018;</para>
    <para>- een brief van de gemeente Den Haag van 23 augustus 2018; </para>
    <para>- een brief van de raad van 11 september 2018; </para>
    <para>- een brief van mr. Portier van 29 oktober 2018;</para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- </emphasis>een brief van de gemeente Den Haag van 7 november 2018;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld tijdens de zitting van de rechtbank op 29 november 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verschenen zijn verzoekster en haar advocaat, de informant en de raad. De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag heeft in de brief van 7 november 2018 laten weten dat zij niet naar de zitting komt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De biologische vader van [kind] is de heer [naam]  geboren op [geboortedatum] en wonende in China. De biologische moeder van [kind] is [naam] , geboren [geboortedatum] en wonende in China. De biologische vader is de broer van verzoekster. </para>
      <para>Verzoekster en informant hebben reeds jarenlang een affectieve relatie en wonen samen sinds 9 juli 2008. Zij zijn ongewenst kinderloos gebleven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster en informant verblijven inmiddels al meerdere jaren op basis van een verblijfvergunning in Nederland. [kind] woont in China. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het verzoek</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster verzoekt – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – te erkennen de ten aanzien van [kind] [naam] geboren te [geboorteplaats] (China) op [geboortedatum] in de Volksrepubliek China uitgesproken adoptie en aldaar geregistreerd op [datum] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster legt aan haar verzoek onder meer het volgende ten grondslag.</para>
      <para>De kinderloosheid van verzoekster en haar partner hebben haar broer en zijn echtgenote doen besluiten om mee te werken aan een adoptie van hun dochter [kind] aan verzoekster. In de Chinese cultuur is het niet ongebruikelijk dat aan een familielid die kinderloos is, een kind wordt afgestaan. Verzoekster acht de erkenning van de buitenlandse adoptie in het kennelijk belang van het kind. Verzoekster en haar partner zijn in staat, bereid en gemotiveerd om goed voor het kind te zorgen. [kind] is dertien jaar oud (opmerking rechtbank: inmiddels veertien jaar) en verzoekster en haar partner zijn, gezien hun leeftijd, nog flexibel genoeg om het kind in de puberale fase behulpzaam te zijn. Zij spreken dezelfde taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beoordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Rechtsmacht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit verzoek heeft een internationaal karakter. De rechtbank dient daarom eerst ambtshalve te beoordelen of aan de Nederlandse rechter bevoegdheid toekomt van het verzoek kennis te nemen. Omdat verzoekster in Nederland woont, komt aan de Nederlandse rechter op grond van artikel 3, aanhef en onder a, Rv rechtsmacht toe. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Erkenning van een buitenlandse adoptiebeslissing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft een Chinees adoptiecertificaat overgelegd waaruit de adoptie van [naam] [kind] , geboren op [geboortedatum] blijkt door [naam]  , geboren op [naam] Het certificaat dateert van [datum] . Verzoekster verzoekt om deze adoptie te erkennen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de beoordeling van een dergelijk verzoek moet de rechtbank allereerst bekijken welke regelgeving van toepassing is. In de eerste plaats dient de rechtbank te onderzoeken of het verzoek valt onder de werkingssfeer van het Haags adoptieverdrag (Het Verdrag inzake de bescherming van kinderen en samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie van 29 mei 1993). De rechtbank stelt vast dat door verzoekster daarover geen inhoudelijk standpunt naar voren is gebracht. Ter zitting wordt hierover namens verzoekster aangegeven dat dit verder niet is onderzocht. Dat betekent echter niet dat de rechtbank daar niet naar hoeft te kijken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 2 van het Haags adoptieverdrag bepaalt dat het verdrag van toepassing is wanneer een kind dat zijn gewone verblijfplaats heeft in een Verdragsluitende Staat (Staat van herkomst), naar een andere Verdragsluitende Staat (Staat van opvang) is, wordt of zal worden overgebracht, hetzij na adoptie in de Staat van herkomst door echtgenoten of een persoon van wie de gewone verblijfplaats zich in de Staat van opvang bevindt, hetzij met het oog op een zodanige adoptie in de Staat van opvang of in de Staat van herkomst.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank valt de adoptie waarvan verzoekster erkenning verzoekt onder het toepassingsbereik van dit artikel. China en Nederland zijn namelijk verdragsluitende staten ten tijde van de adoptie en de bedoeling is dat de minderjarige [naam] [kind] , die haar gewone verblijfplaats in China heeft, zal worden overgebracht naar Nederland, waar [naam]  haar gewone verblijfplaats heeft. Verder bedoelt de adoptie een familierechtelijke betrekking tot stand te brengen in de vorm van een ouder-kind relatie. Dit betekent dat deze adoptie valt onder de werkingssfeer van het Haags adoptieverdrag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de goede orde benadrukt de rechtbank hierbij dat de vraag of de adoptie valt onder de werkingssfeer van het Haags adoptieverdrag een andere is dan de vraag of aan de inhoudelijke vereisten is voldaan die het verdrag stelt aan interlandelijke adoptie. </para>
      <para>Aan die beoordeling komt de rechtbank nu toe. Zoals gezegd hebben noch de Nederlandse, noch de Chinese centrale adoptieautoriteiten ingestemd met deze adoptie. Ook is niet gebleken dat aan enige van de overige materiële of procedurele vereisten wordt voldaan die het verdrag stelt aan interlandelijke adoptie. Ook het certificaat als bedoeld in artikel 23 van het Haags adoptieverdrag waarbij Chinese autoriteiten verklaren dat de adoptie heeft plaatsgevonden in overeenstemming met het Verdrag ontbreekt. Dit betekent dat de in China uitgesproken adoptie die valt onder de werkingssfeer van het Verdrag met in achtneming van de bepalingen van dit Verdrag niet van rechtswege erkend kan worden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat de rechtbank vervolgens niet meer toekomt aan een beoordeling of de adoptie op grond van, zoals verzocht artikel 10:109 BW, erkend kan worden. Artikel 10:107 BW bepaalt immers dat afdeling 3, die ziet op de erkenning van een buitenlandse adopties, alleen betrekking heeft op adopties waarop het Haags adoptieverdrag 1993 niet van toepassing is, dus bijvoorbeeld op adopties tussen Nederland en een niet Verdragsland.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet verder ook geen aanleiding om, met voorbijgaan aan alle eisen die het Haags adoptieverdrag aan een interlandelijke adoptie tussen China en Nederland stelt, toch tot erkenning van de adoptie over te gaan. Het is de rechtbank heel duidelijk dat verzoekster en haar partner ernstig gebukt gaan onder hun ongewenste kinderloosheid. Echter, het Haags adoptieverdrag dient er juist toe zich ervan te verzekeren dat de adoptie plaats vindt op een zodanige wijze dat het hoogste belang van het kind daarmee gediend is. Doordat ieder vereist onderzoek daarnaar is uitgebleven kan dus ook niet geconcludeerd worden dat, zoals verzoekster stelt, de adoptie het belang van de minderjarige dient. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank wijst het verzoek dan ook af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beslissing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek tot erkenning van de adoptie af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M.M.L. Wijnen, rechter, tevens kinderrechter,</para>
              <para> en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 4 december 2018.</para>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Tegen deze beschikking kan, voor zover het een eindbeslissing betreft, -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch<?linebreak?>a.	door de verzoekster en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak<?linebreak?>b.	door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op <?linebreak?>andere wijze bekend is geworden.</para>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>