<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2018:3850</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-03T13:47:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-08-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">01/860146-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2018:3850">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2018:3850</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-03T08:20:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2018:3850 Rechtbank Oost-Brabant , 03-08-2018 / 01/860146-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2018:3850:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft als bestuurder van een bestelbus met als aanhanger een paardentrailer een aanrijding veroorzaakt met een fietser die deel uit maakte van een groep sportende fietsers. De rechtbank kwalificeert de handeling van verdachte als overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 en veroordeelt verdachte daarvoor tot een onvoorwaardelijke taakstraf van 20 uren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2018:3850:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="d0b98263-724c-4895-8d35-aa7b7a2091d0" depth="16" width="550" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats 's-Hertogenbosch</para>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 01/860146-18 </para>
      <para>Datum uitspraak: 3 augustus 2018	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,</para>
      <para>wonende te [adres] .
</para>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 20 juli 2018.</para>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De tenlastelegging.</emphasis>
      </para>
      <para>De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 20 juni 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 20 juli 2018 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 26 oktober 2017 te Hulsel (gemeente Reusel-De Mierden) als
verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bestelbus met
paardentrailer), daarmede rijdende over de weg, Molendijk zich zodanig heeft
gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, te handelen als volgt:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">verdachte heeft met een, gelet op de verkeerssituatie ter plaatse en/of gelet
op de aard en/of gestelheid van die door hem bereden weg, te hoge snelheid,
althans met een aanmerkelijke snelheid, een groep fietsers ingehaald en/of
daarbij/vervolgens zijn bestelbus met paardentrailer naar rechts gestuurd op
het moment dat hij met de paardentrailer nog niet de gehele groep was
gepasseerd waardoor althans mede waardoor een aanrijding en/of botsing
ontstond tussen de door hem, verdachte bestuurde bestelbus en paardentrailer
en één of meer fietsers,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zodanig lichamelijk letsel
werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de
uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of</para>
      <para>zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 26 oktober 2017 te Hulsel (gemeente Reusel-De Mierden) als
bestuurder van een voertuig (bestelbus met paardentrailer), daarmee rijdende
op de weg, Molendijk, heeft gehandeld als volgt:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">verdachte heeft met een, gelet op de verkeerssituatie ter plaatse en/of gelet
op de aard en/of gestelheid van die door hem bereden weg, te hoge snelheid,
althans met een aanmerkelijke snelheid, een groep fietsers ingehaald en/of
daarbij/vervolgens zijn bestelbus met paardentrailer naar rechts gestuurd op
het moment dat hij met de paardentrailer nog niet de gehele groep was
gepasseerd, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De formele voorvragen.</emphasis>
      </para>
      <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bewijs.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para>Vast staat dat verdachte op 26 oktober 2017 omstreeks 20:00 uur op de Molendijk in Hulsel een groep sportende fietsers heeft ingehaald met zijn auto (bestelbus) waaraan een paardentrailer was bevestigd. Ook staat vast dat enkele fietsers vervolgens op enig moment ten val zijn gekomen en dat zeker één van hen daarbij verwondingen heeft opgelopen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de tenlastelegging blijkt dat aan verdachte onder zowel het primair tenlastegelegde (overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994) als het subsidiair tenlastegelegde (overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994) twee gedragingen worden verweten. De eerste gedraging behelst - kort gezegd - dat verdachte gedurende het passeren van de groep fietsers met een te hoge snelheid heeft gereden voor de verkeerssituatie ter plaatse. De tweede gedraging die verdachte wordt verweten is - kort gezegd - dat verdachte zijn auto met paardentrailer naar rechts heeft gestuurd terwijl hij de groep fietsers nog niet helemaal was gepasseerd. Door deze gedragingen zou een aanrijding zijn ontstaan met één of meer fietsers. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het onder primair tenlastegelegde. Daarbij heeft de officier van justitie gewezen op getuigenverklaringen waaruit volgt dat verdachte de groep fietsers met hoge snelheid heeft ingehaald, te vroeg naar rechts is gekomen en daarbij een van de fietsers heeft geraakt. Verdachte heeft, volgens zijn verklaring ter terechtzitting, ook pas in zijn spiegels gekeken toen hij de groep fietsers al niet meer kon zien, aldus de officier van justitie.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het onder primair en subsidiair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. De bewijsmiddelen in het dossier zijn ontoereikend voor de gevolgtrekking dat verdachte op enigerlei wijze te hard zou hebben gereden of te vroeg naar rechts zou hebben gestuurd, hetgeen verdachte ook ontkent. Bovendien kan niet worden uitgesloten dat de fietser door een andere oorzaak dan de aanrijding - die volgens verdachte niet heeft plaatsgehad - ten val is gekomen. In dat verband heeft de raadsman er nog op gewezen dat uit het technisch onderzoek van de politie niet volgt dat er daadwerkelijk contact is geweest tussen de paardentrailer en de fiets van het slachtoffer terwijl de door de politie gehoorde getuigen wisselend over het gebeurde hebben verklaard. Deze verklaringen kunnen het bewijs voor het tenlastegelegde dan ook niet dragen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline italic">De bewijsmiddelen</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_94e01378-7a15-41cb-a68d-e8321230ca63" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer] (p. 37-38)</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">(p. 37)</emphasis>
      </para>
      <para>Op 26 oktober 2017, omstreeks 20:00 uur reed ik met een groep mountainbikers op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Molendijk te Hulsel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wij reden aan de rechterzijde van de weg met twee mountainbikers naast elkaar. Op een gegeven moment werd er geroepen dat van achteren een auto naderde. Ik hoorde dat het voertuig dat ons van achter naderde meerdere malen claxonneerde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ik reed als eerste mountainbiker van de groep. We reden ongeveer 35 km/u. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">(p. 38)</emphasis>
      </para>
      <para>Ik zag dat op een gegeven moment een bestelbus met een trailer daarachter mij inhaalde. Toen de trailer ter hoogte van mij was, zag ik dat de bestelbus en trailer ineens in mijn richting kwam. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hierbij werd ik geraakt. Aan mijn voorwiel waarna ik ten val ben gekomen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het proces-verbaal van verhoor aangever [getuige] (p. 32-34)</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">(p. 32)</emphasis>
      </para>
      <para>Op 26 oktober 2017, omstreeks 20:00 uur, bevond ik mij op de Molendijk te Hulsel. Ik was op voornoemde locatie aan het fietsen met een fietsclub. We reden aan de rechterzijde van de weg. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op voornoemde datum en tijdstip hoorde ik dat er werd geroepen: “Auto!”, of woorden van gelijke strekking. Na enkele seconden zag en hoorde ik dat wij door een auto inclusief paardentrailer aan de linkerzijde gepasseerd werden. Ik zag dat wij door een grote witte bus, vermoedelijk Opel type Vivaro, gevolgd door een paardentrailer ingehaald werden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">(p. 33)</emphasis>
      </para>
      <para>Nadat hij ons bijna voorbij was, zag ik dat de bestuurder van de auto een strakke stuurbeweging naar rechts maakte. Ik zag dat de auto inclusief paardentrailer de beweging maakte terwijl de auto ons nog niet voorbij was. Ik zag dat door de strakke stuurbeweging naar rechts, de voorste fietser, door de paardentrailer werd geraakt aan de voorzijde van de fiets. Ik zag dat deze persoon ten val kwam.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het proces-verbaal ‘aanrijding misdrijf’ (p. 7-13)</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">(p. 7)</emphasis>
      </para>
      <para>	Datum: 26 oktober 2017</para>
      <para>	Omstreeks: 20:00 uur</para>
      <para>	Adres: Molendijk</para>
      <para>	Plaats: Hulsel</para>
      <para>	Gemeente: Reusel-De Mierden</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het proces-verbaal van verhoor verdachte (p. 68-72) </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">(p. 70)</emphasis>
      </para>
      <para>V: Wat is er volgens u gebeurd?</para>
      <para>	A: Ik ging richting Hulsel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">(p. 71)</emphasis>
      </para>
      <para>Ik reed in mijn personenauto, een Opel Vivaro. Achter het voertuig hing een paardentrailer. </para>
      <para>Ik ben naar links gegaan en heb getoeterd. Vervolgens heb ik de groep fietsers ingehaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat het namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het (subsidiair) tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen. De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van deze bewijsmiddelen te twijfelen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit die bewijsmiddelen volgt dat verdachte als bestuurder van een auto (bestelbus) met paardentrailer een inhaalmanoeuvre is gestart teneinde een groep sportende fietsers links te passeren. Verdachte heeft vervolgens zijn auto-trailer combinatie op enig moment weer naar de rechterzijde van de weg gebracht terwijl hij de groep fietsers nog niet volledig voorbij was gereden. Daarbij heeft hij de voorste fietser van de groep geraakt waardoor deze ten val is gekomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het dossier is evenwel niet komen vast te staan dat verdachte heeft gereden met een aanmerkelijke of - gelet op de verkeerssituatie ter plaatse - te hoge snelheid. Weliswaar zitten in het dossier enkele verklaringen van getuigen die de snelheid van verdachte hebben geschat, maar de rechtbank acht deze schatting, bij gebreke van technische gegevens en in het licht van de verklaring van verdachte, van onvoldoende gewicht. Dat brengt mee dat verdachte partieel zal worden vrijgesproken van de tenlastegelegde gedraging die ziet op de te hoge snelheid van verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of de resterende gedraging - kort weg: het te vroeg insturen - voldoende is om te komen tot een bewezenverklaring van overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: Wvw), zoals primair ten laste is gelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een bewezenverklaring van het misdrijf van artikel 6 van de Wvw moet kunnen worden vastgesteld dat verdachte zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden. Van schuld in de zin van dit artikel is sprake in het geval van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Daarbij komt het aan op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Dat brengt mee dat niet in zijn algemeenheid valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor de bewezenverklaring van schuld in de zin van deze bepaling. Daarvoor zijn immers verschillende factoren van belang, zoals de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Daarnaast verdient opmerking dat niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin.<footnote-ref linkend="_99ad37cb-220c-4d7c-86ff-bb2885fea5b1" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zoals hierboven reeds is vastgesteld kan uit de bewijsmiddelen slechts worden afgeleid dat verdachte te vroeg naar rechts heeft gestuurd waardoor een aanrijding tussen de fiets van het slachtoffer en de paardentrailer van verdachte heeft plaatsgevonden. Deze gedraging, hoewel ernstig, is in het onderhavige geval op zichzelf onvoldoende om van schuld als bedoeld in artikel 6 Wvw te kunnen spreken. Van bijkomende omstandigheden die maken dat kan worden gezegd dat verdachte wel in aanmerkelijke mate onvoorzichtig en/of onoplettend is geweest, is niet gebleken. De rechtbank ziet in de verkeerssituatie ter plekke geen bijkomende omstandigheden die maken dat verdachte kan worden verweten dat hij zich aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gedragen. De inhaalmanoeuvre van verdachte vond weliswaar plaats op een tamelijk donkere, smalle natte weg buiten de bebouwde kom maar niet kan worden gezegd dat het inhalen op die weg in die situatie onverantwoord was. </para>
      <para>De rechtbank acht derhalve, gelet op voorgaande overwegingen, niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht wel bewezen dat verdachte door zijn handelen gevaar op de weg heeft veroorzaakt en het verkeer op de weg heeft gehinderd en aldus het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan. </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">De bewezenverklaring.</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 26 oktober 2017 te Hulsel, gemeente Reusel-De Mierden, als
bestuurder van een voertuig (bestelbus met paardentrailer) daarmee rijdende
op de weg, Molendijk, heeft gehandeld als volgt:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">een groep fietsers ingehaald en daarbij zijn bestelbus met paardentrailer naar rechts gestuurd op het moment dat hij met de paardentrailer nog niet de gehele groep was gepasseerd,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">door welke gedraging van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt en het verkeer op die weg werd gehinderd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De strafbaarheid van het feit.</emphasis>
      </para>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De strafbaarheid van verdachte.</emphasis>
      </para>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oplegging van straf en/of maatregel.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De eis van de officier van justitie.</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake het primair tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van tachtig uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van drie maanden</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging.</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij weinig financiële draagkracht heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank.</emphasis>
      </para>
      <para>Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn draagkracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is als bestuurder van een auto (bestelbus) met paardentrailer een inhaalmanoeuvre gestart teneinde een groep fietsers links te passeren. Verdachte heeft vervolgens zijn auto-trailer combinatie op enig moment weer naar de rechterzijde van de weg gebracht terwijl hij de groep fietsers nog niet volledig voorbij was gereden. Daarbij heeft hij de voorste fietser van de groep geraakt waardoor deze ten val is gekomen. De fietser is bij deze aanrijding gewond geraakt en met een ambulance naar het ziekenhuis vervoerd, waar sprake bleek van schaafwonden, kneuzingen, blauwe plekken en een hersenschudding. Uit de stukken  blijkt dat het slachtoffer gedurende enige tijd arbeidsongeschikt is geweest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank merkt op dat zij een lichtere straf zal opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank - anders dan de officier van justitie - verdachte zal vrijspreken van het - ernstigere en met een hoger strafmaximum bedreigde - primair tenlastegelegde misdrijf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de aard en ernst van de subsidiair tenlastegelegde overtreding waarbij het door verdachte veroorzaakte gevaar zich ook heeft verwezenlijkt, in die zin dat er een aanrijding heeft plaatsgevonden waardoor een persoon letsel heeft bekomen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere straf dan een werkstraf van na te melden duur.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een ontzegging van de rijbevoegdheid acht de rechtbank geen termen aanwezig. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Toepasselijke wetsartikelen.</emphasis>
      </para>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen:</para>
      <para>Wetboek van Strafrecht art. 9, 22c, 22d</para>
      <para>Wegenverkeerswet 1994 art. 5, 177.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De rechtbank:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">verklaart</emphasis> niet bewezen hetgeen verdachte onder het primaire is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">verklaart</emphasis> het subsidiair tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.
</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">verklaart</emphasis> niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Kwalificatie</emphasis>
      </para>
      <para>het bewezenverklaarde levert op de overtreding:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank verklaart verdachte hiervoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Straf</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank legt op de volgende straf:</para>
      <para>- een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">20 uren subsidiair 10 dagen hechtenis.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. T. Dompeling, voorzitter,</para>
      <para>mr. A.M. Kooijmans-de Kort en mr. F. Kooijman, leden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. G.J.B. van Weegen, griffier,</para>
      <para>en is uitgesproken op 3 augustus 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Dompeling is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_94e01378-7a15-41cb-a68d-e8321230ca63" label="1">
    <para>Voor zover niet anders vermeld, verwijzen de bij de bewijsmiddelen vermelde paginanummers telkens naar paginanummers uit het proces-verbaal met dossiernummers PL2100-2017221715 &amp; PL2100-2017222275, met bijlagen (p. 1 tot en met 73). Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens op zakelijke wijze weergegeven. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_99ad37cb-220c-4d7c-86ff-bb2885fea5b1" label="2">
    <para> Vgl. Hoge Raad 1 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO5822.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>