<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2018:1678</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-11T13:53:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C-01-314359 - HA ZA 16-710</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Eindhoven</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2018:1678">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2018:1678</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-09T11:36:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2018:1678 Rechtbank Oost-Brabant , 21-03-2018 / C-01-314359 - HA ZA 16-710</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2018:1678:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdeling en ontvlechting agrarische bedrijvengroep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2018:1678:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="35906790-fd8d-463c-a3da-b2dc1b84d420" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="0f32bf04-c3db-4ab6-835f-5be3e592c1df" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel Recht</para>
      <para>Zittingsplaats Eindhoven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak- en rolnummer: C/01/314359 / HA ZA 16-710</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 21 maart 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">      [eiser 1] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>      gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,</para>
    </parablock>
    <para>2.   <emphasis role="bold">[eiser 2]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>      wonende te [plaats] , gemeente [gemeente] (hierna: [eiser 2] ),</para>
      <para>      eisers in conventie, verweerders in reconventie (hierna: [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] ),</para>
      <para>      advocaat mr. G.R.A.G. Goorts te Deurne,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde 1] ,</title>
    <para>      wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] (hierna: [gedaagde 1] ),</para>
    <para>2.   <emphasis role="bold">[gedaagde 2]</emphasis> (hierna: [gedaagde 2] ) en</para>
    <para>3.   <emphasis role="bold">[gedaagde 3] </emphasis>(hierna: [gedaagde 3] ),</para>
    <parablock>
      <para>      beiden wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] , en</para>
      <para>      de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid:</para>
    </parablock>
    <para>4.   <emphasis role="bold">[gedaagde 4] B.V.</emphasis>,</para>
    <para>5.   <emphasis role="bold">[gedaagde 5] B.V.</emphasis>,</para>
    <para>6 .   <emphasis role="bold">[gedaagde 6] B.V.</emphasis>,</para>
    <para>7.   <emphasis role="bold">[gedaagde 7] B.V.</emphasis>,</para>
    <para>8.   <emphasis role="bold">[gedaagde 8] B.V.</emphasis>,</para>
    <para>9.   <emphasis role="bold">[gedaagde 9] B.V.</emphasis>,</para>
    <para>10. <emphasis role="bold">[gedaagde 10] B.V.</emphasis>,</para>
    <para>11. <emphasis role="bold">[gedaagde 11] B.V.</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>      allen gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] , en</para>
      <para>      de vennootschappen onder firma:     </para>
    </parablock>
    <para>12 . <emphasis role="bold">[gedaagde 12]</emphasis> en</para>
    <para>13  <emphasis role="bold">[gedaagde 13]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>      beiden gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] , en</para>
      <para>      de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid:</para>
    </parablock>
    <para>14. <emphasis role="bold">[gedaagde 14] B.V.</emphasis>,</para>
    <para>      gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] , en</para>
    <para>15. <emphasis role="bold">[gedaagde 15] B.V.</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>     gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,</para>
      <para>     gedaagden in conventie, eisers in reconventie (hierna: [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] ),</para>
      <para>     advocaat mr. R.A.C.J. van Kessel te Boxtel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Deze blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 13 september 2017;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een akte met nummer 3/2018 waaruit volgt dat op 28 februari 2018 door [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] een </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>  USB-stick met geluidsfragment ter griffie van deze rechtbank is gedeponeerd;</para>
      <para>- de conclusie van antwoord in reconventie tevens akte houdende vermeerdering van eis </para>
      <para>  in conventie;</para>
      <para>- het proces-verbaal van comparitie van 6 maart 2018.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil in conventie</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] vordert bij dagvaarding, kort gezegd, om bij vonnis, uitvoerbaar bij voor-raad:</para>
        <para>I.</para>
        <para>voor recht te verklaren dat de samenwerking binnen de [A] zodanig is ontwricht dat tot een splitsing/ontvlechting dient te worden gekomen;</para>
        <para>II.</para>
        <para>
          [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] te veroordelen tot nakoming van de (in de dagvaarding onder 6 .3, 6 .4 en 6 .5 ge-noemde) tussen vader [B] , [gedaagde 2] , [gedaagde 1] en [eiser 2] gemaakte afspraken met betrekking tot het bij een splitsing aan ieder toekomende aandeel in het totale vermogen en de aan ieder toe te delen roerende en onroerende zaken, zoals vastgelegd in de mail van [C] van 25 juni 2015 en de overeenkomsten van 7 november 2015 en </para>
        <para>30 december 2015;</para>
        <para>III.</para>
        <para>voor het geval de rechtbank van oordeel mocht zijn dat eerst nakoming kan worden gevorderd van deze afspraken na het volledig afronden van de herstructurering, een in goede justitie te bepalen termijn vast te stellen waarbinnen die herstructurering dient te zijn afgerond en partijen te veroordelen aan de herstructurering, die dient te resulteren in de situatie zoals weergegeven in het organogram onder 2.33 van de dagvaarding, medewerking te verlenen op verbeurte van een boete van € 500.000,00;</para>
        <para>IV.</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">primair:</emphasis>
        </para>
        <para>
          [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] te veroordelen om ter uitvoering van de overeenkomsten zoals vastgelegd in de mail van [C] van 25 juni 2015 en de overeenkomsten van 7 novem-ber 2015 en 30 december 2015 binnen maximaal 1 jaar na het vonnis medewerking te verlenen aan de levering aan [eiser 1] BV van de locaties [adres 1] en [adres 2] te [plaats] als goïng concern, dus inclusief machines, tractoren, werktuigen, voorraden, veestapel (zeugen en rundvee), productierechten, melkveefosfaatreferentie, fosfaatrechten, bijbehorend aanwezig personeel, aanwezig veldgewas, alsmede de tot de betreffende locaties behorende percelen, zijnde de percelen kadastraal bekend als gemeente [gemeente] , [kadastrale aanduiding 1] en [kadastrale aanduiding 2] en als gemeente [gemeente] en [plaats] , sectie [kadastrale aanduiding 4] , [kadastrale aanduiding 5] , [kadastrale aanduiding 6] , [kadastrale aanduiding 7] , [kadastrale aanduiding 8] en [kadastrale aanduiding 9] ,</para>
        <para>zulks op verbeurte van een boete van € 1.000.000,00 indien [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] in gebreke mocht blij-ven hieraan te voldoen;</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">subsidiair:</emphasis>
        </para>
        <para>
          [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] te veroordelen om ter uitvoering van de overeenkomsten zoals vastgelegd in de mail van [C] van 25 juni 2015 en de overeenkomsten van 7 novem-ber 2015 en 30 december 2015 binnen een tijdsbestek van 1 jaar nadat 3 jaar zijn verstreken na het afronden van de volledige herstructurering medewerking te verlenen aan de levering aan [eiser 1] BV van locaties [adres 1] en [adres 2] te [plaats] als goïng con-cern als hiervoor omschreven;</para>
        <para>V.</para>
        <para>te bepalen dat het vonnis in de plaats treedt van de voor de levering van de goederen vereiste notariële akte van levering;</para>
        <para>VI.</para>
        <para>
          [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] te verbieden de aan [eiser 1] BV te leveren roerende en onroerende goederen zoals genoemd onder IV aan anderen dan [eiser 1] BV in gebruik te geven of te vervreemden dan wel deze te bezwaren, zulks op verbeurte van een boete van </para>
        <para>€ 1.000.000,00;</para>
        <para>VII.</para>
        <para>een deskundigenbericht te gelasten met betrekking tot de waarde van de aan [eiser 1] BV te leveren roerende en onroerende goederen in verhouding tot de totale waarde van het concern;</para>
        <para>VIII.</para>
        <para>voor zover de waarde van de aan [eiser 1] BV te leveren roerende en onroerende goederen en productierechten zoals genoemd onder IV minder is dan 1/3 deel van de totale vermogenswaarde van de [A] , [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] te veroordelen dit verschil aan [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] te voldoen, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd,</para>
        <para>een en ander met hoofdelijke veroordeling van [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] , des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten met rente.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] vordert verder bij conclusie van antwoord in reconventie, tevens akte hou-dende vermeerdering van eis in conventie, kort gezegd:</para>
        <para>IX.</para>
        <para>voor recht te verklaren dat [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] door het bewerkstelligen van een pachtovereenkomst tussen [gedaagde 4] BV en [gedaagde 12] toerekenbaar tekort is geschoten dan wel onrechtmatig heeft gehandeld en aansprakelijk is voor de als gevolg hiervan door [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] dan wel de hele [A] geleden schade;</para>
        <para>X.</para>
        <para>
          [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] te veroordelen tot vergoeding van deze schade, op te maken bij staat;</para>
        <para>XI.</para>
        <para>voor recht te verklaren dat de aan de splitsing/ontvlechting verbonden kosten voor rekening komen van [gedaagde 4] BV;</para>
        <para>XII.</para>
        <para>
          [gedaagde 4] BV te veroordelen tot betaling van de aan de splitsing verbonden kosten, op te maken bij staat;</para>
        <para>XIII.</para>
        <para>de door [eiser 2] eerder verleende toestemming tot het verder uitvoeren van de herstructurering te vernietigen;</para>
        <para>XIV.</para>
        <para>voor recht te verklaren dat er met betrekking tot de koopprijs van de door [eiser 2] in februari 2014 aan [gedaagde 4] BV verkochte en in december 2015 bij akte van 21 december 2015 aan [gedaagde 4] BV geleverde percelen cultuurgrond sprake is van een geldlening;</para>
        <para>XV.</para>
        <para>
          [gedaagde 4] BV te gebieden over te gaan tot het vastleggen van de voorwaarden en bepalin-gen van de met [eiser 2] bestaande overeenkomst van geldlening;</para>
        <para>XVI.</para>
        <para>
          [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] te veroordelen om daar waar nodig medewerking te verlenen aan het leveren/ over-dragen van de met betrekking tot de locaties [adres 1] en [adres 2] bestaande vergunningen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hieraan is bij antwoord in reconventie tevens akte houdende vermeerdering van eis in conven-tie sub 7.15 toegevoegd dat [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] : <emphasis role="italic">“overigens bereid [is] afstand te doen van hun beroep op vernietiging van de verleende toestemming voor het verder afwikkelen van de herstructu-rering indien de door hen geleden schade als gevolg van het feit dat de vordering tot betaling van de koopprijs van de aan [gedaagde 4] verkochte en geleverde goederen werd omgezet in agio via de splitsing/ontvlechting aan hen wordt vergoed”. </emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] voert verweer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil in reconventie</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] vordert, kort gezegd, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:</para>
        <para>I.</para>
        <para>voor recht te verklaren dat de samenwerking binnen de [A] ten gevolge van het onrechtmatige handelen van [eiser 2] als bestuurder en/of in zijn hoedanigheid als privépersoon richting [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zodanig is ontwricht, dat het noodzakelijk is om tot een splitsing te komen, waarbij de door [eiser 2] veroorzaakte schade door hem dient te worden vergoed, zulks op te maken bij staat;</para>
        <para>II.</para>
        <para>een deskundigenbericht te gelasten, waarbij een door de rechtbank te benoemen accountant en taxateur een vermogensopstelling maakt van de waarde van de [A] en van de varkenshouderij, de nertsenhouderij, het rundveebedrijf en het akkerbouwbedrijf afzonderlijk en daarbij rekening houdende met de fiscale claims en vorderingen van derden;</para>
        <para>III.</para>
        <para>
          [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] te veroordelen tot het verlenen van medewerking aan de verdeling per 1 januari 2015 van de exploitatie, waarbij de vordering van de activa en passiva zal plaatsvinden op datum verdeling en waarbij aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] dan wel aan hun respectievelijke persoon-lijke holdings worden toegewezen:</para>
        <para>a.</para>
        <para>de nertsenhouderij en de daarbij behorende locaties aan de [adres 3] en [adres 4] te [plaats] als-mede de locatie aan de [adres 5] te [plaats] inclusief de roerende zaken zoals het daarbij behorende machine- en wagenpark, voorraden, levende have, productierechten, milieuvergunningen en personeel;</para>
        <para>b.</para>
        <para>het rundveebedrijf en de daarbij behorende locaties aan de [adres 6] en [adres 1] inclusief de daarbij aanwezige bedrijfswoning en de daarbij behorende roerende zaken zoals het daarbij behorende machine- en wagenpark, voorraden, levende have, productierechten, milieuvergunningen, melkveefosfaatreferentie en fosfaatrechten;</para>
        <para>c.</para>
        <para>het akkerbouwbedrijf inclusief de daarbij behorende percelen cultuurgrond, zoals genoemd in het taxatierapport overgelegd als productie 24, machine- en wagenpark, voorraden en het aanwezige veldgewas,</para>
        <para>waarbij, voor zover er sprake zou zijn van een overbedeling op basis van de overeengekomen 1/3-1/3-1/3 verdeling, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] het verschil aan [eiser 2] dienen te voldoen dan wel [eiser 2] het verschil aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] dient te voldoen;</para>
        <para>onder het “verlenen van medewerking” dient te worden verstaan het binnen 2 weken na het vonnis verstrekken van de schriftelijke opdracht aan de notaris tot het verlijden van de in het kader van de verdeling vereiste notariële akten, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat [eiser 2] en/of zijn persoonlijke holding hiermee in gebreke zijn met een maximum van € 1.000.000,00;</para>
        <para>IV.</para>
        <para>te bepalen dat het vonnis in de plaats treedt van de voor levering van de onroerende zaken vereiste akte van levering;</para>
        <para>V.</para>
        <para>te bepalen dat [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] medewerking verleent aan het ter beschikking stellen van de RVO codes om zo zicht te krijgen in de bedrijfvoering van het varkensbedrijf,</para>
        <para>een en ander met hoofdelijke veroordeling van [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] , des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten met rente.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] voert verweer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling </title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De rechtbank zal de geschillen in conventie en in reconventie hierna zo veel mogelijk gezamenlijk beoordelen, nu deze onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en hetzelfde feiten-complex betreffen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Splitsing en ontvlechting van de [A]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Zoals de rechtbank bij tussenvonnis van 13 september 2017 al heeft overwogen zijn partijen het erover eens dat een vruchtbare samenwerking niet langer mogelijk is en dat split-sing en ontvlechting van de [A] onontkoombaar is. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">De comparitie van 6 maart 2018</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De comparitie van 6 maart 2018 is benut voor het verkrijgen van inlichtingen en was, zoals ook is aangegeven in voormeld tussenvonnis, met name bedoeld als regiezitting ter verdere instructie van de zaak. Tijdens deze comparitie (i) hebben partijen en hun raadslieden procedure-afspraken gemaakt en (ii) hebben partijen voor de periode tot de splitsing en ont-vlechting afspraken met elkaar gemaakt. Deze afspraken zijn vastgelegd in het proces-verbaal van deze comparitie.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">De eisvermeerdering</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] heeft de eis in conventie bij akte vermeerderd. [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] was hiertoe ingevolge artikel 130 Rv bevoegd, nu in conventie nog geen eindvonnis is gewezen. [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] was ingevolge voormeld artikel bevoegd hiertegen bezwaar te maken op grond dat de eisvermeerdering in strijd is met de eisen van een goede procesorde. [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] heeft van deze bevoegdheid geen gebruik gemaakt. De rechtbank ziet geen aanleiding deze eisvermeerdering wegens strijd met de eisen van een goede procesorde buiten beschouwing te laten. De rechtbank zal derhalve hierna uitgaan van de eis in conventie als hiervoor onder 2.1 en 2.2 weergegeven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>
        [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] heeft zich ter comparitie van 6 maart 2018 het recht voorbehouden om schriftelijk te reageren op de bij akte door [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] nieuw ingestelde vorderingen in conven-tie. [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] heeft daarbij terecht opgemerkt dat de comparitie van 6 maart 2018 zich niet leende voor een voldoende inhoudelijke reactie van [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] daarop. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Het deskundigenbericht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Partijen en hun raadslieden hebben ter comparitie de volgende procedure-afspraken gemaakt:</para>
      <para />
      <para>1. <emphasis role="italic">Partijen zijn het erover eens dat van de [A] door een onafhankelijk door de rechtbank te benoemen deskundige een vermogensopstelling wordt gemaakt ge-baseerd op de jaarrekeningen 2014, 2015, 2016 en 2017. </emphasis></para>
      <para />
      <para>2. <emphasis role="italic">Voor de jaarrekening 2014 wordt gebruikt de jaarrekening zoals deze is opgesteld </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in januari 2016. </emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>3. <emphasis role="italic">De jaarrekeningen 2015, 2016 en 2017 worden opgesteld door de accountant van [gedaagde 4] BV, [D] , nadat [eiser 1] respectievelijk [eiser 2] de ontbrekende en door de accountant benodigde gegevens aan deze accountant heeft verstrekt. Mr. Van Kessel zal binnen vijf werkdagen na heden aan mr. Coppens een brief sturen met opgave welke gegevens de accountant nodig heeft. [eiser 2] verklaart toestemming te geven aan de accountant contact te zoeken met accountant [C] , de eerdere accountant van de [A] .</emphasis></para>
      <para />
      <para>4. <emphasis role="italic">De deskundige zal tevens worden gevraagd op basis van de vermogensopstelling een vermogenswaardering op te stellen van:</emphasis></para>
      <parablock>
        <para>a. <emphasis role="italic">de [A] als geheel;</emphasis></para>
        <para>b. <emphasis role="italic">daarbinnen te onderscheiden bedrijven en/of anderszins bedrijfsmatig logisch samenhangende entiteiten.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <para>5. <emphasis role="italic">De deskundige zal daarbij tevens worden voorgelegd rekening te houden met de navolgende factoren:</emphasis></para>
      <parablock>
        <para>a. <emphasis role="italic">de privé-onttrekkingen vanaf 1-1-2015;</emphasis></para>
        <para>b. <emphasis role="italic">de geldstromen vanuit de [A] naar rekeningen van [gedaagde 3] , [B] en mw. [E] en vice versa. </emphasis></para>
        <para>c. <emphasis role="italic">de fiscale gevolgen van splitsing en ontvlechting.</emphasis></para>
        <para>d. <emphasis role="italic">de ontwikkelingsmogelijkheden van de varkenshouderij en de rundveehouderij.</emphasis></para>
        <para>e. <emphasis role="italic">de ontwikkelingsmogelijkheden en omschakelingsmogelijkheden van de nertsen-houderij.</emphasis></para>
        <para>f. <emphasis role="italic">het aandeel van [gedaagde 3] in de [gedaagde 12] . </emphasis></para>
        <para>g. <emphasis role="italic">de vordering van [gedaagde 3] op de [gedaagde 12] uit hoofde van geld-lening.</emphasis></para>
        <para>h. <emphasis role="italic">het aandeel in de stille reserves van [gedaagde 3] bij uittreding uit de [gedaagde 12] .</emphasis></para>
        <para>i. <emphasis role="italic">de vorderingen van [B] uit hoofde van geldlening en lijfrente.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <para>6 . <emphasis role="italic">Partijen zijn het erover eens dat als peildatum voor de vermogensopstelling en de waardering moet worden uitgegaan, rekening houdend met de fiscale bedrijfsop-volgingsregeling, van 15 oktober 2018.</emphasis></para>
      <para />
      <para>7. <emphasis role="italic">De deskundige zal worden verzocht als waarderingsmaatstaf uit te gaan van de discounted cashflow methode.</emphasis></para>
      <para />
      <para>8. <emphasis role="italic">Partijen verzoeken de rechtbank een deskundige te benoemen met ervaring als agrarisch accountant en voor de waarderingsproblematiek van het onroerend goed een agrarisch taxateur. </emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De rechtbank zal nu het hiervoor bedoelde deskundigenbericht bevelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van het tussen partijen gevoerde debat omtrent het aantal te benoemen deskundigen, de persoon van de deskundigen en de aan de deskundigen voor te leggen vragen. Mede gelet op dat debat zal de rechtbank na deze beslissing twee door de rechtbank zelf gekozen deskundigen benaderen: een deskundige met ervaring als agrarisch accountant en voor de waarderingsproblematiek van het (on)roerend goed een agrarisch taxateur. Aan deze deskundigen zullen de in de beslissing vermelde vragen worden voorgelegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>De rechtbank ziet in de omstandigheden van het geval aanleiding om het voorschot op de kosten van de deskundigen gelijkelijk over partijen te verdelen, zoals ook al aan partijen is meegedeeld tijdens de comparitie. Partijen zullen daarom ieder de helft van dit voorschot moeten betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>De rechtbank ziet geen aanleiding om tussentijds hoger beroep van deze tussen-beslissing toe te staan. Zij zal de beslissing over het voorschot ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>De rechtbank merkt nog op, wellicht ten overvloede, dat de deskundige(n) eerst aan de slag kunnen gaan als de accountant [D] de werkzaamheden aan de jaarrekeningen 2015, 2016 en 2017 heeft afgerond. Het verrichten van deze werkzaamheden hoeft niet te wachten totdat de rechtbank de deskundige(n) zal hebben benoemd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>De rechtbank zal iedere verdere beoordeling en beslissing aanhouden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie en in reconventie:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>beveelt een onderzoek door deskundigen en verzoekt deze:</para>
        <para>1.</para>
        <para>een <emphasis role="bold">vermogensopstelling</emphasis> op te maken van de [A] per 15 oktober 2018 gebaseerd op de jaarrekeningen 2014 (waarvoor wordt gebruikt de jaarrekening zoals deze is opgesteld in januari 2016), 2015 (opgesteld door de accountant van [gedaagde 4] , [D] ), 2016 (opgesteld door [D] ) en 2017 (eveneens opgesteld door [D] );</para>
        <para>2.</para>
        <para>en op basis van deze vermogensopstelling een <emphasis role="bold">vermogenswaardering</emphasis> op te stellen per 15 oktober 2018 van:</para>
        <para>-  de [A] als geheel;</para>
        <para>- daarbinnen te onderscheiden bedrijven en/of anderszins bedrijfsmatig logisch </para>
        <para>   samenhangende entiteiten,</para>
        <para>een en ander uitgaande van de discounted cashflow methode;</para>
        <para>3. </para>
        <para>een en ander <emphasis role="bold">rekening houdend met de navolgende factoren</emphasis>:</para>
        <para>a. de privé-onttrekkingen vanaf 1-1-2015;</para>
        <para>b. de geldstromen vanuit de [A] naar rekeningen van [gedaagde 3] , [B] en mw. [E] en vice versa;</para>
        <para>c. de fiscale gevolgen van splitsing en ontvlechting;</para>
        <para>d. de ontwikkelingsmogelijkheden van de varkenshouderij en de rundveehouderij;</para>
        <para>e. de ontwikkelingsmogelijkheden en omschakelingsmogelijkheden van de nertsen-houderij;</para>
        <para>f. het aandeel van [gedaagde 3] in de [gedaagde 12] ;</para>
        <para>g. de vordering van [gedaagde 3] op de [gedaagde 12] uit hoofde van geld-lening;</para>
        <para>h. het aandeel in de stille reserves van [gedaagde 3] bij uittreding uit de [gedaagde 12] ;</para>
        <para>i. de vorderingen van [B] uit hoofde van geldlening en lijfrente;</para>
        <para>4.</para>
        <para>de vraag te beantwoorden of er nog andere punten zijn die de deskundige(n) naar vo-ren willen brengen waarvan de rechter volgens de deskundige(n) kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van <emphasis role="bold">18 april 2018</emphasis> voor de benoeming van de deskundigen en de overige in verband met het deskundigenbericht nog te nemen beslis-singen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beoordeling en beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.E.M. Effting-Zeguers en in het openbaar uitgesproken </para>
        <para>op 21 maart 2018.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>