<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2018:1054</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-21T12:00:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">6467629</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2018:1054">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2018:1054</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-14T10:55:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2018:1054 Rechtbank Oost-Brabant , 15-03-2018 / 6467629</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2018:1054:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Persoon gedaagde – koopovereenkomst auto – hoogte prijs – ontbinding – ongedaanmaking – auto ingeleverd – geluidsopname – koopprijs plus schadevergoeding toegewezen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2018:1054:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="7c330396-2d57-416d-aad9-ffb89553b9ec" depth="16" width="550" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel Recht</para>
      <para>Zittingsplaats 's-Hertogenbosch</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 6467629 \ CV EXPL  17-8365 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 15 maart 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>gemachtigde: mr. D. Stikkelbroeck,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>zaakdoende te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,  </para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna “ [eiser] ” en “ [gedaagde] ” genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende: </para>
      <para>a. 	de inleidende dagvaarding van 7 november 2017 met producties;</para>
      <para>b.	de aantekeningen van het mondelinge antwoord van 16 november 2017;</para>
      <para>c.	het tussenvonnis van 30 november 2017 waarbij een mondelinge behandeling, comparitie van partijen, is bepaald;</para>
      <para>d. 	de brief van 15 februari 2018 van de zijde van [eiser] met een productie (usb-stick);</para>
      <para>e. 	de mondelinge behandeling die op 26 februari 2018 heeft plaatsgevonden en waarbij beide partijen zijn verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Tot slot is vonnis bepaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering en het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert betaling van € 3.038,21, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 1.950,00 vanaf 9 september 2017, althans vanaf 2 oktober 2017, en veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure, tevens te vermeerderen met rente, indien deze kosten niet binnen 14 dagen na betekening van het vonnis zijn voldaan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [eiser] legt daaraan, kort samengevat, het volgende ten grondslag. [eiser] heeft de auto als consument bij [gedaagde] aangeschaft voor een bedrag van € 6.950,00. Daags na de koop constateerde [eiser] meerdere gebreken aan de auto. De auto had niet de eigenschappen die [eiser] hiervan mocht verwachten en was dus non-conform. [eiser] heeft de overeenkomst daarom ontbonden. [eiser] heeft de auto inclusief papieren op 9 september 2017 ingeleverd bij [gedaagde] . [gedaagde] was voorts gehouden om de volledige koopprijs aan [eiser] terug te betalen, maar hij heeft dat niet gedaan. [gedaagde] heeft slechts € 5.000,00 voldaan. [gedaagde] heeft de auto in Duitsland afgemeld en opnieuw te koop aangeboden. [eiser] maakt aanspraak op het restant van de koopprijs, vermeerderd met een schadevergoeding, rente en kosten.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert, zakelijk weergegeven, het volgende verweer. De auto is aan [eiser] verkocht voor € 4.500,00 exclusief belasting van personenauto’s en motorrijwielen (hierna genoemd “bpm”). Het bedrag van € 6.950,00 was de prijs voor verkoop in Nederland. Bij verkoop in het buitenland kan de bpm worden teruggevraagd. [gedaagde] heeft aangeboden om de auto terug te nemen en de aankoopprijs terug te betalen. Onder dreiging heeft [gedaagde] zelfs aangeboden om € 5.000,00 te betalen, maar de auto is niet door [eiser] teruggebracht. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gedaagde partij</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Vast staat dat de auto aan [eiser] is verkocht en geleverd. Eerst aan de orde is de vraag of ervan uitgegaan kan worden dat [eiser] (uitsluitend) met [gedaagde] zaken heeft gedaan. In de gedingstukken komen, naast de naam van [gedaagde] , namelijk ook de namen “ [naam 1] ” en “ [naam 2] ” voor, terwijl [gedaagde] heeft aangevoerd dat hij geen medewerker met die naam in dienst heeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij met niemand anders zaken heeft gedaan dan met de persoon die bij de mondelinge behandeling als gedaagde partij is verschenen. Uit een (nagezonden) kopie van diens paspoort blijkt dat dit [gedaagde] is. [eiser] stelt dat [gedaagde] zich eerst (telefonisch) heeft uitgegeven voor “ [naam 1] ” en zich bij het eerste bezoek van [eiser] aan [gedaagde] op 26 augustus 2017 heeft voorgesteld als “ [naam 2] ”. [eiser] heeft altijd contact met [gedaagde] onderhouden via telefoonnummer <?linebreak?>[telefoonnummer] . [eiser] heeft [gedaagde] aangesproken met “ [naam 2] ”. [gedaagde] heeft hierop telkens, zonder enig protest, gereageerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat voormeld telefoonnummer van hem is. [gedaagde] heeft evenwel betwist dat hij zich op enig moment voor “ [naam 1] ” dan wel “ [naam 2] ” heeft uitgegeven. [gedaagde] heeft echter niet kunnen verklaren dat [eiser] hem heeft aangesproken met “ [naam 2] ”, noch heeft hij kunnen aantonen dat hij hiertegen heeft geprotesteerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Gelet op de gedingstukken en de verklaringen van partijen gaat de kantonrechter ervan uit dat [eiser] de overeenkomst heeft gesloten met [gedaagde] . Uit diens verweer volgt immers ook dat hij de auto aan [eiser] heeft verkocht en geleverd. Waar in de gedingstukken “ [naam 1] ” dan wel “ [naam 2] ” staat, houdt de kantonrechter het ervoor dat “ [gedaagde] ” moet worden gelezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Koopprijs</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Voorts is in geschil voor welke prijs de auto door [gedaagde] aan [eiser] is verkocht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] heeft gesteld dat hij de auto heeft gekocht voor een bedrag van € 6.950,00 en onderbouwt dit als volgt. </para>
        <para>De auto is door [gedaagde] via Autoscout24 aangeboden voor een bedrag van € 6.950,00. [eiser] heeft bij zijn eerste bezoek aan [gedaagde] op 26 augustus 2017 een bedrag van € 500,00 aanbetaald. Hiervan is een kwitantie afgegeven door [gedaagde] . Op 30 augustus 2017 heeft [eiser] de auto opgehaald bij [gedaagde] en het restant van € 6.450,00 voldaan. Daarnaast heeft [eiser] contant een bedrag van € 300,00 voor de exportverzekering en een volle tank benzine betaald. Dit blijkt ook uit de bankgegevens van [eiser] . Bij het inleveren van de auto op 9 september 2017 heeft [eiser] (onder meer) genoteerd dat hij de auto op 30 augustus 2017 heeft gekocht voor € 6.950,00, hetgeen door [gedaagde] is ondertekend. [eiser] heeft voorts van het gesprek tussen partijen op 9 september 2017 met zijn telefoon een geluidsopname gemaakt. Onderdeel van het gesprek is de opmerking van [eiser] , dat hij € 6.950,00 heeft betaald, waarop [gedaagde] antwoordt “<emphasis role="italic">ja, ik weet</emphasis>”. Nadat [eiser] de auto heeft teruggebracht, is deze opnieuw door [gedaagde] , ditmaal in een advertentie via Autodealers.nl, aangeboden voor een bedrag van € 6.950,00. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Volgens [gedaagde] heeft hij de auto aan [eiser] verkocht voor een bedrag van € 4.500,00 ex bpm. [gedaagde] voert hiertoe enkel aan dat op de factuur van 30 augustus 2017 als prijs <?linebreak?>€ 4.500,00 ex bpm is genoteerd. [gedaagde] betwist aanvankelijk dat de kwitantie van de aanbetaling van 26 augustus 2017 van hem is, maar hij erkent tijdens de mondelinge behandeling dat het om zijn handschrift en zijn handtekening gaat. Hetzelfde geldt voor de geschreven tekst onderaan de factuur “<emphasis role="italic">auto is geleverd 3 garantie maanden, auto heeft keine mangel</emphasis>”; [gedaagde] heeft aanvankelijk betwist dat hij dit heeft geschreven, maar erkent tijdens de mondelinge behandeling dat zowel het handschrift als de handtekening van hem is. [gedaagde] volhardt evenwel in zijn betwisting dat hij het stuk van 9 september 2017 heeft ondertekend. [gedaagde] betwist ook dat hij degene is die (naast [eiser] en diens partner) op de geluidsopname te horen is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter stelt vast dat de handtekeningen van [gedaagde] op de kwitantie van <?linebreak?>26 augustus 2017 en op de factuur van 30 augustus 2017 dusdanig gelijkenis vertonen met de handtekening van 9 september 2017, dat ervan uitgegaan dient te worden dat ook de handtekening van 9 september 2017 door [gedaagde] is gezet. De kantonrechter neemt hierbij mede in aanmerking dat [gedaagde] tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd over de juistheid van de kwitantie en de handgeschreven tekst op de factuur; aanvankelijk heeft hij betwist dat deze van hem afkomstig waren, maar tijdens de mondelinge behandeling heeft hij dit alsnog, zonder nadere verklaring en zonder enig voorbehoud, erkend. </para>
        <para>Voorts stelt de kantonrechter vast dat de stem die op de geluidsopname te horen is, dusdanig gelijkenis vertoont met de stem van [gedaagde] , dat ervan uitgegaan kan worden dat [eiser] het betreffende gesprek van 9 september 2017 met [gedaagde] heeft gevoerd. De enkele betwisting van [gedaagde] overtuigt de kantonrechter niet. </para>
        <para>De kantonrechter stelt ook vast dat op de geluidsopname te horen is dat, en hoe het schrijven van 9 september 2017 tot stand is gekomen; van de vermelde gegevens tot aan de drie onderstrepingen. Verder is niet alleen te horen dat [gedaagde] op de stelling van [eiser] “<emphasis role="italic">wir haben dir € 6.950,00 gegeben</emphasis>” reageert met “<emphasis role="italic">ja, ik weet</emphasis>”, maar ook dat hij aangeeft dat [eiser] “<emphasis role="italic">geen verlies hoeft te maken</emphasis>” (door bij het terugbrengen van de auto minder dan het bedrag van € 6.950,00 te accepteren) en “<emphasis role="italic">je kan toch niet auto verkopen € 6.950,00 en € 6.950,00 terugkopen</emphasis>”.  </para>
        <para>Verder neemt de kantonrechter nog het volgende in aanmerking. </para>
        <para>
          [gedaagde] heeft niet, althans onvoldoende kunnen verklaren dat, en zo ja, in hoeverre de bpm relevant is geweest in het kader van de tussen partijen overeengekomen koopprijs. </para>
        <para>Hoewel op de advertentie van Autodealers.nl geen datum is vermeld, dient ervan uitgegaan te worden dat deze advertentie dateert van na de ontbinding van de koop door [eiser] . Op de foto’s is immers te zien dat de auto geen kentekenplaten heeft, is achter kenteken vermeld “<emphasis role="italic">EXPORT</emphasis>”, is onder opmerkingen vermeld “<emphasis role="italic">export prijs</emphasis>” en is onder opties vermeld “<emphasis role="italic">ex bpm</emphasis>”. Dit alles strookt met de lezing van [eiser] , (mede) inhoudende dat de auto (zowel aan hem als opnieuw) is aangeboden voor een bedrag van € 6.950,00. De stelling van [gedaagde] dat het bedrag van € 6.950,00 een prijs voor verkoop in Nederland betreft, acht de kantonrechter volstrekt ongeloofwaardig, temeer nu [gedaagde] niet heeft kunnen verklaren dat en in hoeverre de bpm een rol speelde en in de nieuwe advertentie juist is vermeld dat het om een exportprijs gaat. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande dient te worden geconcludeerd dat de auto op 30 augustus 2017 door [gedaagde] aan [eiser] is verkocht voor een bedrag van € 6.950,00. Het bedrag van <?linebreak?>€ 6.950,00 heeft dan ook als uitgangspunt te gelden in deze procedure. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Auto ingeleverd</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>In geschil is voorts of de auto al dan niet is ingeleverd. [eiser] heeft namelijk gesteld dat hij de auto op zaterdag 9 september 2017 bij [gedaagde] heeft achtergelaten, maar [gedaagde] betwist dat de auto is teruggebracht door [eiser] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] heeft zijn standpunt onderbouwd met het schrijven van 9 september 2017, maar [gedaagde] betwist dat dit schrijven door hem is ondertekend. Zoals reeds overwogen dient er echter van uitgegaan te worden dat het schrijven van 9 september 2017 door [gedaagde] is ondertekend, nu de handtekening dusdanig gelijkenis vertoont met de door [gedaagde] erkende handtekeningen op de kwitantie van 26 augustus 2017 en op de factuur van 30 augustus 2017. </para>
        <para>
          [eiser] heeft ter nadere onderbouwing van zijn standpunt voorafgaand aan de mondelinge behandeling een geluidsopname in het geding gebracht. Hoewel [gedaagde] hiervan zegt dat hij niet degene is die het gesprek met [eiser] voert, heeft de kantonrechter reeds vastgesteld dat ervan uitgegaan dient te worden dat dit wel het geval is, nu er een dusdanige gelijkenis bestaat tussen de stem op de geluidsopname en de stem van [gedaagde] . </para>
        <para>De kantonrechter heeft partijen bij het beluisteren van de geluidsopname, voor zover relevant, het volgende horen zeggen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] : “ich kan ook abmelden”</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] : “je kan die papieren geben, </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">ich kan zelf abmelden</emphasis>
          <emphasis role="italic">, ik koop toch die auto, ik betaal toch, dat is </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">dan toch mijn auto</emphasis>
          <emphasis role="italic">”</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] : “kost € 7,- zoveel, ik kan afmelden in Duitsland, </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">in Kleve</emphasis>
          <emphasis role="italic">”</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [eiser] : “</emphasis>
          <emphasis role="underline italic">ich lasse die Kennzeichen und das Auto da, und die Papiere</emphasis>
          <emphasis role="italic">, du gibst mir das Geld mit, dann kannst du Montag abmelden”</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [eiser] : “du hast die Papiere jetzt, wenn du die Kenzeichen bekommst, und ich das Geld bekomme, dann bekommst du Brief”</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] : “oké is goed, kom maar”</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>Op de geluidsopname is vervolgens (onder meer) te horen hoe er door partijen (per honderdtal) een bedrag van € 5.000,00 wordt geteld. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] : “Montag ga ik afmelden” </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>Vervolgens kan uit de geluidsopname worden opgemaakt dat [eiser] een aantal gegevens noteert. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [eiser] (mompelt): “zurück am 9 september 2017 € 5.000,-”</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [eiser] : “du kannst eine Kopie haben”</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [eiser] (mompelt): “gekauft, (…), das war 30 augustus 2017”</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [eiser] : “hast du die Fahrzeugnummer?”</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [eiser] (mompelt): “in grau, Farbe”</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [eiser] : “machst du Stempel?”</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] : “nee, doe ik niet”</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] : “</emphasis>
          <emphasis role="underline italic">Montag ga ik afmelden, ik stuur bonnetje Whatsapp</emphasis>
          <emphasis role="italic">, dat ik afgemeld heb”</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [eiser] : “Name schreiben, dass man lesen kann”</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] : “ [naam 2] ”</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande dient te worden geconcludeerd dat de auto op zaterdag <?linebreak?>9 september 2017 door [eiser] is teruggebracht bij [gedaagde] en dat [gedaagde] de auto op zijn beurt heeft geaccepteerd. De enkele betwisting van [gedaagde] is beslist onvoldoende. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.13.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit de geluidsopname blijkt bovendien nog dat de auto op maandag 11 september 2017 door [gedaagde] in Duitsland is afgemeld. De kantonrechter acht het volstrekt ongeloofwaardig dat [eiser] de auto voorafgaand aan zijn bezoek aan [gedaagde] op 9 september 2017 reeds had afgemeld, zoals [gedaagde] ter zitting heeft aangevoerd. De auto is immers blijkens het bonnetje eerst afgemeld op (maandag) 11 september 2017. Bovendien is de auto afgemeld in Kleve, kostte dit € 7,70 en is het bonnetje per Whatsapp door [gedaagde] aan [eiser] verstuurd, oftewel geheel zoals [gedaagde] in het gesprek op 9 september 2017 heeft aangegeven de afmelding van de auto te zullen verzorgen. </para>
        <para>Nu dient te worden aangenomen dat het gesprek met [gedaagde] werd gevoerd, is tot slot (voor zover nog relevant) aannemelijk geworden dat hij zich tegenover [eiser] heeft uitgegeven voor [naam 2] , nu [gedaagde] deze naam noemt nadat [eiser] hem vraagt duidelijk zijn naam te noteren op het schrijven van 9 september 2017. </para>
        <para>Dit alles geeft naar het oordeel van de kantonrechter reden te meer om te twijfelen aan de juistheid van de verklaringen van [gedaagde] . </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Slotsom</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.14.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter komt tot de conclusie dat [eiser] voldoende heeft gesteld. [gedaagde] heeft zijn verweer onvoldoende gemotiveerd, zodat dit wordt verworpen. </para>
        <para>Vast komen te staan is dat de auto door [eiser] aan [gedaagde] is (terug)geleverd, [gedaagde] weer eigenaar is geworden van de auto en dat de koopovereenkomst tussen partijen is ontbonden. [gedaagde] is zodoende gehouden om de door hem ontvangen prestatie ongedaan te maken, oftewel de volledige koopprijs aan [eiser] terug te betalen. Door [gedaagde] is reeds een bedrag van € 5.000,00 aan [eiser] voldaan, hetgeen ook volgt uit de geluidsopname. [eiser] maakt terecht aanspraak op het restant van € 1.950,00 van de koopprijs. Dit bedrag is dus toewijsbaar. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.15.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft niet, althans onvoldoende gemotiveerd betwist dat [eiser] de door hem gestelde kosten heeft gemaakt, te weten € 300,00 voor de exportverzekering, € 48,00 voor het aanmelden van de auto in Duitsland, € 310,00 voor motorrijtuigenbelasting en € 40,37 voor de autoverzekering, zodat deze kosten op grond van artikel 6:277 BW eveneens toewijsbaar zijn. Hetzelfde geldt voor de gevorderde rente vanaf 9 september 2017.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.16.</nr>
      <para>
        [eiser] maakt aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten. [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat er door hem en zijn gemachtigde buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag van € 389,84 komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en wordt dus toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.17.</nr>
      <para>
        [gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.18.</nr>
      <para>De overige stellingen van partijen behoeven verder geen bespreking, nu deze niet tot een ander oordeel kunnen leiden. De kantonrechter ziet evenmin aanleiding om partijen toe te laten tot nadere bewijslevering. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen het bedrag van € 3.038,21, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.950,00 vanaf 9 september 2017 tot aan de dag van voldoening; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, aan de zijde van [eiser] tot heden begroot op € 89,21 aan explootkosten, € 223,00 aan griffierecht en € 350,00 als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast), en – indien deze kosten niet binnen <?linebreak?>14 dagen na betekening van het vonnis zijn betaald – te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over deze kosten vanaf de 15e dag na betekening van dit vonnis tot aan de dag van voldoening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.H. Kobussen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2018.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>