<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2017:7011</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-01T11:48:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-06-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/01/315602 EX RK 16-214 (C/01/315706 EX RK 16-218)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2017:7011">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2017:7011</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-01T11:29:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2017:7011 Rechtbank Oost-Brabant , 19-06-2017 / C/01/315602 EX RK 16-214 (C/01/315706 EX RK 16-218)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2017:7011:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>herstel op ECLI:NL:RBOBR:2017:7010</para>
        <para>reikwijdte verplichting ex artikel 35 lid 1 en 2 Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), uitleg begrip persoonsgegevens, reikwijdte inzagerecht</para>
        <para>begrip “persoonsgegevens” moet restrictief worden uitgelegd. Het begrip ziet alleen op die gegevens, die over de betreffende persoon gaan en niet ook op doelgegevens (gegevens met als doel een persoon te beoordelen) en/of resultaatsinformatie (gegevens die gevolgen kunnen hebben voor een bepaalde persoon). Het inzagerecht heeft beperkte reikwijdte. Het verstrekken van fotokopieën van alle stukken die persoonsgegevens van verzoeker bevatten kan niet worden afgedwongen. Dit geldt ook voor het overleggen van afdrukken van alle elektronisch vastgelegde documenten en gegevens die op verzoeker betrekking hebben. </para>
        <para>De bank heeft in casu haar verplichting ex artikel 35 Wbp niet geschonden.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2017:7011:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f25ae03f-d43a-4b65-867d-a9868aeab7b6" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="70211e22-b771-4a22-a1ac-07c9e9f24d0e" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>herstelbeschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Zittingsplaats 's-Hertogenbosch</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/01/315706 EX RK 16-218 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Herstelbeschikking van 19 juni 2017  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap <emphasis role="bold">[verweerster] , </emphasis>gevestigd te Eindhoven,</para>
      <para>verweerster,</para>
      <para>gemachtigden: mr. A.J. Hasjes en mr. B.W. Wijnstekers te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden “ [verzoeker] ” en “ [verweerster] ” genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verzoek tot rectificatie</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Namens [verweerster] is de rechtbank verzocht om aanvulling van de op </para>
        <para>21 maart 2017 in deze zaak gegeven beschikking, omdat van de zijde van [verweerster] is gevraagd om een kostenveroordeling uit te spreken en in de beschikking is verzuimd om op dat punt een beslissing te nemen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Conform het bepaalde in artikel 32 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) heeft de rechtbank [verzoeker] bij brief van 25 april 2017 van het verzoek tot aanvulling van [verweerster] op de hoogte gesteld, waarbij hij in de gelegenheid is gesteld zich daarover uit te laten. [verzoeker] heeft van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt.   </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat in de beschikking van 21 maart 2017 is verzuimd over het onderdeel kostenveroordeling te beslissen. De rechtbank ziet in het verzoek namens [verweerster] daarom aanleiding om op grond van het bepaalde in artikel 32 Rv in de beschikking van 21 maart 2017 een aanvulling aan te brengen.	</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>bepaalt dat onder 4.7 van de op 21 maart 2017 gegeven beschikking, waar staat:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Op grond van het voorafgaande is de rechtbank van oordeel dat het verzoek van [verzoeker] dient te worden afgewezen.”  </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>wordt aangevuld, zodat 4.7 komt te luiden als volgt: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">“Op grond van het voorafgaande is de rechtbank van oordeel dat het verzoek van [verzoeker] dient te worden afgewezen en [verzoeker] , conform het verzoek van [verweerster] , dient te worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.” </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>bepaalt dat onder 5. van de op 21 maart 2017 gegeven beschikking, waar staat:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“De rechtbank:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">-	wijst af het verzoek op grond van artikel 46, eerste lid, Wbp van [verzoeker] .“</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>wordt aangevuld, zodat 5. komt te luiden als volgt: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">“De rechtbank:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold italic">-	wijst af het verzoek op grond van artikel 46, eerste lid, Wbp van [verzoeker] ;</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold italic">-	veroordeelt [verzoeker] in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [verweerster] begroot op € 904,00, aan salaris advocaat en verschotten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de gegeven beschikking tot de dag der algehele vergoeding.”     </emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>bepaalt dat deze verbeteringen onder de vermelding van de datum 19 juni 2017 worden vermeld op de minuut van de beschikking van 21 maart 2017.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. B.C.W. Geurtsen-van Eeden en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2017.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>