<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2017:4876</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-09-15T13:17:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-09-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">17/2130</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2017:4876">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2017:4876</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-09-15T12:59:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2017:4876 Rechtbank Oost-Brabant , 15-09-2017 / 17/2130</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2017:4876:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Woningsluiting. Artikel 13b Opiumwet. Kamerverhuur? Burgemeester mocht uitgaan van de hoeveelheid drugs aangetroffen in de gehele woning.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2017:4876:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers:	SHE 17/2130</para>
      <para>		SHE 17/2131 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 september 2017 in de zaken tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker 1] , [verzoeker 1] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">A. [verzoeker 2]</emphasis>, [verzoeker 2] ,</para>
      <para>hierna worden [verzoeker 1] en [verzoeker 2] samen verzoekers genoemd</para>
      <para>(gemachtigde: mr. E. Sahin),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de burgemeester van de gemeente Eindhoven, de burgemeester</bridgehead>
    <para>(gemachtigden: mr. drs. R.H. Hermans en mr. J.N.H. Kepers).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluiten van 29 juni 2017 (de bestreden besluiten) heeft de burgemeester besloten de woning aan de [adres] in [plaats] (de woning) op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor negen maanden te sluiten, ingaande op de dag dat op de woning een openbare bekendmaking wordt aangebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter van deze rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die zou moeten inhouden dat (primair) de bestreden besluiten worden geschorst, (subsidiair) de burgemeester hen een vergelijkbare woonruimte ter beschikking stelt en (meer subsidiair) een andere door de voorzieningenrechter nodig geachte voorziening wordt getroffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft verweerschriften ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 7 september 2017. Verzoekers en de burgemeester hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">De feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>De woning aan de [adres] in [plaats] is eigendom van [eigenaar] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De vereniging [huurder] huurt de woning van [eigenaar] en is daar ook gevestigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>
        [verzoeker 1] huurt via [huurder] een kamer (ruimte 1) op de eerste verdieping in de woning.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>
        [verzoeker 2] stelt ruimte 5 op de eerste verdieping van de woning te huren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Volgens de Huisvestingsverordening van de gemeente Eindhoven is voor het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte (kamerverhuur) een omzettingsvergunning vereist. Een dergelijke vergunning is voor de woning niet verleend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>In een op 1 juni 2017 op ambtseed opgemaakte bestuurlijke rapportage van de politie staat het volgende vermeld:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“(…) <emphasis role="italic">Op dinsdag 23 mei 2017 is de politie een opsporingsonderzoek gestart in het pand [adres] te [plaats] . (…) Uit de ten behoeve van dit onderzoek op ambtseed c.q.-belofte opgemaakte processen-verbaal blijkt het volgende: (…) </emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verdachte [verzoeker 1]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geboren op [geboortedag] 1969 te [geboorteplaats]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Werd aangetroffen op de begane grond in ruimte 5</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Bewoner pand. Uit onderzoek bleek dat [verzoeker 1] op de eerste verdieping kamer 1 bewoond.</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Aangetroffen verdovende middelen;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [verzoeker 1] A 3-5-Kamer 1 (boven)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">1969 BSN [nummer]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- 	Gruis uit doosje vensterbank (hennep en hasj 3.66 gram netto)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- 	Blok hasj uit verbanddoos 41.90 gram netto</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- 	Hasj gewikkeld in plastic gripzakje 15.99 gram netto</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Kamer 2 (boven)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- 	Bakje hennepresten 30.3 gram netto</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- 	Hennep uit ladekast 189.07 gram netto</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- 	Zak hennep uit ladeblok 48 gram netto</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- 	Zakje cocaïne uit jas 10.64 gram netto</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- 	Blokje hasj gewikkeld in plastic folie 17.4 gram netto</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- 	Koker (oban single malt scotch whisky) met 7 hasjblokken totaal 416 gram netto</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- 	2 zakjes cocaïne 9.43 gram netto</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Kamer 4 (boven)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- 	Hasj in DVD hoes 119.2 gram netto</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Ruimte 3 (beneden)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- 	Poederresten van cocaïne welke positief zijn getest</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- 	Hasj 6,78 gram netto (aangetroffen in de keuken)</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Ruimte 4 (beneden)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- 	Cocaïne 6 gram netto</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- 	Cocaïne 38.1 gram netto</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- 	Cocaïne 2.36 gram netto in snickerverpakking</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- 	Hasj 46.22 gram netto</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- 	Hennep in zwart zakje 50.62 gram netto</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- 	2 blokjes hasj in broekzak 11.6 gram netto</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- 	2x lepel met cocaïneresten</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- 	lx vork met cocaïneresten</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Ruimte 5 (beneden)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Hasj 7.96 gram netto</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Poederresten cocaïne welke positief zijn getest</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic"> Aangetroffen in ruimte 5 l x zakje hasj 19.69 gram netto</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1 x zakje hennep 10.1 gram netto</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Ruimte 6 (beneden)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Cocaïne 7.45 gram netto</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Alle in beslag genomen verdovende middelen zijn indicatief getest. Het resultaat daarvan was positief.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Verzwarende omstandigheden:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op kamer 1 [verzoeker 1] werden de navolgende goederen aangetroffen:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">-Pepperspray</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">-Ploertendoder</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">-Alarmpistool</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bij de verdachte (…) werd een bedrag van 1655 euro in contanten aangetroffen en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">twee briefjes van 50 Euro waaronder een (1) vals briefje van 50 Euro.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bij de verdachte (…) werd een bedrag van 495 euro in contanten aangetroffen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op de begane grond werden in ruimte 5 en 3 diverse witte poederresten aangetroffen op</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">onder meer een eetbord, een tafel, een weegschaal, een speelkaart en een rijbewijs. Deze</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">poederresten zijn ter plaatse door een bevoegd collega indicatief getest. Bij een aantal van deze testen kon worden vastgesteld worden dat het cocaïne betrof. Van andere goederen kon geen betrouwbare test worden afgenomen in verband met de geringe hoeveelheid aangetroffen poederresten.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7</nr>
      <para>In een proces-verbaal van bevindingen van de politie van 23 juni 2017 is het volgende vermeld:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">(…)Ik zag dat er een persoon uit de deur van het pand [adres] te [plaats] kwam gelopen. Ik zag dat deze persoon een wit opgevouwen papiertje in zijn linkerhand had. (…)</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het pand [adres] te [plaats] is bij mij ambtshalve bekend als drugspand. Het is mij bekend dat hier enkele weken geleden een politieinval is geweest en er behoorlijk wat verdovende middelen zijn aangetroffen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik heb hierop mijn voertuig even verderop geparkeerd langs de [straat] en heb deze</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Persoon (…) enige tijd te voet gevolgd. (…)Ik heb hem hierop staande gehouden (…) en een identiteitfouillering bij hem toegepast. Ik voelde toen in zijn linkerjaszak en haalde hier een half opgevouwen wit stuk papier uit. Dit papiertje stond half open en ik zag dat hier een bolletje met wit poeder in zat. (…) Ik hoorde dat hij zei dat het cocaïne was en (…) dat hij zei dat hij deze gekocht had in een pand op hoek van de [straat] . Ik hoorde dat hij zei dat hij daar wel vaker kwam om cocaïne te kopen. Ik hoorde dat hij zei dat hij niet wist van wie hij dit binnen had gekocht, maar dat hij altijd binnen wordt gelaten door de beveiliging.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik hoorde dat hij zei dat hij altijd eerst op de ramen of deur moet kloppen en dat hij dan binnen wordt gelaten. Ik hoorde dat hij zei dat hij hier een paar euro voor betaald had.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik hoorde dat hij zei dat hij niet precies wist hoeveel hij er voor betaald had.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8</nr>
      <parablock>
        <para>In een proces-verbaal van bevindingen van de politie van 27 juni 2017 is het volgende vermeld: </para>
        <para>“<emphasis role="italic">(…) Ik ree[d] ter hoogte van [adres] toen ik zag dat uit dat pand een vrouw met fiets aan de hand kwam. Mij is bekend dat dit een pand is waar drugs wordt gebruikt.</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) Ik heb de vrouw aan een controle onderworpen. (…) Ik zag dat zij trilde en niet goed antwoordde op mijn vragen. Ik vertelde haar dat ik wist wat voor een pand dit was en vroeg nogmaals wat zij daar deed. Ik hoorde dat ze zei dat ze daar drugs had gebruikt. Ik vroeg haar wat voor een drugs. Ik hoorde dat ze zei dan ze cocaïne had gebruikt en dat zij dit niet had meegenomen maar daar had gekregen. Zij wist niet meer van wie en of er meer mensen in het pand waren. (…)</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.9</nr>
      <para>Bij brief van 9 juni 2017 heeft de burgemeester verzoekers op de hoogte gebracht van zijn voornemen de woning voor de duur van negen maanden te sluiten. Tijdens een zienswijzegesprek op 22 juni 2017 hebben [naam] en [eigenaar] , bestuurders van [huurder] , hun zienswijze gegeven op het voornemen. Laatstgenoemde heeft tevens aangegeven wat volgens hem de functie is van de verschillende ruimtes in de woning en wie  de kamers huren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.10</nr>
      <para>Vervolgens heeft de burgemeester de bestreden besluiten genomen. Op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet, het Handhavingsbeleid en gelet op wat in de woning is aangetroffen, acht hij zich bevoegd de woning te sluiten en een sluitingsperiode van negen maanden gerechtvaardigd. De sluiting is geëffectueerd met ingang van 3 juli 2017.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.11</nr>
      <para>Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de bestreden besluiten en tevens verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De beoordeling </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>2. Uitgangspunt van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is dat het maken van bezwaar de werking van een besluit niet opschort (artikel 6:16 van de Awb). Met andere woorden: het besluit blijft van kracht ook als er bezwaar tegen is gemaakt. Die hoofdregel kan worden doorbroken door het treffen van een voorlopige voorziening. De mogelijkheid daartoe is geregeld in artikel 8:81 van de Awb. In dat artikel is vermeld dat als tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening kan treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. De verzoeker moet dus goede redenen hebben die maken dat hij de beslissing op het bezwaar niet kan afwachten en een uitzondering op de hoofdregel dat het bezwaar de uitvoering van het besluit niet schorst, rechtvaardigen. Een voorlopige voorziening heeft het karakter van een tussenmaatregel, in afwachting van de beslissing op het bezwaar. De beoordeling die de voorzieningenrechter maakt, is dus voorlopig van aard en de rechtbank die in een later stadium op het eventuele beroep beslist, is niet aan het oordeel van de voorzieningenrechter gebonden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Inzake 17/2131 ( [verzoeker 2] )</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>3. Van het dossier maakt uit een door de burgemeester overgelegd formulier ‘Key2Burgerzaken’ waarin is vermeld dat [verzoeker 2] met ingang van 25 juli 2017 staat ingeschreven op het adres [adres 2] in [plaats] . De voorzieningenrechter concludeert op grond van genoemd formulier dat [verzoeker 2] inmiddels over woonruimte beschikt. Daarom is er naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake van onverwijlde spoed op grond waarvan [verzoeker 2] niet kan wachten totdat de burgemeester een beslissing op het bezwaar heeft genomen. De verklaring ter zitting van de gemachtigde van [verzoeker 2] dat hij niet weet waar zijn cliënt verblijft en dus ook niet kan bevestigen dat hij aan de [adres 2] woont, maakt dit niet anders.</para>
      <para />
      <para>4. Daarnaast oordeelt de voorzieningenrechter dat niet gezegd kan worden dat het bestreden besluit evident onjuist is. Nu er geen sprake is van onverwijlde spoed en evenmin van evidente onjuistheid, moet het verzoek om een voorlopige voorziening worden afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Inzake 17/2130 [verzoeker 1]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>5. Volgens artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet, is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Uit de tekst van het artikel blijkt dat de burgemeester bij de uitoefening van zijn bevoegdheid beleidsvrijheid heeft. In dat verband heeft hij de Beleidsregel artikel 13b Opiumwet Eindhoven 2016 (hierna: de beleidsregel) opgesteld. In de beleidsregel is aan de hand van een stappenplan aangegeven in welke gevallen bij het aantreffen van drugs in woningen wordt overgegaan tot sluiting van de woning en voor welke periode. In paragraaf 5 ervan is bepaald dat bij ernstige gevallen van het stappenplan kan worden afgeweken, er kan een stap worden overgeslagen of een woning kan voor een langere periode of onbepaalde periode worden gesloten.</para>
      <para />
      <para>6. Uit wat op zitting is besproken blijkt dat [verzoeker 1] niet bestrijdt dat aan de wettelijke voorwaarden van artikel 13b van de Opiumwet is voldaan maar legt hij aan het verzoek ten grondslag dat de wijze waarop de burgemeester in zijn beleid uitvoering geeft aan die bevoegdheid voor hem disproportioneel is. Er is volgens hem sprake van een onevenredig zware maatregel die ook strijdig is met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). De burgemeester heeft ten onrechte drugs en voorwerpen die buiten zijn kamer zijn aangetroffen ten grondslag gelegd aan de sluiting van zijn kamer. Zijn kamer had afzonderlijk beoordeeld dienen te worden en de burgemeester had wat betreft zijn kamer moeten volstaan met een lichtere maatregel.</para>
      <para />
      <para>7. De rechter kan de invulling die de burgemeester aan zijn bevoegdheid geeft slechts terughoudend toetsen. Daarbij is de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 13b van de Opiumwet van belang. Gelet op het zeer ingrijpende karakter van een woningsluiting voor bewoners is bij de invulling die de burgemeester in dat geval geeft aan zijn bevoegdheid ingevolge artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet van groot belang dat het uitgangspunt moet zijn: een waarschuwing of een soortgelijke maatregel (vergelijk de uitspraak van 5 november 2014 van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling), ECLI:NL:RVS:2014:3941 en de Kamerstukken II 2005/06, 30 515, nr. 3, blz. 8, en Kamerstukken II 2006/07, 30 515, nr. 6, blz. 1 en 2). Van dit uitgangspunt mag in ernstige gevallen worden afgeweken. </para>
      <para />
      <para>8. De voorzieningenrechter stelt vast dat [verzoeker 1] en de burgemeester van mening verschillen over de vraag of de burgemeester bij zijn beleidsuitoefening uit mocht gaan van alle in de woning aangetroffen drugs en voorwerpen dan wel de kamers in de woning en de verdiepingen afzonderlijk had dienen te beoordelen naar gelang de in die afzonderlijke ruimtes aangetroffen drugs en voorwerpen.</para>
      <para />
      <para>9. Uit de uitspraak van de Afdeling van 24 april 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:BZ8409) volgt dat als een woonruimte behoort tot een door de gemeenteraad in de huisvestingsverordening aangewezen categorie en het college geen vergunning heeft verleend voor het omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte, ervan mag worden uitgegaan dat geen kamerbewoning plaatsvindt en dus sprake is van één woonruimte. Op grond hiervan is de voorzieningenrechter van oordeel dat de burgemeester bij de toepassing van zijn beleid uit mocht gaan van de in de gehele woning aangetroffen hoeveelheid hard- en softdrugs en de aangetroffen voorwerpen waaronder de wapens. Daar komt nog bij dat er niet alleen drugs zijn aangetroffen in de afzonderlijke kamers maar ook in ruimtes voor gemeenschappelijk gebruik. Verweerder was niet gehouden de kamers afzonderlijk te beoordelen. </para>
      <para />
      <para>10. Uit het voorstaande volgt dat de burgemeester zich op het standpunt mocht stellen dat er in dit geval gelet op de gevonden hoeveelheden drugs, de wapens en de bevindingen van de politie genoemd onder de overweging 1.7 en 1.8, sprake was van een ernstig geval als bedoeld in paragraaf 5 van de beleidsregel. Gelet daarop kan niet worden gezegd dat de sluiting van de woning voor een periode van 9 maanden disproportioneel is. Van een disproportioneel handelen in strijd met artikel 8 van het EVRM is evenmin sprake.</para>
      <para />
      <para>11. De niet onderbouwde stelling van [verzoeker 1] dat de in zijn kamer aangetroffen drugs niet van hem waren en hij bezig is zijn leven weer op te bouwen, maken de bevoegdheidsuitoefening evenmin onrechtmatig. Anders dan [verzoeker 1] is de voorzieningenrechter bovendien van oordeel dat het tijdsverloop tussen het aantreffen van de drugs en het bestreden besluit, dan wel het daadwerkelijk sluiten van de woning niet dusdanig lang is dat de burgemeester daarom van sluiting had dienen af te zien.</para>
      <para />
      <para>12. De gronden slagen niet.</para>
      <para />
      <para>13. De voorzieningenrechter wijst de primaire en subsidiaire verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening van [verzoeker 1] af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">in 17/2130 [verzoeker 1]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para> wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">in 17/2131 ( [verzoeker 2] ):</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para> wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.L.W.M. Viering, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van P.L.M.M. Mulders, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 september 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier 						voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>