<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2017:1327</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T00:54:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-03-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-02-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">17-001</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2017/94</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2017/93</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2017:1327">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2017:1327</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-03-14T13:59:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-03-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2017:1327 Rechtbank Oost-Brabant , 02-02-2017 / 17-001</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2017:1327:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voor zover het wrakingsverzoek betrekking heeft op eerder door de rechter gegeven drie beschikkingen oordeelt de wrakingskamer dat een wraking in een zaak niet meer mogelijk is nadat daarin een einduitspraak is gevolgd. Zover bedoeld is de genomen beslissingen mede aan de wraking in de onderhavige zaak ten grondslag te leggen, geldt dat het tot de normale taak van de rechter behoort om beschikkingen te nemen op onder meer een verzoek van verzoeker om aanwijzingen te geven aan de vereffenaar. Voor zover het wrakingsverzoek betrekking heeft op het aanhoudingsverzoek van verzoeker van 26 december 2016 oordeelt de wrakingskamer dat het enkele feit dat de rechter het aanhoudingsverzoek niet heeft gehonoreerd dan wel niet meteen op het aanhoudingsverzoek van verzoeker heeft beslist geen omstandigheid oplevert waardoor de rechtelijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het wrakingsverzoek is daarom afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2017:1327:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="4c414ecf-3a9e-46ac-a5d9-19a8e6124925" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="42fb5a3c-fc33-4978-9efb-421cd7399a2a" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold smallcaps">OOST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats 's-Hertogenbosch </para>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer : WR 17/001</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 2 februari 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker], </emphasis>
      </para>
      <para>verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. J.M.J. Godrie,</emphasis>
      </para>
      <para>in de hoedanigheid van kantonrechter van deze rechtbank bij de behandeling van de zaak met zaaknummer [nummer].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna respectievelijk de ‘verzoeker’ en de ‘rechter’ worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>      De wrakingskamer heeft kennisgenomen van:</para>
      <para>- het wrakingsverzoek van verzoeker van 5 januari 2017;</para>
      <para>- de schriftelijke reactie van de rechter op het wrakingsverzoek van 6 januari 2017;   </para>
      <para>- het dossier in de hoofdzaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek heeft plaatsgevonden op </para>
        <para>19 januari 2017. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Verzoeker is verschenen en heeft aan de hand van een door hem overgelegde pleitnota het wrakingsverzoek nader toegelicht.   </para>
        <para>In zijn schriftelijke reactie heeft de rechter voorafgaand aan de zitting zijn standpunt ten aanzien van het wrakingsverzoek naar voren gebracht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het standpunt van verzoeker </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de procedure met zaaknummer: [nummer] Verzoeker voert - kort samengevat - het volgende aan. De rechter heeft inmiddels drie beschikkingen afgegeven die verband houden met de afwikkeling van de nalatenschappen van de ouders van verzoeker en waar [notaris] als notaris in de hoedanigheid van vereffenaar bij betrokken is. Hij stelt dat de notaris in strijd met de processuele regels is aangesteld als vereffenaar en daarom niet bevoegd is als vereffenaar op te treden. Uit alle beschikkingen blijkt dat de rechter slechts de stellingen van de notaris voor waar aanneemt terwijl de notaris opzettelijk foutieve, onjuiste onvolledige en onware informatie geeft. Ondanks dat verzoeker informatie heeft overgelegd, waaruit blijkt dat de notaris het niet bij het juiste eind heeft, blijft de rechter alleen luisteren naar de notaris. Verzoeker vindt dat onbegrijpelijk. Verzoeker stelt dat de rechter informatie voor hem heeft achtergehouden en geen, althans onvoldoende, kennis heeft genomen van het dossier. Ook is hij ten onrechte niet tegemoetgekomen aan het aanhoudingsverzoek van verzoeker en heeft de rechter in dat verband geen gehoor gegeven aan de verzoeken tot getuigenverhoren. Verzoeker is bovendien in eerste instantie verkeerd geïnformeerd over de uitspraakdatum. </para>
        <para>Het voorafgaande heeft tot forse vertraging van de afwikkeling van de nalatenschappen geleid en heeft schade veroorzaakt. Verzoeker vraagt tevens aandacht voor het feit dat hij een klacht heeft ingediend tegen de betrokken griffier, omdat die niet alleen als griffier in de onderhavige zaak heeft opgetreden, maar ook in de tuchtzaak, die verzoeker heeft aangespannen tegen de notaris. In dat verband merkt verzoeker nog op dat de rechter ook verantwoordelijk is voor de betrokken griffier. Het wrakingsverzoek en de overgelegde pleitnota bevestigen naar de mening van verzoeker zonder meer dat er sprake is van een schijn van partijdigheid alsmede vooringenomenheid, althans dat de daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van de rechter </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechter heeft aangegeven niet in de wraking te berusten en heeft in dat kader het volgende aangevoerd. De wrakingsgronden hebben betrekking op de inhoudelijke  beoordelingen en kunnen daarom niet dienen tot het oordeel van (de schijn van) onpartijdigheid. Voor zover procedurele kwesties aan de orde worden gesteld, wordt voor een groot gedeelte vooruitgelopen op een oordeel dat nog niet is gegeven.</para>
        <para>Ten aanzien van de vaststelling van de uitspraakdatum gaat verzoeker uit van verkeerde veronderstellingen. Ter onderbouwing legt de rechter een interne mail over, waarin de gewraakte berichtgeving naar verzoeker is voorbereid. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dient te worden beoordeeld of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Voor zover het wrakingsverzoek betrekking heeft op eerder door de rechter gegeven drie beschikkingen oordeelt de wrakingskamer dat een wraking in een zaak niet meer mogelijk is nadat daarin een einduitspraak is gevolgd. Voor zover bedoeld is de genomen beslissingen mede aan de wraking in de onderhavige zaak ten grondslag te leggen, geldt dat het volgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het behoort tot de normale taak van de rechter om beschikkingen te nemen op onder meer een verzoek van verzoeker om aanwijzingen te geven aan de vereffenaar. Ook als met verzoeker zou worden aangenomen dat de beschikkingen van 7 december 2015, 16 augustus 2016 en 17 november 2016 en de motivering daarvan onjuist zouden zijn, levert dat op zichzelf geen grond voor objectieve schijn van partijdigheid op. Dat vormt immers op zichzelf beschouwd nog geen grond om te veronderstellen dat de betrokken rechter vooringenomen is. Het is niet de taak van de wrakingskamer om te beoordelen of de beschikkingen en de daaraan ten grondslag liggende motivering inhoudelijk juist zijn, maar om te onderzoeken of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Dat laatste kan naar het oordeel van de wrakingskamer slechts het geval zijn als in het licht van de feiten en omstandigheden van het geval een beschikking, waaronder begrepen de motivering daarvan, redelijkerwijze niet anders kan worden verklaard dan dat deze door vooringenomenheid van de rechter is ingegeven. Aan die strenge maatstaf is in het onderhavige geval niet voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Voor zover het wrakingsverzoek betrekking heeft op het aanhoudingsverzoek van verzoeker van 26 december 2016 oordeelt de wrakingskamer dat het enkele feit dat de rechter het aanhoudingsverzoek niet heeft gehonoreerd dan wel niet meteen op het aanhoudingsverzoek van verzoeker heeft beslist geen omstandigheid oplevert waardoor de rechtelijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Van uitzonderlijke omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat de rechter jegens verzoeker partijdig is, dan wel dat bij verzoeker daarvoor een gerechtvaardigde vrees kan koesteren  is naar het oordeel van de rechtbank in het onderhavige geval geen sprake. Daarbij geldt dat de wrakingskamer bij haar beoordeling de mogelijke inhoud van een nog niet gedane uitspraak niet kan betrekken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>De omstandigheid dat de griffier niet alleen als griffier in de verzoekschriftenprocedure, maar ook in de tuchtzaak tegen de notaris is opgetreden, vormt geen gegronde reden om te twijfelen aan de onpartijdigheid van de rechter of om te veronderstellen dat de betrokken rechter vooringenomen is, althans dat de daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.       </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Op grond van het vorenstaande is de wrakingskamer van oordeel dat het wrakingsverzoek van verzoeker dient te worden afgewezen. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing </title>
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer, </para>
      <para>wijst af het verzoek tot wraking van mr. J.M.J. Godrie in de zaak met zaaknummer [nummer]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. J. Bik, voorzitter, mr. M.L.M.W. Viering en </para>
      <para>mr. M.E. Bartels, leden, en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>