<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2016:5046</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-04T06:12:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-09-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">5225896 / 16-478</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Eindhoven</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002656">Burgerlijk Wetboek Boek 1</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002656&amp;artikel=237">Burgerlijk Wetboek Boek 1 237</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002656&amp;artikel=235">Burgerlijk Wetboek Boek 1 235</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JPF 2016/149</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2016:5046">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2016:5046</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-09-14T14:51:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2016:5046 Rechtbank Oost-Brabant , 13-09-2016 / 5225896 / 16-478</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2016:5046:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek handlichting ex artikel 1:235 BW. Handlichting verleend aan S.G.L. Laarakker, geboren op 19 juli 1999, wonende te Reusel- De Mierden, met betrekking tot het zelfstandig uitoefenen van een bedrijf door maat te worden in een landbouwmaatschap.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2016:5046:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="dfb96d70-2450-4f19-8239-53ce29ea681a" depth="68" width="96" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <para>Civiel Recht</para>
  <para>Zittingsplaats Eindhoven</para>
  <parablock>
    <para>zaak/rolnr.: 5225896 / 16-478</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>beschikking van de kantonrechter d.d.  13 september 2016</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Stef Gerardus Leonardus Laarakker,</title>
    <parablock>
      <para>geboren op 19 juli 1999 te Reusel- De Mierden,</para>
      <para>wonende te 5541 NP Reusel aan de Laarakkerdijk 12.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 11 juli 2016 is ter griffie ingekomen het verzoekschrift, strekkende tot het verkrijgen van handlichting als bedoeld in artikel 1:235 van het Burgerlijk Wetboek.</para>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 13 september 2016, waarbij verzoeker en zijn ouders zijn verschenen.   </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek</title>
    <para />
    <para>1. Het verzoek strekt ertoe om bevoegdheden te verwerven van een meerderjarige. De reden hiervoor is dat verzoeker het voornemen heeft zelfstandig een bedrijf uit te gaan oefenen door maat te worden in een landbouwmaatschap (varkenshouderij en akkerbouw). Zijn wens is om over de volgende bevoegdheden te beschikken: rechtshandelingen te verrichten die nodig zijn om het bedrijf uit te oefenen, voor de maatschap te mogen handelen en te tekenen, de maatschap aan derden en derden aan de maatschap te verbinden, mits binnen het maatschapsdoel. </para>
    <para />
    <para>2. De wettelijke vertegenwoordigers, de ouders van verzoeker, hebben met het verzoek ingestemd. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <para>3. Handlichting is een rechterlijke vergunning, waardoor een minderjarige in bepaalde opzichten handelingsbekwaamheid als meerderjarige verkrijgt. </para>
    <para />
    <para>4. De kantonrechter stelt vast dat verzoeker de leeftijd van 17 jaren heeft bereikt en dat beide wettelijk vertegenwoordigers – zijn ouders – instemmen met het verzoek. </para>
    <para>Gelet op het bepaalde in artikel 1:235 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is de kantonrechter van oordeel dat het verzoek kan worden ingewilligd voor de onder 2.1. verzochte handelingen. </para>
    <para />
    <para>5. De kantonrechter wijst op lid 3 van voornoemd artikel, waarin is bepaald dat de minderjarige door handlichting echter niet bekwaam wordt tot het beschikken over registergoederen, effecten, of door hypotheek gedekte vorderingen. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de publicatieplicht van de te verlenen handlichting oordeelt de kantonrechter als volgt.</para>
        <para>Artikel 1:237 lid 1 BW bepaalt dat de beschikking waarin de handlichting is verleend, bekend moet worden gemaakt in de Staatscourant en twee in de beschikking aan de wijzen dagbladen. De bedoeling van de wetgever is daarbij geweest dat op die manier zoveel mogelijk personen kennis kunnen nemen van de handlichting. Tegenwoordig is echter toegang tot internet voor een ieder beschikbaar en publicatie van de handlichting op internet geeft naar het oordeel van de kantonrechter eenzelfde, zelfs ruimer, bereik dan de nog bij wet voorgeschreven publicatie in de Staatscourant dat bovendien ook nog eens erg kostbaar is.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>De kantonrechter zal dan ook bepalen dat publicatie in de Staatscourant achterwege kan blijven en dat de (door de griffier te initiëren) publicatie van deze beschikking op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis> daarvoor in de plaats komt. De kantonrechter merkt voorts op dat hij – naast de publicatie op rechtspraak.nl – de publicatie in één dagblad (het Eindhovens Dagblad) voldoende acht.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">4. De beslissing</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De kantonrechter:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>verleent aan Stef Gerardus Leonardus Laarakker, geboren op 19 juli 1999 te Reusel- De Mierden, handlichting om zelfstandig een bedrijf uit te gaan oefenen door maat te worden in een landbouwmaatschap en daarbij over de volgende bevoegdheden te beschikken: rechtshandelingen te verrichten die nodig zijn om het bedrijf uit te oefenen, voor de maatschap te handelen en te tekenen, de maatschap aan derden en derden aan de maatschap te verbinden, mits binnen het maatschapsdoel;  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>bepaalt dat onderhavige beschikking (door de griffier) zal worden gepubliceerd op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>; </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>bepaalt dat deze handlichting voor rekening van Stef Gerardus Laarakker bekend dient te worden gemaakt in het “Eindhovens Dagblad”. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aldus gegeven te Eindhoven en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2016 door mr. P.M. Knaapen, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:</para>
        <para>door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
        <para>door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's‑Hertogenbosch. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>