<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2016:3632</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-07-08T13:28:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-07-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">01/845028-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2016:3632">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2016:3632</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-07-08T13:20:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2016:3632 Rechtbank Oost-Brabant , 08-07-2016 / 01/845028-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2016:3632:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft geprobeerd een prostituee onder bedreiging van een mes geld afhandig te maken. Bewezenverklaring van poging tot afpersing. De rechtbank legt op een jeugddetentie van 179 dagen met aftrek voorarrest en de PIJ-maatregel voor de duur van drie jaren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en onder meer de voorwaarden van een klinische behandeling en begeleiding van de reclassering.</para>
        <para>Toepassing van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2016:3632:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="cdc6dff3-2c5f-4387-b270-bbdf7e3b9c86" depth="16" width="550" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>vonnis</para>
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Strafrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Parketnummer: 01/845028-16 </para>
    <para>Datum uitspraak: 08 juli 2016	</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [1996] ,</para>
      <para>wonende te [adres 1] ,</para>
      <para>thans gedetineerd te: [instelling 1] .
</para>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 25 april 2016 en  24 juni 2016.</para>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De tenlastelegging.</emphasis>
      </para>
      <para>De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 29 maart 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 15 januari 2016 te Eindhoven ter uitvoering van het door
verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke
toe-eigening weg te nemen geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] ,
in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en daarbij die
voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen
volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , te plegen met het
oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij
betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken,
hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
of
hij op of omstreeks 15 januari 2016 te Eindhoven ter uitvoering van het door
verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander
wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed,
geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of
anderen dan aan verdachte,
</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">voornoemde [slachtoffer] een mes heeft voorgehouden en/of een mes tegen haar keel
heeft gedrukt en/of daarbij heeft gezegd "geef me dat geld", althans heeft
geroepen "geld"
</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zou kunnen leiden:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 15 januari 2016 te Eindhoven [slachtoffer] heeft bedreigd met
enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers
heeft verdachte toen daar opzettelijk dreigend die [slachtoffer] een mes voorgehouden
en/of een mes tegen haar keel gedrukt.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De formele voorvragen.</emphasis>
      </para>
      <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">De bewezenverklaring.</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(primair)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 15 januari 2016 te Eindhoven ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van geld toebehorende aan [slachtoffer] , </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">voornoemde [slachtoffer] een mes heeft voorgehouden en daarbij heeft gezegd "geef me dat geld", althans heeft geroepen "geld", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De strafbaarheid van het feit.</emphasis>
      </para>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.</para>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De strafbaarheid van verdachte.</emphasis>
      </para>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oplegging van straf en maatregel.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De eis van de officier van justitie. </emphasis>
        <emphasis role="italic">(bijlage)</emphasis>
      </para>
      <para>t.a.v. primair (poging tot afpersing):</para>
      <para>*toepassing van het adolescentenstrafrecht;</para>
      <para>*onvoorwaardelijke jeugddetentie van 7 maanden met aftrek van voorarrest;</para>
      <para>*voorwaardelijke PIJ-maatregel met een proeftijd van 2 jaar en met als bijzondere</para>
      <para>  voorwaarden reclasseringstoezicht en een klinische behandeling in [instelling 2] .  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank.</emphasis>
      </para>
      <para>Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende ten nadele van verdachte in aanmerking genomen.</para>
      <para>Verdachte heeft geprobeerd het slachtoffer onder bedreiging van een mes geld afhandig te maken. Het slachtoffer bevond zich ten tijde van de beroving in een uiterst kwetsbare positie. Zij was als raamprostituee werkzaam en verdachte bezocht haar als klant. Enkel door het daadkrachtig optreden van het slachtoffer is de beroving niet voltooid. Verdachte heeft door zijn handelen een grote inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer en haar lichamelijke integriteit aangetast. Het spreekt voor zich dat zij enkele angstige momenten moet hebben doorstaan en dat het gewelddadige incident gevoelens </para>
      <para>van onrust, angst en onveiligheid bij haar en haar collega’s heeft veroorzaakt. In zijn algemeenheid is een beroving, zeker wanneer daarbij een wapen wordt gebruikt, voor het slachtoffer een traumatische ervaring waarvan het slachtoffer nog jarenlang last kan hebben. Een dergelijk strafbaar feit versterkt bovendien algemene gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Verdachte heeft met die gevoelens geen enkele rekening gehouden toen hij besloot het feit te plegen. De rechtbank neemt het verdachte bovendien  kwalijk dat hij de beroving zorgvuldig heeft voorbereid.  Daar komt nog bij dat verdachte de ernst van zijn strafbaar handelen niet (volledig) lijkt in te zien.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft gezien dat verdachte nooit eerder met politie en justitie in aanraking is geweest. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft acht geslagen op de inhoud van de rapportages van GZ-psycholoog drs. M. de Bree en kinder/jeugdpsychiater G.C.G.M. Broekman van telkens 30 mei 2016 die over verdachte zijn opgesteld. Volgens de gedragsdeskundigen is er bij verdachte sprake </para>
      <para>van een ziekelijke stoornis in de zin van een autistische stoornis met kwalitatieve  beperkingen in de communicatie en interactie, een rigide zelfbepalende houding, een gebrek aan inlevingsvermogen, een geringe frustratietolerantie, een zorgelijke agressieve impuls-regulatie en een achterblijvende emotionele en sociale ontwikkeling. Daarnaast is er sprake van een post traumatische stress stoornis en een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met narcistische trekken. De deskundigen adviseren om verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen. De rapporteurs schatten het recidivegevaar zonder behandeling als hoog in en achten een strak juridisch kader noodzakelijk om deze behandeling te waarborgen. Zij bepleiten een pedagogische aanpak om de negatieve ontwikkeling te keren en zien hierin ook mogelijkheden voor verdachte om zich verder te ontwikkelen. De deskundigen achten dan ook de toepassing van het jeugdstrafrecht geïndiceerd. Zij adviseren de oplegging van een voorwaardelijke PIJ-maatregel met als bijzondere voorwaarde een klinische behandeling in [instelling 2] te Eindhoven. Veelvuldig ingezette ambulante behandeling is in het verleden niet toereikend gebleken.  Mocht verdachte zich niet behandelbaar opstellen dan is een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel aan de orde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft voorts acht geslagen op een advies van de reclassering d.d. 21 juni 2016. </para>
      <para>Hierin worden de adviezen en conclusies van voornoemde gedragsdeskundigen nagenoeg integraal overgenomen. Ook de reclassering adviseert de toepassing van het adolescenten-strafrecht en de oplegging van een voorwaardelijke PIJ-maatregel met een klinische behandeling in [instelling 2] te Eindhoven. De reclassering vindt begeleiding door de volwassenreclassering wenselijk, omdat verdachte meer gebaat is bij structuur, duidelijkheid en een strak regime. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank neemt de conclusies en adviezen en de onderliggende gronden van de rapporteurs over en maakt die tot de hare. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank concludeert op grond van de rapporten van de gedragsdeskundigen dat het bewezenverklaarde feit in verminderde mate aan verdachte kan worden toegerekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts volgt de rechtbank de rapporteurs in hun advies dat bij deze jongvolwassen verdachte, gegeven zijn persoonlijkheid en achterstand in zijn sociaal emotionele ontwikkeling, een pedagogische aanpak noodzakelijk is en derhalve toepassing van het adolescentenstrafrecht aangewezen is. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen. </para>
      <para>
De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan jeugddetentie voor de duur van 179 dagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast acht de rechtbank met de rapporteurs een klinische behandeling in een strak juridische kader noodzakelijk. De rechtbank neemt hun overwegingen ten aanzien van </para>
      <para>de op te leggen strafmodaliteit over en concludeert dat een voorwaardelijke maatregel </para>
      <para>tot plaatsing in een inrichting van jeugdigen passend en geboden is. Mocht verdachte</para>
      <para>niet (verder) meewerken aan de voorgestelde noodzakelijke behandeling, dan dient de voorwaardelijke PIJ-maatregel ertoe om zoveel mogelijk te waarborgen dat behandeling</para>
      <para>en onderzoek toch plaats kunnen vinden, maar dan in een gedwongen kader. Verdachte heeft ter terechtzitting ingestemd met een klinische behandeling bij [instelling 2] in Eindhoven. Verdachte kan op 12 juli 2016, aansluitend aan de jeugddetentie, starten met</para>
      <para>de behandeling.    </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat is voldaan aan de formele voorwaarden genoemd in artikel 77s, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht voor het opleggen van een (voorwaardelijke) maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, nu voor het bewezenverklaarde </para>
      <para>feit voorlopige hechtenis is toegelaten, de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van de maatregel eist en de maatregel in het belang</para>
      <para>is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van verdachte. Tot slot merkt de rechtbank op dat er sprake is van een misdrijf  dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De totale duur van de maatregel kan daarom een periode van 3 jaar te boven gaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal bevelen dat de voorwaarden bij de voorwaardelijke PIJ-maatregel dadelijk uitvoerbaar zijn. Gezien de ernst van het door verdachte gepleegde feit en gelet op de bevindingen van de psycholoog en de psychiater omtrent de persoon van verdachte en hun conclusie dat indien verdachte niet klinisch wordt behandeld er een hoog recidive risico is, moet er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte, indien zonder </para>
      <para>behandeling weer vrij komt, wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen. De rechtbank betrekt daarbij dat uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat verdachte niet meer thuis kan wonen en dat hij daarom indien hij niet kan beginnen met de klinische behandeling, geen verblijfplaats heeft. In het verlengde van het vorenstaande zal de rechtbank tevens het door de reclassering uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar verklaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Toepasselijke wetsartikelen.</emphasis>
      </para>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen:</para>
      <para>Wetboek van Strafrecht art. 27, 45, 77c, 77g, 77h, 77i, 77s, 77v, 77x, 77y, 77z, 77za, 77aa en 317.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.
</para>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf :</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">primair
</emphasis>
        <emphasis role="bold">poging tot afpersing </emphasis>Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Legt op de volgende straf en maatregel.</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">t.a.v. primair:
</emphasis>
      </para>
      <para>*<emphasis role="bold">Jeugddetentie</emphasis> voor de duur van 179 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27</para>
      <para>  Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>*<emphasis role="bold">Plaatsing</emphasis> in een inrichting voor jeugdigen voor de duur van 3 jaar voorwaardelijk met</para>
      <para>  een proeftijd van 2 jaren.</para>
      <para>  Stelt als <emphasis role="underline">algemene voorwaarde</emphasis>n dat de veroordeelde:</para>
      <para> -zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en</para>
      <para> -ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen</para>
      <para>  van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de</para>
      <para>  Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en</para>
      <para> -medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de</para>
      <para>  medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>  Stelt als <emphasis role="underline">bijzondere voorwaarden</emphasis> dat de veroordeelde:</para>
      <para>  -zich gedurende proeftijd gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen die worden</para>
      <para>   gegeven door de reclassering; </para>
      <para>  -zich klinisch laat behandelen in [instelling 2] in Eindhoven of een soortgelijke</para>
      <para>   intramurale instelling voor een maximale termijn van de hiervoor bepaalde proeftijd van</para>
      <para>   2 jaar of zoveel korter als de leiding van genoemde inrichting in overleg met de</para>
      <para>   reclassering wenselijk acht en waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de</para>
      <para>   aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de (genees-)</para>
      <para>   directeur van die instelling zullen worden gegeven;
  -zich gedurende zijn opname binnen Catamaran laat begeleiden door Reclassering</para>
      <para>   Nederland en zich daarna blijft melden zo frequent en zolang de reclassering dit</para>
      <para>   noodzakelijk acht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>  waarbij de Reclassering Nederland, Regio's-Hertogenbosch, Eekbrouwersweg 6,</para>
      <para>  5233 VG te 's-Hertogenbosch, opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de</para>
      <para>  naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.</para>
      <para>Beveelt dat de op grond van artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht uit te oefenen toezicht, <emphasis role="bold">dadelijk uitvoerbaa</emphasis>r zijn.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opheffing van het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan de duur van de opgelegde vrijheidsstraf (12 juli 2016).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. A.M. Kooijmans-de Kort, voorzitter,</para>
      <para>mr. J.J.A. Donkersloot en mr. B. Poelert, leden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van D.A. Koopmans, griffier,</para>
      <para>en is uitgesproken op 8 juli 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste rechter is buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>