<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2016:289</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-01-28T13:57:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-01-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-01-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">01/845965-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2016:289">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2016:289</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-01-28T09:22:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-01-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2016:289 Rechtbank Oost-Brabant , 28-01-2016 / 01/845965-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2016:289:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Bewezen verklaard zijn 4 woninginbraken. Vrijspraak voor 6 inbraken.</para>
        <para>Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest. Tevens wordt een eerder voorwaardelijke straf ten uitvoer gelegd, zijnde 10 maanden gevangenisstraf.</para>
        <para>Verdachte dient schade te vergoeden.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2016:289:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="1b82d53b-875b-4f92-955a-6ed6f5b20a98" depth="16" width="550" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>vonnis</para>
  <section>
    <title>RECHTBANK OOST-BRABANT</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 01/845965-14 <?linebreak?>Parketnummer vordering: 01/825380-10</para>
      <para>Datum uitspraak: 28 januari 2016	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,</para>
      <para>thans u.a.h. gedetineerd in de PI Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 14 januari 2016.</para>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte/veroordeelde naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De tenlastelegging.</title>
    <para>De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 14 december 2015.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.hij op of omstreeks 24 december 2014 te Eindhoven ter uitvoering van het door
verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke
toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 1] weg te nemen geld
en/of goederen van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich
daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen
geld en/of goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak,
verbreking en/of inklimming, met voormeld oogmerk met een steen, althans een
hard voorwerp, een ruit van een (buiten)deur heeft geforceerd en/of vervolgens
(door een opening in die ruit) die woning is binnengegaan,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of</para>
      <para>zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 24 december 2014 te Eindhoven opzettelijk en
wederrechtelijk een ruit van een (buiten)deur van een woning gelegen aan de
[adres 1] , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft
vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.hij in of omstreeks de periode van 22 december 2014 tot en met 24 december
2014 te Veldhoven met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit
een aan [adres 2] gelegen woning heeft weggenomen een muntenverzameling en/of
(een) camera(s) en/of een verrekijker en/of sieraden en/of een tas met inhoud
en/of een OV-chipkaart en/of een bril, in elk geval enig goed, geheel of ten
dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan
aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs
heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik
heeft gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming, te
weten door het inslaan althans het vernielen van een raam van die woning;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.hij in of omstreeks de periode van 4 mei 2015 tot en met 5 mei 2015 te
Veldhoven met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een aan de
[adres 3] gelegen tuinhuis heeft weggenomen eem tas met daarin 4 althans 1 of
meer tennisrackets, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende
aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,
waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft
en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door
middel van braak, verbreking, te weten door het verbreken althans het
vernielen van een raam van van het aan de [eigenaar tuinhuis] toebehorende
tuinhuis;</para>
      <para>(proces-verbaal 2015117464)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of</para>
      <para>zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 4 mei 2015 tot en met 20 juni 2015 te
Eindhoven, in elk geval in Nederland een of meer tennisrackets heeft
verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten
tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die/dat racket(s) wist
althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf
verkregen goed(eren) betrof;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.hij op of omstreeks 10 mei 2015 te Veldhoven met het oogmerk van
wederrechtelijke toeëigening in / uit een aan [adres 4] gelegen woning heeft
weggenomen een laptop en/of sleutels en/of sieraden en/of identiteitsbewijzen
en/of een creditcard en/of een trouwboekje, in elk geval enig goed, geheel of
ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of
anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des
misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn
bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming, te
weten door het ingooien althans het vernielen van een raam van die woning;</para>
      <para>(proces-verbaal 2015102729)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.hij op of omstreeks 28 mei 2015 te Veldhoven met het oogmerk van
wederrechtelijke toeëigening in / uit een aan [adres 5] gelegen woning heeft
weggenomen geld en/of munten en/of een telefoon en/of een laptop en/of USB
stick(s) en/of een spelcomputer en/of een of meerdere portemonnee(s) en/of een
creditcard en/of koptelefoontjes en/of een of meer fluit(en), in elk geval
enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een
ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de
plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren)
onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en / of
inklimming, te weten door het ingooien althans het vernielen van een raam van
die woning;</para>
      <para>(proces-verbaal 2015117464)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.hij op of omstreeks 4 juni 2015 te Veldhoven met het oogmerk van
wederrechtelijke toeëigening in / uit een aan [adres 6] gelegen woning heeft
weggenomen een of meerdere laptop(s) en/of een monitor en/of sleutels, in elk
geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] , in elk
geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de
toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te
nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak,
verbreking en / of inklimming, te weten door het ingooien althans het
vernielen van een raam van die woning;</para>
      <para>(proces-verbaal 201512336)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>7.hij op of omstreeks 1 juli 2015 te Veldhoven met het oogmerk van
wederrechtelijke toeëigening in / uit een aan de [adres 7] gelegen woning
heeft weggenomen een telefoon en/of een navigatiesysteem en/of een tablet
en/of een laptop met toebehoren en/of sleutels en/of sieraden en/of (een)
bril(len) en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten
dele toebehorende aan [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan
aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs
heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik
heeft gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming, te weten
door het ingooien althans het vernielen van een raam van die woning;</para>
      <para>(proces-verbaal 2015146314)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of</para>
      <para>zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2015 tot en met 5 juli 2015 te
Eindhoven, in elk geval in Nederland autosleutels en/of een zonnebril en/of
een navigatiesysteem heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft
overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden
krijgen van die/dat sleutels en/of navigatiesysteem en/of zonnebril wist
althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf
verkregen goed(eren) betrof;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>8.hij in of omstreeks de periode van 30 juni 2015 tot en met 2 juli 2015 te
Eindhoven met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een aan
de [adres 8] gelegen berging heeft weggenomen (onder meer) muntjes, in
elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] , in
elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich
de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te
nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak,
verbreking, te weten door het forceren van het slot van die berging;</para>
      <para>(proces-verbaal 2015147904)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>9.hij op of omstreeks 2 juli 2015 te Eindhoven met het oogmerk van
wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas met inhoud, in elk
geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] , in
elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;</para>
      <para>(proces-verbaal 2015147829; [adres 9] Eindhoven)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of</para>
      <para>zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 2 juli 2015 tot en met 8 juli 2015 te
Eindhoven, in elk geval in Nederland pasjes en/of een kentekenbewijs en/of een
rijbewijs en/of een CZ verzekeringspas heeft verworven, voorhanden heeft gehad
en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het
voorhanden krijgen van die/dat goed(eren) wist althans redelijkerwijs had
moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>10.hij op of omstreeks 4 juli 2015 te Eindhoven met het oogmerk van
wederrechtelijke toeëigening in / uit een aan de [adres 10] gelegen woning
heeft weggenomen een tablet(/Ipad) en/of kleding en/of een hoeveelheid geld,
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10] , in
elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich
de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te
nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak,
verbreking en / of inklimming, te weten door het verbreken althans het
vernielen van een raam van die woning;</para>
      <para>(proces-verbaal 2015149155)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of</para>
      <para>zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 4 juli 2015 tot en met 5 juli 2015 te
Eindhoven, in elk geval in Nederland een tablet en/of een OV chipkaart en/of
pasjes en/of een kentekenbewijs heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of
heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden
krijgen van die/dat goed(eren) wist althans redelijkerwijs had moeten
vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De vordering na voorwaardelijke veroordeling.</title>
    <para>De zaak met parketnummer 01/825380-10 is aangebracht bij vordering van 13 juli 2015. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de meervoudige kamer te 's-Hertogenbosch d.d. 21 maart 2011. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>De formele voorvragen.</title>
    <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.</para>
  </section>
  <section>
    <title>Vrijspraak.</title>
    <para>De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 1 primair, 1 subsidiair, 3 primair, 3 subsidiair, 7 primair, 7 subsidiair, 8, 9 primair, 9 subsidiair, 10 primair en 10 subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt daartoe als volgt.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van feit 1 primair en feit 1 subsidiair:</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht met name onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden dat het verdachte is geweest die een steen door de ruit van de buitendeur van die woning heeft gegooid. Daarmee staat niet vast dat verdachte heeft gepoogd daar in te breken, noch dat hij daar die ruit heeft vernield.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van feit 3 primair en feit 3 subsidiair:</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank deelt de mening van de officier van justitie en de verdediging dat ten aanzien van deze beide feiten het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van feit 7 primair en feit 7 subsidiair:</emphasis>
      </para>
      <para>Ondanks het feit dat de [merk rugzak] rugzak die verdachte op 2 juli 2015 (feit 8) in zijn handen draagt (zie foto op p. 150 van het einddossier met nummer 20150815.1100.83424) van hetzelfde type is als de [merk rugzak] rugzak die op 5 juli 2015 is aangetroffen in de auto van [betrokkene 1] , is voor de rechtbank niet onomstotelijk vast komen te staan dat het een en dezelfde rugzak betreft. In de rugzak die in de auto van [betrokkene 1] is aangetroffen zijn onder meer goederen aangetroffen die afkomstig zijn van de inbraken die zijn tenlastegelegd onder feit 6 en feit 7. Het feit dat in die rugzak dus ook goederen zijn aangetroffen waarvan verdachte bekent dat hij die heeft buitgemaakt bij de inbraak zoals bewezenverklaard onder feit 6, maakt nog niet dat alle in die rugzak aangetroffen goederen in het bezit van verdachte zijn geweest, zodat vrijspraak voor feit 7 primair en subsidiair dient te volgen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van feit 8:</emphasis>
      </para>
      <para>Aangeefster heeft verklaard dat zij niet weet of er goederen bij de inbraak zijn weggenomen. Verdachte heeft verklaard dat hij daar weliswaar heeft ingebroken, maar dat hij daar geen goederen heeft weggenomen. Dit zou betekenen dat er sprake is van een poging. Nu de officier van justitie die niet heeft tenlastegelegd, dient vrijspraak te volgen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van feit 9 primair en feit 9 subsidiair:</emphasis>
      </para>
      <para>Ondanks het feit dat de [merk rugzak] rugzak die verdachte op 2 juli 2015 (feit 8) in zijn handen draagt (zie foto op p. 150 van het einddossier met nummer 20150815.1100.83424) van hetzelfde type is als de [merk rugzak] rugzak die op 5 juli 2015 is aangetroffen in de auto van [betrokkene 1] , is voor de rechtbank niet onomstotelijk vast komen te staan dat het een en dezelfde rugzak betreft. In de rugzak die in de auto van [betrokkene 1] is aangetroffen zijn onder meer goederen aangetroffen die afkomstig zijn van de inbraken die zijn tenlastegelegd onder feit 6 en feit 9. Het feit dat in die rugzak dus ook goederen zijn aangetroffen waarvan verdachte bekent dat hij die heeft buitgemaakt bij de inbraak zoals bewezenverklaard onder feit 6, maakt nog niet dat alle in die rugzak aangetroffen goederen in het bezit van verdachte zijn geweest, zodat vrijspraak voor feit 9 primair en subsidiair dient te volgen.</para>
      <para>. Het feit dat verdachte bij zijn fouillering in het bezit bleek te zijn van een CZ-verzekeringspas op naam van aangeefster [slachtoffer 11] , levert nog geen bewijs op voor de wetenschap of het vermoeden bij verdachte dat dit pasje van misdrijf afkomstig was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van feit 10 primair en feit 10 subsidiair:</emphasis>
      </para>
      <para>Ondanks het feit dat de [merk rugzak] rugzak die verdachte op 2 juli 2015 (feit 8) in zijn handen draagt (zie foto op p. 150 van het einddossier met nummer 20150815.1100.83424) van hetzelfde type is als de [merk rugzak] rugzak die op 5 juli 2015 is aangetroffen in de auto van [betrokkene 1] , is voor de rechtbank niet onomstotelijk vast komen te staan dat het een en dezelfde rugzak betreft. In de rugzak die in de auto van [betrokkene 1] is aangetroffen zijn onder meer goederen aangetroffen die afkomstig zijn van de inbraken die zijn tenlastegelegd onder feit 6 en feit 10. Het feit dat in die rugzak dus ook goederen zijn aangetroffen waarvan verdachte bekent dat hij die heeft buitgemaakt bij de inbraak zoals bewezenverklaard onder feit 6, maakt nog niet dat alle in die rugzak aangetroffen goederen in het bezit van verdachte zijn geweest, zodat vrijspraak voor feit 10 primair en subsidiair dient te volgen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewijs.</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht, met de officier van justitie en de verdediging, bewezen dat de verdachte zich aan dit feit heeft schuldig gemaakt. Zij bezigt daartoe de volgende bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- de verklaring van <emphasis role="underline">aangever [slachtoffer 2]</emphasis> d.d. 29 december 2014 (p. 71 tot en met 73 van het einddossier met nummer 2014198657)</para>
    <para>- de verklaring van <emphasis role="underline">aangever [slachtoffer 2]</emphasis> d.d. 16 januari 2015 (p. 74 tot en met 76 van het einddossier met nummer 2014198657)</para>
    <para>- de bekennende verklaring van <emphasis role="underline">verdachte</emphasis> ter terechtzitting van 14 januari 2016 (proces-verbaal terechtzitting 14 januari 2016).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering zijn de hiervoor genoemde bewijsmiddelen niet uitgewerkt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van feit 4:</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht, met de officier van justitie en de verdediging, bewezen dat de verdachte zich aan dit feit heeft schuldig gemaakt. Zij bezigt daartoe de volgende bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- de verklaring van <emphasis role="underline">aangever [slachtoffer 4]</emphasis> d.d. 10 mei 2015 (p. 44 tot en met 47 van het einddossier met nummer 20150815.1100.83424)</para>
    <para>- de verklaring van <emphasis role="underline">aangever [slachtoffer 4]</emphasis> d.d. 11 mei 2015 (p. 48 tot en met 51 van het einddossier met nummer 20150815.1100.83424)</para>
    <para>- de bekennende verklaring van <emphasis role="underline">verdachte</emphasis> ter terechtzitting van 14 januari 2016 (proces-verbaal terechtzitting 14 januari 2016).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering zijn de hiervoor genoemde bewijsmiddelen niet uitgewerkt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van feit 5:</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht, met de officier van justitie en de verdediging, bewezen dat de verdachte zich aan dit feit heeft schuldig gemaakt. Zij bezigt daartoe de volgende bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- de verklaring van <emphasis role="underline">aangever [slachtoffer 5]</emphasis> d.d. 28 mei 2015 (p. 86 en 87 van het einddossier met nummer 20150815.1100.83424)</para>
    <para>- de verklaring van <emphasis role="underline">aangever [slachtoffer 5]</emphasis> d.d. 31 juli 2015 (p. 123 tot en met 127 van het einddossier met nummer 20150815.1100.83424)</para>
    <para>- de bekennende verklaring van <emphasis role="underline">verdachte</emphasis> ter terechtzitting van 14 januari 2016 (proces-verbaal terechtzitting 14 januari 2016).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering zijn de hiervoor genoemde bewijsmiddelen niet uitgewerkt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van feit 6:</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht, met de officier van justitie en de verdediging, bewezen dat de verdachte zich aan dit feit heeft schuldig gemaakt. Zij bezigt daartoe de volgende bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- de verklaring van <emphasis role="underline">aangever [slachtoffer 6]</emphasis> d.d. 4 juni 2015 (p. 129 en 130 van het einddossier met nummer 20150815.1100.83424)</para>
    <para>- de bekennende verklaring van <emphasis role="underline">verdachte</emphasis> ter terechtzitting van 14 januari 2016 (proces-verbaal terechtzitting 14 januari 2016).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering zijn de hiervoor genoemde bewijsmiddelen niet uitgewerkt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De bewezenverklaring.</title>
    <para>Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte</para>
    <para />
    <para>2. in de periode van 22 december 2014 tot en met 24 december 2014 te Veldhoven met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een aan [adres 2] gelegen woning heeft weggenomen een muntenverzameling en camera’s en een verrekijker en sieraden en een tas met inhoud en een OV-chipkaart en een bril, toebehorende aan [slachtoffer 2] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak, te weten door het inslaan van een raam van die woning;</para>
    <para />
    <para>4. op 10 mei 2015 te Veldhoven met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een aan [adres 4] gelegen woning heeft weggenomen een laptop en sleutels en sieraden en identiteitsbewijzen en een creditcard en een trouwboekje, toebehorende aan [slachtoffer 4] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak, te weten door het ingooien van een raam van die woning;</para>
    <para />
    <para>5. op 28 mei 2015 te Veldhoven met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een aan [adres 5] gelegen woning heeft weggenomen geld en munten en een telefoon en een laptop en USB sticks en een spelcomputer en portemonnees en een creditcard en koptelefoontjes en fluiten, toebehorende aan [slachtoffer 5] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak, te weten door het ingooien van een raam van die woning;</para>
    <para />
    <para>6. op 4 juni 2015 te Veldhoven met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een aan [adres 6] gelegen woning heeft weggenomen laptops en een monitor en sleutels, toebehorende aan [slachtoffer 6] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak, te weten door het ingooien van een raam van die woning.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De strafbaarheid van het feit.</title>
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.</para>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De strafbaarheid van verdachte.</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf.</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De eis van de officier van justitie.</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie eist een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden, met aftrek van voorarrest. De officier van justitie betrekt daarbij de ernst van de feiten, de ernstige inbreuk op de privacy van de slachtoffers en het feit dat verdachte eerder voor vermogensfeiten is veroordeeld. De officier van justitie ziet geen aanleiding voor het eisen van een voorwaardelijk strafdeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging.</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouwe heeft oplegging van een voorwaardelijk strafdeel bepleit, met daaraan verbonden toezicht van de reclassering en een behandeling bij de GGZ.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank.</emphasis>
      </para>
      <para>Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vier woninginbraken. De woning is bij uitstek de plaats waar men zich veilig moet kunnen voelen. Een inbraak in de woning veroorzaakt gevoelens van angst en onveiligheid bij de bewoners in het bijzonder en in de samenleving in het algemeen. Daarnaast brengt een woninginbraak voor de benadeelden materiële schade en overlast met zich mee. Verdachte heeft zich van dit alles niets aangetrokken. Verdachte heeft bij het plegen van de feiten gehandeld uit puur winstbejag en heeft zich niets aangetrokken van de belangen van de slachtoffers.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kijkend naar de persoon van verdachte houdt de rechtbank rekening met de omstandigheden dat verdachte eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten, onder meer tot een gevangenisstraf van zeer aanzienlijke duur en voorts de onderhavige strafbare feiten heeft gepleegd tijdens de proeftijd van een eerdere veroordeling.</para>
      <para>Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet op grond van het dossier en verhandelde ter terechtzitting geen aanleiding voor het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden, zoals verzocht door de raadsvrouwe. De rechtbank betrekt hierbij de omstandigheid dat verdachte zich over enige tijd opnieuw voor de strafrechter moet verantwoorden in verband met de verdenking van een aanzienlijk aantal vermogensdelicten. Wellicht kan de meervoudige kamer die gaat oordelen over die zaak (met parketnummer 01/845865-15) wel een dergelijke strafoplegging in overweging nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal wel een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank uitgaat van vier bewezenverklaarde feiten en de officier van justitie van acht bewezenverklaarde feiten en de rechtbank voorts van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] (feit 1).</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie.</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft integrale toewijzing geëist, alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging.</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouwe heeft verzocht deze vordering niet toe te wijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling. </emphasis>De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft. De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van de verdachte als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering. Deze kosten worden begroot op nihil. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] (feit 3).</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie.</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging.</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouwe heeft verzocht deze vordering niet toe te wijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling. </emphasis>De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft. De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van de verdachte als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering. Deze kosten worden begroot op nihil. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] (feit 4).</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie.</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft integrale toewijzing geëist, alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging.</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouwe heeft zich daarbij aangesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling. </emphasis>De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Schadevergoedingsmaatregel.</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7] (feit 7).</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie.</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft toewijzing tot een bedrag van 100,-- euro geëist, alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Verder heeft de officier van justitie niet-ontvankelijkheidverklaring terzake het overig gevorderde geëist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging.</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouwe heeft verzocht de vordering niet toe te wijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling. </emphasis>De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft. De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van de verdachte als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering. Deze kosten worden begroot op nihil. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9] (feit 9).</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie.</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft integrale toewijzing geëist, alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging.</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouwe heeft verzocht de vordering niet toe te wijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling. </emphasis>De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft. De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van de verdachte als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering. Deze kosten worden begroot op nihil. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 10] (feit 10).</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie.</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft integrale toewijzing geëist, alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging.</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouwe heeft verzocht de vordering niet toe te wijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling. </emphasis>De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft. De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van de verdachte als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering. Deze kosten worden begroot op nihil. </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling met parketnummer 01/825380-10.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie.</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gepersisteerd bij haar vordering in die zin dat zij thans tenuitvoerlegging vordert van tien maanden gevangenisstraf, omdat bij vonnis van deze rechtbank d.d. 15 oktober 2014 van het voorwaardelijk deel van één jaar gevangenisstraf reeds twee maanden zijn tenuitvoergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging.</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouwe heeft afwijzing van de vordering bepleit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling.</emphasis>
      </para>
      <para>De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd aan strafbare feiten heeft schuldig gemaakt.</para>
      <para>Bijzondere omstandigheden die aan de tenuitvoerlegging in de weg staan zijn niet aanwezig. De rechtbank zal dan ook de gevorderde tenuitvoerlegging van tien maanden gevangenisstraf gelasten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wetsartikelen.</title>
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen:</para>
      <para>Wetboek van Strafrecht art. 10, 24c, 27, 36f, 57, 310, 311.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 1 primair, feit 1 subsidiair, feit 3 primair, feit 3 subsidiair, feit 7 primair, feit 7 subsidiair, feit 8, feit 9 primair, feit 9 subsidiair, feit 10 primair en feit 10 subsidiair is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.
</para>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t.a.v. feit 2:
Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

t.a.v. feit 4:
Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

t.a.v. feit 5:
Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

t.a.v. feit 6:
Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt op de volgende straf.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>t.a.v. feit 2, feit 4, feit 5, feit 6:een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27</title>
    <parablock>
      <para>van het Wetboek van Strafrecht.</para>
      <para>
t.a.v. feit 1 primair, feit 1 subsidiair:
Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer] in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.</para>
      <para>
t.a.v. feit 3 primair, feit 3 subsidiair:
Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 3] in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.</para>
      <para>t.a.v. feit 4:
Maatregel van schadevergoeding van EUR 150,00 subsidiair 3 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten
behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] van een bedrag van EUR 150,--
(zegge: honderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen
door drie dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit materiële schade.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde
betalingsverplichting niet op.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte
mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] , van een
bedrag van EUR 150,-- (zegge: honderdvijftig euro). Het bedrag bestaat uit materiële schade.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden
begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te
maken kosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de
Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te
vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot
betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling
aan de Staat te vervallen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t.a.v. feit 7 primair, feit 7 subsidiair:
Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 7] in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.</para>
      <para>
t.a.v. feit 9 primair, feit 9 subsidiair:
Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 9] in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.</para>
      <para>
t.a.v. feit 10 primair, feit 10 subsidiair:
Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 10] in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.</para>
      <para>Beslissing na voorwaardelijke veroordeling:
</para>
      <para>Last tot tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij
vonnis van de meervoudige kamer te 's-Hertogenbosch d.d. 21 maart 2011, gewezen
onder parketnummer 01/825380-10, te weten een gevangenisstraf voor de duur van
<emphasis role="bold">10 maanden.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. E.W. van den Heuvel, voorzitter,</para>
      <para>mr. S.J.W. Hermans en mr. V. van Emstede, leden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van G.A.M. de Laat, griffier,</para>
      <para>en is uitgesproken op 28 januari 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>