<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2016:189</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-01-20T14:10:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-01-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">01/820398-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2016:189">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2016:189</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-01-20T11:23:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2016:189 Rechtbank Oost-Brabant , 20-01-2016 / 01/820398-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2016:189:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak van het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk voor particulier gebruik.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2016:189:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="1d5a3415-24ea-4183-9879-533aa4f157d9" depth="16" width="550" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>vonnis</para>
  <section>
    <title>RECHTBANK OOST-BRABANT</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 01/820398-15</para>
      <para>Datum uitspraak: 20 januari 2016	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,</para>
      <para>wonende te [adresgegevens] ,</para>
      <para>thans gedetineerd te: P.I. HvB Grave (Unit A + B).
</para>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 6 januari 2016.</para>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De tenlastelegging.</title>
    <para>De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 14 december 2015.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 7 april 2015 te Gemert, in elk geval in Nederland, al dan
niet opzettelijk, professioneel vuurwerk, te weten 1 stuk knalvuurwerk (Super
Cobra 6), voorhanden heeft gehad, terwijl dat professionele vuurwerk bestemd
was voor particulier gebruik;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De formele voorvragen.</title>
    <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van de officier van justitie.</title>
    <para>Het ten laste gelegde is wettig en overtuigend te bewijzen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een kopie van de vordering van de officier van justitie is als bijlage aan dit vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van de verdediging.</title>
    <para>Verdachte was (mede)eigenaar van de auto, maar hij bevond zich ten tijde van zijn aanhouding niet in die auto. Verdachte leende zijn auto vaak uit. Ook die dag had hij zijn auto uitgeleend. Voorts was de tas waar het vuurwerk in werd aangetroffen niet van verdachte en bevond die tas zich ook niet in zijn machtssfeer. Verdachte treft geen verwijt ten aanzien van het aangetroffen vuurwerk. Gelet op vorenstaande verzoekt de verdediging de rechtbank om verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het oordeel van de rechtbank.</title>
    <para>Op 7 april 2015 omstreeks 20:30 uur zagen de verbalisanten verdachte bij zijn auto, [omschrijving auto] voorzien van [kenteken auto] , staan. Nadat verdachte hen toestemming had gegeven om de auto te doorzoeken, troffen de verbalisanten in de achterbak van voornoemde auto (zie ook pagina 2 van het politiedossier) een tas met daarin een professioneel stuk vuurwerk, een zogenaamde Super Cobra 6, aan. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het dossier en het verhandelde ter zitting bieden geen aanknopingspunten voor de onjuistheid van de verklaring van verdachte dat hij niets van het vuurwerk wist. In het bijzonder merkt de rechtbank daarbij nog op dat niet blijkt dat onderzoek is verricht naar de andere twee personen die bij de desbetreffende auto zijn aangetroffen. De rechtbank acht de verklaring van verdachte daarmee niet onaannemelijk. De rechtbank heeft voorts meegewogen dat de tas met vuurwerk is aangetroffen in de achterbak, zodat deze tas niet direct zichtbaar was voor eenieder die zich in de auto bevond of in de auto keek. Gelet hierop kan de rechtbank niet met een voldoende mate van zekerheid vaststellen dat verdachte opzettelijk het desbetreffende vuurwerk voorhanden heeft gehad, dan wel dat hem anderszins een verwijt treft ten aanzien van het in zijn auto aangetroffen vuurwerk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte </para>
      <para>is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vrijspraak.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. T. van de Woestijne, voorzitter,</para>
      <para>mr. C.A. Mandemakers en mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, leden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van J. Kapteijns, griffier,</para>
      <para>en is uitgesproken op 20 januari 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Y.N.M. Rijlaarsdam is buiten staat dit vonnis (mede) te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>