<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2015:390</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-10T06:28:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-01-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-01-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/01/288686 / JE RK 15-28</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002656&amp;artikel=261&amp;g=2015-01-27">Burgerlijk Wetboek Boek 1 261</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PFR-Updates.nl 2015-0036</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2015:390">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2015:390</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-01-27T15:27:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2015:390 Rechtbank Oost-Brabant , 22-01-2015 / C/01/288686 / JE RK 15-28</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2015:390:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een niet gecertificeerde instelling (de stichting) is ontvankelijk in haar verzoek. Weliswaar is de stichting met ingang van 1 januari 2015 niet een gecertificeerde instelling, maar gelet op artikel 10.7, tweede lid van de Jeugdwet acht de kinderrechter de stichting bevoegd om verzoeken ter uitvoering van lopende ondertoezichtstellingen, zoals in het onderhavige geval een verzoek tot opheffing van de ondertoezichtstelling, in te dienen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2015:390:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking </para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/01/288686 / JE RK 15-28</para>
      <para>datum uitspraak: 22 januari 2015</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">beschikking opheffing ondertoezichtstelling</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">in de zaak van</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">STICHTING BUREAU JEUGDZORG REGIO NOORDOOST, hierna te noemen: de stichting,</bridgehead>
    <para>gevestigd te 's-Hertogenbosch</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de minderjarige]
        </emphasis>, geboren op[geboortedatum] te [geboorteplaats], hierna te noemen: [de minderjarige].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam], hierna te noemen: (de) moeder,</bridgehead>
    <para>wonende op een voor de rechtbank bekend adres,</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, hierna te noemen: de raad,</bridgehead>
    <para>gevestigd te 's-Hertogenbosch.</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de stichting van </para>
      <para>8 januari 2015, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 9 januari 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 22 januari 2015 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. </para>
      <para>Gehoord zijn:</para>
    </parablock>
    <para>- de moeder,</para>
    <para>- een vertegenwoordiger van de raad, </para>
    <para>- een vertegenwoordiger van de stichting.</para>
  </section>
  <section>
    <title>De feiten<?linebreak?></title>
    <para>Het ouderlijk gezag over [de minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [de minderjarige] woont bij de moeder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 4 juli 2014 heeft de kinderrechter met ingang van 13 juli 2014 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd voor de duur van een jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek</title>
    <para>
      <?linebreak?>De stichting heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] op te heffen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De stichting voert in haar verzoekschrift onder meer en zakelijk weergegeven het navolgende aan.</para>
      <para>Er is geen sprake meer van een ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige] en er zijn geen twijfels meer over haar veiligheid. Moeder zet het belang van [de minderjarige] te allen tijde voorop. De afgelopen jaren heeft moeder aangetoond het beste voor haar kinderen te willen en door met de ex van vader ([naam]) samen te werken, stimuleert zij het contact tussen [de minderjarige] en vader, waarbij de veiligheid van [de minderjarige] centraal wordt gesteld. </para>
      <para>De stichting meent dat de ondertoezichtstelling kan worden beeïndigd en heeft er voldoende vertrouwen in dat moeder en [naam] de afspraken rondom de omgang tussen [de minderjarige] en vader kunnen handhaven op een wijze die voor [de minderjarige] veilig is. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van belanghebbenden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting van 22 januari 2015 zijn de belanghebbenden in de gelegenheid gesteld hun standpunten kenbaar te maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De belanghebbenden hebben verklaard in te stemmen met het door de stichting gedane verzoek. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter stelt vast dat de stichting ontvankelijk is in haar verzoek.</para>
      <para>Weliswaar is de stichting met ingang van 1 januari 2015 niet een gecertificeerde instelling, maar gelet op artikel 10.7, tweede lid van de Jeugdwet acht de kinderrechter de stichting bevoegd om verzoeken ter uitvoering van lopende ondertoezichtstellingen, zoals in het onderhavige geval een verzoek tot opheffing van de ondertoezichtstelling, in te dienen. </para>
      <para>
        <?linebreak?>Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat er geen ontwikkelingsbedreiging meer is en er geen zorgen meer zijn over de veiligheid van [de minderjarige].  Dit leidt tot de conclusie dat de gronden voor een ondertoezichtstelling niet meer aanwezig zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De kinderrechter:</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>heft de ondertoezichtstelling van bovengenoemde minderjarige op met ingang van </title>
    <para>22 januari 2015;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. P.P.M. van Reijsen, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.E.M. Bullens als griffier en in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>22 januari 2015 en op schrift gesteld op 27 januari 2015.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">sem</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
    </parablock>
    <para>- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
    <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
    <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof<?linebreak?>'s-Hertogenbosch </para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>