<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2015:2609</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T01:54:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-05-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-05-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">01/860045-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2015:2609">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2015:2609</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-05-01T14:35:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-05-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2015:2609 Rechtbank Oost-Brabant , 04-05-2015 / 01/860045-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2015:2609:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak van mensenhandel</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2015:2609:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="92b86c79-aadc-497e-ad3d-3b8c697c1ad3" depth="16" width="550" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>vonnis</para>
  <section>
    <title>RECHTBANK OOST-BRABANT</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 01/860045-14 </para>
      <para>Datum uitspraak: 04 mei 2015	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats 1] op [1972 1],</para>
      <para>wonende te [adres 1].
</para>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 21 april 2015.</para>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De tenlastelegging.</title>
    <para>De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 22 december 2014.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 juli 2012
tot en met 14 augustus 2013 in de gemeente Eindhoven en/of een of meer andere
plaatsen in Nederland en/of in België, tezamen en in vereniging met een ander
of anderen en/of alleen,
</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [slachtoffer 1] (geboren [1973], [geboorteplaats 2]) en/of
[slachtoffer 2] (geboren [1988], [geboorteplaats 3]) en/of
[slachtoffer 3] (geboren [1972 2], [geboorteplaats 2]) en/of
een of meerdere andere perso(o)n(en)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(telkens) heeft aangeworven en/of medegenomen en/of ontvoerd,
</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(telkens) met het oogmerk die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] en/of
een of meerdere andere perso(o)n(en) in een ander land ertoe te brengen zich
beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele
handeling(en) met of voor derde tegen betaling ;
</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(artikel 273f lid 1 ahf/sub3 Wetboek van Strafrecht);</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De formele voorvragen.</title>
    <parablock>
      <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie.</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie acht het feit wettig en overtuigend bewezen en eist een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een kopie van de vordering van de officier van justitie is als bijlage aan dit vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van de verdediging.</title>
    <para>De raadsman heeft bij gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs vrijspraak bepleit en in het geval van een bewezenverklaring toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vrijspraak.</title>
    <para>De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht met name niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wist dat de in de tenlastelegging aangeduide personen, welke hij in zijn taxi naar België vervoerde, zich aldaar beschikbaar stelden tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor derden tegen betaling. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte had een taxibedrijf en vervoerde met regelmaat klanten van Eindhoven Airport naar Beerse in België en vice versa. Uit het dossier blijkt dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde vrouwen van Eindhoven Airport heeft vervoerd naar Beerse in België. Deze ritopdrachten kreeg verdachte soms van de betrokken vrouwen zelf en soms van een persoon, genaamd [persoon 1], eigenaar van [bedrijf 1] in Beerse in België.</para>
      <para>Van de in de tenlastelegging genoemde vrouwen heeft alleen [slachtoffer 2] tegen de politie verklaard dat zij prostitutiewerkzaamheden verrichtte, maar niet is gebleken dat zij dat op enig moment tegen verdachte heeft verteld. De andere vrouwen hebben  prostitutiewerkzaamheden ontkend en het dossier bevat geen feiten of omstandigheden op basis waarvan met zekerheid kan worden vastgesteld dat zij in de prostitutie werkzaam waren.b.</para>
      <para>De door de politie beschreven uiterlijke kenmerken van de vrouwen zijn onvoldoende voor het bewijs dat zij prostituees zouden zijn. </para>
      <para>Nu niet vaststaat dat verdachte wist dat [slachtoffer 2] in de prostitutie werkzaam was en het bewijs dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] werkzaam waren in de prostitutie ontbreekt, kan niet tot het wettig en overtuigend bewijs van het tenlastegelegde gekomen worden.</para>
      <para>Daaraan doet niet af dat verdachte in zijn verklaringen van 14 en 15 augustus 2013 heeft gesproken over “de prostituees”, nu hij in diezelfde verhoren meermaals heeft aangegeven dat hij niet (zeker) wist wat die vrouwen in Beerse in België gingen doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is tenlastelegd en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. E.W. van den Heuvel, voorzitter,</para>
      <para>mr. J.H.P.G. Wielders en mr. H.M. Hettinga, leden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van G.A.M. de Laat, griffier,</para>
      <para>en is uitgesproken op 4 mei 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>