<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2015:2302</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T21:50:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-04-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-04-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">01/825441-08</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJFS 2015/151</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2015:2302">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2015:2302</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-04-22T08:17:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-04-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2015:2302 Rechtbank Oost-Brabant , 08-04-2015 / 01/825441-08</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2015:2302:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2015:2302:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="150fd324-d8fd-4465-9000-a5e936b469ba" depth="16" width="550" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>uitspraak</para>
  <section>
    <title>RECHTBANK OOST-BRABANT</title>
    <para>Sector Strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 01/825441-08</para>
      <para>Uitspraakdatum: 8 april 2015</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing verlenging terbeschikkingstelling.</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [terbeschikkinggestelde],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,</para>
      <para>verblijvende te [verblijfplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het onderzoek van de zaak.</title>
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van deze rechtbank van 19 november 2008 is betrokkene ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging voor een poging tot zware mishandeling van een politieagent. Bij beslissing van 10 januari 2011 en 24 januari 2012 werd de terbeschikkingstelling door deze rechtbank met een jaar verlengd. In hoger beroep is de beslissing van 24 januari 2012 door het gerechtshof te Arnhem op 12 november 2012 bevestigd. Op 5 februari 2013 heeft deze rechtbank de terbeschikkingstelling wederom met een jaar verlengd en tegelijkertijd de dwangverpleging voorwaardelijk beëindigd. </para>
      <para>Op 23 januari 2014 is de terbeschikkingstelling door deze rechtbank voor het laatst met één jaar verlengd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 12 december 2014 heeft de officier van justitie bij deze rechtbank een nieuwe vordering ingediend die strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling van betrokkene voor de duur van één jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 januari 2015. Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige van Novadic-Kentron en betrokkene en zijn raadsvrouwe gehoord. Van het verhandelde is proces-verbaal opgemaakt, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast geldt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het dossier van betrokkene bevinden zich onder andere:</para>
    </parablock>
    <para>- een verlengingsadvies van Novadic-Kentron d.d. 3 november 2014. </para>
    <para>- een voortgangsverslag toezicht van Novadic-Kentron d.d. 14 november 2014.</para>
    <para>- een rapport van een pro justitia forensisch psychiatrisch onderzoek d.d. 18 oktober 2014. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op de terechtzitting van 28 januari 2015 beslist het onderzoek te schorsen tot de terechtzitting van 8 april 2015, teneinde nader te onderzoeken of het middels wijziging van de voorwaarden mogelijk is een beter bij het resocialisatietraject passende woonvorm te vinden en nader te onderzoeken of er in casu ruimte is voor een opname in het kader van de Wet BOPZ.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting van 8 april 2015 heeft de rechtbank het onderzoek van de zaak hervat in de stand waarin het zich op het tijdstip van de schorsing van het onderzoek op 28 januari 2015 bevond. Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige van Novadic-Kentron en betrokkene en zijn raadsman gehoord. Van het verhandelde is proces-verbaal op gemaakt, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast geldt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan het dossier van betrokkene zijn na de terechtzitting van 28 januari 2015 toegevoegd:</para>
    </parablock>
    <para>- een beschikking van de rechtbank Limburg d.d. 27 maart 2015, waarbij een voorwaardelijke</para>
    <parablock>
      <para>  machtiging is verleend om betrokkene op te nemen in een psychiatrische ziekenhuis voor de </para>
      <para>  duur van maximaal zes maanden, ingaande op 27 maart 2015 en eindigende op 27 december </para>
      <para>  2015, onder de voorwaarden overeenkomstig het behandelplan van de klinisch psycholoog en </para>
      <para>  psychiater d.d. 11 maart 2015. </para>
    </parablock>
    <para>- het behandelplan d.d. 11 maart 2015, onder meer inhoudende dat betrokkene begeleid gaat </para>
    <parablock>
      <para>  worden via het[naam team]. Deze houden toezicht op de voorwaarden. De psychiater</para>
      <para>  aldaar is dan de hoofdbehandelaar. Daarnaast zal er woonbegeleiding zijn vanuit [instelling].</para>
    </parablock>
    <para>- een aanvullend verlengingsadvies voorwaardelijke beëindiging TBS van Novadic-Kentron </para>
    <para>  d.d. 30 maart 2015.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling.</title>
    <parablock>
      <para>In voornoemd verlengingsadvies van Novadic-Kentron is gesteld dat indien de tbs-maatregel beëindigd wordt, het resocialisatietraject niet voortgezet kan worden en betrokkene grotendeels op zichzelf aangewezen zal zijn. De reclassering beschouwt het risico op terugval in drugsgebruik en antisociaalgedrag daarbij als hoog.</para>
      <para>De reclassering adviseert om de tbs-maatregel onder handhaving van de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging te verlengen met één jaar. Afgelopen periode is de stap naar het appartement op het terrein van het [instelling 2] te groot gebleken. Het huidige resocialisatietraject binnen de forensische RIBW kan dan worden voortgezet. De reclassering adviseert de voortgang van het resocialisatieproces na één jaar te evalueren en te bezien of de volgende stap naar zelfstandig wonen gezet kan worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In voornoemd pro justitia rapport adviseert de psychiater om meer gericht te werken aan terugvalmanagement in middelengebruik. Inzet hierbij is om de huidige ervaring van een snelle terugval in intensief middelengebruik te doorbreken. Hierbij zou bij de verslavingszorg geïnformeerd kunnen worden naar de toekomstige mogelijkheden van een eventuele rechterlijke machtiging in het kader van de BOPZ.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De deskundige, optredend namens Novadic-Kentron, heeft zowel bij de behandeling ter  terechtzitting van 28 januari 2015 als die van 8 april 2015, gepersisteerd bij voornoemd verlengingsadvies. De deskundige stelt dat ondanks het feit dat er met de beschikking van de rechtbank Limburg d.d. 27 maart 2015 een vangnet is vanuit de BOPZ, zij de stap dat betrokkene zonder begeleiding van de reclassering op zichzelf gaat wonen, nu nog te groot vindt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting van 8 april 2015 heeft de officier van justitie, mede gelet op de door de rechtbank Limburg verstrekte machtiging in het kader van de BOPZ en het verhandelde ter terechtzitting, het standpunt van het openbaar ministerie ten aanzien van de vordering van 12 december 2014 gewijzigd, in die zin dat zij nu vordert dat de verlenging van de terbeschikkingstelling wordt afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman en de betrokkene hebben zich ter terechtzitting van 8 april 2015, evenals de officier van justitie, op het standpunt gesteld dat de terbeschikkingstelling moet worden beëindigd, aangezien de machtiging in het kader van de BOPZ voldoende waarborgen biedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat, nu gebleken is dat de behandeling van betrokkene succesvol is verlopen en er een voorwaardelijke machtiging is om betrokkene op te nemen in een psychiatrisch ziekenhuis indien hij zich niet aan de in het behandelplan gestelde voorwaarden houdt, het recidivegevaar tot een aanvaardbaar risico is teruggebracht, </para>
      <para>de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen voldoende is gewaarborgd en daarmee het doel van de opgelegde maatregel is bereikt. </para>
      <para>Bovendien is de rechtbank van oordeel dat, gezien het indexdelict en de duur van de terbeschikkingstelling, een verlenging van de terbeschikkingstelling zowel in het kader van proportionaliteit als in het kader van subsidiariteit niet in de rede ligt. De rechtbank zal om voornoemde redenen de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling afwijzen.	</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>DE BESLISSING.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">wijst af</emphasis> de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling van [terbeschikkinggestelde].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. E.C.P.M. Valckx, voorzitter,</para>
      <para>mr. C.A. Mandemakers en mr. C.P.C. Kuijs, leden, </para>
      <para>in tegenwoordigheid van M.P.M. van Goethem, griffier </para>
      <para>en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 april 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter mr. C.P.C. Kuijs is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>