<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2015:1066</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T08:10:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-02-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-01-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WR 14-036</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2015:1066">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2015:1066</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-02-27T13:43:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-02-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2015:1066 Rechtbank Oost-Brabant , 16-01-2015 / WR 14-036</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2015:1066:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>wrakingsverzoek niet ontvankelijk verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2015:1066:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer WR 14/036</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking van 16 januari 2015 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van    </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekers],</emphasis>
      </para>
      <para>eisers in een gerechtelijke procedure bij de rechtbank Oost-Brabant, locatie Eindhoven, met  zaaknummer 3380245 CV EXPL 14 – 10293,  </para>
      <para>hierna te noemen verzoekers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gemachtigde [gemachtigde]<emphasis role="bold">,  </emphasis></para>
      <para>wonende te Willemstad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop.</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van:</para>
      <para>- het verzoekschrift tot wraking gedateerd op 2 december 2014 en bij de rechtbank ontvangen op 3 december 2014;   </para>
      <para>- de brieven van de gemachtigde van verzoekers aan de rechtbank Oost-Brabant van 8 december 2014 en 22 december 2014;</para>
      <para>- het dossier in de hoofdzaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling.  </title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De rechtbank zal terstond en zonder dat verzoekers in de gelegenheid zijn gesteld zich tijdens een mondelinge behandeling ter terechtzitting over het verzoek uit te laten, uitspraak doen, omdat sprake is van kennelijke niet-ontvankelijkheid van het verzoek, op grond van de hierna te noemen overwegingen.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Het verzoek strekt tot wraking van de kantonrechter in de procedure met zaaknummer  3380245 CV EXPL 14 – 10293. Verzoekers hebben betoogd dat de procedure dermate veel ernstige gebreken omvat, samenhangend met de beslissing tot splitsing van de zaken van verzoekers in verband met de heffing van griffierechten, dat daarmee in ieder geval de schijn van partijdigheid is gewekt. Het vertrouwen in de onafhankelijke rechtspraak door onafhankelijke en onpartijdige rechters is zeer ernstig geschaad en de schijn is gewekt dat de kantonrechter niet onafhankelijk en onpartijdig is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>leiden. <?linebreak?>Een wrakingsverzoek kan derhalve enkel worden gedaan indien er in een zaak sprake is van een behandelend rechter. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Uit het verzoekschrift, de reactie daarop van de teamvoorzitter van de rechtbank Oost-Brabant van 3 december 2014 en de brief van de gemachtigde van verzoekers van 22 december 2014 blijkt dat er in de zaken waarin het wrakingsverzoek is ingediend nog geen sprake is van een behandelend rechter. <?linebreak?>Bovendien hebben verzoekers bij brief van 22 december 2014 hun vorderingen in de zaak waarin het onderhavige wrakingsverzoek is ingediend, ingetrokken hetgeen eveneens meebrengt dat er van een behandeling van een zaak door een rechter van de rechtbank Oost-Brabant geen sprake is. <?linebreak?>In verband daarmee zullen verzoekers in hun verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De  rechtbank,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek tot wraking in de procedure met zaaknummer 3380245 CV EXPL 14 – 10293.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. E.J.C. Adang, voorzitter, mr. J.H. Wiggers en <?linebreak?>mr. M.E. Bartels, leden, en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2015 in aanwezigheid van de griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>