<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2014:7533</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T08:46:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-12-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-12-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">14 _ 1420</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;g=2015-01-13">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2015/68</rdf:li>
          <rdf:li>Belastingadvies 2015/3.1</rdf:li>
          <rdf:li>Belastingblad 2015/122</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2015/14.23.4</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2015-0154</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2015011301</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2014:7533">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2014:7533</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-01-13T10:05:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-01-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2014:7533 Rechtbank Oost-Brabant , 12-12-2014 / 14 _ 1420</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2014:7533:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>rechtsmiddelen aangewend door een niet-belanghebbende terwijl niet blijkt dat bedoeld is namens de belanghebbende een rechtsmiddel aan te wenden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2014:7533:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SHE 14/1420</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 december 2014 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres], te [woonplaats], eiseres</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de heffingsambtenaar van de gemeente Eindhoven, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: F. Fikri).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 9 februari 2014 (de beschikking) heeft verweerder aan [persoon 1], wonende aan [adres], een naheffingsaanslag parkeerbelasting ter hoogte van € 57,20 opgelegd, bestaande uit € 1,20 parkeerbelasting en € 56,00 naheffingskosten.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak op bezwaar van 24 maart 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van (beweerdelijk) [persoon 1] ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 december 2014. Eiseres is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. In het gesloten stelsel van rechtsbescherming in het belastingrecht is het voor een derde niet mogelijk een rechtsmiddel aan te wenden tegen een beschikking of een aanslag die niet uitdrukkelijk op zijn naam is gesteld. Evenmin kan een derde zich, in een geval als het onderhavige, als (belanghebbende) partij voegen in een geding van een ander. De rechtbank verwijst in het bijzonder artikel 26a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen welke ook van toepassing is op een gemeentelijke belasting als parkeerbelasting.</para>
    <para />
    <para>2. De beschikking is niet opgelegd aan eiseres, maar aan haar moeder [persoon 1]. Alleen [persoon 1] kon derhalve een rechtsmiddel aanwenden. Dit heeft zij niet gedaan, terwijl noch uit hetgeen eiseres in bezwaar dan wel beroep heeft betoogd, blijkt dat zij rechtsmiddelen <emphasis role="italic">namens</emphasis> haar moeder heeft aangewend. De moeder van eiseres is ter zitting ook niet verschenen. Uit de inhoud van de bezwaar- en beroepsgronden blijkt ook dat de grieven van eiseres zien op haar positie als bewoner. Eiseres is daarom niet-ontvankelijk in haar beroep.  De rechtbank zal zich dus niet uitlaten over de inhoudelijke beroepsgronden die door eiseres zijn aangevoerd.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank stelt vast dat verweerder in bezwaar in zoverre foutief gehandeld heeft door het bezwaarschrift van eiseres te behandelen als ware het afkomstig van haar moeder. Verweerder had evenwel het bezwaarschrift van eiseres niet-ontvankelijk moeten verklaren, maar heeft dit niet gedaan en in plaats daarvan een uitspraak op bezwaar op naam van de moeder van eiseres doen uitgaan. Omdat hierdoor bij eiseres de indruk is gewekt dat zij op de ingeslagen weg kon voort procederen ziet de rechtbank wel aanleiding te bepalen dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;</para>
    <para>- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 45,00 aan eiseres te vergoeden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. M.M.L. Wijnen, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. M.R. Hoeksema, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 december 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier											rechter		</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>