<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2014:7023</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T01:31:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-11-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-11-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">3038435</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Eindhoven</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Prg. 2015/2</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2014:7023">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2014:7023</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-11-18T12:10:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-11-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2014:7023 Rechtbank Oost-Brabant , 13-11-2014 / 3038435</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2014:7023:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>In verband met de hoogte van het griffierecht beperkt eiser zijn vordering tot 499,99 euro. De kantonrechter overweegt dat dan ook de beoordeling wordt beperkt en dat alleen de verschuldigdheid van (een deel van) de oudste factuur wordt beoordeeld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2014:7023:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="dd2fd9d4-c194-4ce2-b0a7-18eee29b9553" depth="16" width="550" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Kanton Eindhoven</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 3038435 \ CV EXPL  14-5384 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 13 november 2014</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te Eindhoven,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>gemachtigde: Johan van Ras, Gerechtsdeurwaarder te Helmond,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te Geldrop,</para>
      <para>gedaagde,  </para>
      <para>gemachtigde: mr. I. Gerrand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna genoemd “[eiser]” en “[gedaagde]”.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van het geding blijkt uit:</para>
      <para>a. de dagvaarding;</para>
      <para>b. de conclusie van antwoord; </para>
      <para>c. de comparitie na antwoord d.d. 1 september 2014 ten behoeve waarvan [eiser] stukken in het geding heeft gebracht die zowel aan de rechtbank als aan [gedaagde] zijn toegezonden;</para>
      <para>d. de akte d.d. 18 september 2014 (met producties), tevens akte van depot, van de zijde van [eiser];</para>
      <para>e. de antwoordakte d.d. 16 oktober 2014 van de zijde van [gedaagde].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Daarna is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] is tandarts. In 2007 hebben partijen afgesproken dat [eiser] het gebit van [gedaagde] zou vervangen door een prothese. Deze behandeling is eind 2007 uitgevoerd. De kosten voor deze behandeling bedroegen € 1.690,30. Daarvan heeft [gedaagde] € 400,00 als voorschot betaald. De factuur van 25 september 2007 voor het resterende bedrag van € 1.290,30 is niet betaald. Daarnaast heeft [eiser] aan [gedaagde] op 18 maart 2008 een factuur gezonden van € 20,00 voor een niet nagekomen afspraak op 4 februari 2008. Ook deze factuur is niet betaald.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert betaling van € 499,99, te vermeerderen met rente en kosten als vermeld in de dagvaarding. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen zal, voor zover relevant, hieronder nader worden ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [eiser] beperkt zijn vordering tot € 499,99 in verband met de griffierechten. De kantonrechter gaat ervan uit dat deze vordering ziet op een deel van de hoofdsom, en dan met name op de oudste factuur. De beoordeling zal dan ook daartoe beperkt worden. Over de tweede factuur, de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente zal geen oordeel worden gegeven.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het meest verstrekkende verweer van [gedaagde] is dat de vordering is verjaard op 27 september 2012. [gedaagde] stelt dat hij de factuur nooit heeft ontvangen en pas op 6 maart 2013 voor het eerst is aangemaand de openstaande factuur te betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [eiser] betwist niet dat de verjaringstermijn eindigt op 27 september 2012. [eiser] stelt in 2009  zelf twee aanmaningen te hebben verzonden en in 2012 nog één. Ook Direct Incasso heeft zonder resultaat [gedaagde] gesommeerd te betalen. Tenslotte  is de vordering uit handen gegeven aan de deurwaarder, die op 6 maart 2013 [gedaagde] heeft aangeschreven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De kantonrechter oordeelt als volgt. Op grond van vaste jurisprudentie (onder meer ECLI:NL:HR:2004:AO5122) dient de afzender van een brief de verzending naar het juiste adres te bewijzen en bovendien de (tijdige) correcte aanbieding aan de geadresseerde aannemelijk te maken. De door [eiser] gestelde aanmaningen zijn niet aangetekend verzonden. De enige onderbouwing van de verzending van de brieven door [eiser] zelf bestaat uit kopieën van die brieven die ten behoeve van deze procedure opnieuw zijn uitgedraaid. [eiser] heeft ter zitting aangegeven dat hij niet is staat is aannemelijk te maken dat die brieven door [gedaagde] zijn ontvangen. De onderbouwing dat door Direct Incasso brieven zijn verzonden, ontbreekt geheel. Weliswaar is bij de laatste akte een uitdraai van het dossier van Direct Incasso overgelegd, maar [eiser] heeft daar ter onderbouwing van zijn stellingen niet naar verwezen, zodat de kantonrechter daar geen acht op mag slaan. Nu niet is komen vast te staan dat de vordering tijdig is gestuit, is deze verjaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Ook indien waar zou zijn dat met [gedaagde] een betalingsregeling is getroffen, brengt dat daarin geen verandering. Die regeling zou volgens de eigen stellingen van [eiser] zijn getroffen vóór 12 november 2007 (toen is door [gedaagde] immers de eerste en enige betaling gedaan die volgens [eiser] op grond van die betalingsregeling is gedaan), zodat ook dan de verjaring al voor 6 maart 2013 een feit was.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Dat leidt er toe dat de vordering van [eiser] wordt afgewezen. [eiser] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, aan de zijde van [gedaagde] tot heden begroot op € 150,00 als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout, en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2014.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>