<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2014:6273</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T18:22:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-10-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">01/845493-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2014:6273">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2014:6273</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-10-21T11:07:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2014:6273 Rechtbank Oost-Brabant , 21-10-2014 / 01/845493-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2014:6273:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Op 2 juli 2014 heeft verdachte zich aan gevaarlijk verkeersgedrag schuldig gemaakt. Daarbij heeft hij een auto geraakt en is hij met een gestolen auto hoge snelheid door een straat gereden waar kinderen aan het spelen waren. Verdachte wordt veroordeeld tot 10 weken gevangenisstraf, 6 weken hechtenis, twee jaar ontzegging van de rijbevoegdheid en vergoeding van de schade aan de door hem beschadigde auto.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2014:6273:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="6d06f98d-34c5-46ad-be94-f609d3e86457" depth="16" width="550" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>vonnis</para>
  <section>
    <title>RECHTBANK OOST-BRABANT</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 01/845493-14 </para>
      <para>Datum uitspraak: 21 oktober 2014	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats]op [geboortedatum] 1994,</para>
      <para>wonende te [adres,woonplaats],</para>
      <para>thans gedetineerd te: P.I. HvB Grave (Unit A + B). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 7 oktober 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De tenlastelegging.</title>
    <para>De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 28 augustus 2014.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 2 juli 2014 te Helmond ter uitvoering van het door </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk[slachtoffer 1] van het leven te </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">beroven, met dat opzet </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- met hoge snelheid reed in de richting van een groep spelende kinderen en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- met hoge snelheid bleef rijden en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- met hoge snelheid recht op die [slachtoffer 1]is afgereden welke [slachtoffer 1]</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">achteruit/opzij moest springen teneinde een aanrijding met het door verdachte </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">bestuurde motorvoertuig te voorkomen, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(Artikel 287 jo 45 Wetboek van Strafrecht)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zou kunnen leiden:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 2 juli 2014 te Helmond ter uitvoering van het door </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd[slachtoffer 1], </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- met hoge snelheid reed in de richting van een groep spelende kinderen en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- met hoge snelheid bleef rijden en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- met hoge snelheid recht op die [slachtoffer 1]is afgereden, welke [slachtoffer 1]</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">achteruit/opzij moest springen teneinde een aanrijding met het door verdachte </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">bestuurde motorvoertuig te voorkomen, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(Artikel 302 jo 45 Wetboek van Strafrecht)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 2 juli 2014 te Helmond opzettelijk en wederrechtelijk een </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(personen)auto (merk Toyota met kenteken [Kenteken]), in elk geval enig goed, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">geheel of ten dele toebehorende aan de Politie eenheid Oost-Brabant, in elk </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 2 juli 2014 te Helmond, althans in Nederland, tezamen en </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (personen)auto </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(met kenteken [kenteken 2]) heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">voorhanden krijgen van die (personen)auto wist(en), althans redelijkerwijs </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">kon(den) vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(Artikel 416/417bis Wetboek van Strafrecht)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 2 juli 2014 te Helmond als bestuurder van een voertuig </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Ardennen, plotseling met hoge </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">snelheid optrekt en naar links stuurt, alwaar hij een aanrijding heeft </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">veroorzaakt met een personenauto en/of (vervolgens) met hoge snelheid door </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">bleef rijden in de richting van de Pastoor Massenhovenstraat, alwaar hij met </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">een snelheid hoger dan 80 km/h, althans een hoge snelheid, door de woonwijk </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">reed, en/of (vervolgens) met hoge snelheid de Pastoor Verbraeckenstraat </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">inreed, waar op dat moment één of meer kind(eren) en/of perso(o)n(en) op </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">straat aan het spelen was/waren welke opzij moest(en) springen en/of </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(vervolgens) met een snelheid hoger dan 100 km/h, althans een hoge snelheid, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">door de Pastoor Elsenstraat reed, waar op dat moment een fietser en/of een </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(tegemoet komend) voertuig re(e)d(en) die rakelings werden gepasseerd, door </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">kon worden gehinderd;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">betekenis te zijn gebezigd;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De formele voorvragen.</title>
    <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vrijspraak feit 1 primair en subsidiair.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie.</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie acht de poging doodslag zoals tenlastegelegd bij feit 1 primair wettig en overtuigend bewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging.</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging is van mening dat verdachte dient te worden vrijgesproken voor het onder feit 1 primair ten laste gelegde aangezien op grond van de gedingstukken onvoldoende kan worden aangenomen dat er sprake zou zijn van een poging tot doodslag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_2461d1d3-3f1c-48d6-b3fc-40dd146c0588" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 1 primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.</para>
      <para>De rechtbank overweegt daartoe dat zich in het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevinden waaruit volgt dat verdachte op[slachtoffer 1] is ingereden met het opzet of voorwaardelijk opzet om die[slachtoffer 1] te doden of aan hem zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Het met hoge snelheid afrijden op[slachtoffer 1] en andere spelende kinderen is, hoe onverantwoordelijk ook, niet voldoende voor een bewezenverklaring. De feiten en omstandigheden die wel tot dat oordeel zouden kunnen leiden zijn onvoldoende komen vast te staan. De rechtbank merkt hierbij op dat de verbalisanten [verbalisant 1]en [verbalisant 2]hebben verklaard dat ze bij het inrijden van de Pastoor Verbaeckenstraat zien dat verdachte al bijna aan het einde van die straat reed. Er moet zeker sprake zijn geweest van een afstand van tenminste vijftig meter tussen de auto van verdachte en de auto van de verbalisanten. Het is, mede gelet op de smalle weg, van die afstand voor de verbalisanten moeilijk in te schatten op hoeveel meter de door verdachte bestuurde auto zich van de kinderen, waaronder[slachtoffer 1], bevond, toen de kinderen van de weg de stoep opsprongen voor de naderende auto. De vader van[slachtoffer 1] heeft aangifte gedaan.[slachtoffer 1] is niet zelf gehoord. Uit de verklaring van de vader volgt dat de auto bijna over de tenen van[slachtoffer 1] is gereden. Niet valt uit te sluiten dat[slachtoffer 1] zich op dat moment al op het trottoir bevond. [persoon 1] en [persoon 2] die bij verdachte in de auto zaten hebben, ondanks dat ze belastend hebben verklaard omtrent het rijgedrag van verdachte, niets verklaard over kinderen die op de weg aan het spelen zouden zijn geweest of die zouden moeten hebben wegspringen voor de auto. Om al deze redenen kan niet met voldoende zekerheid worden gesteld dat verdachte is ingereden op[slachtoffer 1] of dat verdachte, toen hij kwam aanrijden,[slachtoffer 1] op de weg en voor zijn auto heeft zien staan of redelijkerwijze had kunnen zien staan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewijs ten aazien van de feiten 2, 3 en 4</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie.</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie acht de feiten 2 tot en met 4 wettig en overtuigend bewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging.</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging refereert zich voor wat betreft de feiten 2 tot en met 4 aan het oordeel van de rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het onderzoek ter terechtzitting en het procesdossier zijn voor wat betreft feit 3 de volgende feiten en omstandigheden vast komen te staan:</para>
    </parablock>
    <para>- tussen 22 juni 2014 te 23.30 uur en 23 juni 2014 te 08.00 uur is in Helmond een (personen) auto Opel Meriva voorzien van kenteken [kenteken 2] weggenomen<footnote-ref linkend="_4036dd8a-1a83-4914-b5e5-77cec8e569e5" />;</para>
    <para>- medeverdachte [persoon 2] heeft verklaard dat verdachte in de auto heeft aangegeven dat de auto was gestolen<footnote-ref linkend="_61927244-204e-4850-9147-5e98566c0da3" />;</para>
    <para>- verdachte heeft ter zitting verschillend verklaard over het moment waarop hij wist dat het voertuig waarin hij reed gestolen was. De laatste verklaring van verdachte was dat hij pas nadat hij op de vlucht was gegaan na de aanrijding met de auto waarin de politie zat, vernam dat de auto gestolen was<footnote-ref linkend="_7e5143a5-97e8-4dfe-a145-e781704665a8" />. Verdachte heeft voorts op zitting verklaard dat hij met de auto was opgehaald door [persoon 1]. Omdat hij vond dat [persoon 1] niet goed reed en [persoon 1] geen rijbewijs had, is verdachte in de auto gaan rijden. De rechtbank acht de verklaring van verdachte niet geloofwaardig aangezien verdachte eerder hier niets over heeft willen verklaren, hij zelf evenmin de beschikking heeft over een rijbewijs en hij op zitting tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd over het moment waarop hij wist dat de auto afkomstig was van diefstal. Daarbij neemt de rechtbank in ogenschouw dat verdachte geen echte reden kan geven waarom hij wilde vluchten voor de politie. De rechtbank acht de verklaring van [persoon 2], gelet op het vorenstaande dan ook betrouwbaarder zeker nu die in grote mate overeenkomt met de verklaring van [persoon 1]. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is op grond van bovenstaande bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 3 tenlastegelegde opzetheling van de personenauto van het merk Opel met kenteken [kenteken 2]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank past met betrekking tot feit 2 en 4 ten laste gelegde feiten de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 7 oktober 2014;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1], [verbalisant 2] [verbalisant 3], [verbalisant 4] [verbalisant 5] [verbalisant 6] [verbalisant 7]en [verbalisant 8] (blz. 74 t/m 79);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van aangifte van de Politie Oost-Brabant (blz. 134/135);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de processen-verbaal van de medeverdachten [persoon 1] en [persoon 2] (blz. 116 t/m 126).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de bewezenverklaring van feit 2 gaat de rechtbank uit van het door verdachte bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans op beschadiging van het politievoertuig door met zijn voertuig met hoge snelheid weg te rijden tussen twee achter elkaar stilstaande voertuigen, waartussen de ruimte dusdanig klein was dat wegrijden met hoge snelheid vanuit de positie van het voertuig van verdachte niet of nauwelijks mogelijk was zonder schade te veroorzaken aan het politievoertuig en/of het daarvoor geparkeerde voertuig.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De bewezenverklaring.</title>
    <para>Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:</para>
    <para />
    <para>2. </para>
    <bridgehead role="italic">op 2 juli 2014 te Helmond opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto (merk Toyota met kenteken [Kenteken]), toebehorende aan de Politie eenheid Oost-Brabant heeft beschadigd;</bridgehead>
    <para />
    <para>3. </para>
    <bridgehead role="italic">op 2 juli 2014 te Helmond een personenauto (met kenteken [kenteken 2]) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die (personen)auto wist, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;</bridgehead>
    <para />
    <para>4. </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 2 juli 2014 te Helmond als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Ardennen, plotseling met hoge snelheid is opgetrokken en naar links heeft gestuurd, alwaar hij een aanrijding heeft veroorzaakt met een personenauto en vervolgens met hoge snelheid door is blijven rijden in de richting van de Pastoor Massenhovenstraat, alwaar hij met een hoge snelheid, door de woonwijk is gereden en vervolgens met hoge snelheid de Pastoor Verbraeckenstraat is ingereden, waar op dat moment kinderen aan het spelen waren en vervolgens met hoge snelheid door de Pastoor Elsenstraat is gereden, waar op dat moment een fietser en een tegemoet komend voertuig reden die rakelings werden gepasseerd, door </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt en het verkeer op die weg werd gehinderd;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De strafbaarheid van het feit.</title>
    <para>Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De strafbaarheid van verdachte.</title>
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oplegging van straf en/of maatregel.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De eis van de officier van justitie.</emphasis>
      </para>
      <para>Met betrekking tot de feiten 1 tot en met 3:</para>
    </parablock>
    <para>- een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en bijzondere voorwaarden: reclasseringstoezicht, meldplicht, Cova-training, begeleiding bij wonen/dagbesteding/financiën en eventueel een behandeling bij de GGZ.</para>
    <para>Met betrekking tot feit 1:</para>
    <para>- een ontzegging van de bevoegdheid motorvoertuigen te besturen voor de duur van 2 jaren.</para>
    <para>Met betrekking tot feit 4:</para>
    <para>- gelet op het vorenstaande toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging.</emphasis>
      </para>
      <para>Indien de rechtbank tot bewezenverklaring komt van alle feiten is de verdediging van oordeel dat kan worden volstaan met een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek waarvan 18 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren waarbij de verdachte zich niet verzet tegen de genoemde bijzondere voorwaarden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank.</emphasis>
      </para>
      <para>Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zeer gevaarlijk weggedrag. Hij is met een gestolen auto, nadat hij teneinde te vluchten met opzet tegen een auto van de politie is aangereden, met hoge snelheden door een woonwijk gereden waar onder meer kinderen op dat moment op straat aan het spelen waren. Voorts heeft hij met grote snelheid langs een fietser gereden waardoor een tegemoetkomende auto werd gedwongen om uit te wijken om een aanrijding te voorkomen. Dat er geen slachtoffers zijn gevallen is een gelukkige omstandigheid, die geenszins is te danken aan verdachte. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Gedrag zoals dat van verdachte veroorzaakt veel maatschappelijke onrust en leidt tot toename van gevoelens van angst en onveiligheid onder burgers.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat verdachte dient te worden vrijgesproken voor het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde en de op te leggen straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal verdachte in verband met een juiste normhandhaving een gevangenisstraf voor de misdrijven en een hechtenis voor de overtreding opleggen die de duur van het voorarrest licht zal overschrijden. Omdat gelet op de ernst van de feiten en de hoogte van het voorarrest geen ruimte is voor een voorwaardelijk deel van de straf zal de rechtbank hier van afzien. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal voorts de voorlopige hechtenis van verdachte opheffen met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan de duur van de opgelegde gevangenisstraf in combinatie met de opgelegde hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De vordering van de benadeelde partij Politie Oost-Brabant.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie.</emphasis>
      </para>
      <para>Volledige toewijzing van de vordering van de benadeelde partij met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging.</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling. </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal, nu de vordering wordt toegewezen, de verdachte veroordelen in de kosten. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Schadevergoedingsmaatregel.</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.	</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wetsartikelen.</title>
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen:</para>
      <para>Wetboek van Strafrecht art. 10, 18, 24c, 27, 36f, 57, 62, 350, 416</para>
      <para>Wegenverkeerswet 1994 art. 5, 179.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair en subsidiair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven en overtreding: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>T.a.v. feit 2: </para>
      <para>opzettelijk en wederrechtelijk enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander </para>
      <para>toebehoort, beschadigen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>T.a.v. feit 3: </para>
      <para>opzetheling </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>T.a.v. feit 4: </para>
      <para>overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt op de volgende straf(fen) en/of maatregel(en).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESLISSING:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>T.a.v. feit 2en feit 3: </para>
      <para>Gevangenisstraf voor de duur van 10 weken met aftrek overeenkomstig artikel 27 </para>
      <para>Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>T.a.v. feit 4: </para>
      <para>Hechtenis voor de duur van 6 weken met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek </para>
      <para>van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opheffing van het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met</para>
      <para>ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan de duur van de</para>
      <para>opgelegde vrijheidsstraffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>T.a.v. feit 4: </para>
      <para>Ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen (bromfietsen daaronder </para>
      <para>begrepen) voor de duur van 2 jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>T.a.v. feit 2: </para>
      <para>Maatregel van schadevergoeding van EUR 2.286,27 subsidiair 32 dagen hechtenis</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten </para>
      <para>behoeve van het slachtoffer Politie Oost-Brabant van een bedrag van EUR </para>
      <para> 2.286,27 (zegge: tweeduizendtweehonderdzesentachtig euro en zevenentwintig </para>
      <para>centen ), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 32 dagen </para>
      <para>hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR 2.286,27 materiële </para>
      <para>schadevergoeding (post 1).</para>
      <para>De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde </para>
      <para>betalingsverplichting niet op.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing op de vordering van de benadeelde partij :</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte </para>
      <para>mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij Politie Oost-Brabant , van een </para>
      <para>bedrag van EUR 2.286,27 (zegge: tweeduizendtweehonderdzesentachtig euro en </para>
      <para>zevenentwintig centen ), te weten EUR 2.286,27 materiële schadevergoeding (post 1).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden </para>
      <para>begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te </para>
      <para>maken kosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor </para>
      <para>zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot </para>
      <para>vergoeding van deze schade.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. J.G. Vos, voorzitter,</para>
      <para>mr. J.H.P.G. Wielders en mr. P.T. Heblij, leden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van N.J.M. van Rooij, griffier,</para>
      <para>en is uitgesproken op 21 oktober 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. J.H.P.G. Wielders is niet in staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_2461d1d3-3f1c-48d6-b3fc-40dd146c0588" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie, eenheid Oost-Brabant, hulpofficieren van justitie, afdeling Helmond Oost, genummerd PL2200-2014090667. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_4036dd8a-1a83-4914-b5e5-77cec8e569e5" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte van [aangever] (blz. 71/72/73)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_61927244-204e-4850-9147-5e98566c0da3" label="3">
    <para> Proces-verbaal verhoor verdachte [persoon 2] (blz. 120/121)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7e5143a5-97e8-4dfe-a145-e781704665a8" label="4">
    <para> Verklaring van verdachte ter zitting van 7 oktober 2014</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>