<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2014:6007</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T08:36:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-09-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SHE 14/329</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2014/2067</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2015/7.17.4</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2014:6007">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2014:6007</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-10-13T09:46:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2014:6007 Rechtbank Oost-Brabant , 29-09-2014 / SHE 14/329</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2014:6007:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ter zitting zijn partijen bij wijze van compromis overeengekomen dat de waarde per waardepeildatum 1 januari 2012 voor het kalenderjaar 2013 nader moet worden vastgesteld op € 415.000. Tevens zijn partijen overeengekomen dat verweerder de door eiser gemaakte kosten in beroep vergoedt tot een bedrag van in totaal € 974. Ten slotte vergoedt verweerder het door eiser betaalde griffierecht ten bedrage van € 45. </para>
      <para />
      <para>Omdat er geen geschil tussen partijen meer resteert, heeft eiser geen procesbelang bij een rechterlijke oordeel van de bestreden uitspraak (vergelijk de arresten van de Hoge Raad van 3 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO5988, en 10 augustus 2012, ECLI:NL:HR:2012: BX4045). Het beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2014:6007:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SHE 14/329</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van </bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>29</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">september 2014 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [eiser], te [woonplaats], eiser</para>
        <para>(gemachtigde: M. van Yperen),</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>en</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>de heffingsambtenaar van de gemeente Eersel, verweerder</para>
        <para>(M.C.W. Mathijsen-Raaijmakers).</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 28 februari 2013, vervat in een op die datum gedagtekend aanslagbiljet, heeft verweerder op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak, plaatselijk bekend als [adres] (de woning), per waardepeildatum 1 januari 2012, voor het kalenderjaar 2013, vastgesteld op € 503.000. In dit geschrift is tevens de aanslag onroerende-zaakbelastingen (OZB) voor het kalenderjaar 2013 bekend gemaakt. </para>
      <para>
        <?linebreak?>Bij uitspraak op bezwaar van 10 januari 2014 (de bestreden uitspraak) heeft verweerder de waarde van de woning verlaagd naar € 426.000 en tevens de daarop gebaseerde aanslag dienovereenkomstig verminderd.<?linebreak?><?linebreak?></para>
      <para>Eiser heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. <?linebreak?><?linebreak?></para>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 september 2014. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder is verschenen, bijgestaan door de taxateur R. Latta.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>Ter zitting zijn partijen bij wijze van compromis overeengekomen dat de waarde per waardepeildatum 1 januari 2012 voor het kalenderjaar 2013 nader moet worden vastgesteld op € 415.000. Tevens zijn partijen overeengekomen dat verweerder de door eiser gemaakte kosten in beroep vergoedt tot een bedrag van in totaal € 974. Ten slotte vergoedt verweerder het door eiser betaalde griffierecht ten bedrage van € 45. <?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Omdat er geen geschil tussen partijen meer resteert, heeft eiser geen procesbelang bij een rechterlijke oordeel van de bestreden uitspraak (vergelijk de arresten van de Hoge Raad van 3 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO5988, en 10 augustus 2012, ECLI:NL:HR:2012: BX4045). Het beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J.J.M. Weyers, rechter, in aanwezigheid van </para>
        <para>P.L.M.M. Mulders, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 september 2014.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>griffier													rechter		</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>