<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2014:2420</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-01T14:55:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-05-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-04-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SHE 13/4788</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0007119&amp;g=2014-05-12">Wet waardering onroerende zaken</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Belastingblad 2014/273</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2014/914</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2014/36.24.3</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2014-1174</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2014051208</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2014:2420">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2014:2420</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-05-12T09:49:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-05-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2014:2420 Rechtbank Oost-Brabant , 22-04-2014 / SHE 13/4788</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2014:2420:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mondelinge uitspraak. Omdat een uittreksel uit het handelsregister en een kopie van de statuten aan de rechtbank zijn toegezonden die niet zien op eiseres, kan de rechtbank niet verifiëren of de machtiging door de daartoe bevoegde persoon is afgegeven. Onder verwijzing naar ECLI:NL:HR:2014:2 verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2014:2420:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SHE 13/4788</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">22 april 2014 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Fitland Vastgoed II B.V., te [vestigingsplaats], eiseres		</para>
      <para>(gemachtigden: mr. A.G.M. van Bree en [persoon 1]),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de heffingsambtenaar van de gemeente Gemert-Bakel, verweerder. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 28 februari 2013, vervat in een op die datum gedagtekend aanslagbiljet, heeft verweerder op grond van de Wet waardering onroerende zaken de waarden van de volgende onroerende zaken, te Gemert, per waardepeildatum 1 januari 2012, naar de toestand op 1 januari 2013, voor het kalenderjaar 2013, vastgesteld op de hierna genoemde waarden:</para>
    </parablock>
    <para>- [adres 1], waarde € 239.000;</para>
    <para>- [adres 2], waarde € 3.817.000;</para>
    <para>In dit geschrift zijn tevens de aanslagen onroerende-zaakbelastingen (OZB) voor het kalenderjaar 2013 bekend gemaakt. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak op bezwaar van 26 augustus 2013 de bestreden uitspraak op bezwaar) heeft verweerder de waarden van de onroerende zaken als volgt verlaagd:</para>
    </parablock>
    <para>- [adres 1], verlaagd naar € 216.000;</para>
    <para>- [adres 2], verlaagd naar € 3.731.000;</para>
    <para>Daarbij zijn tevens de daarop gebaseerde aanslagen OZB dienovereenkomstig verminderd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen de bestreden uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft na het verweerschrift nadere stukken ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 april 2014. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon 1]. Verweerder is verschenen in de persoon van </para>
      <para>drs. K.G. Stenger, bijgestaan door F.T.M. van Neer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Ambtshalve ziet de rechtbank zich eerst gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het beroep.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het beroepschrift is ingediend namens Fitland Vastgoed II B.V. door mr. A.G.M. van Bree. Bij brief van 7 oktober 2013 heeft de rechtbank de gemachtigde van eiseres in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken een recente schriftelijke machtiging, een uittreksel uit het handelsregister en een kopie van de statuten toe te sturen. In deze brief is nadrukkelijk vermeld dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren indien de geconstateerde verzuimen niet tijdig worden hersteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>Bij brief van 23 oktober 2013 heeft de gemachtigde van eiseres een recente machtiging, een uittreksel uit het handelsregister met betrekking tot Fitland Vastgoed I B.V. en een kopie van de staturen met betrekking tot laatstgenoemde rechtspersoon ingestuurd. De rechtbank constateert dat de twee laatstgenoemde stukken niet zien op eiseres, te weten Fitland Vastgoed II B.V.. Nu niet de juiste stukken zijn overgelegd, kan door de rechtbank niet worden geverifieerd of voormelde machtiging door de daartoe bevoegde persoon is afgegeven. Bij geen machtiging dan wel, zoals in het onderhavige geval, een schriftelijke machtiging waarvan de juistheid niet kan worden gecontroleerd, kleeft er naar het oordeel van de rechtbank een gebrek aan het beroepschrift, omdat niet is voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is vereist. Dit verzuim is niet binnen de daarvoor door de rechtbank geboden termijn hersteld. De rechtbank wijst in dit kader op het arrest van de Hoge Raad van 10 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:2. Gelet op het voorgaande is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.S. Klerk, voorzitter, en mr. M.M.L. Wijnen en </para>
        <para>mr. M.P. Schutte, leden, in aanwezigheid van Z. Selkan, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 april 2014.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>griffier											voorzitter		</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>