<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2014:1001</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T18:39:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-03-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C-01-246011 - HA RK 12-458</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2014:1001">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2014:1001</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-21T16:53:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2014:1001 Rechtbank Oost-Brabant , 06-03-2014 / C-01-246011 - HA RK 12-458</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2014:1001:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>---</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2014:1001:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="22984277-5310-4dd1-a848-18bf28be7ef3" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="ea38af07-44a0-49f6-8243-bc772bdd1c9b" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Handelsrecht</para>
      <para>Zittingsplaats 's-Hertogenbosch</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/01/246011 /  BP RK 12-458</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 6 maart 2014</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser in verzet]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te Eindhoven,</para>
      <para>opposante,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De burgerlijke maatschap [gedaagden in verzet]</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudende te Best,</para>
      <para>geopposeerde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Deze beslissing wordt gegeven naar aanleiding van het op 20 mei 2013 door opposante ingediende verzetschrift. Dit verzet is behandeld ter terechtzitting van 24 september 2013. Aldaar is opposante verschenen en heeft zich bediend van een pleitnota, die zich bij de stukken bevindt. Geopposeerde is ter terechtzitting verschenen in de persoon van[naam 1] en heeft verweer gevoerd. Van het verhandelde is proces-verbaal opgemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Na de terechtzitting heeft opposante een wrakingsgeschrift ingediend. Bij beschikking van deze rechtbank van 5 december 2013 is opposante in haar verzoek tot wraking niet ontvankelijk verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Vervolgens is de uitspraak in de onderhavige zaak bepaald op heden.  </para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Geopposeerde heeft in de persoon van[naam 2] rechtsbijstand verleend aan opposante in een geschil dat zij in 2010 had met de gemeente Eindhoven. De Raad voor Rechtsbijstand heeft daarvoor een toevoeging afgegeven en een eigen bijdrage opgelegd van € 750,00. Op 3 februari 2011 heeft opposante aan[naam 2] meegedeeld dat zij de zaak niet wilde voortzetten[naam 2] heeft het dossier uiteindelijk gesloten op 7 april 2011. De toevoeging is gedeclareerd waarbij een vergoeding werd toegekend van € 554,18,  waarmee de door opposante verschuldigde eigen bijdrage is verlaagd tot dat bedrag. Omdat opposante niet tot betaling daarvan wenste over te gaan, heeft geopposeerde zich gewend tot de voorzieningenrechter van deze rechtbank en verzocht om een bevelschrift betaling eigen bijdrage ex artikel 38 lid 4 van de Wet op de Rechtsbijstand. Bij beschikking van 25 april 2013 heeft deze het bedrag van de declaratie van geopposeerde in de bedoelde zaak vastgesteld op € 554,18. Met het onderhavige verzetschrift komt opposante tegen laatstgenoemde beslissing op.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Het verzet is kennelijk gegrond op een aantal stellingen, die samengevat en in onderling verband bezien, op het volgende neerkomen:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>Er staat een foute feitelijke weergave in de beschikking, omdat het onwaar is dat de Deken de klachten tegen de [naam 2] en [naam 1] ongegrond heeft verklaard;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Ten onrechte is aangenomen dat de matiging van de declaratie niet van toepassing is omdat opposante het voorstel niet zou hebben geaccepteerd;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Ten onrechte heeft de Raad van Discipline haar klacht afgewezen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [naam 1]heeft doelbewust geprobeerd te rechter te misleiden;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Opposante wenst de klacht tegen [gedaagden in verzet] te handhaven.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Ad a:  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij de stukken bevindt zich een brief van de Deken van 30 mei 2012 inzake “de klacht [eiser in verzet] tegen [gedaagden in verzet]”. In die brief heeft de Deken de klachten beide ongegrond verklaard. De stelling van opposante is dus onwaar en kan reeds daarom niet tot vernietiging van de aangevallen beschikking leiden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ad b: </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij de stukken bevindt zich een brief van het kantoor van geopposeerde aan opposante waarin het voorstel tot matiging wordt gedaan. Het voorstel is onder de voorwaarden van finale kwijting en acceptatie door opposante vóór 13 januari 2012. Vaststaat dat opposante dat voorstel niet heeft aanvaard, zodat het is vervallen. De stelling faalt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ad c: </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Dat de Raad van Discipline de klacht ten onrechte heeft afgewezen, brengt nog niet mee dat de aangevallen beschikking niet in stand kan blijven, al was het maar omdat die beschikking daarop niet is gebaseerd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ad d: </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Kennelijk betoogt opposante dat[naam 1] niet heeft medegedeeld dat de declaratie was gematigd tot € 554,18 respectievelijk tot € 350,00. Deze stelling berust evenmin op de feiten. Geopposeerde heeft niet anders aan de voorzieningenrechter medegedeeld dan dat de declaratie € 554,18 bedroeg (zij het dat bovendien vergoeding van buitenechtelijke werkzaamheden werd verzocht, welk verzoek door de voorzieningenrechter is afgewezen). Dat de matiging niet meer aan de orde was is reeds bij b. beschreven. Ook in dat opzicht heeft geopposeerde niet misleid.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Ad e: </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Deze stelling is te vaag om tot vernietiging van de beschikking te kunnen leiden. Het had op de weg van opposante gelegen om thans concreet en gedocumenteerd aan te geven waarom geopposeerde onjuist heeft gedeclareerd. Op zich zelf heeft opposante gelijk wanneer zij betoogt dat het bewijs van een negatief feit moeilijk is en dat de rechter daarmee rekening moet houden, maar dat neemt niet weg dat opposante meer duidelijkheid had kunnen verschaffen waarom het juist zou zijn dat het urenoverzicht (dat zij op zich zelf niet eens betwist) niet op waarheid kan berusten. De opmerking dat zij geen telefoon heeft is in dat opzicht volstrekt onvoldoende. De opmerking dat zij niet behoeft te betalen voor studie-uren van[naam 2], mist relevantie omdat die uren ook niet zijn gedeclareerd, zoals op het uren overzicht duidelijk staat aangegeven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Nu de gronden voor het verzet alle falen, zal het verzet als ongegrond worden aangemerkt en worden afgewezen. De aangevallen beschikking zal voor zoveel nodig worden bekrachtigd.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- wijst het verzet af;</para>
    <para />
    <para>- bekrachtigt de aangevallen beschikking.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. J.F.M. Strijbos en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2014.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>