<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2013:6655</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T13:00:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-11-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-11-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">01045182-01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2013:6655">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2013:6655</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-11-28T14:30:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-11-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2013:6655 Rechtbank Oost-Brabant , 29-11-2013 / 01045182-01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2013:6655:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing van de vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege. Handhaving van de voorwaarden waaronder de verpleging voorwaardelijk was beeindigd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2013:6655:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="7a056653-9e99-4e72-9aa6-26271387b06a" depth="16" width="550" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>uitspraak</para>
  <section>
    <title>RECHTBANK OOST-BRABANT</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 01/045182-01 </para>
      <para>Uitspraakdatum: 29 november 2013</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing op de vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [terbeschikkinggestelde]
    </title>
    <parablock>
      <para>		geboren te[geboorteplaats] [geboortedatum]1972,</para>
      <para>		verblijvende in het Huis van Bewaring te Grave.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het onderzoek van de zaak.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van deze rechtbank van 11 december 2002 is de [terbeschikkinggestelde] beschikking gesteld met verpleging van overheidswege. </para>
      <para>Bij beschikking van het gerechtshof Arnhem van 5 juli 2012 is de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd onder de in die beschikking vermelde voorwaarden. De terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beschikking van deze rechtbank d.d. 19 februari 2013 met twee jaar verlengd, onder de in die beschikking vermelde (gewijzigde) voorwaarden. </para>
      <para>Deze beslissing is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 4 juli 2013 bevestigd.</para>
      <para>Op 5 september 2013 is de vordering d.d. 18 april 2013 tot hervatting van de verpleging van overheidswege door deze rechtbank afgewezen, onder handhaving van de eerder gestelde voorwaarden (beslissing rechtbank Oost-Brabant d.d. 19 februari 2013), waaronder de verpleging van overheidswege voorwaardelijk is beëindigd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De onderhavige vordering van de officier van justitie tot hervatting van de verpleging is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 november 2013. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering van de officier van justitie d.d. 30 oktober 2013 strekt ertoe dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd.</para>
      <para>Ter terechtzitting van 27 november 2013 heeft de officier van justitie gepersisteerd bij deze vordering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft gezien een rapport van de Reclassering Nederland van 28 oktober 2013 van de hand van F.R.J. Brouwers, unitmanager en M. Siapour, reclasseringswerker.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling.</title>
    <parablock>
      <para>Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van de officier van justitie is gebaseerd op de stellingname van de reclassering dat de ter beschikking gestelde niet in staat is om gedurende een langere periode risicovolle situaties te vermijden en niet kan omgaan met de grote mate van vrijheid. Indien het aan de ter beschikking gestelde tenlastegelegde bewezen kan worden, dan heeft de ter beschikking gestelde volgens de reclassering de aan hem opgelegde voorwaarden overtreden. </para>
      <para>Ter zitting van 27 november 2013 is de deskundige dhr. I.E.F. Vlottes van de Reclassering Nederland verschenen en heeft voornoemd rapport van de reclassering toegelicht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie deelt mede dat de ter beschikking gestelde thans wordt verdacht van een nieuw strafbaar feit, welk feit volgens de officier van justitie ook wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Deze nieuwe strafzaak zal in januari 2014 dienen bij de politierechter van deze rechtbank. De ter beschikking gestelde heeft aldus de voorwaarden van de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging overtreden. Daarnaast heeft de ter beschikking gestelde geen openheid van zaken gegeven over het niet in bezit zijn  van een rijbewijs, terwijl hij toch als bestuurder van een auto is opgetreden. De verpleging van overheidswege moet gelet op het voorgaande worden hervat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van de ter beschikking gestelde heeft verzocht de vordering af te wijzen. Voor wat betreft het nieuwe strafbare feit geldt vooralsnog de onschuldpresumptie, waar de ter beschikking gestelde zich op het standpunt stelt dat hij niet als chauffeur is opgetreden. Voorts heeft de ter beschikking gestelde zich ook aan de overige gestelde voorwaarden gehouden. De reclassering heeft de nadere invulling van de voorwaarden niet duidelijk met de ter beschikking gestelde gecommuniceerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit hetgeen ter zitting naar voren is gebracht en de stukken welke zich in het dossier bevinden, heeft de rechtbank thans niet kunnen vaststellen of de ter beschikking gestelde de bij beslissing van 19 februari 2013 gestelde voorwaarden daadwerkelijk heeft overtreden. </para>
      <para>De rechtbank is gelet op het vorenstaande van oordeel dat de vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege dient te worden afgewezen, waarbij de voorwaarden gesteld in de beschikking van de rechtbank van 19 februari 2013 gehandhaafd dienen te blijven.<emphasis role="bold" /></para>
      <para>
        <emphasis role="bold" />
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE BESLISSING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Wijst af de vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Handhaaft</emphasis> de eerder gestelde <emphasis role="bold">voorwaarden</emphasis> (beslissing rechtbank Oost-Brabant d.d. 19 februari 2013) waaronder de verpleging van overheidswege voorwaardelijk is beëindigd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door </para>
      <para>mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, voorzitter,</para>
      <para>mr. J.W.H. Renneberg en mr. B. Poelert, leden, </para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. P. van Etteger-Lubbers, griffier,</para>
      <para>en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 november 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Renneberg en mr. Poelert zijn buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>