<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2013:4447</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T16:22:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-07-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">261862 / HA ZA 13-280</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2013:4447">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2013:4447</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-08-14T13:49:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2013:4447 Rechtbank Oost-Brabant , 31-07-2013 / 261862 / HA ZA 13-280</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2013:4447:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Incident.partiële verwijzing naar kantonrechter</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2013:4447:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK OOST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Handelsrecht</para>
      <para>Zittingsplaats 's-Hertogenbosch</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/01/261862 / HA ZA 13-280</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 31 juli 2013</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>eiser in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerder in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. J.L.M. van Gastel te Helmond,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de stichting</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING WOONPARTNERS</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Helmond,</para>
    </parablock>
    <para>2. de stichting</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING WOCOM</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Someren,</para>
    </parablock>
    <para>3. de vereniging</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERENIGING WONINGBOUWVERENIGING COMPAEN</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Helmond,</para>
      <para>gedaagden in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseressen in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. M.J. Jeths te Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiser] en Woonpartners c.s. genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte, houdende vermeerdering van eis van [eiser],</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord tevens houdende akte exceptie van onbevoegdheid </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie van antwoord.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Woonpartners c.s. vorderen dat de rechtbank de vordering in de akte houdende  vermeerdering van eis verwijst naar de kantonrechter, aangezien deze vordering gebreken aan de huurwoning van [eiser] en derhalve een aardvordering betreft. Op grond van artikel 94 lid 2 Rv dient de kantonrechter in beginsel over al het gevorderde een beslissing te nemen, tenzij de samenhang van de vorderingen zich daartegen verzet, aldus Woonpartners c.s. Woonpartners c.s. zijn van mening dat de vorderingen in de dagvaarding ter zake de schade uit hoofde van blokkade van de inschrijving van [eiser] als woningzoekende en de vordering betreffende de gebreken aan de woning niets met elkaar te maken hebben en dat de aard van de verschillende vorderingen zich tegen gezamenlijke behandeling verzet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Naar het voorlopig oordeel van de rechtbank betreft de vordering die [eiser] bij akte houdende vermeerdering van eis heeft ingesteld een onderwerp dat op grond van art. 93 onder c Rv door de kantonrechter wordt behandeld, ongeacht het beloop of de waarde van de vordering. Daarom zal deze vordering worden verwezen naar de kantonrechter van deze rechtbank, locatie Eindhoven. Op grond van artikel 94 lid 2 Rv wordt een zaak die meer vorderingen betreft, waarvan tenminste één een aardvordering is, door de kantonrechter behandeld en beslist, voor zover de samenhang tussen de vorderingen zich tegen afzonderlijke behandeling verzet. Van een zodanige samenhang tussen de vorderingen die zijn ingesteld bij dagvaarding en de vordering die is ingesteld bij de akte houdende vermeerdering van eis, is geen sprake. De vorderingen die zijn ingesteld bij dagvaarding zal de rechtbank (team Handelsrecht) daarom aan zich houden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [eiser] zal in de proceskosten van het incident worden veroordeeld, nu uit het voorgaande volgt dat hij dit incident nodeloos heeft veroorzaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vordering toe, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de kosten van het incident, aan de zijde van Woonpartners c.s. tot op heden begroot op € 452,00,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verwijst de vordering die is ingesteld bij akte vermeerdering van eis in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de kantonrechter van deze rechtbank, locatie Eindhoven, op <emphasis role="bold">donderdag 29 augustus 2013</emphasis> om <emphasis role="bold">09.00 uur</emphasis>,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst partijen erop dat zij op de hiervoor vermelde rolzitting niet hoeven te verschijnen, omdat de kantonrechter eerst zal beslissen op welke wijze de procedure zal worden voortgezet, waarna de griffier partijen over deze beslissing zal informeren, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure bij de kamer voor kantonzaken niet vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>wijst partijen erop dat de kantonrechter zal beslissen over de het door [eiser] en Woonpartners c.s. te betalen griffierecht in de verwezen zaak,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <parablock>
        <para>verwijst de vorderingen die zijn ingesteld bij dagvaarding naar </para>
        <para>naar de rol van <emphasis role="bold">woensdag 14 augustus 2013 </emphasis>voor<emphasis role="bold"> beraad comparitie </emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2013.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>