<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBOBR:2013:2685</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-04T07:55:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Oost-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Oost-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-07-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">01-820261-13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0006622">Wegenverkeerswet 1994</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0006622&amp;artikel=5">Wegenverkeerswet 1994 5</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0006622&amp;artikel=6">Wegenverkeerswet 1994 6</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Jwr 2013/71</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2013:2685">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2013:2685</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-07-05T09:52:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBOBR:2013:2685 Rechtbank Oost-Brabant , 05-07-2013 / 01-820261-13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBOBR:2013:2685:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft, als bestuurder van een auto, geen voorrang verleend aan een van rechts komende fietser, waardoor een aanrijding is ontstaan tussen de auto en de fietser. Verdachte heeft de fietser niet gezien. De fietser is ten gevolge van dit ongeval overleden. De enkele onoplettendheid van verdachte levert geen aanmerkelijke schuld op. Vrijspraak van artikel 6 WVW 1994. Bewezenverklaring artikel 5 WVW 1994. Opgelegd een werkstraf van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBOBR:2013:2685:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>vonnis</para>
  <section>
    <title>RECHTBANK OOST-BRABANT</title>
    <parablock>
      <para>Parketnummer: [01/820261-13]</para>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 01/820261-13</para>
      <para>Datum uitspraak: 05 juli 2013	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [1959],</para>
      <para>wonende te [woonplaats], [adres]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 21 juni 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De tenlastelegging.</title>
    <para>De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 10 juni 2013.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">zij op of omstreeks 31 oktober 2012 te Eindhoven als verkeersdeelnemer, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">over de weg, de Fakkellaan (gekomen ter hoogte van de (T-)kruising Fakkellaan </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">met de Vijfkamplaan), </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">onvoorzichtig en/of onoplettend, </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">- over genoemde Fakkellaan te rijden en/of de (T-)kruising met de Vijfkamplaan </emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">te naderen en/of</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- terwijl op de Fakkellaan (in de (rij)richting van verdachte) (vlak voor de </emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(T-)kruising) bord model G11 (Verplicht fietspad), van Bijlage I van het RVV </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">1990 is geplaatst en/of terwijl ter hoogte van genoemde (T-)kruising (op/over </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">de Fakkellaan) een fietsoversteekplaats is gelegen en/of</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- terwijl zij, verdachte, zag dat een fietser de fietsoversteekplaats (gelegen </emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">op/over de Fakkellaan) naderde,</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- zonder te stoppen en/of af te remmen de genoemde fietsoversteekplaats </emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">(geheel of gedeeltelijk) op te rijden/te passeren en/of</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- (daarbij) geen voorrang te verlenen aan een op genoemde fietsoversteekplaats </emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">voor verdachte (gezien haar rijrichting) van rechts komende fietser en/of</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- waardoor, althans mede waardoor, een aanrijding/botsing is ontstaan </emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">met/tussen het door haar, verdachte, bestuurde motorrijtuig en laatstgenoemde </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">fietser,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">waardoor de fietser (genaamd [slachtoffer]) werd gedood;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">zij op of omstreeks 31 oktober 2012 te Eindhoven als bestuurder van een </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Fakkellaan (gekomen </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">ter hoogte van de (T-)kruising Fakkellaan met de Vijfkamplaan),</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">- over genoemde Fakkellaan heeft gereden en/of de (T-)kruising met de </emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">Vijfkamplaan is genaderd en/of</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- terwijl op de Fakkellaan (in de (rij)richting van verdachte) (vlak voor de</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(T-)kruising) bord model G11 (Verplicht fietspad), van Bijlage I van het RVV</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">1990 is geplaatst en/of terwijl ter hoogte van genoemde kruising (op/over de </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Fakkellaan) een fietsoversteekplaats is gelegen en/of</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- terwijl zij, verdachte, zag dat een fietser (genaamd [slachtoffer]) de </emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">fietsoversteekplaats (gelegen op/over de Fakkellaan) naderde,</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- zonder te stoppen en/of af te remmen de genoemde fietsoversteekplaats </emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">(geheel of gedeeltelijk) is opgereden/is gepasseerd en/of</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">- (daarbij) geen voorrang heeft verleend aan de op genoemde </emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">fietsoversteekplaats voor verdachte (gezien haar rijrichting) van rechts </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">komende fietser en/of</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- waardoor, althans mede waardoor, een aanrijding/botsing is ontstaan</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">met/tussen het door haar, verdachte, bestuurde motorrijtuig en laatstgenoemde</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">fietser,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">althans kon worden gehinderd;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">betekenis te zijn gebezigd;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De formele voorvragen.</title>
    <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewijs.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bronnen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>Een dossier van de regiopolitie Brabant Zuid-Oost, afdeling Eindhoven Woensel Zuid, registratienummer PL2210 2012161137, aantal doorgenummerde bladzijden: 56. Dit dossier bevat een verzameling opgemaakte processen-verbaal die in de onderhavige zaak in het kader van het opsporingsonderzoek zijn opgemaakt alsmede andere bescheiden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.Een verslag als bedoeld in artikel 10 van de Wet op de Lijkbezorging d.d. 31 oktober 2012, opgemaakt en ondertekend door lijkschouwer A.H.T. Gieling.   </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Inleiding.</emphasis>
        </para>
        <para>Op 31 oktober 2012, omstreeks 15:45 uur, rijdt verdachte als bestuurder in een personenauto over de Fakkellaan te Eindhoven in de richting van de Estafettelaan. Haar dochter, [persoon 1], zit naast haar op de bijrijderstoel. Op het kruisingsvlak met de Vijfkamplaan, </para>
        <para>alwaar een fietsoversteekplaats is gelegen, verleent verdachte geen voorrang aan een van </para>
        <para>rechts komende fietser waardoor een aanrijding ontstaat tussen de door verdachte bestuurde personenauto en de fietser.<footnote-ref linkend="_2e5bfac4-da2c-41fc-be32-0b61a3f5f317" /> De fietser, [slachtoffer], overlijdt aan de gevolgen van de aanrijding.<footnote-ref linkend="_9d5ebf30-8e86-4b16-a437-5e3089bb90af" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de schuldvraag zijn de navolgende verklaringen van belang. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verdachte</emphasis> heeft bij de politie verklaard (letterlijk): </para>
        <para>‘Op de Fakkellaan ter hoogte van de Politieschool is een kruising, met een weg van rechts. Ik rijd daar vaker en ik weet dat daar altijd veel verkeer uitkomt en ik goed op moet letten. Ik rijd daar nooit hard. Ik weet dat ik moet stoppen voor het verkeer wat uit deze straat komt. Ter hoogte van deze kruising keek ik de straat in en zag op een behoorlijke afstand wel een auto aankomen. Ik zag ook een fietser aankomen; deze fietser bevond zich op het fietspad. Ik zag dat dit een flinke man was en ik zag dat deze man zich nog voor het kruisende fietspad bevond. Ik heb niet gezien of de man mijn auto zag, maar ik verwachtte niet dat de man door zou fietsen. Opeens hoorde ik een klap, waar ik erg van schrok. Door de klap remde ik en heb ik mijn auto gestopt.’<emphasis role="italic"> (bron 1, blz.31 onderaan en blz. 32 bovenaan</emphasis>)   </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [persoon 1] </emphasis>(de dochter van verdachte) heeft bij de politie verklaard (letterlijk): </para>
        <para>‘(..) Bij de kruising van de Fakkellaan met de Vijfkamplaan zag ik op het laatste moment pas dat er een man aan kwam fietsen vanuit de Vijfkamplaan. Mijn moeder wilde rechtdoor op die kruising in de richting van het kruis welke daar ligt. Op de kruising stak die man plotseling voor ons de weg over. Ik had niet verwacht dat die man nog zou oversteken omdat wij al zo dicht bij de kruising waren.’ (..)</para>
        <para>(..) ‘Ik schrok van zijn verschijning en begon te roepen. Ik voelde dat mijn moeder voluit remde om een botsing met die man te voorkomen. De man stak plotseling over. Mijn moeder kon een aanrijding met die man niet meer voorkomen.’ (..)</para>
        <para>(..) Ik begrijp niet waarom hij daar voor ons de weg overstak.’ (..) </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(bron 1, blz. 27)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verdachte</emphasis> heeft ter zitting verklaard dat zij nooit de fietser kan hebben aangereden waarover</para>
        <para>zij bij de politie heeft verklaard en die zij heeft gezien voordat zij het kruisingsvlak opreed. </para>
        <para>Die fietser bevond zich op dat moment namelijk op circa  20-25 meter afstand van het onder-havige kruisingsvlak op het fietspad van de Vijfkamplaan ter hoogte van de Politieschool. De fietser die verdachte toen heeft gezien kan nimmer zo snel het kruisingsvlak op zijn gereden. Aldus moet verdachte een andere fietser, een fietser die zij totaal over het hoofd heeft gezien, hebben aangereden. De laatstgenoemde fietser moet de fietser zijn geweest waarover de dochter van verdachte heeft verklaard. Volgens verdachte heeft de politie haar verklaring onjuist en niet volledig weergegeven, dit terwijl zij op dat moment nog helemaal overstuur</para>
        <para>was en in shock verkeerde als gevolg van de aanrijding. Met name heeft verdachte niet verklaard dat zij ‘niet verwachtte dat de man door zou fietsen.’  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie.</emphasis>
        </para>
        <para>Er is geen aanleiding om aan de juistheid van de verklaring die verdachte bij de politie heeft afgelegd te twijfelen. Daarvoor stemt deze verklaring op essentiële onderdelen te veel overeen met de verklaring van haar dochter. Echter, het enkele geen voorrang verlenen aan de van rechts komende [slachtoffer] is onvoldoende voor het aannemen van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken </para>
        <para>van het primair ten laste gelegde. Aangezien verdachte wel het verwijt kan worden gemaakt </para>
        <para>dat zij geen voorrang heeft verleend aan genoemde [slachtoffer], kan het subsidiair ten laste gelegde worden bewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het standpunt van verdediging. </emphasis>
        </para>
        <para>De versie van verdachte dat de fietser die zij heeft aangereden een andere fietser betreft dan </para>
        <para>de fietser die zij heeft gezien voordat zij het kruisingsvlak opreed, wordt niet weerlegd door </para>
        <para>de  bewijsmiddelen en kan aldus niet zonder meer terzijde worden geschoven. Uitgaande van de versie van verdachte kan haar enkel het verwijt worden gemaakt dat zij de onderhavige fietser, [slachtoffer], niet heeft gezien. Dat is volgens bestendige jurisprudentie onvoldoende voor het aannemen van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Vrij- spraak van het primair ten laste gelegde dient dan ook te volgen. Het subsidiair ten laste gelegde kan wel worden bewezen.   </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank.  </emphasis>
        </para>
        <para>Op basis van de zich in het dossier bevindende stukken valt niet uit te sluiten dat verdachte een andere fietser heeft gezien dan degene die zij heeft aangereden en waarvan zij heeft verklaard dat zij deze níet heeft gezien. De versie van verdachte kan bezwaarlijk als onaannemelijk ter- zijde worden geschoven. Uitgaande van deze versie heeft verdachte geen voorrang verleend aan een verkeersdeelnemer die zij voorafgaande aan de aanrijding niet heeft gezien. Uit de processtukken en het verhandelde ter terechtzitting is niet gebleken van enig onverantwoord</para>
        <para>verkeersgedrag van verdachte kort voor de onderhavige aanrijding. Het tegendeel blijkt </para>
        <para>veeleer het geval te zijn geweest. Met inachtneming van bestendige jurisprudentie van de </para>
        <para>Hoge Raad omtrent de beoordeling van de schuldvraag, komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat de onderhavige enkele onoplettendheid van verdachte geen aanmerkelijke mate </para>
        <para>van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 oplevert. Verdachte dient</para>
        <para>dan ook te worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde. Met de officier van justitie </para>
        <para>en de verdediging acht de rechtbank op grond van de hiervoor onder het kopje ‘inleiding’  aangehaalde bewijsmiddelen het subsidiair ten laste gelegde wel bewezen, aangezien verdachte het verwijt kan worden gemaakt dat zij - kort gezegd - ten onrechte geen voorrang heeft verleend aan een van rechts komende fietser.   </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring.</emphasis>
        </para>
        <para>Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(subsidiair)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">op 31 oktober 2012 te Eindhoven als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Fakkellaan, gekomen ter hoogte van de kruising Fakkellaan met de Vijfkamplaan,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">-over genoemde Fakkellaan heeft gereden en de kruising met de Vijfkamplaan is genaderd</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">-terwijl ter hoogte van genoemde kruising (op/over de Fakkellaan) een fietsoversteekplaats</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic"> is gelegen en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">-terwijl zij, verdachte, zonder te stoppen en/of af te remmen de genoemde fietsoversteek-  </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic"> plaats (geheel of gedeeltelijk) is opgereden en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">-daarbij geen voorrang heeft verleend aan de op genoemde fietsoversteekplaats voor</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic"> verdachte (gezien haar rijrichting) van rechts komende fietser </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">-waardoor een aanrijding is ontstaan tussen het door haar, verdachte, bestuurde</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic"> motorrijtuig en laatstgenoemde fietser.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>De strafbaarheid van het feit.</title>
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.</para>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De strafbaarheid van verdachte.</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straffen.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De eis van de officier van justitie.</emphasis> (bijlage)</para>
      <para>Een werkstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke rijontzegging van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging.</emphasis>
      </para>
      <para>Gelet op het geringe verwijt dat verdachte kan worden gemaakt en haar blanco strafblad is een geheel voorwaardelijke sanctie afdoende. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank.</emphasis>
      </para>
      <para>Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is met haar personenauto een kruising opgereden zonder een van rechts komende fietser op te merken en voorrang te verlenen. De fietser, de heer [slachtoffer], is als gevolg van de door verdachtes onoplettendheid ontstane aanrijding komen te overlijden. Hiermee is de nabestaanden van het slachtoffer onherstelbaar leed aangedaan, zoals ook blijkt uit de schriftelijke slachtofferverklaring. De rechtbank zal hiermee ten nadele van verdachte rekening houden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten voordele van verdachte zal de rechtbank meewegen dat verdachte nooit eerder met   politie en justitie in aanraking is geweest en zij tot op de dag van heden nog dagelijks</para>
      <para>kampt met de (psychische) gevolgen van de door haar veroorzaakte fatale aanrijding.      </para>
      <para>Ook zal de rechtbank ermee rekening houden dat verdachte direct na het ongeval heeft getracht om met de nabestaanden in contact te treden en zij er blijk van heeft gegeven</para>
      <para>dat zij de ernst van het door haar aan de nabestaanden aangedane leed inziet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles overziende acht de rechtbank een werkstraf en een voorwaardelijke rijontzeggging overeenkomstig de vordering van de officier van justitie op zijn plaats. Laatstgenoemde straf dient verdachte ervan te weerhouden opnieuw een soortgelijk strafbaar feit te plegen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wetsartikelen.</title>
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op:</para>
      <para>Wetboek van Strafrecht art. 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d;</para>
      <para>Wegenverkeerswet 1994 art. 5, 177, 178 en 179.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De rechtbank:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">t.a.v. primair:</emphasis>
      </para>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het subsidiair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op de overtreding: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(subsidiair) </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Legt op de volgende straffen. </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">t.a.v. subsidiair: </emphasis>
      </para>
      <para>*Werkstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>*Ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen (bromfietsen daaronder </para>
      <para>  begrepen) voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. </para>
      <para>  Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd </para>
      <para>  niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. E.C.M. de Klerk, voorzitter,</para>
      <para>mr. S.J.O. de Vries en mr. N.I.B.M. Buljevic, leden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van D.A. Koopmans, griffier,</para>
      <para>en is uitgesproken op 5 juli 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_2e5bfac4-da2c-41fc-be32-0b61a3f5f317" label="1">
    <para>Verklaring verdachte ter zitting van 21 juni 2013; relaas van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (bron 1, blz. 21); de verkeersongevallenanalyse (bron 1, blz. 40 en 50)  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_9d5ebf30-8e86-4b16-a437-5e3089bb90af" label="2">
    <para>relaas van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (bron 1, blz. 22) en verklaring niet natuurlijke</para>
    <para>dood (bron 2)   </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>