<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2026:704</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-11T10:20:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-03-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03-011439-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Assen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:704">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:704</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-11T10:20:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2026:704 Rechtbank Noord-Nederland , 10-03-2026 / 03-011439-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2026:704:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank overweegt dat op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting is komen vast te staan dat de veroordeelde de aan de voorwaardelijke invrijheidstelling verbonden bijzondere voorwaarden verwijtbaar niet heeft nageleefd. De rechtbank zal, gelet op de zich in dit geval voordoende feiten en omstandigheden, de vordering tot herroeping van de v.i. toewijzen voor de duur van het volledige strafrestant, te weten 1044 dagen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2026:704:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Assen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer 03-011439-19</para>
      <para>v.i.-zaaknummer 99-000327-47</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de meervoudige strafkamer d.d. 10 maart 2026 op een vordering van de officier van justitie tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">[veroordeelde]</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] ,</para>
      <para>nu gedetineerd in [verblijfplaats] , hierna te noemen: de veroordeelde,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde is op 20 september 2012 onherroepelijk veroordeeld door het Tribunal de Première Instance de Liège (België) tot een gevangenisstraf van 18 maanden en op 8 december 2016 door het Cour dAppel de Liège (België) onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 jaar. De tenuitvoerlegging van deze veroordelingen is op grond van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties overgenomen door Nederland, waarbij het gaat om gevangenisstraf van in totaal 4195 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 6:2:10 (oud) van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is de veroordeelde per 26 september 2023 voor het eerst voorwaardelijk in vrijheid gesteld bij beslissing van de rechtbank Limburg van 25 september 2023. De voorwaardelijke invrijheidsstelling (hierna v.i.) is bij beslissing van diezelfde rechtbank van 13 november 2024 voor een periode van 150 dagen herroepen, vanwege het overtreden van de aan de v.i. verbonden bijzondere voorwaarden. Vervolgens heeft de rechtbank Oost-Brabant, met het oog op het mogelijk maken van een aan detentie aansluitende klinische opname, bij beslissing van 19 maart 2025 een vordering tot uitstel van de v.i. toegewezen voor de duur van 180 dagen. Bij beslissing van 24 september 2025 is door de rechtbank Zeeland-West-Brabant opnieuw een vordering tot uitstel van de v.i. (gedeeltelijk) toegewezen voor de duur van 90 dagen, omdat er geen klinische plaatsing mogelijk was in de vorige uitstelperiode. Bij wijzigingsbesluit van 7 oktober 2025 is aan veroordeelde v.i. verleend per 8 oktober 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde dient zich op basis van het wijzigingsbesluit van de v.i. van 7 oktober 2025 te houden aan de algemene voorwaarde dat hij zich voor het einde van zijn proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. Daarnaast dient veroordeelde zich te houden aan de volgende bijzondere voorwaarden: een locatieverbod ten aanzien van België met elektronische monitoring, een meldplicht bij Reclassering Nederland in Assen , opname in een zorginstelling met klinische behandeling, aansluitend op de klinische opname een ambulante behandeling, begeleid wonen of maatschappelijke opvang, het verkrijgen en behouden van dagbesteding, bevindt zich niet in het gezelschap van minderjarigen zonder goedgekeurd toezicht en het tonen van een open, gemotiveerde en meewerkende houding met betrekking tot het toezicht en de bijzondere voorwaarden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft bij schriftelijke vordering van 30 januari 2026 gevorderd dat het volledige strafrestant van de v.i. zal worden herroepen, te weten 1044 dagen, omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet heeft gehouden aan één of meer van de aan de v.i. verbonden voorwaarden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beslissing van 30 januari 2026 heeft de rechter-commissaris de v.i. van veroordeelde geschorst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de vordering heeft plaatsgevonden ter openbare zitting van 24 februari 2026. De veroordeelde is verschenen, bijgestaan door mr. V. Mes, advocaat te Hoorn. Het openbaar ministerie is vertegenwoordigd door mr. R.D. van Essen. Tevens is verschenen de deskundige mevrouw H. Hillebrand namens de reclassering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het rapport van de reclassering</emphasis>
      </para>
      <para>Reclassering Nederland heeft in haar rapporten van 30 januari 2026 en 13 februari 2026 naar voren gebracht dat de Forensische Psychiatrische Kliniek (hierna: FPK) Assen onvoldoende aanknopingspunten</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ziet voor het opstarten van een delictpreventieve behandeling. De veroordeelde ontkent zijn delicten, heeft geen meewerkende houding en ziet zelf geen risicos. Er lijkt sprake te zijn van een schijnaanpassing en niet van een werkelijke motivatie om tot gedragsverandering te komen. De FPK Assen heeft daarom besloten de behandeling te beëindigen. De reclassering ziet op basis van het voorgaande geen (andere) mogelijkheden voor het verlagen van het recidiverisico en adviseert daarom een herroeping van de v.i.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De deskundige mevrouw Hillebrand heeft ter zitting de inhoud van het rapport bevestigd en nader toegelicht. Deze toelichting houdt - zakelijk weergegeven - in:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde ontkent zijn delicten grotendeels en neemt onvoldoende verantwoordelijkheid voor zijn daderschap. Er komt daarmee geen overeenstemming over de risicofactoren en het verlagen van het recidiverisico, waar de behandeling zich op zou moeten richten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gepersisteerd bij haar vordering tot herroeping van de v.i. voor de duur van het volledige strafrestant, te weten 1044 dagen en heeft daarbij verwezen naar de reclasseringsrapporten van 30 januari 2026 en 13 februari 2026. Hieruit volgt dat de veroordeelde de voorwaarden die verbonden zijn aan de v.i. heeft overtreden. De officier van justitie wijst er ook op dat de v.i. eerder is herroepen wegens het overtreden van de opgelegde voorwaarden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de raadsman en de veroordeelde</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft aangevoerd dat de veroordeelde zich niet kan vinden in de inhoud van de reclasseringsrapporten. Er kan niet van hem worden verwacht dat hij feiten bekent die hij altijd heeft ontkend. Volgens de reclassering is dit een absolute voorwaarde voor een behandeling, maar dat ziet de verdediging anders. Desondanks zal de verdediging zich refereren aan het oordeel van de rechtbank nu de veroordeelde zijn vertrouwen in de instanties is verloren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De vonnissen tegen de veroordeelde zijn gewezen op 20 september 2012 en 8 december 2016. Ten aanzien van de v.i. van de veroordeelde is dus de regeling van vóór 1 juli 2021 van toepassing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting is komen vast te staan dat de veroordeelde de aan de v.i. verbonden bijzondere voorwaarden verwijtbaar niet heeft nageleefd. Blijkens het reclasseringsrapport van 30 januari 2026 heeft de veroordeelde zich onvoldoende gehouden aan de voorwaarde meldplicht en de voorwaarde opname in een zorginstelling met klinische behandeling. Het beeld dat door de reclassering wordt geschetst met betrekking tot de ongemotiveerde houding van de veroordeelde, wordt door de rechtbank op de zitting herkend. Zo heeft de veroordeelde ter zitting geen antwoord kunnen geven op de vragen van de rechtbank waar hij nog voor behandeld zou willen worden en wat hij nog zou willen leren. Ook heeft veroordeelde ter zitting kenbaar gemaakt dat hij een klinische behandeling niet meer aan zou kunnen en dat hij het resterende strafrestant nog liever wil doorbrengen in de gevangenis.</para>
      <para>De rechtbank is, gezien het bovenstaande, met de officier van justitie van oordeel dat een (nieuwe) behandeling onhaalbaar is.</para>
      <para>De rechtbank zal, gelet op de zich in dit geval voordoende feiten en omstandigheden, de vordering tot herroeping van de v.i. toewijzen voor de duur van het volledige strafrestant, te weten 1044 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De rechtbank:</title>
    <para />
    <para />
    <para>- wijst de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling toe;</para>
    <para />
    <para>- beveelt de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling voor een periode van 1044 dagen.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. J. Faber, voorzitter, mr. R. Depping en mr. L.M.B. Soppe, rechters, bijgestaan door mr. N.J. Aarts, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting op 10 maart 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. L.M.B. Soppe is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>