<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2026:613</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-04T12:31:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">25-029039</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_strafprocesrecht">Strafrecht; Strafprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:613">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:613</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-04T12:31:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2026:613 Rechtbank Noord-Nederland , 25-02-2026 / 25-029039</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2026:613:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bezwaarschrift op grond van artikel 15 WWETGC ingediend door een rechtspersoon. De indiener is niet bevoegd de rechtspersoon in rechte te vertegenwoordigen. Niet-ontvankelijkverklaring.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2026:613:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Strafrecht</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>raadkamernummer 25-029039 cjib-nummer [nummer]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de meervoudige raadkamer d.d. 25 februari 2026 op het verzet ex artikel 15 van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie, ingesteld door</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">[veroordeelde] .</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>gevestigd [vestigingsplaats] , hierna te noemen: veroordeelde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para>Namens veroordeelde heeft de persoon [indiener bezwaarschrift] zich bij bezwaarschrift verzet tegen het nemen van verhaal door afgifte van een dwangbevel. Het bezwaarschrift is op 10 oktober 2025 ontvangen door het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) en is vervolgens doorgezonden naar de rechtbank waar het op 13 november 2025 is ontvangen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het bezwaarschrift heeft plaatsgevonden op 11 februari 2026. Veroordeelde en de persoon [indiener bezwaarschrift] zijn niet verschenen. De oproeping van veroordeelde voor deze zitting en een tweede mededeling van dag en uur van de zitting zijn verzonden naar het door veroordeelde opgegeven adres. De heer [medewerker CJIB] , medewerker bij het CJIB, was namens de Minister van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Justitie en Veiligheid als procesvertegenwoordiger aanwezig bij de behandeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier heeft veroordeelde schriftelijk uitgenodigd de gronden van zijn bezwaar aan te vullen, onder toezending van de door het CJIB overgelegde stukken. Veroordeelde is hierbij tevens verzocht een uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel naar de rechtbank te zenden in verband met de toetsing van de bevoegdheid om veroordeelde, een rechtspersoon, in rechte te mogen vertegenwoordigen. Er zijn geen nadere stukken of andere informatie ontvangen van veroordeelde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Motivering</title>
    <para>1. Namens veroordeelde heeft [indiener bezwaarschrift] verzet ingesteld op grond van artikel 15 van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie (WWETGC). Artikel 6:4:5, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) is van overeenkomstige toepassing verklaard.</para>
    <para />
    <para>2. Het bezwaarschrift is tijdig ingediend.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>3. Uit de stukken blijkt dat aan veroordeelde op 5 maart 2024 door het rechtsprekend forum Postaja Prometne Policije Celje, te Velenje in Slovenië een geldelijke sanctie is opgelegd. Deze sanctie bestaat uit een verplichting tot betaling van 900,00. Deze sanctie is opgelegd in verband met - kort gezegd - het overbelasten van een vrachtwagen. De beslissing is op 14 maart 2024 onherroepelijk geworden. De Sloveense autoriteiten hebben Nederland verzocht om erkenning en tenuitvoerlegging van deze beslissing. De officier van justitie heeft op 16 april 2025 de betreffende beslissing erkend en de tenuitvoerlegging daarvan overgenomen.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank dient in de eerste plaats te toetsen of de persoon die namens veroordeelde het bezwaarschrift heeft ingediend, [indiener bezwaarschrift] , daartoe bevoegd was. Ter zitting heeft de procesvertegenwoordiger desgevraagd een uittreksel van het Handelsregister van de Kamer van Koophandel op naam van veroordeelde aan de rechtbank getoond. Een kopie van dit stuk zal in het dossier worden gevoegd.</para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank heeft geconstateerd dat het getoonde stuk een uittreksel betrof van de rechtspersoon [veroordeelde] ., veroordeelde. Als bestuurder wordt [bestuurder] vermeld. Als (enige) gevolmachtigde voor deze bestuurder wordt [gevolmachtigde] genoemd. De naam van de indiener van het bezwaarschrift, [indiener bezwaarschrift] , komt niet voor in dit uittreksel. De rechtbank kan [indiener bezwaarschrift] dan ook niet aanmerken als een persoon die bevoegd is veroordeelde in rechte te vertegenwoordigen, waaronder het indienen van een bezwaarschrift namens veroordeelde. Veroordeelde zal om die reden niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in het ingediende bezwaarschrift.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart veroordeelde niet-ontvankelijk in het ingediende bezwaarschrift.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door</para>
      <para>mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter, mr. W.S. Sikkema en mr. M.R. de Vries, rechters, bijgestaan door T.L. Komrij, griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.</para>
      <para>Mr. Sikkema is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Wanneer u het niet eens bent met deze beslissing kunt u binnen veertien dagen na betekening van deze beslissing cassatie instellen. Het instellen van cassatie doet u bij de rechtbank Noord-Nederland. De Hoge Raad neemt de zaak alleen in behandeling wanneer het aan de Staat verschuldigde bedrag, inclusief kosten, is betaald. Dit bedrag dient als zekerheidsstelling. Zie hiervoor artikel 6:4:5, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het gaat om een bedrag van 1.113,00. Dit bedrag moet binnen twee weken na het instellen van cassatie zijn betaald op rekeningnummer IBAN NL40 INGB 070 500 5143 van het CJIB in Leeuwarden, onder vermelding van het CJIB-nummer [nummer] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De door de deurwaarder aan u in rekening gebrachte bedragen voor incassokosten/invorderingskosten en kosten van het exploot moeten aan de deurwaarder worden betaald.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>