<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2026:553</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-26T14:42:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">LEE 24/4022</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:553">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:553</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-26T14:37:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2026:553 Rechtbank Noord-Nederland , 20-02-2026 / LEE 24/4022</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2026:553:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Omgevingsvergunning voor het bouwen van 11 woningen. Vergunning is verleend voor de activiteit bouwen. Limitatief-imperatief stelsel. Geen van de weigeringsgronden uit artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo doet zich voor. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2026:553:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: LEE 24/4022 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 februari 2026 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam] , uit Jubbega, eiser</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: K. Tamminga)</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Derde-partij Plegt-Vos Noord B.V., vergunninghouder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde [naam] )</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Samenvatting</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Deze uitspraak gaat over een omgevingsvergunning voor het bouwen van 11 woningen met bergingen aan [adres] te Jubbega. Eiser is het niet eens met de omgevingsvergunning. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de omgevingsvergunning.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is.  Eiser krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Met het bestreden besluit van 27 augustus 2024 op het bezwaar van eiser is het college bij de omgevingsvergunning gebleven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 18 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen gemachtigde van het college en gemachtigde van vergunninghouder. Eiser is niet verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De rechtbank heeft na het sluiten van het onderzoek ter zitting kennis genomen van het wrakingsverzoek dat eiser op 17 december 2025 om 23:20 uur aan de rechtbank heeft gemaild. Dit wrakingsverzoek is op 19 december 2025 kennelijk ongegrond verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het onderzoek op 9 januari 2026 heropend. Om eiser alsnog in de gelegenheid te stellen zijn beroep mondeling toe te lichten, heeft de rechtbank heeft partijen uitgenodigd voor een nadere zitting op 20 januari 2026.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Eiser heeft op 19 januari 2026 om 23:28 uur een nieuw wrakingsverzoek gedaan. Dit wrakingsverzoek is op 26 januari 2026 kennelijk ongegrond verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Op 30 januari 2026 heeft de rechtbank eiser gevraagd te laten weten of hij gebruik wil maken van de gelegenheid om zijn beroep ter zitting toe te lichten en om, bij een bevestigend antwoord, zijn verhinderdata over de periode 9 februari tot en met 20 februari 2026 door te geven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Eiser heeft op 5 februari 2026 gereageerd dat hij gehoord wil worden. Hij geeft aan in de genoemde periode verhinderd te zijn en schrijft: “Ik ben een druk bezet mens. Plan een datum zes weken na bekendmaking en het loopt wel los.” Ook verzoekt eiser om toezending van stukken. Daarbij schrijft hij “Let op. De rechtbank is tweemaal gewraakt.”</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>De rechtbank heeft daarop het onderzoek opnieuw gesloten, mede gelet op het belang van vergunninghouder dat spoedig uitspraak wordt gedaan. De rechtbank heeft sluiting van het onderzoek zonder nadere zitting niet in strijd geacht met de goede procesorde omdat eiser tot tweemaal toe in de gelegenheid is geweest om zijn beroep ter zitting toe te lichten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toetsingskader</emphasis>
      </para>
      <para>3. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Op een besluit op  een voor 1 januari 2024 ingediende aanvraag om een omgevingsvergunning blijft het voor de Omgevingswet geldende recht van toepassing tot het besluit onherroepelijk wordt.<footnote-ref linkend="_e2276b9d-a14b-4450-a5cd-59b2edda3851" /> De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 22 december 2023. Dat betekent dat in dit geval de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van toepassing blijft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het gaat in deze zaak om een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’.<footnote-ref linkend="_37f1129d-7d7e-47ce-ad09-bbee1ee78166" />  Bij een aanvraag voor de activiteit ‘bouwen’ moet het college het bouwplan toetsen aan artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo. Bij die toetsing geldt een limitatief-imperatief stelsel. Dat betekent dat het college moet beoordelen of zich één of meer van de weigeringsgronden  uit artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo – waaronder strijd met het bestemmingsplan- voordoen. Als dat niet het geval is, moet de gevraagde vergunning worden verleend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Ter plaatse geldt het bestemmingsplan 'Jubbega Gentiaansingel K. Molweg', waarbinnen perceel waarop de omgevingsvergunning heeft de bestemmingen wonen en groen heeft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De regels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Past het bouwplan in het bestemmingsplan?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>4. Eiser voert aan dat de omgevingsvergunning is verleend vóórdat uitspraak was gedaan op zijn beroep tegen het bestemmingsplan. Volgens eiser is er nog steeds onduidelijkheid over de zuidelijke perceelsgrens en kan daardoor niet met zekerheid worden vastgesteld of de omgevingsvergunning niet strijdig is met de perceelsgebonden regels. Eiser handhaaft zijn beroep tegen de omgevingsvergunning op grond van de gekozen bouwvorm en bouwhoogte.</para>
      <para />
      <para>5. De rechtbank is van oordeel dat het college de omgevingsvergunning terecht en op goede gronden heeft verleend. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Het college moet bij een beslissing op een aanvraag of een bezwaarschrift het recht toepassen zoals dat op dat moment geldt. Het bestemmingsplan 'Jubbega Gentiaansingel K. Molweg' is vastgesteld op 25 september 2023 en gepubliceerd op 26 oktober 2023. Ten tijde van de beslissing op de aanvraag van vergunninghouder en van de beslissing op uw bezwaarschrift was dat bestemmingsplan in werking getreden. Het instellen van beroep maakt namelijk niet, dat het bestemmingsplan niet in werking treedt. Omdat het bestemmingsplan in werking was getreden moest het college de aanvraag daaraan toetsen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De rechtbank volgt het college in het standpunt dat het bouwplan past binnen het geldende bestemmingsplan 'Jubbega Gentiaansingel K. Molweg' en voldoet aan de bouwregels die staan in artikel 4.2 van de bestemmingsplanregels. In hetgeen eiser heeft aangevoerd over onduidelijkheid over de zuidelijke perceelsgrens, wat daar verder ook van zij, ziet de rechtbank geen aanleiding voor een ander oordeel. Dat geldt ook voor eisers enkele, niet nader onderbouwde stelling dat hij zijn beroep handhaaft op grond van de gekozen bouwvorm en bouwhoogte. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>6. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Knuttel, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Volk, griffier.</para>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bestemmingsplan Gentiaansingel K. Molweg Jubbega</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Artikel 4 Wonen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bestemmingsomschrijving</emphasis>
        </para>
        <para>(..)</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bouwregels</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.2.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Hoofdgebouwen</emphasis>
          </para>
          <para>Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:</para>
        </parablock>
        <para />
        <orderedlist numeration="loweralpha">
          <listitem>
            <para>een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>per bouwvlak mogen ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding “maximum aantal wooneenheden” aangegeven aantal woningen worden gebouwd;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>een hoofdgebouw mag uitsluitend aaneengebouwd worden gebouwd;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>e goothoogte bedraagt maximaal 4,00 m;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>de bouwhoogte bedraagt maximaal 10,00 m;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>de dakhelling bedraagt minimaal 30° en maximaal 60°;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>de afstand van een niet aangebouwde zijde van het woonhuis tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt minimaal 1,00 m.</para>
          </listitem>
        </orderedlist>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Bijbehorende bouwwerken</emphasis>
          </para>
          <para>Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels:</para>
        </parablock>
        <para />
        <para>a. bijbehorende bouwwerken worden gebouwd:</para>
        <parablock>
          <para>1. ten minste 1,00 m achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van de woning of in het verlengde daarvan en;</para>
          <para>2. achter of in lijn met de naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijgevels van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan;</para>
        </parablock>
        <parablock>
          <para> de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken per tussenwoning bedraagt niet meer dan 100% van de oppervlakte van de woning en in ieder geval niet meer dan 50 m²;</para>
          <para> de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken per woning, anders dan een tussenwoning, bedraagt niet meer dan 100,00 m²;</para>
          <para> de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk bedraagt maximaal 3,50 m;</para>
          <para> de dakhelling van een bijbehorend bouwwerk bedraagt maximaal 60°.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_e2276b9d-a14b-4450-a5cd-59b2edda3851" label="1">
    <para> artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet</para>
  </footnote>
  <footnote id="_37f1129d-7d7e-47ce-ad09-bbee1ee78166" label="2">
    <para> artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>