<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2026:527</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-25T15:44:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11777661 BU VERZ 25-1372</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:527">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:527</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-25T15:43:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2026:527 Rechtbank Noord-Nederland , 30-01-2026 / 11777661 BU VERZ 25-1372</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2026:527:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wahv. P061 – ‘met een voertuig rijden, met gevaar dat de niet deugdelijk afgedekte losse lading eraf valt’. Ongegrond beroep. De aanhanger was tot de randen gevuld en er lag aarde op de randen. Deze mag vochtig zijn geweest, maar er bestond een kans dat er aarde af zou vallen. Een klein beetje is dan genoeg om te leiden tot gevaar of hinder.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2026:527:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <para>Zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikkingsnummer: 266636519</para>
      <para>zaaknummer: 11777661 BU VERZ 25-1372</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van <?linebreak?>30 januari 2026</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [betrokkene] (de betrokkene),</title>
    <para>die woont in [woonplaats] .</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: P061 – ‘met een voertuig rijden, met gevaar dat de niet deugdelijk afgedekte losse lading eraf valt’, verricht op 1 juni 2024, om 17:25 uur, op de Pasmalaan in Oldeholtpade, met een aanhanger (80 km/u) met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 499,00 (inclusief administratiekosten).</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft het beroep op 30 januari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. M. Kalsbeek aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de kantonrechter<?linebreak?></title>
    <bridgehead role="underline">Beslissing</bridgehead>
    <para />
    <para>2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. Hij zal hierna uitleggen waarom dat het geval is.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunten</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Betrokkene stelt dat het geen duidelijke overtreding is, omdat je niet te allen tijde verplicht bent om de lading af te dekken. Hij vindt dat hij geen gevaar of hinder heeft veroorzaakt en dat de kans heel klein was dat deze kon ontstaan. De aarde was aangestampt en een beetje vochtig, waardoor deze niet stoof, maar juist een beetje bleef plakken. De aarde op de rand was van het laden, deze is er tijdens de reis niet afgevallen.</para>
    <para />
    <para>4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond is.<?linebreak?></para>
    <para>
      <emphasis role="underline">Overwegingen</emphasis>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>5. De kantonrechter stelt allereerst vast dat betrokkene geen zekerheid heeft gesteld. Betrokkene moet (tijdig) een bedrag betalen als zekerheid voor de boete en de administratiekosten.<footnote-ref linkend="_31c5c3ce-e1e1-49df-9cc8-fbc7c2272f38" /></para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Betrokkene heeft een draagkrachtverweer gevoerd en verklaard dat hij een Wajong-uitkering heeft. De kantonrechter ziet hierin aanleiding om het te betalen bedrag aan zekerheid op nul te zetten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De verkeersovertreding is een overtreding van artikel 5.1.2, in samenhang met artikel 5.18.6, tweede lid, van de Regeling voertuigen (Rv). Dat eerste artikel luidt, voor zover hier van belang:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“Het is de bestuurder van een voertuig of een samenstel van voertuigen verboden daarmee te rijden (…), indien niet wordt voldaan aan de in afdeling 18 van dit hoofdstuk ten aanzien van het gebruik van voertuigen of samenstellen van voertuigen van de categorie of categorieën, waartoe die voertuigen behoren, gestelde eisen.”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Artikel 5.18.6 Rv, tweede lid, luidt:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>“Losse lading die naar haar aard niet op of aan het voertuig bevestigd kan worden, moet deugdelijk zijn afgedekt indien gevaar of hinder ontstaat of kan ontstaan als gevolg van afvallende of wegwaaiende lading.”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Of betrokkene de aarde moest afdekken, hangt af van de vraag of er gevaar of hinder is ontstaan of kon ontstaan door afvallende of wegwaaiende lading. De kantonrechter oordeelt dat dit het geval is. Op de foto’s in het dossier is te zien dat de aanhanger tot de randen gevuld was en dat er ook aarde óp de randen lag. Deze mag vochtig zijn geweest, maar er bestond een kans dat er aarde af zou vallen. Een klein beetje is dan genoeg om te leiden tot gevaar of hinder. Een motorrijder moet daar niet achter willen rijden. Kortom, betrokkene is ervan overtuigd dat er geen gevaar bestond, maar de verbalisanten hebben daar terecht anders over gedacht. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>6. De kantonrechter ziet geen reden voor aanpassing van de boete en zal het beroep ongegrond verklaren.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.<?linebreak?></para>
      <para>Waarvan proces-verbaal,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>D.W. Veenstra, griffier					mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel </title>
    <parablock>
      <para>Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het </para>
      <para>gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:</para>
    </parablock>
    <para>a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of</para>
    <para>b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_31c5c3ce-e1e1-49df-9cc8-fbc7c2272f38" label="1">
    <para> Artikel 11 van de Wahv.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>