<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2026:390</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-23T18:00:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11764937 BU VERZ 25-1298</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:390">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:390</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-13T15:39:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2026:390 Rechtbank Noord-Nederland , 30-01-2026 / 11764937 BU VERZ 25-1298</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2026:390:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wahv. R400AE – ‘bij een blauwe streep parkeren zonder duidelijk zichtbare parkeerschijf achter de voorruit’. Gegrond beroep. Verschoonbare termijnoverschrijding bij indienen beroep. Gemeente heeft (met terugwerkende kracht) een vergunning verleend en de gemeente wilde de boete intrekken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2026:390:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <para>Zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikkingsnummer: 266704944</para>
      <para>zaaknummer: 11764937 BU VERZ 25-1298</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van <?linebreak?>30 januari 2026</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [betrokkene] (de betrokkene),</title>
    <parablock>
      <para>die woont in [woonplaats],</para>
      <para>gemachtigde: [gemachtigde].</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R400AE – ‘bij een blauwe streep parkeren zonder duidelijk zichtbare parkeerschijf achter de voorruit’, verricht op 24 mei 2024, om 13:11 uur, in de [straatnaam] in Leeuwarden, met een personenauto met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft het beroep op 30 januari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene, haar man als gemachtigde en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. M. Kalsbeek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de kantonrechter<?linebreak?></title>
    <bridgehead role="underline">Beslissing</bridgehead>
    <para />
    <para>2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunten</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Betrokkenes man stelt dat een fout is opgetreden bij de gemeente bij het betalen en verlenen van de parkeervergunning. De gemeente heeft toegezegd dat aan handhaving wordt verzocht om de boete te vernietigen, maar dit is niet gebeurd. Betrokkene legt correspondentie met de gemeente over.</para>
    <para />
    <para>4. De vertegenwoordigster verzoekt de kantonrechter om het beroep gegrond te verklaren.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overwegingen</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt vast dat het beroepschrift te laat is ingediend. De termijn voor het indienen van een beroepschrift is zes weken.<footnote-ref linkend="_346802ac-33be-4b92-8a71-7a0c3d8f46ac" /> De termijn gaat in op de dag na de dag waarop de officier van justitie zijn beslissing heeft verstuurd.<footnote-ref linkend="_7ce88467-1e3e-43fa-92db-bb0969de351f" /> Het beroepschrift is op 7 januari 2025 bij de CVOM binnengekomen, terwijl het uiterlijk op 24 december 2024 ontvangen had moeten zijn.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Betrokkene voert aan dat zij eerst geen beroep hebben ingesteld bij de kantonrechter, omdat zij dachten het probleem op te kunnen lossen met de gemeente en het CJIB. Zij werden echter van het kastje naar de muur gestuurd en hebben geen rekening gehouden met de mogelijkheid om (pro forma) beroep in te stellen bij de kantonrechter. Pas toen het betrokkene en haar man duidelijk werd dat zij bij de gemeente niets gedaan kregen, zijn zij in beroep gegaan bij de kantonrechter. Daarvoor was de termijn intussen verstreken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De kantonrechter ziet in de gang van zaken aanleiding om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten en zal het beroep daarom inhoudelijk behandelen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>6. Uit de door betrokkene overgelegde correspondentie blijkt naar oordeel van de kantonrechter dat de boete niet in stand kan blijven omdat zij (al dan niet met terugwerkende kracht) een geldige parkeervergunning had. Uit het dossier blijkt ook dat de gemeente de boete wilde intrekken. De verkeersovertreding kan niet worden vastgesteld en het beroep wordt gegrond verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt die beslissing;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt die beschikking;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat betrokkene de zekerheidstelling terugkrijgt.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>D.W. Veenstra, griffier					mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel </title>
    <parablock>
      <para>Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het </para>
      <para>gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:</para>
    </parablock>
    <para>a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of</para>
    <para>b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_346802ac-33be-4b92-8a71-7a0c3d8f46ac" label="1">
    <para> Artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7ce88467-1e3e-43fa-92db-bb0969de351f" label="2">
    <para> Artikel 6:8 van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>