<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2026:382</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T15:10:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/19/153523 / HA ZA 25-152</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Assen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:382">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:382</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T15:07:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2026:382 Rechtbank Noord-Nederland , 21-01-2026 / C/19/153523 / HA ZA 25-152</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2026:382:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Deze uitspraak is niet samengevat voor publicatie.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2026:382:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Noord-Nederland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Assen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/19/153523 / HA ZA 25-152</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 21 januari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiser sub 1] , </title>
    <parablock>
      <para>te [woonplaats] ,<?linebreak?>2. <emphasis role="bold">[eiser sub 2]</emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partijen in de hoofdzaak,</para>
      <para>verwerende]partijen in het incident,</para>
      <para>hierna samen in enkelvoud te noemen: [eisers] ,</para>
      <para>advocaat: mr. P.J. van Hartingsveldt,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VARIANTHUIS B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Nieuw-Schoonebeek,</para>
      <para>gedaagde partij in de hoofdzaak,</para>
      <para>eisende partij in het incident,</para>
      <para>hierna te noemen: Varianthuis,</para>
      <para>advocaat: mr. L. Pander.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding met producties, ter griffie ontvangen op 24 september 2025;</para>
      <para>- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van 3 december 2025;</para>
      <para>- het antwoord in incident van 17 december 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering in de hoofdzaak</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eisers] vordert dat Varianthuis bij vonnis - uitvoerbaar bij voorraad - zal worden veroordeeld tot:</para>
        <para>I.	betaling aan [eisers] van het bedrag van € 24.887,69, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 1 januari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
        <para>II.	betaling aan [eisers] van het bedrag van € 2.696,76 uit hoofde van de kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid;</para>
        <para>III.	betaling aan [eisers] van de buitengerechtelijke kosten van € 1.341,69;</para>
        <para>IV.	betaling aan [eisers] van de kosten van dit geding, waaronder begrepen een salaris voor de advocaat.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Ter onderbouwing stelt [eisers] tussen partijen een aannemingsovereenkomst tot stand is gekomen, waarbij de hoofdaannemer, Varianthuis, een onderaannemer heeft ingeschakeld voor de installatie van een vloerverwarming. Onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 7:751 BW stelt [eisers] dat de hoofdaannemer ten opzichte van de opdrachtnemer aansprakelijk blijft voor fouten in het werk. [eisers] stelt onder verwijzing naar een deskundigenrapport dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de aannemingsovereenkomst, nu de vloerverwarming onjuist is aangelegd, althans onjuist in werking is gesteld. Varianthuis is aansprakelijk voor de opgetreden schade als gevolg van deze tekortkoming.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Varianthuis vordert in het incident dat haar wordt toegestaan om [bedrijf 1] , gevestigd en kantoorhouden de te [vestigingsplaats] (hierna te noemen [bedrijf 1] ) in vrijwaring op te roepen. Varianthuis voert daartoe aan dat zij de in het kader van de aannemingsovereenkomst uit te voeren werkzaamheden ter zake het leveren en realiseren van de vloerverwarmingsinstallatie heeft doorgezet naar [bedrijf 2] . Varianathuis stelt dat nu [eisers] , althans de door hem geschakelde deskundige, heeft geconstateerd dat de door [eisers] gevorderde schade het gevolg is van het niet of niet deugdelijk uitvoeren van het stookprotocol en Varianthuis deze contractuele verplichting heeft door gecontracteerd naar [bedrijf 2] , Varianthuis recht en belang heeft bij het oproepen in vrijwaring van [bedrijf 2] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eisers] heeft bij conclusie van antwoord in het incident - kort gezegd - aangegeven dat zij zich refereert aan het oordeel van de rechtbank. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring is tijdig en vóór alle weren genomen. Op grond van artikel 210 lid 1 Rv kan de gedaagde iemand in vrijwaring oproepen, indien hij meent hiertoe gronden te hebben. Voldoende is dat gedaagde in de hoofdzaak genoegzaam stelt, dat tussen hem en de derde een rechtsverhouding bestaat krachtens welke de derde verplicht is de nadelige gevolgen van een veroordeling van gedaagde in de hoofdzaak te dragen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt dat, nu uit de conclusie van eis in het incident genoegzaam is gebleken van een in rechte te respecteren belang van Varianthuis om [bedrijf 2] B.V. in vrijwaring op te roepen en [eisers] hiertegen geen bezwaar heeft gemaakt, de incidentele vordering voor toewijzing gereed ligt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>staat Varianthuis toe [bedrijf 1] , gevestigd te [adres] , op te roepen in vrijwaring tegen de rolzitting van <emphasis role="underline">woensdag 4 maart 2026 om 11:00 uur</emphasis>;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten van het incident in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van <emphasis role="underline">woensdag 4 maart 2026 om 11:00 uur</emphasis> voor het nemen van een conclusie van antwoord aan de zijde van Varianthuis;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.B. van Baalen en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>608/kw</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>