<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2026:1126</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-07-02T10:04:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-04-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">LEE 25/156</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Belastingblad 2026/235 met annotatie van J.K. Lanser</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1126">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1126</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-16T12:30:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2026:1126 Rechtbank Noord-Nederland , 02-04-2026 / LEE 25/156</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2026:1126:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Rioolheffing. Beroep is ongegrond. De heffingsambtenaar heeft rechtsgeldig de overeenkomst beeindigd. Het belastbare feit heeft zich voldaan, de aanslagrioolheffing is daarom terecht opgelegd aan eiseres.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2026:1126:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Groningen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: LEE 25/156</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 2 april 2026 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres,<?linebreak?></title>
    <para>en</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de heffingsambtenaar van de gemeente Midden-Groningen, de heffingsambtenaar.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 20 december 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De heffingsambtenaar heeft aan eiseres voor het jaar 2024 een aanslag in de rioolheffing opgelegd voor het perceel [adres 1] ten bedrage van € 190 (de aanslag rioolheffing).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en daarbij de aanslag gehandhaafd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Partijen hebben nadere stukken overgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.<footnote-ref linkend="_f65e381b-ee2a-4988-b280-763ba77f0066" /></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Eiseres is eigenaar van het perceel [adres 1] (het perceel). Het perceel maakt deel uit van het recreatieterrein [recreatieterrein] (het recreatieterrein).<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Eiseres is opgericht om onder meer de collectieve belangen te behartigen van haar leden. De leden van eiseres zijn eigenaren van percelen op het recreatieterrein.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op het recreatieterrein ligt een rioleringsstelsel. Dit rioleringsstelsel is aangelegd door eiseres en betaald door haar leden. Het rioleringsstelsel op het recreatieterrein wordt door eiseres onderhouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het perceel is aangesloten op het rioleringsstelsel van het recreatieterrein. Het huishoudelijk afvalwater wordt afgevoerd via het rioleringsstelsel van het recreatieterrein, dat op zijn beurt is aangesloten op de gemeentelijke riolering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Tussen eiseres en de gemeente Hoogezand-Sappemeer (later opgegaan in de gemeente Midden-Groningen, 2.6.) is een overeenkomst gesloten teneinde de percelen van het recreatieterrein als één geheel te belasten voor de rioolrechten (de overeenkomst). De overeenkomst ging per 1 januari 1994 in. In de overeenkomst staat – voor zover hier van belang – het volgende:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">1. De gemeente is bereid de WKS </emphasis>[de rechtbank begrijpt: eiseres] <emphasis role="italic">aan te merken als belastingschuldigde voor de te heffen rioolrechten. Aanslagen rioolrecht worden opgelegd over het gezamenlijke eigendom, gelegen aan [adres 2] .</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Deze aanslagen worden opgelegd aan de belastingplichtige t.w. de gezamenlijke eigenaren en gebruikers van bovengenoemd eigendom.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Over het gezamenlijke eigendom worden jaarlijks wegens een directe aansluiting op het gemeentelijke riool één aanslag wegens eigendom etc. (zgn. aansluitrecht ) opgelegd en één aanslag wegens gebruik (zgn. afvoerrecht) opgelegd, respectievelijk overeenkomstig de leden 1. en 2b. van artikel 5 van desbetreffende gemeentelijke verordening</emphasis>.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>(…)</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">5. Deze overeenkomst kan door ieder van de partijen worden beëindigd met ingang van 1 januari van het jaar volgend op het lopende heffingsjaar. Beëindiging heeft tot gevolg dat wegens een indirecte aansluiting op de gemeentelijke riolering voornoemde woonruimten als zodanig afzonderlijk in de heffing worden betrokken</emphasis>.”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Tot en met 2021 is uitvoering gegeven aan de overeenkomst. De eigenaren van percelen op het recreatieterrein werden hierdoor niet betrokken in de rioolheffing voor hun eigenarendeel.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Per 1 januari 2018 zijn de gemeenten Hoogezand-Sappemeer, Slochteren en Menterwolde opgegaan in de gemeente Midden-Groningen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Op 18 november 2021 heeft de heffingsambtenaar aan eiseres een brief gestuurd over de rioolheffing. Hierin is het volgende opgenomen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">Tot op heden krijgen eigenaren van percelen op ' [recreatieterrein] ' geen aanslag voor de rioolheffing.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uit onderzoek is gebleken dat de percelen op ' [recreatieterrein] ' direct dan wel indirect zijn aangesloten op de gemeentelijke riolering en volgens de verordening in de rioolheffing moeten worden betrokken. In de verordening staat namelijk dat aan iedere eigenaar van een perceel, dat direct dan wel indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, een aanslag rioolheffing dient te worden opgelegd.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In de verordening rioolheffing 2021 zijn daarvoor de navolgende tarieven opgenomen:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1. Het tarief voor een perceel met een oppervlakte van 50 m2 en groter bedraagt € 190,00</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2. Het tarief voor een perceel (niet zijnde een woning) met een oppervlakte kleiner dan 50 m2 bedraagt € 25,00.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In 1994 is een private overeenkomst overeengekomen tussen [eiseres] en het college B&amp;W van de (voormalige) gemeente Hoogezand-Sappemeer, waarin is vastgelegd dat voor het gezamenlijke eigendom jaarlijks een aanslag rioolheffing aan de WKS wordt opgelegd. In de overeenkomst is in artikel 5 vastgelegd dat deze jaarlijks kan worden beëindigd. Omdat deze overeenkomst in strijd is met de onderhavige Verordening vervalt deze, met ingang van de inwerkingtreding van de Verordening rioolheffing 2022, van rechtswege. Overigens is de rioolheffing per 2022 niet van toepassing op het gezamenlijke eigendom, maar op het individuele eigendom.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De aanslag rioolheffing staat op de gecombineerde aanslag gemeentelijke belastingen 2022 die wij eind februari 2022 versturen. Op de aanslag staan ook de WOZ-beschikking en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">onroerendezaakbelastingen (OZB).</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Vanaf het belastingjaar 2022 worden eigenaren van een perceel op het recreatieterrein aangeslagen voor hun eigenarendeel in de rioolheffing. Omdat eiseres eigenaar is van een perceel op het recreatieterrein (2.), is ook aan haar een aanslag rioolheffing (1.1.) opgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de rechtbank<?linebreak?></title>
    <para>3. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar de aanslag rioolheffing terecht heeft opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar terecht de aanslag rioolheffing heeft opgelegd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Reikwijdte van het beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. Eiseres heeft in haar beroep aangegeven dat zij het ook niet eens is met de aanslagen rioolheffing voor de jaren 2022 en 2023. Eiseres heeft tegen de aanslagen rioolheffing voor de jaren 2022 en 2023 geen bezwaar en beroep ingediend. De aanslagen over die jaren staan daarom onherroepelijk vast. Het is daarom niet mogelijk om via deze procedure alsnog voor die eerdere jaren in beroep te komen. De rechtbank zal in dit beroep alleen over de aanslag rioolheffing voor het jaar 2024 oordelen.<?linebreak?></para>
    <para>6. Verder heeft eiseres in haar beroep aangegeven ook op te komen tegen de aanslagen rioolheffing die aan alle andere eigenaren van percelen op het recreatieterrein zijn opgelegd. Tegen een besluit (in dit geval de aanslag rioolheffing) kan alleen bezwaar en beroep worden ingesteld door iemand die rechtstreeks is geraakt door dit besluit.<footnote-ref linkend="_b9da8b0d-807b-468e-a9de-865df8dceb2d" /> Gelet hierop is het voor eiseres niet mogelijk om ook tegen de aanslagen rioolheffingen die aan andere eigenaren van percelen op het recreatieterrein zijn opgelegd beroep in te stellen. Deze eigenaren hadden wel zelf bezwaar en beroep kunnen instellen of eiseres kunnen machtigen om namens hen op te treden. Uit het dossier volgt niet dat eiseres door de andere perceeleigenaren is gemachtigd. De rechtbank zal dus niet oordelen over aanslagen rioolheffing die zijn opgelegd aan andere eigenaren van percelen op het recreatieterrein.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is de aanslag rioolheffing terecht opgelegd?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunten partijen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>7. Eiseres heeft in haar beroep aangegeven dat het onduidelijk is hoe de rioolheffing, meer specifiek de indirecte rioolheffing, werkt. De heffingsambtenaar stelt dat hij conform de geldende wet- en regelgeving de aanslag rioolheffing heeft opgelegd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wettelijk kader</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>8. In artikel 228a, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet is het volgende bepaald:</para>
    <para>“<emphasis role="italic">1. Onder de naam rioolheffing kan een belasting worden geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</emphasis></para>
    <para>
      <emphasis role="italic">a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater en</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">2. Ter zake van de kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, kunnen twee afzonderlijke belastingen worden geheven.</emphasis>”</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De gemeenteraad van de Gemeente Midden-Groningen heeft in de openbare raadsvergadering van 21 december 2023 de Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing van de gemeente Midden-Groningen 2024 (Verordening) vastgesteld. In de Verordening is – voor zover hier van belang – het volgende opgenomen:</para>
        <para>“<emphasis role="bold italic">Artikel 1. Begripsomschrijvingen</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Deze verordening verstaat onder:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">a. perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan, niet zijnde ongebouwd;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">b. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">c. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">d. verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft.</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Artikel 2. Aard van de belasting</title>
    <bridgehead role="italic">Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater;</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater;</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">c. het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.</emphasis>
    </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Artikel 3. Belastbaar feit en belastingplicht</title>
    <bridgehead role="italic">1. De belasting wordt geheven:</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="italic">a. van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en</emphasis>
    </para>
    <para>(…)</para>
    <bridgehead role="italic">2. Voor het eigenarendeel wordt, als het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>9. De rechtbank overweegt dat artikel 228a van de Gemeentewet geen voorschriften bevat over de belastingplicht, het belastbare feit, de heffingsmaatstaven, de tarieven en wat overigens voor de heffing van de rioolheffing van belang is. De gemeenteraad is dus vrij om aan deze elementen van de rioolheffing in de belastingverordening de invulling te geven die hij wenst, rekening houdend met het feit dat het bedrag van de gemeentelijke belasting niet afhankelijk mag worden gesteld van het inkomen, de winst of het vermogen.<footnote-ref linkend="_363a61f2-e82c-45f9-bfdf-313c6f7a0676" /> Dit is slechts anders indien deze invulling leidt tot een onredelijke en willekeurige belastingheffing die de wetgever in formele zin bij de toekenning van de bevoegdheid om rioolheffing te heffen, niet op het oog kan hebben gehad.<footnote-ref linkend="_a5d0a1bc-f41c-48bb-8440-163a449faeb6" /></para>
    <para />
    <para>10. Uit artikel 3, eerste lid, onderdeel a van de Verordening (zie 8.1.) volgt dat de rioolheffing – voor zover het om het eigenarendeel gaat – wordt geheven van de genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel, dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. Eiseres is genothebbende krachtens eigendom (zie 2.). Het perceel van eiseres is aangesloten op het rioleringsstelsel van het recreatieterrein, dat uiteindelijk aangesloten is op de gemeentelijke riolering (zie 2.3.). De rechtbank overweegt dat hieruit volgt dat het perceel van eiseres indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. Er is daarom voldaan aan het belastbare feit. Dat eiseres het rioleringsstelsel op het recreatieterrein heeft aangelegd en onderhoudt, maakt dit niet anders. Uiteindelijk wordt er geloosd op de gemeentelijke riolering. Ook de gemeente maakt dus kosten voor de inzameling en het transport van het huishoudelijk afvalwater dat afkomstig is van het perceel (artikel 2 van de Verordening, 8.1.). De rechtbank is gelet op het voorgaande dan ook van oordeel dat de heffingsambtenaar in beginsel de aanslag rioolheffing aan eiseres mocht opleggen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Had de overeenkomst opgezegd mogen worden?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunten partijen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>11. Eiseres stelt dat de overeenkomst niet eenzijdig door de gemeente mocht worden opgezegd. Volgens eiseres is die mogelijkheid verjaard. De overeenkomst is volgens eiseres nog steeds geldig en de heffingsambtenaar mocht daarom voor het jaar 2024 geen aanslag rioolheffing opleggen.</para>
    <para />
    <para>12. De heffingsambtenaar stelt dat een privaatrechtelijke overeenkomst de publiekrechtelijke belastingplicht en de maatstaf van heffing niet kan wijzigen. Daarnaast wijst de heffingsambtenaar op de brief van 18 november 2021 (zie 2.7.) waarin hij aangeeft dat de overeenkomst, voor zover in strijd met de Verordening, met ingang van 2022 van rechtswege vervalt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>13. De rechtbank stelt voorop dat het de gemeente vrij stond om met eiseres in 1994 een overeenkomst te sluiten ter zake van de destijds geldende rioolrechten (later opgevolgd door de rioolheffing). Over de vraag hoe de heffingsambtenaar gebruik maakt van zijn bevoegdheid om aanslagen rioolrechten (later rioolheffing) op te leggen, kan de heffingsambtenaar namelijk afspraken maken. In dit geval zijn deze afspraken neergelegd in de overeenkomst. Bij de overeenkomst betrokken partijen en derden die geraakt worden door de overeenkomst (in dit geval de perceeleigenaren op het recreatieterrein), kunnen aan deze overeenkomst rechten ontlenen. Namelijk dat zij niet worden aangeslagen voor het rioolrecht (later de rioolheffing) zolang de overeenkomst geldt. De rechtbank volgt de heffingsambtenaar dus niet in zijn standpunt dat de overeenkomst de belastingplicht en de maatstaf van heffing niet kan wijzigen. Ondanks dat het geschil over een privaatrechtelijke overeenkomst gaat, is de fiscale rechter in dit geval bevoegd deze te toetsen nu de overeenkomst mogelijk leidt tot belastingheffing.<footnote-ref linkend="_c39d49e9-df05-4091-b2be-10849b7717b3" /></para>
    <para />
    <para>14. De rechtbank overweegt dat de overeenkomst (zie 2.4.) een overeenkomst van onbepaalde tijd is en daarmee een duurovereenkomst. De civiele kamer van de Hoge Raad heeft in zijn arrest van 2 februari 2018 geoordeeld over de voorwaarden waaronder duurovereenkomsten mogen worden opgezegd.<footnote-ref linkend="_7fadb0eb-8795-46de-803d-c671d0c4d830" /> Voor een overeenkomst die voor onbepaalde tijd is aangegaan, worden de voorwaarden waaronder kan worden opgezegd, bepaald door de inhoud van de overeenkomst en door de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen. Ook als de overeenkomst voorziet in een regeling van opzegging kunnen de eisen van redelijkheid en billijkheid, in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval, meebrengen dat aan de opzegging nadere eisen gesteld worden.<footnote-ref linkend="_abc8112a-e8ee-4d51-aae3-0391beab9fd8" /> Hierbij is wel vereist dat de wet en dat wat tussen partijen is overeengekomen daarvoor ruimte laten.<footnote-ref linkend="_6be5d1d3-883c-46e7-8360-a22bb5e2567f" /> Bij deze nadere eisen kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een bepaalde opzegtermijn die in acht moet worden genomen, of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding.<footnote-ref linkend="_3eabbd95-4e8a-4105-99ac-f454bb5b9240" /><?linebreak?></para>
    <para>15. In de overeenkomst is een regeling opgenomen waarin de opzegging van de overeenkomst is bepaald (zie 2.2.). De stelling van eiseres dat sprake is van verjaring, waardoor de heffingsambtenaar de overeenkomst niet kon opzeggen, vindt geen steun in het recht. Alleen een rechtsvordering die volgt uit een overeenkomst kan verjaren<footnote-ref linkend="_aed8909c-f039-4e5e-92e4-bf7fd5b7549a" />, maar een in een overeenkomst opgenomen opzeggingsbevoegdheid niet. Het was daarom voor de heffingsambtenaar in principe mogelijk om de overeenkomst op te zeggen.</para>
    <para />
    <para>16. De heffingsambtenaar heeft bij brief van 18 november 2021 de overeenkomst beëindigd per 1 januari 2022 (zie 2.5.). Deze brief is aan te merken als een opzegging als bedoeld in artikel 5 van de overeenkomst (2.4.). Zoals uit de in 14. genoemde arresten van de Hoge Raad volgt, kunnen de eisen van redelijkheid en billijkheid meebrengen dat er nadere eisen worden gesteld aan deze opzegging. In dit geval is de looptijd van de overeenkomst 28 jaren en is er al die jaren uitvoering daaraan gegeven, ook na de samenvoeging van de gemeentes (zie 2.6.). Voor zover de eisen van redelijkheid en billijkheid al met zich meebrengen dat er onder die omstandigheden een opzegtermijn moet worden gehanteerd, is deze opzegtermijn naar het oordeel van de rechtbank in ieder geval al verlopen op het moment waarop aan eiseres (ruim twee jaren later) de aanslag rioolheffing (zie 1.1.) werd opgelegd.</para>
    <para />
    <para>17. Ook de door eiseres aangehaalde uitspraak van de Hockeyclub Groningen<footnote-ref linkend="_1d26e91f-1704-432f-8088-fb2ccd6a1b99" /> brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Die zaak ging over een civiele kwestie (het verhuren van een sportaccommodatie), terwijl het hier gaat om een publiekrechtelijke kwestie (het opleggen van een aanslag). De rechtbank is gelet op al het voorgaande van oordeel dat de heffingsambtenaar rechtsgeldig de overeenkomst eenzijdig heeft opgezegd voor het belastingjaar 2024. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om de aanslag rioolheffing te vernietigen.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>18. Nu de heffingsambtenaar rechtsgeldig de overeenkomst eenzijdig heeft opgezegd (zie 17.) en aan het belastbare feit is voldaan (zie 10.), is de rechtbank van oordeel dat de heffingsambtenaar terecht de aanslag rioolheffing heeft opgelegd.<?linebreak?></para>
      <para>18. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de aanslag rioolheffing in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. L.S. Langius, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Schultinga, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgesproken op 2 april 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_f65e381b-ee2a-4988-b280-763ba77f0066" label="1">
    <para> Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b9da8b0d-807b-468e-a9de-865df8dceb2d" label="2">
    <para> Artikel 8:1 in samenhang gelezen met artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 1:2, eerste lid van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_363a61f2-e82c-45f9-bfdf-313c6f7a0676" label="3">
    <para> Artikel 219, lid 2 van de Gemeentewet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a5d0a1bc-f41c-48bb-8440-163a449faeb6" label="4">
    <para> Hoge Raad 23 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR7771.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c39d49e9-df05-4091-b2be-10849b7717b3" label="5">
    <para> HR 21 april 2006, C04/300HR (Abacus/Staat), ECLI:NL:HR:2006:AU4548.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7fadb0eb-8795-46de-803d-c671d0c4d830" label="6">
    <para> HR (civiele kamer) 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141, r.o. 3.6.3.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_abc8112a-e8ee-4d51-aae3-0391beab9fd8" label="7">
    <para> Op grond van artikel 6:248 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6be5d1d3-883c-46e7-8360-a22bb5e2567f" label="8">
    <para> HR (civiele kamer) 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141, r.o. 3.6.3.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3eabbd95-4e8a-4105-99ac-f454bb5b9240" label="9">
    <para> HR (civiele kamer) 10 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1134, r.o. 4.4.2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_aed8909c-f039-4e5e-92e4-bf7fd5b7549a" label="10">
    <para> Artikel 3:307 van het Burgerlijk Wetboek.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1d26e91f-1704-432f-8088-fb2ccd6a1b99" label="11">
    <para> Rechtbank Noord-Nederland (civiele kamer) 2 januari 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:2.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>