<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2025:5916</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-20T10:27:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11730629 BU VERZ 25-1128</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:5916">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:5916</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-20T10:27:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2025:5916 Rechtbank Noord-Nederland , 11-12-2025 / 11730629 BU VERZ 25-1128</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2025:5916:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden. Op de foto is zichtbaar dat bestuurder een donkerkleurig rechthoekig voorwerp in zijn rechterhand houdt, op een wijze die lijkt op het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat. Het verweer van gemachtigde dat betrokkene een scheerapparaat vasthield, volgt de kantonrechter niet. Het voorwerp op de foto heeft niet de dikte van een scheerapparaat en uit de bijgevoegde foto van gemachtigde blijkt niet dat dit een foto van het scheerapparaat van betrokkene is. Het boetebedrag is niet onevenredig. Ongegrond beroep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2025:5916:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <para>Zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikkingsnummer: 266432459</para>
      <para>zaaknummer: 11730629 BU VERZ 25-1128</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van <?linebreak?>11 december 2025</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [betrokkene] (de betrokkene),</title>
    <para>die woont in [woonplaats] ,<?linebreak?>gemachtigde: F. Eggink, Verbo Juridisch Advies. <?linebreak?></para>
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 23 mei 2024, om 10:15 uur, op de A32 in Grou, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 429,00 (inclusief administratiekosten).</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft het beroep op 11 december 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. M. van der Spek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de kantonrechter<?linebreak?></title>
    <bridgehead role="underline">Beslissing</bridgehead>
    <para />
    <para>2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunten</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Gemachtigde voert aan dat betrokkene een scheerapparaat vasthad. Op basis van de foto kan niet worden vastgesteld dat het om een mobiel elektronisch apparaat gaat. Verder doet gemachtigde een beroep op het Rapport Boetestelsel in Balans OM en stelt hij dat de boetebedragen te hoog zijn. Hij verzoekt de boete op grond hiervan te matigen. Gemachtigde verzoekt ten slotte om een proceskostenvergoeding. </para>
    <para />
    <para>4. De vertegenwoordigster stelt zich op de zitting op het standpunt dat de verkeersovertreding op basis van de foto’s in het dossier kan worden vastgesteld. De vorm van het voorwerp en de manier van vasthouden en interactie passen bij het vasthouden van een mobiele telefoon. Zij stelt dat het vasthouden van een scheerapparaat niet aannemelijk is geworden. De foto van het scheerapparaat die is bijgevoegd is een stockfoto van het internet. Wat betreft de hoogte van het boetebedrag neemt de vertegenwoordigster geen inhoudelijk standpunt in. Zij verzoekt de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overwegingen</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Uit de verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaaksoverzicht, blijkt dat de controle werd uitgevoerd met behulp van een camerasysteem dat geplaatst is op een viaduct en gericht is op de onderliggende kruisende weg. De verbalisant heeft het camerasysteem zo ingesteld dat duidelijk en onbelemmerd in voertuigen kon worden gekeken. Op het bedienscherm van het camerasysteem zag hij op basis van twee opeenvolgende foto’s met een tussentijd van 0,125 seconden dat de bestuurder kort daarvoor tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthield. De foto’s die door het camerasysteem zijn geleverd, zijn door de verbalisant zorgvuldig beoordeeld en gecontroleerd. Een tweede verbalisant heeft de foto’s achteraf op het bureau gecontroleerd in het kader van het vierogenprincipe.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat de verkeersovertreding op basis van de beschikbare gegevens kan worden vastgesteld. Op de ingezoomde foto in het dossier is te zien dat de bestuurder met zijn linkerhand het stuur vasthoudt. In zijn rechterhand houdt betrokkene, vóór het stuur, een donkerkleurig rechthoekig voorwerp vast. De bestuurder doet dat op een wijze vast die lijkt op het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat. Het verweer van gemachtigde dat betrokkene een scheerapparaat vasthield, volgt de kantonrechter daarom niet. Daartoe overweegt hij ook dat uit de foto in het dossier blijkt dat het voorwerp dat betrokkene vast had niet de dikte heeft van een scheerapparaat. De kantonrechter volgt verder het standpunt van de vertegenwoordigster dat uit de bijgevoegde foto van gemachtigde niet blijkt dat dit een foto van het scheerapparaat van betrokkene is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>In de beroepsgronden van gemachtigde ziet de kantonrechter geen aanleiding om de boete te wijzigen. Gemachtigde stelt dat de boetebedragen te hoog zijn. Op dit punt verwijst de kantonrechter naar het arrest van het hof van 31 juli 2025.<footnote-ref linkend="_79bc0eb0-e0df-449e-a159-7e60684a6d47" /> In dit arrest oordeelt het hof verder dat het evenredigheidsbeginsel meebrengt dat bij de bepaling van de hoogte van de boete uitgangspunt is dat deze in redelijke verhouding staat tot de aard en de ernst van de gedraging. Hierbij is het doel van de sanctie het sanctioneren van strafwaardig gedrag en het dienen van de belangen waartoe de in artikel 2, eerste lid, van de Wahv genoemde regelgeving strekt, zoals de belangen genoemd in artikel 2 van de Wegenverkeerswet. Naar het oordeel van de kantonrechter is een sanctiebedrag van € 429,00 voor het als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden niet onevenredig. Het boetebedrag staat in redelijke verhouding tot de aard en de ernst van de verkeersovertreding. De veiligheid van het verkeer wordt met het verrichten van deze verkeersovertreding rechtstreeks in gevaar gebracht. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.<?linebreak?></para>
      <para>Waarvan proces-verbaal,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. R. Krikke, griffier					mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel </title>
    <parablock>
      <para>Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het </para>
      <para>gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:</para>
    </parablock>
    <para>a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of</para>
    <para>b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_79bc0eb0-e0df-449e-a159-7e60684a6d47" label="1">
    <para> Hof Arnhem-Leeuwarden, 31 juli 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:4719</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>