<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2025:5702</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-13T12:08:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/18/25/1001 R</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Assen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=288&amp;g=2023-07-01">Faillissementswet 288</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=349a&amp;g=2023-07-01">Faillissementswet 349a</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:5702">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:5702</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-13T12:08:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2025:5702 Rechtbank Noord-Nederland , 17-12-2025 / C/18/25/1001 R</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2025:5702:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Toelatingsverzoek WSNP. Schulden ontstaan door hennepteelt, maar buiten driejaarstermijn.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2025:5702:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Privaatrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie: Assen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/18/25/1001 R</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">vonnis van 17 december 2025</bridgehead>
    <para>
      <?linebreak?>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">
          [verzoeker]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum] 1962 te [geboorteplaats] , <?linebreak?>wonende te [adres ] , <?linebreak?>hierna te noemen: verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESGANG</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft op 13 juni 2025 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoekschrift is behandeld ter zitting van 8 december 2025. Daarbij is verzoeker verschenen tezamen met mevrouw [schuldhulpverlener] van de Gemeentelijke Kredietbank (hierna te noemen: de schuldhulpverlener).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>RECHTSOVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Verordening 2015/848 van de Raad van de Europese Unie bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gebleken is dat verzoeker in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 288, eerste lid, aanhef en onder b Faillissementswet (Fw) wordt een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling slechts toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat verzoeker ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest. In verband hiermee wordt het volgende overwogen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft een schuldenlast van € 42.791,33. De schulden zijn ontstaan, doordat verzoeker in 2012, 2017 en 2022 een hennepkwekerij heeft geëxploiteerd en daarbij tegen de lamp is gelopen. Verzoeker heeft  een beroep op de hardheidsclausule gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft verzoeker hierover verklaard dat hij de eerste keer in 2012 tot hennepteelt is overgegaan, omdat het een makkelijke manier was om geld te verdienen. Toen verzoeker hiermee is gepakt, zijn er schulden ontstaan. Dat verzoeker het vervolgens nog twee keer heeft geprobeerd, was een noodsprong om zijn schulden weg te werken. Verzoeker wilde zijn eigen problemen oplossen en geen beroep doen op anderen of instanties. Verzoeker heeft naar eigen zeggen van zijn verleden geleerd. Hij heeft een taakstraf uitgevoerd en ziet in dat dat deze acties alleen maar tot meer schulden gaan leiden in plaats van dat ze de schulden oplossen. De schuldhulpverlener heeft ter zitting verklaard dat zij het idee heeft dat verzoeker inderdaad van zijn verleden heeft geleerd. Verzoeker heeft tijdens het minnelijk traject steeds goed meegewerkt. Hij is goed in staat om zelfstandig zijn vaste lasten te betalen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoekschrift is op zitting behandeld, omdat verzoeker tot drie keer toe is gepakt voor hennepteelt en de schulden hierdoor zijn ontstaan. De rechtbank constateert echter ook dat alle drie de pogingen inmiddels buiten de driejaarstermijn liggen. De laatste keer dateert van juni 2022. De rechtbank begrijpt uit de verklaring van verzoeker op zitting dat de tweede en derde keer het gevolg waren van de spreekwoordelijke ‘kat in het nauw’. Verzoeker ziet nu in dat dit geen oplossing is voor de situatie. Nu de rest van de schuldenlast, op één schuld na, ruim buiten de driejaarstermijn valt, zal de rechtbank het verzoek toewijzen. De rechtbank weegt in dit verband ook mee dat verzoeker in het minnelijk traject een goede houding heeft getoond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Wsnp duurt in principe 18 maanden. Artikel 349a lid 1 Fw bepaalt dat de termijn van de schuldsaneringsregeling begint op de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, dan wel van de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling indien die eerder is gelegen.</para>
      <para>
        <?linebreak?>De rechtbank stelt vast dat verzoeker niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum. Aan de hand van de ingediende stukken en hetgeen ter zitting is besproken ziet de rechtbank ook geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen, omdat er niet voldoende stukken zijn ingediend om te kunnen beoordelen of is voldaan aan de vereisten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <?linebreak?>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker] ,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1962 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [adres ] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt de termijn van de regeling vast op 18 maanden te rekenen vanaf de datum van dit vonnis;</para>
    <para />
    <para>­ benoemt tot rechter-commissaris mr. S. van Gessel,</para>
    <parablock>
      <para>en tot bewindvoerder mr. F.S.E. Cremers,</para>
      <para>gevestigd te [adres ] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brievenen telegrammen.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Dit vonnis is gewezen door mr. D.J. Klijn en in het openbaar uitgesproken op <?linebreak?>17 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.<footnote-ref linkend="_fb03c3a6-10f7-4443-adab-b123031f1bf6" /></title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_fb03c3a6-10f7-4443-adab-b123031f1bf6" label="1">
    <para>Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>