<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2025:5675</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-13T08:00:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">203136</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:5675">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:5675</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-12T12:48:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2025:5675 Rechtbank Noord-Nederland , 22-12-2025 / 203136</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2025:5675:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wisselbeschikking (artikel 69 Rv). Moeder, tevens mentor, verzoekt een omgangsregeling (art. 1:377a BW) met een meerderjarig kind. Verzoekschrift ingediend bij het team Familie &amp; Jeugd. De wet voorziet niet in een verzoekschriftprocedure ten aanzien van een omgangsrecht met een meerderjarig kind. Verwijzing naar de dagvaardingsprocedure bij de kamer voor handelszaken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2025:5675:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Privaatrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak-/rekestnummer: C/17/203136 / FA RK 25-2907	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van de enkelvoudige kamer d.d. 22 december 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [A]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>handelend voor zichzelf en in haar hoedanigheid van mentor van [B] , geboren op [datum] 1999,<?linebreak?>verzoekster hierna ook te noemen de vrouw,</para>
      <para>advocaat mr. F. Boymans, kantoorhoudende te Groningen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [C] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna ook te noemen [C] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen dat de vrouw op 24 november 2025 heeft ingediend bij de rechtbank, ter attentie van de "Afdeling familie- en jeugdrecht".</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De verzoeken van de vrouw strekken tot vaststelling van meerdere omgangsregelingen ten aanzien van de meerderjarige [B] , geboren op [datum] 1999 ( [B] ). De vrouw richt haar verzoeken tegen [C] .</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De vrouw is de moeder en, met ingang van 8 april 2025, de mentor van [B] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 augustus 2025 ten aanzien van [B] een (verplichte) zorgmachtiging verleend. De zorgmachtiging geldt tot en met 6 februari 2026.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [B] woont onder begeleiding bij [C] , op de locatie " [naam locatie] " in [woonplaats] . [B] ontvangt daar zorg.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De verzoeken</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De vrouw verzoekt de rechtbank om bij beschikking te bepalen, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">I. dat er op de voet van artikel 1:377a BW een omgangsregeling wordt vastgesteld tussen verzoekster en [B] , die inhoudt dat verzoekster [B] wekelijks mag zien -al dan niet samen met een familielid c.q. naaste genoemd in randnummer 20, zonder toezicht van de begeleiding, startend met een bezoek van 60 minuten per week op zijn kamer gedurende de eerste 2 weken, waarna de bezoekregeling iedere week wordt uitgebreid met een uur extra, waarbij [B] iedere zaterdag vanaf 11:00 uur bezoek kan ontvangen in zijn kamer, zonder toezicht van de begeleiding. Als deze opbouw voor [B] goed en prettig verloopt, kan de omgangsregeling vervolgens worden opgebouwd naar een regeling waarin verzoekster iedere zaterdag een dagdeel met [B] kan doorbrengen op een locatie naar keuze, met als uiteindelijke omgangsregeling dat [B] iedere zaterdag een dag met verzoekster (en/of naaste familie c.q. naasten) kan doorbrengen op een locatie naar keuze, buiten de [naam locatie] . Als [B] het ziet zitten en zijn gezondheid en welzijn dat toestaat, zou [B] af en toe op zaterdag kunnen blijven logeren, zodat hij zondagochtend weer wordt teruggebracht bij de [naam locatie] . Verzoekster kan als mentor de regie voeren -in afstemming met de [naam locatie] - over de lengte van de bezoeken en de familieleden c.q. naasten die eventueel mee kunnen komen, afgestemd op de wensen, behoeftes en het welzijn van [B] ;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">II. dat er op de voet van artikel 1:453 BW een omgangsregeling wordt vastgesteld tussen [B] en de onder randnummer 20 genoemde familieleden c.q. naasten, die inhoudt dat [B] wekelijks bezoek mag ontvangen van zijn familie c.q. naasten, zonder toezicht van de begeleiding, startend met een bezoek van 60 minuten per week op zijn kamer gedurende de eerste 2 weken, waarna de bezoekregeling iedere week wordt uitgebreid met een uur extra, waarbij [B] iedere zaterdag vanaf 11:00 uur bezoek kan ontvangen in zijn kamer, zonder toezicht van de begeleiding. Als deze opbouw voor [B] goed en prettig verloopt, kan de omgangsregeling vervolgens worden opgebouwd naar een regeling waarin verzoekster iedere zaterdag een dagdeel met [B] kan doorbrengen op een locatie naar keuze, met als uiteindelijke omgangsregeling dat [B] iedere zaterdag een dag met verzoekster (en/of naaste familie c.q. naasten) kan doorbrengen op een locatie naar keuze, buiten de [naam locatie] . Verzoekster kan als mentor de regie voeren -in afstemming met de [naam locatie] - over de lengte van de bezoeken en de familieleden c.q. naasten die eventueel mee kunnen komen, afgestemd op de wensen, behoeftes en het welzijn van [B] ;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">III. dat de [naam locatie] wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De vrouw doet haar verzoek onder I in haar hoedanigheid van moeder van [B] en haar verzoek onder II in haar hoedanigheid van mentor van [B] .</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De vrouw baseert haar verzoek onder I op artikel 1:377a van het Burgerlijk Wetboek (BW) in samenhang met artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden. De vrouw legt aan haar verzoek onder II artikel 1:453 BW ten grondslag. Het verzoek onder III is onlosmakelijk verbonden met de andere verzoeken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt het volgende. Artikel 1:377a BW biedt geen ingang om omgang met of ten behoeve van een meerderjarig kind te bewerkstelligen. Het artikel heeft alleen betrekking op minderjarige kinderen (hof ’s-Hertogenbosch 26 januari 1995, NJ 1995/573). Artikel 1:453 BW geeft ook geen grondslag voor een omgangsregeling ten aanzien van [B] . Het artikel regelt alleen de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de vrouw als mentor en de handelingsonbevoegdheid van [B] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Volgens artikel 261 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijker Rechtsvordering (Rv) worden alleen die zaken bij verzoekschrift ingeleid ten aanzien waarvan dit uit de wet voortvloeit. De wet voorziet niet in een verzoekschriftprocedure ten aanzien van een omgangsrecht met een meerderjarig kind. Omgang met een meerderjarig kind kan mogelijk wel in een dagvaardingsprocedure afgedwongen worden op grond van bijvoorbeeld onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW), artikel 8 EVRM of op grond van het op een zorginstelling toepasselijke klachtrecht. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat de vrouw de procedure niet aanhangig kan maken met een verzoekschrift. Zij had een dagvaarding uit moeten brengen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Op grond van artikel 69 Rv zal de rechtbank de zaak dan ook verwijzen naar de kamer voor handelszaken van deze rechtbank, locatie Leeuwarden, en de vrouw bevelen om het inleidend processtuk te verbeteren in die zin dat zij op haar kosten [C] bij deurwaardersexploot dagvaardt tegen de hierna genoemde roldatum.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De rechtbank wijst de vrouw erop dat zij bij het verbeteren van het inleidend processtuk rekening dient te houden met de bepalingen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering met betrekking tot betekeningsvoorschriften en de inhoud van de dagvaarding.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>beveelt dat de procedure in de stand waarin deze zich bevindt wordt voortgezet volgens de regels van de dagvaardingprocedure en verwijst de zaak naar de kamer voor handelszaken van deze rechtbank, locatie Leeuwarden;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>beveelt dat de vrouw, voor zover nodig, op haar kosten overgaat tot verbetering of aanvulling van haar inleidend processtuk aan de voor de dagvaardingsprocedure toepasselijke procesregels;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verwijst de procedure naar de rolzitting van <emphasis role="bold underline">woensdag 28 januari 2026 om 10 uur</emphasis>;</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>beveelt de vrouw om [C] met inachtneming van de wettelijke termijnen tegen de hiervoor genoemde roldatum en tijd te dagvaarden onder betekening van deze beslissing en van het inleidend verzoekschrift en vervolgens het exploot van dagvaarding uiterlijk één dag eerder dan voornoemde roldatum ter inschrijving op de rol aan de griffie (van de kamer voor handelszaken) aan te bieden;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>stelt de vrouw in de gelegenheid haar stellingen zo nodig aan te passen op de voor de dagvaardingsprocedure toepasselijke procesregels.</para>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beschikking is gegeven door mr. J. Teertstra, rechter, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2025.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Voor zover in deze beschikking een of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, kan tegen deze beschikking hoger beroep worden ingesteld door een advocaat bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:</para>
                <para>- door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
                <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">fn</emphasis>: 898</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>