<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2025:5019</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-11T09:55:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11547347 BU VERZ 25-279</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:5019">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:5019</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-11T09:55:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2025:5019 Rechtbank Noord-Nederland , 24-10-2025 / 11547347 BU VERZ 25-279</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2025:5019:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wahv. Dwangsom. Gemachtigde is per brief uitgenodigd voor een hoorzitting. Hierin wordt een termijn van vier weken geboden om de gronden aan te vullen. Door deze termijn te bieden is de beslistermijn opgeschort.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2025:5019:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikkingsnummer: 262391332</para>
      <para>zaaknummer: 11547347 BU VERZ 25-279</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 24 oktober 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [betrokkene] (de betrokkene),</title>
    <parablock>
      <para>gevestigd in [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>(gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl.).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘23 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)’, verricht op 15 november 2023, om 12:48 uur, op de N33 Rijksweg ter hoogte van hectometerpaal 52.1 in Siddeburen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 257,00 (inclusief administratiekosten).</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft het beroep op 24 oktober 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. Z. Fluitsma.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de kantonrechter<?linebreak?></title>
    <bridgehead role="underline">Standpunten</bridgehead>
    <para />
    <para>2. Gemachtigde voert, onder verwijzing naar eerdere uitspraken, aan dat de officier van justitie een dwangsom heeft verbeurd. De officier is op 15 juli 2024 in gebreke gesteld. Deze ingebrekestelling is niet prematuur. Bovendien is de beslistermijn niet opgeschort, omdat de uitnodiging voor een hoorzitting niet als herstelverzuimbrief kan worden aangemerkt. Uit de brief van de officier blijkt geenszins dat de termijn heeft gezorgd voor vertraging in de behandeling van de zaak. Daarnaast geeft de officier expliciet de mogelijkheid om de gronden aan te vullen op de hoorzitting. Dit laatste maakt dat de gegeven termijn in praktische zin niets meer omvatte dan een uitnodiging voor de hoorzitting en daarmee bezwaarlijk gezien kan worden als een vorm van uitstel.  </para>
    <para>Daarnaast ging de officier ook niet uit van een opschorting van de beslistermijn. De officier heeft de beslistermijn met tien weken heeft verlengd op 20 april 2024, omdat het niet zou lukken om binnen 16 weken te beslissen. Hierbij ging de officier uit van de reguliere termijn van 26 weken. Hierbij merkt gemachtigde op dat sprake lijkt te zijn van een tegenstrijdig rechtsopvatting. Want als de als de officier kan afzien van het horen in verband met de aflopende beslistermijn of een ingediende ingebrekestelling, wordt uitgegaan van een beslistermijn van 26 weken. Maar als bij de beslissing blijkt dat een dwangsom is verbeurd neemt de officier het standpunt dat de beslistermijn is opgeschort. Verder is de dagtekening van de beslissing niet de datum waarop betrokkene de beslissing heeft ontvangen. De beslissing is ontvangen op 10 september 2024. Gemachtigde verzoekt om vergoeding van de proceskosten.</para>
    <para />
    <para>3. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. In de uitnodiging voor de hoorzitting wordt een termijn van vier weken geboden om de gronden aan te vullen. Door deze termijn te bieden wordt de beslistermijn opgeschort.<footnote-ref linkend="_3a90ff1f-aa17-4b43-a945-5e6c67ed680f" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overwegingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De officier van justitie heeft geen dwangsom verbeurd. Uit het zaakoverzicht volgt dat de beroepstermijn afliep op 7 januari 2024. De beslistermijn ving daarom aan op 8 januari 2024. De beslistermijn is op 20 april 2024 tijdig verlengd. De uiterste beslisdatum was daarom in beginsel 8 juli 2024, omdat 7 juli 2024 op een zondag was.<footnote-ref linkend="_4cb1c68e-e656-495c-bb68-ecc6da5bd321" />  Echter, heeft gemachtigde in zijn beroepschrift van 28 november 2023 uitdrukkelijk verzocht om een termijn om de gronden aan te vullen. Gemachtigde is per brief van 25 juni 2024 uitgenodigd voor een hoorzitting. Hierin wordt een termijn van vier weken geboden om de gronden aan te vullen. Door deze termijn te bieden is de beslistermijn opgeschort voor de maximale duur van vier weken.<footnote-ref linkend="_d23cd611-a252-4b6e-a3ab-fc098fae0687" /> De nieuwe uiterste beslisdatum is daarom 12 augustus 2024. De ingebrekestelling is op 15 juli 2024 ontvangen door de CVOM, en dus prematuur.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Bastin, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel </title>
    <parablock>
      <para>Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het </para>
      <para>gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:</para>
    </parablock>
    <para>a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of</para>
    <para>b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_3a90ff1f-aa17-4b43-a945-5e6c67ed680f" label="1">
    <para> Hof Arnhem-Leeuwarden 28 oktober 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:8783, r.o. 10.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4cb1c68e-e656-495c-bb68-ecc6da5bd321" label="2">
    <para> Artikel 1, eerste lid, van de Algemene termijnenwet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d23cd611-a252-4b6e-a3ab-fc098fae0687" label="3">
    <para> Hof Arnhem-Leeuwarden 28 oktober 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:8783, r.o. 10.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>