<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2025:4898</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-04T10:14:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11682497 BU VERZ 25-940</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:4898">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:4898</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-04T10:14:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2025:4898 Rechtbank Noord-Nederland , 13-11-2025 / 11682497 BU VERZ 25-940</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2025:4898:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Parkeren op parkeerplaats voor vergunninghouders zonder vergunning. Betrokkene heeft zonder nadere uitleg kunnen denken dat zij vergunninghouder was. Betrokkene heeft daarbij een kaart van de gemeente gekregen, waarop staat dat ze op de betreffende plek mocht parkeren. Gegrond wegens onduidelijke situatie. Vernietiging boete.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2025:4898:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <para>Zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikkingsnummer: 264770129</para>
      <para>zaaknummer: 11682497 BU VERZ 25-940</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van <?linebreak?>13 november 2025</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [betrokkene] (de betrokkene),</title>
    <para>die woont in [woonplaats] .<?linebreak?></para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘parkeren op parkeerplaats voor vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig’, verricht op 2 maart 2024, om 15:41 uur, op [adres] , met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft het beroep op 13 november 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig als vertegenwoordiger van de officier van justitie, mr. R. van der Velde.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de kantonrechter <?linebreak?></title>
    <bridgehead role="underline">Beslissing</bridgehead>
    <para />
    <para>2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van de betrokkene. De kantonrechter oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen hoe zij tot dit oordeel komt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunten</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Betrokkene stelt dat zij een ontheffing heeft om te mogen parkeren in de zone waar zij de boete heeft ontvangen. Deze had zij recentelijk nog vernieuwd. Haar auto staat altijd in de straat geparkeerd waar ze ook voor betaald. Ze denkt dat er daarom een fout is gemaakt. Ze heeft in dezelfde week van de onderhavige boete, nog een boete gekregen voor het parkeren op dezelfde plek. Tegen deze boete is ze ook in beroep gegaan. Dit beroep is door de officier van justitie toegekend en de boete is komen te vervallen. In het kader van gelijke behandeling vindt ze het onterecht dat haar beroep tegen deze boete niet is toegekend, terwijl de boete voor hetzelfde andere incident wel is kwijtgescholden vanwege een misverstand in de communicatie rondom de ontheffing.</para>
    <para />
    <para>4. De vertegenwoordiger verzoekt het beroep gegrond te verklaren. Zij heeft contact gehad met de gemeente. De gemeente verzoekt om deze boete, net als de andere boete, te vernietigen. De vertegenwoordiger is het hier mee eens, omdat er te veel onduidelijkheid bestaat over de situatie.  <?linebreak?></para>
    <para>
      <emphasis role="underline">Overwegingen</emphasis>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>5. De kantonrechter ziet met de vertegenwoordiger aanleiding om de boete te vernietigen, gelet op de onduidelijke situatie. De betrokkene beschikt over een parkeervergunning in de vorm van een bewonersvergunning voor Zone 4 Betaald Parkeren. Met deze vergunning zou alleen mogen worden geparkeerd in parkeervakken voor betaald parkeren. Deze vergunning zou niet geldig zijn voor parkeerplaatsen voor vergunninghouders. De kantonrechter is van oordeel dat de betrokkene -zonder nadere uitleg waarvan niet is gebleken dat zij die heeft gekregen- zeer wel heeft kunnen denken dat zij met haar bewonersvergunning een vergunninghouder was en dus op de betreffende plek mocht parkeren. Daarbij heeft de betrokkene een kaart van de gemeente gekregen waarop staat dat de bewonersvergunning in de [adres] mag worden gebruikt. Echter is de [adres] alleen bedoeld om te parkeren voor vergunninghouders. Gelet op de hiervoor beschreven onduidelijke situatie, zal de kantonrechter het beroep gegrond verklaren. </para>
    <bridgehead role="bold">Conclusie</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt die beslissing;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt die inleidende beschikking;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>S.N. Noordenbos, griffier			mr. L.E.A. Jonkers-Vellinga, kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel </title>
    <parablock>
      <para>Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het </para>
      <para>gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:</para>
    </parablock>
    <para>a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of</para>
    <para>b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>