<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2025:4820</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-25T14:14:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/18/248966 / JE RK 25-569</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:4820">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:4820</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-25T14:13:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2025:4820 Rechtbank Noord-Nederland , 06-11-2025 / C/18/248966 / JE RK 25-569</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2025:4820:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De Raad verzoekt een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing voor de minderjarige, die reeds op vrijwillige basis in een gezinshuis is geplaatst. Tijdens de mondelinge behandeling is de plaatsing van de minderjarige  in het gezinshuis besproken, in verband met de door de GI geuite zorgen over dit gezinshuis. De Raad heeft deze zorgen in opdracht van de kinderrechter onderzocht en daarover gerapporteerd. De Raad heeft aangegeven zijn verzoek te handhaven. De kinderrechter heeft naar aanleiding van de bevindingen van de Raad op dit moment geen zorgen over het welzijn en de veiligheid van de minderjarige in het gezinshuis. Het belang van de minderjarige bij continuering van haar plaatsing in het gezinshuis prevaleert boven de samenwerkingsproblemen die de GI ervaart, maar dat neemt niet weg dat de veiligheid en ontwikkeling van de minderjarige in het gezinshuis nauwgezet moet worden gemonitord. De kinderrechter wijst het verzoek toe.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2025:4820:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/18/248966 / JE RK 25-569</para>
      <para>Datum uitspraak: 6 november 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Raad voor de Kinderbescherming,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>regio Noord Nederland, locatie Groningen,</para>
      <para>die hierna 'de Raad' wordt genoemd,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [Naam minderjarige] , </bridgehead>
    <parablock>
      <para>die is geboren op [geboortedag] [geboortemaand] 2020 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>en die hierna ' [de minderjarige] ' wordt genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [Naam van de moeder] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>die woont in [woonplaats] , </para>
      <para>en die hierna 'de moeder' wordt genoemd,</para>
      <para>advocaat: mr. J.S. Özsaran, die kantoor houdt in Groningen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als informant aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de gecertificeerde instelling</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">William Schrikker Stichting Jeugdbescherming &amp; Jeugdreclassering</emphasis>,</para>
      <para>die is gevestigd in Amsterdam, </para>
      <para>en die hierna 'de GI' wordt genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze procedure is ingeleid met een verzoekschrift van de Raad, dat de rechtbank heeft ontvangen op 9 oktober 2025. Daarin verzoekt de Raad de kinderrechter om [de minderjarige] onder toezicht te stellen van de GI en een machtiging tot uithuisplaatsing voor haar te verlenen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, beide voor de duur van een jaar. De Raad verzoekt de kinderrechter ook om de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 23 oktober 2025 heeft de kinderrechter het verzoek mondeling behandeld. Hij heeft toen gesproken met [naam 1] , die de Raad vertegenwoordigt, de moeder, haar advocaat en [naam 2] en [naam 3] , die de GI vertegenwoordigen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 31 oktober 2025 heeft de rechtbank een brief van de Raad ontvangen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 3 november 2025 heeft de rechtbank een brief van de moeder ontvangen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 4 november 2025 heeft de rechtbank een brief van de GI ontvangen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten slotte is bepaald dat vandaag deze beschikking wordt gegeven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter gaat bij de beoordeling van het verzoek uit van de volgende feiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [de minderjarige] is een meisje van vijf jaar oud. Het gezag over [de minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder. De vader van [de minderjarige] is niet in beeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [de minderjarige] woonde tot 7 augustus 2025 met de moeder in een woning van Cosis. Sindsdien verblijft [de minderjarige] op vrijwillige basis bij gezinshuis [naam gezinshuis] in [plaatsnaam] . Het contact tussen [de minderjarige] en de moeder wordt in overleg met de gezinshuismoeder vormgegeven.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder heeft uit een eerdere relatie een zoon van zestien jaar oud, die met een daartoe bestemde machtiging uit huis is geplaatst. [De minderjarige] heeft sinds omstreeks maart 2025 geen contact meer met haar halfbroer gehad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter zal het verzoek van de Raad toewijzen. Dat is vanwege het volgende. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft ernstige zorgen geuit over de veiligheid en opvoedsituatie van [de minderjarige] . De kinderrechter deelt de zorgen van de Raad en stelt vast dat [de minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder heeft een belaste voorgeschiedenis en kampt met persoonlijke problematiek, als gevolg waarvan zij regelmatig gevoelens van stress, angst en onrust ervaart en/of wordt overvraagd in de opvoeding van [de minderjarige] . Op die momenten is de moeder onvoldoende (emotioneel) beschikbaar voor [de minderjarige] en niet in staat om aan te sluiten bij haar behoeftes. De moeder schreeuwt naar [de minderjarige] en doet uitspraken dat zij de zorg voor [de minderjarige] niet langer aankan, waarbij anderen de zorg voor [de minderjarige] moeten overnemen. [de minderjarige] wordt hierdoor al geruime tijd blootgesteld aan een onveilige en onvoorspelbare opvoedsituatie. Daarbij bestaan er zorgen over haar hechtingsontwikkeling en relatie met de moeder. De plaatsing van [de minderjarige] in het gezinshuis heeft haar rust, structuur en begrenzing gegeven. Het is echter voor [de minderjarige] nog onduidelijk of, en zo ja, in hoeverre zij weer verder bij de moeder kan opgroeien. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Om de benodigde duidelijkheid te verkrijgen, is hulpverlening, onder andere gericht op het verkrijgen van zicht op en het vergroten van de opvoedvaardigheden van de moeder, noodzakelijk. De moeder (h)erkent de zorgen en is bereid hieraan te werken. Zij vindt het vrijwillig kader daarom toereikend. Naar het oordeel van de kinderrechter is het gedwongen kader echter noodzakelijk om de ontwikkelingsbedreigingen weg te nemen. Op dit moment is de moeder niet in staat om de hulpverlening zelfstandig in te zetten en daarvan te profiteren. Het lukt haar onvoldoende om te situatie te overzien, waardoor beslissingen niet tijdig worden genomen. Bovendien is de moeder regelmatig wantrouwend richting de hulpverlening, waarbij zij zich terugtrekt uit de samenwerking. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter heeft wel de verwachting dat de moeder binnen een voor [de minderjarige] en haar ontwikkeling aanvaardbare termijn weer zelf in staat zal zijn om opvoedingsverantwoordelijkheid te dragen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het voorgaande oordeelt de kinderrechter dat wordt voldaan aan de wettelijke criteria voor het verlenen van de ondertoezichtstelling.<footnote-ref linkend="_611396cc-1472-4e1e-b1dd-538f6bbc332c" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de in het kader van de ondertoezichtstelling beschreven zorgen, is een terugplaatsing van [de minderjarige] bij de moeder op dit moment niet mogelijk. De komende periode moet benut worden om het contact tussen [de minderjarige] en de moeder, voor zover mogelijk, uit te breiden en zicht te krijgen op de mogelijkheden van de moeder om de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] weer (gedeeltelijk) te dragen en op de hulpverlening, die daarbij nodig is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter is daarom van oordeel dat een machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] .<footnote-ref linkend="_40c0ebf2-5bea-48bb-a4ec-4fb808d64c08" /> Gelet op de stappen die genomen moeten worden, is de kinderrechter, anders dan de moeder, van oordeel dat een machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van een jaar passend is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling is de plaatsing van [de minderjarige] in het gezinshuis besproken, in verband met de door de GI geuite zorgen. De Raad heeft deze zorgen in opdracht van de kinderrechter onderzocht en daarover gerapporteerd. De Raad heeft aangegeven zijn verzoek te handhaven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter heeft naar aanleiding van de bevindingen van de Raad op dit moment geen zorgen over het welzijn en de veiligheid van [de minderjarige] in het gezinshuis. Het gezinshuis biedt gecontracteerde zorg en de gedragswetenschapper die sinds de zomer van 2023 bij het gezinshuis betrokken is, heeft onder andere aangegeven dat de gezinshuisouders goed aansluiten bij de individuele opvoedbehoefte van de kinderen en dat de kinderen in het gezinshuis tot ontwikkeling komen. Ook is er een goede samenwerking met zowel de gedragswetenschapper als met de ouders van de kinderen die in het gezinshuis verblijven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter vindt het in het belang van [de minderjarige] dat haar plaatsing in het gezinshuis wordt gecontinueerd. Dat neemt echter niet weg dat de veiligheid en ontwikkeling van [de minderjarige] in het gezinshuis nauwgezet moet worden gemonitord. Daarvoor is het een goede samenwerking tussen de GI en de gezinshuisouders noodzakelijk. Uit de bevindingen van de Raad blijkt dat de visies van de GI en de gezinshuisouders over de onderlinge samenwerking, de zorgen die in het verleden zijn opgekomen en de wijze waarop daaraan gevolg is gegeven, sterk uiteenlopen. De kinderrechter begrijpt dat dit een hervatting van de samenwerking tussen de GI en de gezinshuisouders bemoeilijkt. Niettemin is de kinderrechter van oordeel dat het belang van [de minderjarige] bij continuering van haar plaatsing in het gezinshuis prevaleert boven de samenwerkingsproblemen die de GI ervaart. Het is van belang dat er een gesprek zal plaatsvinden tussen de GI en de gezinshuisouders om nieuwe samenwerkingsafspraken te maken, waarna de samenwerking in het belang van [de minderjarige] moet worden hervat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter neemt daarom de volgende beslissing. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt [de minderjarige] onder toezicht van de GI met ingang van 6 november 2025 tot 6 november 2026;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 6 november 2025 tot 6 november 2026;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door mr. W.P. Claus, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.C. Bernard, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2025.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Als u het niet eens met de beslissingen die de rechter heeft genomen, kunt u in hoger beroep. Maar let op! Hoger beroep kunt u niet zelf instellen. U moet daarvoor naar een advocaat. Een advocaat kan voor u hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Belangrijk is dat u snel naar een advocaat gaat. Hoger beroep moet bijna altijd binnen drie maanden na de dag van de uitspraak worden ingesteld. Voor de Raad geldt dat hij zelf hoger beroep kan instellen </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_611396cc-1472-4e1e-b1dd-538f6bbc332c" label="1">
    <para> Art. 1:255 lid 1 BW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_40c0ebf2-5bea-48bb-a4ec-4fb808d64c08" label="2">
    <para> Art. 1:265b lid 1 BW. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>