<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2025:4747</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-20T10:56:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11559370 BU VERZ 25-377</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:4747">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:4747</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-20T10:55:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2025:4747 Rechtbank Noord-Nederland , 09-10-2025 / 11559370 BU VERZ 25-377</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2025:4747:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wahv. Hoorplicht. Onvoldoende aannemelijk dat sprake is van een structurele schending van de hoorplicht. Er is geen sprake van een beleidsmatige schending van de hoorplicht, maar van één beoordelaar die tijdelijk een fout maakte.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2025:4747:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <para>Zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikkingsnummer: 262143317</para>
      <para>zaaknummer: 11559370 BU VERZ 25-377</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 9 oktober 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [betrokkene] B.V. (de betrokkene),</title>
    <parablock>
      <para>gevestigd in [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M. Lagas, Appjection B.V.).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen’, verricht op 7 oktober 2023, om 16:03 uur, op het Breedpad in Heerenveen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 119,00 (inclusief administratiekosten).</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft het beroep op 9 oktober 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: als gemachtigde van betrokkene mr. I. Menalo , kantoorgenote van mr. Lagas en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. P. Belopavlovic.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Na afloop van de behandeling op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de kantonrechter<?linebreak?></title>
    <bridgehead role="underline">Standpunten</bridgehead>
    <para />
    <para>2. Gemachtigde voert aan dat de leaserijder niet op de plaats van de gedraging is geweest op die dag. Daarnaast is de hoorplicht geschonden. Eén beoordelaar van het CVOM heeft per abuis in meerdere zaken direct een beslissing genomen, zonder eerst te horen. De gemachtigde verzoekt, onder verwijzing naar een uitspraak van de rechtbank Amsterdam<footnote-ref linkend="_c315e7c0-014d-4599-8f97-7c3c48c032d6" />, om de boete met 25% te matigen. Hierbij is van belang dat dit niet het eerste incident is waarbij de hoorplicht is geschonden en ook deze schending structureel is. Gemachtigde verzoekt om vergoeding van de proceskosten. De overige gronden worden ingetrokken.</para>
    <para />
    <para>3. De vertegenwoordiger is van mening dat de beslissing van de officier van justitie vernietigd moet worden, omdat de hoorplicht is geschonden. Voor het overige dient het beroep ongegrond te worden verklaard. De hoorplicht wordt namelijk niet structureel geschonden. Deze schending van de hoorplicht heeft niet te maken met beleid van het CVOM, maar met één persoon die de regels verkeerd heeft geïnterpreteerd. Deze schending van de hoorplicht is daarom niet vergelijkbaar met andere gevallen waarin wél sprake was van een structurele schending van de hoorplicht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overwegingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De kantonrechter ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de gegevens in het dossier. Op de foto van de gedraging is te zien dat het gaat om de auto van betrokkene. De boete is terecht uitgeschreven aan de kentekenhouder van het voertuig. De gedraging kan daarom worden vastgesteld. </para>
    <para />
    <para>5. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete. </para>
    <para />
    <para>6. De kantonrechter stelt met partijen vast dat de hoorplicht is geschonden. De kantonrechter zal daarom de beslissing van de officier van justitie vernietigen. In dit geval is één beoordelaar ten onrechte in de veronderstelling geweest dat geen hoorzitting hoeft plaats te vinden, als een reactie van de gemachtigde uitblijft. Echter is onvoldoende aannemelijk dat sprake is van een structurele schending van de hoorplicht. Er is geen sprake van een beleidsmatige schending van de hoorplicht, maar van één beoordelaar die tijdelijk een fout maakte. Deze schending moet bovendien los worden gezien van gevallen waarin de hoorplicht om andere redenen is geschonden. Daarom ziet de kantonrechter geen aanleiding om het sanctiebedrag te matigen. De proceskosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt die beslissing;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. L.E.A. Jonkers-Vellinga, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel </title>
    <parablock>
      <para>Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het </para>
      <para>gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:</para>
    </parablock>
    <para>a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of</para>
    <para>b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_c315e7c0-014d-4599-8f97-7c3c48c032d6" label="1">
    <para> Beslissing van 31 juli 2025, zaaknummer 11759577 WM VERZ 25-9669.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>