<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2025:4391</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-27T17:00:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11457384 BU VERZ 24-3080</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:4391">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:4391</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-27T17:00:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2025:4391 Rechtbank Noord-Nederland , 25-09-2025 / 11457384 BU VERZ 24-3080</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2025:4391:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voertuig dubbel parkeren. Sprake van parkeren, nu de verbalisant verklaart dat hij minstens tien minuten geen zichtbare activiteit heeft waargenomen. Enkele stelling dat sprake is van laden en lossen, is onvoldoende. Waarschuwingslichten zijn hierbij niet van belang. Verder is er sprake van een voor het openbaar verkeer openstaande weg. Dat er een bord was geplaatst met daarop de tekst ‘Eigen weg’ en ‘Verboden toegang voor onbevoegden’, maakt dit niet anders. De plaatsing van dit bord maakt immers niet dat de toegang feitelijk onmogelijk is gemaakt. Betrokkene mocht op deze locatie dus niet dubbel parkeren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2025:4391:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikkingsnummer: 262811567</para>
      <para>zaaknummer: 11457384 BU VERZ 24-3080</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van <?linebreak?>25 september 2025</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [betrokkene] (hierna: betrokkene),</title>
    <parablock>
      <para>die woont in [woonplaats] , </para>
      <para>gemachtigde: I.N.D.J. Rissema, Bezwaartegenverkeersboetes.nl/Fixiq Legal. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een voertuig dubbel parkeren’, verricht op 22 november 2023, om 09:42 uur, op [adres] in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 119,00 (inclusief administratiekosten).</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft het beroep op 25 september 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: de vertegenwoordigster van de officier van justitie, <?linebreak?>mr. Z. Fluitsma. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Na afloop van de behandeling op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de kantonrechter</title>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <para>2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Gemachtigde voert aan dat betrokkene de gedraging ontkent. Wat betreft de machtiging voert gemachtigde aan dat de schriftelijke machtiging in het dossier deugdelijk is, omdat een datum van ondertekening geen vereiste is voor een geldige machtiging. Hij heeft een verklaring van betrokkene bijgevoegd. Daarin verklaart betrokkene dat zij die dag aan het laden en lossen was bij haar werk ( [bedrijf 1] ). Zij stelt dat zij haar auto eventjes met waarschuwingstekens stil zette naast de auto van haar collega. Zij voert aan dat het vreemd is dat er een boete wordt uitgedeeld op een privéterrein. Het is een gezamenlijk terrein van winkels en bewoners boven het winkelcentrum. </para>
    <para />
    <para>4. De vertegenwoordigster stelt op de zitting dat de verbalisant verklaart dat het voertuig stond op een voor het openbaar verkeer openstaande weg. De weg was ook niet afgesloten. Zij stelt dat er op de foto’s geen sprake is van laden en lossen. Er zijn geen waarschuwingslichten te zien. Daarnaast verklaart de verbalisant dat er tien minuten lang geen activiteiten zijn waargenomen. De vertegenwoordigster vindt dat het dubbel parkeren kan worden vastgesteld en verzoekt de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overwegingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. De kantonrechter is met gemachtigde van oordeel dat de schriftelijke machtiging in het dossier deugdelijk is. Hij zal het beroep inhoudelijk behandelen. </para>
    <para />
    <para>6. Gemachtigde betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>De verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaakoverzicht, luidt als volgt: “<emphasis role="italic">Op genoemd datum en tijdstip zag ik dat dit voertuig geparkeerd stond op voornoemde locatie. Ik zag dat het voornoemde voertuig naast een ander voertuig stond geparkeerd. Ik zag dit een vloeiende doorstroom van het verkeer belemmerde</emphasis>.” In het aanvullend proces-verbaal verklaart de verbalisant dat de precieze locatie achter de winkel van de [bedrijf 2] aan [adres] is. Verder verklaart hij dat hij, op een parkeerplaats achter het winkelcentrum, zag dat het voertuig van betrokkene naast de aangegeven vakken dubbel stond geparkeerd. Hij verklaart dat niemand in het zichtbare gedeelte zichtbaar was en dat hij minstens tien minuten geen zichtbare activiteit heeft waargenomen rondom het voertuig. Verder heeft de verbalisant foto’s van de verkeersovertreding bijgevoegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>In de beroepsgronden van gemachtigde ziet de kantonrechter geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Er was sprake van parkeren. De verbalisant verklaart dat hij minstens tien minuten geen zichtbare activiteit heeft waargenomen rondom het voertuig. De enkele stelling dat sprake was van laden en lossen, is onvoldoende om dit aannemelijk te maken. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat, gelet op de bewoordingen van de definitie van parkeren in artikel 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeersregels 1990 (RVV 1990)<footnote-ref linkend="_0e5e6ba7-5c60-4a29-808a-484e1758743b" />, laden en lossen een uitzondering is.<footnote-ref linkend="_90e48d0d-fd11-4548-b81f-d66cdab60ee5" />Verder is ook niet van belang of betrokkene de waarschuwings-lichten van het voertuig heeft laten branden. Hieruit kan slechts worden afgeleid dat het de bedoeling is geweest het voertuig voor enige tijd onbeheerd achter te laten, maar dit zegt niets over de vraag of sprake is van laden en/of lossen.<footnote-ref linkend="_180b4d85-c5ed-4fbc-8568-ecaefa6352a0" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>Verder voert betrokkene aan dat sprake is van een gezamenlijk privéterrein. Voor de beantwoording van de vraag of een terrein als een voor het openbaar verkeer openstaande weg moet worden aangemerkt, is beslissend of het feitelijk voor het openbaar verkeer openstaat.<footnote-ref linkend="_4fee2581-ba12-4145-bab4-299466a8a1d6" /> Daarvoor zijn de feitelijke omstandigheden van belang, zoals of door de rechthebbende wordt geduld dat het algemene verkeer gebruik maakt van het terrein.<footnote-ref linkend="_e6886919-ded3-4615-bba4-e569c8544410" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt vast dat de plaats waar het voertuig van betrokkene was geparkeerd feitelijk voor het openbaar verkeer openstond. Het gedeelte waar haar voertuig stond was vanaf de weg toegankelijk en was niet afgesloten voor het verkeer. Dat er een bord was geplaatst met daarop de tekst ‘Eigen weg’ en ‘Verboden toegang voor onbevoegden’, maakt dit niet anders.<footnote-ref linkend="_4dbeef00-b8d9-4ae7-ab45-de889bd029fe" /> De plaatsing van dit bord maakt immers niet dat de toegang feitelijk onmogelijk is gemaakt. Er is dus sprake van een voor het openbaar verkeer openstaande weg. Dit brengt mee dat de geldende geboden en verboden uit de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) op die plek gelden en gehandhaafd kunnen worden. Betrokkene mocht op deze locatie dus niet dubbel parkeren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.</nr>
      <para>Alles overwegende stelt de kantonrechter op basis van de beschikbare gegevens vast dat de verkeersovertreding door betrokkene is verricht. In haar verweer ziet hij geen aanleiding om de boete te matigen. Die is terecht opgelegd. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding. <?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. R. Krikke, griffier					mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel </title>
    <parablock>
      <para>Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het </para>
      <para>gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:</para>
    </parablock>
    <para>a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of</para>
    <para>b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_0e5e6ba7-5c60-4a29-808a-484e1758743b" label="1">
    <para> Artikel 1 van het RVV 1990.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_90e48d0d-fd11-4548-b81f-d66cdab60ee5" label="2">
    <para> Hof Arnhem-Leeuwarden, 9 oktober 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:8307.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_180b4d85-c5ed-4fbc-8568-ecaefa6352a0" label="3">
    <para> Hof Arnhem-Leeuwarden, 26 september 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:7859.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4fee2581-ba12-4145-bab4-299466a8a1d6" label="4">
    <para> Artikel 1, eerste lid aanhef en onder b, van de WVW 1994. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e6886919-ded3-4615-bba4-e569c8544410" label="5">
    <para> HR, 8 april 1997, VR 1998, 2. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_4dbeef00-b8d9-4ae7-ab45-de889bd029fe" label="6">
    <para> Zie bijvoorbeeld Hof Arnhem-Leeuwarden, 14 december 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:10767.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>