<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2025:3963</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-03T13:39:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/18/245041/ KG RK 25-168</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:3963">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:3963</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-03T13:39:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2025:3963 Rechtbank Noord-Nederland , 13-06-2025 / C/18/245041/ KG RK 25-168</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2025:3963:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsverzoek. Geen bijzondere omstandigheden die (schijn van) partijdigheid aannemelijk maken. Verzoek afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2025:3963:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="4412753c-2f12-4bdb-8d76-a379808a88cd" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="ece10a3a-5665-4bc0-a670-48afbf58ef0b" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/18/245041/ KG RK 25-168</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 13 juni 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>
      </para>
      <para>Wonende te [adres]</para>
      <para> ,</para>
      <para>hierna te noemen: de verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot de wraking van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. M. Kremer</emphasis>
      </para>
      <para>rechter in deze rechtbank,</para>
      <para>hierna te noemen: de rechter. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het schriftelijke wrakingsverzoek van 10 juni 2025;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de schriftelijke reactie van de rechter van 11 juni 2025.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het wrakingsverzoek </title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het verzoek strekt tot wraking van de rechter die belast is met de behandeling van </para>
        <para>de procedure tussen verzoeker en [wederpartij] (hierna te noemen: de wederpartij) in de zaak met nummer 11654032 ER VERZ 25-61.<?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Verzoeker heeft blijkens het schriftelijke verzoek – kort samengevat en zakelijk weergegeven – het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd. De rechter heeft gedurende ongeveer vijftien jaar gelijktijdig met de advocaat van de wederpartij, mr. Kroon-Jongbloed (hierna te noemen: de advocaat), gewerkt bij hetzelfde advocatenkantoor. Hierdoor is er sprake geweest van een gedeelde kantoorcultuur en netwerk. Daarnaast voert de verzoeker aan dat de rechter en advocaat actief zijn binnen dezelfde relatief kleine geografische concentratie. </para>
        <para>Volgens de verzoeker wordt de vrees van partijdigheid versterkt door een patroon van communicatie en incidenten rondom feestdagen. Onder regie van de rechtbank ontving de verzoeker op Pinsterzondag een brief met het verzoek om stukken over te leggen. De verzoeker ervaart dit patroon als intimiderend en stelt dat dit geen toeval kan zijn. Voorts wijst de verzoeker op het proefschrift dat de rechter heeft geschreven over onrechtmatig verkregen bewijs in civiele zaken. Volgens de verzoeker rechtvaardigt dit de vrees dat de rechter zijn specifieke expertise en visie op het procesrecht zal aanwenden op een wijze die de belangen van de advocaat ten goede komt. Doordat zowel de rechter als een kantoorgenoot van de advocaat gespecialiseerd zijn in het (medisch) tuchtrecht, wordt een beeld gecreëerd van een hecht netwerk. De verzoeker stelt dat het op de weg van de rechter had gelegen om zich, gelet op de langdurige band met de advocaat, te verschonen. Door dit na te laten heeft hij de schijn gewekt bewust op de zaak te willen blijven.</para>
        <para>Alles overziend voert de verzoeker aan dat de combinatie van de langdurig professionele relatie tussen de rechter en de advocaat, het uitblijven van verschoning en de context van de zaak leidt tot een objectief gerechtvaardigde vrees dat de rechtelijke onpartijdigheid is aangetast. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft – kort samengevat en zakelijk weergegeven- als volgt op het verzoek gereageerd. De rechter bevestigt dat de advocaat gedurende de door de verzoeker genoemde periode gelijktijdig werkzaam is geweest bij hetzelfde advocatenkantoor. Dit is inmiddels ongeveer vier jaar geleden. Er was geen sterke professionele band tussen de rechter en de advocaat, aangezien de rechter werkzaam was op een ander rechtsgebied. Ook van een langdurige persoonlijke band buiten het werk is geen sprake geweest. Daarbij voert de rechter tevens aan dat een langdurige collegiale werkrelatie op zichzelf geen zwaarwegende aanwijzing vormt voor (de schijn van) partijdigheid. Volgens de rechter is er geen sprake van een omstandigheid die aanleiding geeft om van dit uitgangspunt af te wijken. </para>
        <para>De rechter stelt voorts dat de geografische concentratie zoals de verzoeker heeft aangevoerd geen grond kan zijn voor wraking. Dit zou er toe leiden dat nagenoeg alle rechters van rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, zich zouden moeten verschonen. De aard van het geschil en het beweerdelijk laakbaar handelen van de advocaat kan om dezelfde reden geen grond voor wraking opleveren, nu dit de kern van het geschil betreft en iedere behandelend rechter daarmee geconfronteerd zou worden. Ook het onderwerp van het door de rechter geschreven proefschrift vormt geen grond voor wraking op, nu dit enkel een academische exercitie betreft.</para>
        <para>Tot slot merkt de rechter op dat zijn eerdere betrokkenheid bij (medische) tuchtzaken, alsmede de gestelde specialisatie van een huidige collega van de advocaat in dat rechtsgebied, geen wrakingsgrond oplevert, te meer nu de onderhavige zaak een civiel geschil betreft. De rechter ziet dan ook geen reden of aanknopingspunten in de toepasselijke leidraad om zich in deze zaak te hebben moeten verschonen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Een rechter kan alleen gewraakt worden als hij tegenover een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Uitgangspunt is dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van uitzonderlijke omstandigheden. Het moet dan gaan om omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van partijdigheid of van de objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De wrakingskamer stelt voorop dat de enkele omstandigheid dat de rechter in het verleden gedurende een langere periode bij dezelfde werkgever heeft gewerkt en daarmee een collega is geweest van de advocaat, in beginsel geen grond kan vormen voor wraking. Dit is slechts anders indien zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet zoals hiervoor in 3.2. omschreven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de wrakingskamer is er van zo’n omstandigheid in onderhavige zaak geen sprake. Er zijn geen aanknopingspunten om aan te nemen dat er sprake is geweest van een nauwe samenwerking of persoonlijke band tussen de rechter en de advocaat. De gezamenlijke werkperiode is inmiddels vier jaar geleden beëindigd en de rechter was destijds werkzaam op een ander rechtsgebied. </para>
        <para>De wrakingskamer is voorts van oordeel dat het enkele feit dat de rechter en de advocaat werkzaam zijn binnen dezelfde regio geen grond kan zijn voor (de schijn van) partijdigheid. Het aanvaarden van dit standpunt zou ertoe leiden dat rechters in kleinere regio’s structureel zouden moeten worden uitgesloten van behandeling van zaken, hetgeen onwenselijk is. </para>
        <para>Ook het onderwerp van een proefschrift (uit 1999) van de rechter levert geen wrakingsgrond op. Dat een rechter een academische visie heeft (gehad) op een bepaald juridisch thema, rechtvaardigt niet zonder meer de vrees dat hij deze op oneigenlijke wijze toepast in individuele zaken. Dat de specialisatie van de rechter mogelijk overeenkomt met de specialisatie van een kantoorgenoot van de advocaat levert evenmin aanleiding op om aan te nemen dat er sprake is van (de schijn van) partijdigheid. Tot slot is de wrakingskamer van oordeel dat het enkele feit dat de rechter zich niet heeft verschoond onvoldoende is om te concluderen dat daaruit volgt dat hij bewust de zaak wilde blijven behandelen. De rechter heeft gemotiveerd toegelicht waarom hij geen aanleiding zag zich te verschonen en het nalaten van verschoning is geen zelfstandige wrakingsgrond.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal de rechtbank het verzoek tot wraking afwijzen. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Er is geen aanleiding voor een mondelinge behandeling als bedoeld in artikel 38 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De wrakingskamer komt niet toe aan een inhoudelijke beoordeling, nu de aangevoerde omstandigheden geen objectieve grond vormen voor twijfel aan de onpartijdigheid van de rechter.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>wijst het verzoek tot wraking af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>bepaalt dat de procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking bevond;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>beveelt onverwijlde mededeling van deze beslissing aan:</para>
      <para>- de verzoeker; </para>
      <para>- de rechter; </para>
      <para>- de betrokken partijen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door mr. M. Brinksma, voorzitter, en mr. W.S. Sikkema en </para>
        <para>mr. I. Zetstra, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. E.A. Gaastra en in openbaar uitgesproken op 13 juni 2025. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- de griffier					- de voorzitter</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>