<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2025:3511</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-21T10:02:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10789392 \ CV EXPL 23-7319 (eindvonnis 22 juli 2025)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBNNE:2024:5426" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBNNE:2024:5426</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBNNE:2025:3509" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBNNE:2025:3509</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2025/479</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:3511">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:3511</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-27T09:43:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2025:3511 Rechtbank Noord-Nederland , 22-07-2025 / 10789392 \ CV EXPL 23-7319 (eindvonnis 22 juli 2025)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2025:3511:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindvonnis. Onbetaald gebleven facturen na autohuur. Greenwheels heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat er sprake is van meerdere ritovereenkomsten tussen partijen én niet, zoals eerder gesteld, van één overkoepelende abonnementsovereenkomst. De verplichtingen omtrent de bestelknop van artikel 6:230v lid 3 van het Burgerlijk Wetboek zijn daarom niet van toepassing op de abonnementsovereenkomst, aldus Greenwheels. De kantonrechter volgt Greenwheels in haar oordeel dat er naast een abonnementsovereenkomst verschillende ritovereenkomsten tot stand zijn gekomen. Echter, artikel 6:230 v lid 3 BW is ook van toepassing op de abonnementsovereenkomst, omdat de consument bij het aanmaken van een account een maandelijkse abonnementsprijs en een eenmalige borgsom verschuldigd was. De kantonrechter ziet daarnaast geen aanleiding om terug te komen van het oordeel dat de bestelknop niet voldoet aan de eisen van artikel 6:230v lid 3 BW. De abonnementsovereenkomst is daarom vernietigd. De vordering tot nakoming van de betalingsverplichting wordt afgewezen, omdat Greenwheels ook geen andere grond heeft aangedragen op grond waarvan zij betaling verlangt. Ten aanzien van de ritovereenkomsten heeft Greenwheels naar het oordeel van de kantonrechter in het geheel geen inzicht gegeven in de naleving van de (pre)contractuele informatieplichten en de bestelknop. Dit had Greenwheels op grond van het tussenvonnis wel moeten doen. Dit deel van de vordering is daarom onvoldoende gemotiveerd gesteld door Greenwheels en wordt ook afgewezen. Greenwheels wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2025:3511:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">NOORD-NEDERLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10789392 \ CV EXPL  23-7319</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 22 juli 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">COLLECT CAR B.V., H.O.D.N. GREENWEELS</emphasis>, </para>
      <para>te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Greenwheels,</para>
      <para>gemachtigde: Invorderingsbedrijf,</para>
      <para>kenmerk: [nummer] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>gemachtigde: [gemachtigde] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 4 februari 2025,</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 27 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In het tussenvonnis van 4 februari 2025 heeft de kantonrechter een mondelinge behandeling gelast om de vernietigbaarheid van de overeenkomst en de sanctionering van de vastgestelde schendingen van de (pre)contractuele informatieverplichtingen met partijen te bespreken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] aangegeven dat een derde zijn portemonnee heeft gestolen, het account bij Greenwheels heeft aangemaakt en ritjes in de Greenwheels auto heeft gemaakt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] verder aangegeven de overeenkomst te vernietigen omdat hij er niet aan gebonden wil zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Tijdens deze mondelinge behandeling heeft Greenwheels een nieuw standpunt ingenomen. Volgens Greenwheels heeft [gedaagde] door het aanmelden bij Greenwheels een abonnementsovereenkomst afgesloten en zijn op die overeenkomst niet de regels rondom de bestelknop van toepassing. Daarnaast wordt volgens Greenwheels per rit een overeenkomst gesloten. Verder verzet Greenwheels zich tegen de vernietiging van de overeenkomst.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De kantonrechter volgt [gedaagde] niet in de stelling dat een derde het account heeft aangemaakt, ritjes in de auto heeft gemaakt en [gedaagde] daarom niet hoeft te betalen aan Greenwheels. In de conclusie van dupliek heeft [gedaagde] aangegeven dat hij er van wist dat die derde het account op naam van [gedaagde] bij Greenwheels aanmaakte. Het is voor rekening en risico van [gedaagde] dat hij een derde toegang tot zijn gegevens heeft gegeven. Dat betekent niet dat [gedaagde] niet tegenover Greenwheels is gebonden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De kantonrechter kan Greenwheels volgen in het standpunt dat er een abonnementsovereenkomst is afgesloten en daarnaast diverse ritovereenkomsten (huurovereenkomsten) tot stand zijn gekomen. Echter, ook op deze abonnementsovereenkomst is artikel 6:230v lid 3 BW van toepassing omdat [gedaagde] daarvoor een maandelijkse abonnementsprijs en een eenmalige borgsom was verschuldigd. De kantonrechter ziet geen aanleiding om terug te komen op het oordeel dat de bestelknop niet aan de voorwaarden voldoet. Nu [gedaagde] de overeenkomst heeft vernietigd kan de vordering tot nakoming van de betalingsverplichting niet slagen. Greenwheels heeft zich enkel verzet tegen de vernietiging en heeft geen andere grondslag aan haar vordering ten gronde gelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Ten aanzien van de ritovereenkomsten heeft Greenwheels in het geheel geen inzicht gegeven in de naleving van de (pre)contractuele informatieplichten en de bestelknop. Dit kon en had zij wel moeten doen onder andere op grond van alinea 4.4 van het tussenvonnis van 2 april 2024. Greenwheels heeft in de dagvaarding, de conclusie van repliek en de nadien genomen akte alleen informatie verstrekt over de abonnementsovereenkomst. Het zal zo zijn dat Greenwheels van inzicht is veranderd maar dit doet niet af aan haar verplichting om de kantonrechter van de juiste en volledige informatie te voorzien. De kantonrechter kan nu niet toetsen of Greenwheels heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten, waaronder de vereisten van de bestelknop. Het consumentenrecht is recht van openbare orde, zodat de kantonrechter de verplichting heeft ambtshalve te onderzoeken of hieraan is voldaan. Dit betekent dat de vordering zonder deze onderbouwing niet voldoende gemotiveerd is gesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet op dit alles zal de kantonrechter de vorderingen van Greenwheels afwijzen. </para>
        <para>Als de in het ongelijk gestelde partij wordt Greenwheels veroordeeld in de proceskosten. Aan de zijde van [gedaagde] worden die begroot op € 50,00.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van Greenwheels af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt Greenwheels in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 50,00.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J. Boerlage-van den Bosch en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>36251</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>