<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2025:3404</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-21T10:35:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-02-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11321888 BU VERZ 24-2272</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Assen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:3404">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:3404</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-21T10:35:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2025:3404 Rechtbank Noord-Nederland , 20-02-2025 / 11321888 BU VERZ 24-2272</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2025:3404:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De verbalisant had geen reële mogelijkheid om betrokkene staande te houden. Hij constateerde de gedraging pas toen de auto bij hem langs reed. Hij was te voet en in zijn vrije tijd op de pleeglocatie, waardoor hij geen stopteken kon geven.  Daarnaast is het niet tegenstrijdig dat in het zaakoverzicht staat dat betrokkene een vrouw is terwijl de verbalisant verklaart over een mannelijke bestuurder. In het zaakoverzicht staat namelijk dat betrokkene een vrouw is omdat de boete aan de kentekenhouder is opgelegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2025:3404:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <para>Zittingsplaats Assen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikkingsnummer: 263514558</para>
      <para>zaaknummer: 11321888 BU VERZ 24-2272</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>uitspraak van de kantonrechter van 20 februari 2025</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [betrokkene] (de betrokkene),</title>
    <para>wonende in [woonplaats] .</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verweten gedraging is: ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 10 januari 2024, om 15:31 uur, te Minister Kanstraat, Emmen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 389,00 (inclusief administratiekosten).</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Betrokkene heeft administratief beroep ingesteld tegen de inleidende beschikking. De officier van justitie heeft het administratieve beroep ongegrond verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie. De behandeling van het beroepschrift heeft plaatsgevonden op de zitting van 4 februari 2025. Betrokkene is op de zitting verschenen. Als vertegenwoordiger van de officier van justitie is verschenen: mr. S. Bayram. Op de zitting heeft de vertegenwoordiger een aanvullend proces-verbaal overgelegd van 3 februari 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de kantonrechter</title>
    <para />
    <para>2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de door betrokkene aangevoerde beroepsgronden.</para>
    <para />
    <para>3. De kantonrechter komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. De gedraging kan worden vastgesteld en in de aangevoerde omstandigheden ziet zij geen aanleiding om de boete te matigen of achterwege te laten. Zij zal hierna uitleggen hoe zij tot haar beslissing is gekomen.</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="underline">Standpunt betrokkene</emphasis>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>4. Betrokkene voert aan dat zij vanwege medische redenen niet meer rijdt sinds 24 augustus 2023. Haar zoon gebruikte haar auto ten tijde van de gedraging. Hij ontkent dat hij dit feit heeft gepleegd en hij is niet staande gehouden. In het overzicht staat dat betrokkene van het vrouwelijke geslacht is, maar in de verklaring van de verbalisant staat dat de bestuurder een man was. Betrokkene is een vrouw met een hoofddoek; zij kan dus niet aangezien worden als man. Daarnaast heeft de verbalisant geen gerechtvaardigde reden gegeven dat de bestuurder niet staande gehouden had kunnen worden; zij verwijst naar een arrest van het hof.<footnote-ref linkend="_5e7154b2-f7ba-4e03-95ba-ffabe462f403" /> De betreffende straat is een rustige kleine en overzichtelijke straat. Betrokkene neemt graag haar verantwoordelijkheid en had de boete betaald als haar zoon dit feit had gepleegd. </para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="underline">Staandehouding</emphasis>
    </para>
    <para />
    <para>5. Betrokkene betwist de gedraging. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de gedraging, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel. De kantonrechter overweegt dat op de zitting een aanvullend proces-verbaal van de verbalisant is overgelegd die hierna bij de boordeling wordt betrokken. Er is geen aanleiding om dit aanvullend proces-verbaal niet mee te nemen, omdat betrokkene op de zitting hierop heeft kunnen reageren.</para>
    <para />
    <para>6. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een boete kan worden opgelegd. Alleen wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd. Als op dit punt een verweer wordt gevoerd, zal de officier van justitie of de rechter daarop uitdrukkelijk moeten beslissen en zo nodig aan de ambtenaar een nadere toelichting moeten vragen. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Met betrekking tot het niet staande houden van betrokkene geeft de verbalisant in het aanvullend proces-verbaal als reden aan dat hij in privétijd op straat liep in burgerkleding en hij betrokkene zag passeren. Hij had daardoor ook niet de beschikking over stopmiddelen. De verbalisant heeft de gedraging pas geconstateerd toen de bestuurder langs hem reed. Te voet is het niet mogelijk om een voertuig dan nog in te halen om hem staande te houden.<footnote-ref linkend="_f509bf78-4cd3-4aa4-9d3d-a1e67917e3ff" /> Er was ook geen politievoertuig in de buurt waar de verbalisant in had kunnen stappen. Dit is dus een andere situatie dan die het hof moest beoordelen in het door betrokkene aangehaalde arrest. De ambtenaar had daarom niet de mogelijkheid om de bestuurder van het voertuig tot stilstand te manen en heeft dan ook terecht met toepassing van artikel 5 van de Wahv de boete aan de kentekenhouder van het voertuig opgelegd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vrouwelijke betrokkene</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>7. De kentekenhouder is verantwoordelijk voor de boetes die op grond van artikel 5 van de Wahv aan de kentekenhouder worden opgelegd. Betrokkene hoeft hiervoor niet gereden te hebben. In het zaakoverzicht staat dat de betrokkene een vrouw is. De boete is opgelegd aan de kentekenhouder, waardoor de kentekenhouder gezien wordt als de betrokkene en niet de bestuurder. Dat de verbalisant in zijn verklaring verwijst naar de bestuurder als betrokkene betekent niet dat het zaakoverzicht tegenstrijdig is. Hij verklaart daarnaast duidelijk dat hij heeft gezien dat een man de mobiele telefoon vasthad. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Gedraging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>8. De enkele, niet-onderbouwde, betwisting van de gedraging is naar oordeel van de kantonrechter onvoldoende om te leiden tot twijfel aan de gegevens in het zaakoverzicht. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie </emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
      <para>9. Alles overwegende is de kantonrechter van oordeel dat de gedraging kan worden vastgesteld en dat de boete terecht is opgelegd. Door betrokkene zijn geen omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat de boete gematigd of op nihil gesteld moet worden.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. M. Hidding, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier							kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel </title>
    <parablock>
      <para>Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het </para>
      <para>gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:</para>
    </parablock>
    <para>a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of</para>
    <para>b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_5e7154b2-f7ba-4e03-95ba-ffabe462f403" label="1">
    <para> Hof Arnhem-Leeuwarden 30 oktober 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:8881.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f509bf78-4cd3-4aa4-9d3d-a1e67917e3ff" label="2">
    <para> Hof Arnhem-Leeuwarden 11 mei 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:4579.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>