<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2025:3282</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-13T10:57:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11542588 BU VERZ 25-258</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Assen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:3282">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:3282</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-13T10:56:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2025:3282 Rechtbank Noord-Nederland , 10-07-2025 / 11542588 BU VERZ 25-258</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2025:3282:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wahv. De kantonrechter ziet onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan de uitgebreide verklaring van de verbalisanten en de gegevens in het zaakoverzicht. De verbalisant geeft aan dat betrokkene stapvoets voor hen langsreed en dat ze goed zicht hadden op de bestuurder, door de aanwezige straatverlichting. Bovendien was duidelijk te zien dat betrokkene geen gordel droeg, omdat hij een lichtbeige T-shirt droeg volgens de verbalisanten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2025:3282:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <para>Zittingsplaats Assen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikkingsnummer: 265970337</para>
      <para>zaaknummer: 11542588 BU VERZ 25-258</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>uitspraak van de kantonrechter van 10 juli 2025 </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [betrokkene] (de betrokkene),</title>
    <para>die woont in [woonplaats] .</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder of passagier geen gebruik maken van een autogordel’, verricht op 2 mei 2024, om 00:20 uur, op de Jan Fabriciusstraat in Assen, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 189,00 (inclusief administratiekosten).</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft het beroep op 25 juni 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. R.A. van der Velde. Daarnaast was de tolk A. Shehabi aanwezig.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de kantonrechter<?linebreak?></title>
    <bridgehead role="underline">Standpunten</bridgehead>
    <para />
    <para>2. Betrokkene voert aan dat hij zeker weet dat hij zijn gordel droeg tijdens het rijden. Het was ’s nachts, waardoor je niet bij hem in de auto kan kijken vanuit een andere auto. Toen het groen werd sloeg betrokkene linksaf, terwijl de verbalisant nog zat te wachten. Mogelijk trok betrokkene een beetje aan de gordel, omdat deze strak zat, maar hij had de gordel wel om. Verder voert betrokkene aan dat hij een zwarte jas droeg, vanwege de winterse kou en de regen.</para>
    <para />
    <para>3. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. De verbalisanten geven aan dat ze het duidelijk hebben kunnen waarnemen, omdat betrokkene stapvoets voor hen langsreed. Daarnaast had betrokkene een beige T-shirt aan, waardoor de verbalisanten goed konden zien dat betrokkene geen zwarte gordel droeg.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overwegingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De kantonrechter ziet onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan de uitgebreide verklaring van de verbalisanten en de gegevens in het zaakoverzicht. In het algemeen wordt er doorslaggevende waarde gehecht aan de verklaring van de verbalisant. De verbalisant geeft aan dat betrokkene stapvoets voor hen langsreed en dat ze goed zicht hadden op de bestuurder, door de aanwezige straatverlichting. Bovendien was duidelijk te zien dat betrokkene geen gordel droeg, omdat hij een lichtbeige T-shirt droeg volgens de verbalisanten. De verklaring van betrokkene dat hij een zwarte jas droeg en zijn gordel om zou hebben gehad, is onvoldoende om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisanten. De gedraging kan daarom worden vastgesteld. Verder ziet de kantonrechter geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.<?linebreak?></para>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2025.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier					kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel </title>
    <parablock>
      <para>Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het </para>
      <para>gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:</para>
    </parablock>
    <para>a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of</para>
    <para>b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>