<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2025:2936</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-05T14:40:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">25/2433</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:2936">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:2936</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-05T14:39:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2025:2936 Rechtbank Noord-Nederland , 22-07-2025 / 25/2433</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2025:2936:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>voorlopige voorziening, bezwaar geen kans van slagen, bezwaar namelijk te laat ingediend en gericht tegen een algemeen verbindend voorschrift</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2025:2936:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: LEE 25/2433</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 juli 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [verzoeker] uit [plaats] , verzoeker</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eemsdelta.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de afwijzing van zijn verzoek om handhaving. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Totstandkoming van het besluit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	  Verzoeker heeft het college op 4 oktober 2024 verzocht om handhavend op te treden in verband met een schuur van zijn buurman die voor een deel op zijn terrein staat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij besluit van 5 februari 2025 heeft het college het verzoek afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Verzoeker heeft op 11 juli 2025 beroep ingesteld tegen het besluit van het college. Daarnaast heeft hij een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het stelsel van de Awb gaat er van uit dat alvorens beroep bij de rechtbank kan worden ingesteld, eerst bezwaar wordt gemaakt bij het bestuursorgaan. Omdat verzoeker nog geen bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 5 februari 2025, heeft de voorzieningenrechter het door verzoeker ingediende beroep op grond van het bepaalde in artikel 6:15 van de Awb doorgestuurd naar het college.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	  In artikel 8:81, eerste lid, van de Awb is bepaald dat een voorlopige voorziening kan worden gevraagd in het geval beroep is ingesteld bij de rechtbank, dan wel bezwaar is gemaakt bij het orgaan dat het besluit heeft genomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het beroep dat verzoeker heeft ingediend, beschouwt de voorzieningenrechter als een bezwaarschrift gericht tegen het besluit van 5 februari 2025, zodat aan het hierboven genoemde vereiste is voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter ziet in dit geval geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening, omdat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft. Het bezwaar is ruim na het verstrijken van de bezwaartermijn ingediend. Het kan zijn dat het college vaststelt dat er een goede reden is voor de termijnoverschrijding, maar vooralsnog is de voorzieningenrechter niet gebleken dat van een dergelijke reden sprake is. Daarnaast ageert verzoeker tegen een algemeen verbindend voorschrift. Op grond van het bepaalde in artikel 8:3 van de Awb is bezwaar tegen een algemeen verbindend voorschrift, zoals bijvoorbeeld een Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV), niet mogelijk. Bovendien gaat het, zoals verzoeker heeft aangegeven, blijkbaar nog slechts om een voornemen tot wijziging van de APV. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.	Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet verder inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Bastin, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.A. van Loo, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. </bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>