<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2025:2866</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-05T10:13:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/18/236096 HA ZA 24-170</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:2866">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:2866</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-05T10:13:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2025:2866 Rechtbank Noord-Nederland , 02-07-2025 / C/18/236096 HA ZA 24-170</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2025:2866:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende door eisers is onderbouwd dat de Gemeente, de Belastingdienst, het Openbaar Ministerie en de Politie gezamenlijk aan een plan hebben gewerkt om eisers schade toe te brengen en de ondernemingen ten gronde te richten. Derhalve geen groepsaansprakelijkheid als bedoeld in artikel 6:166 BW.</para>
        <para>Wat betreft de gestelde onrechtmatige uitlatingen van de burgemeester (de Gemeente) en de gestelde onrechtmatige besluiten die zijn genomen door de Gemeente:</para>
        <para>De rechtbank heeft met betrekking tot de gestelde onrechtmatige uitlatingen een afweging gemaakt. De afweging betreft enerzijds het recht op eerbiediging van de eer en goede naam (artikel 10 van de Grondwet en artikel 8 EVRM) en anderzijds het recht op vrijheid van meningsuiting (artikel 7 van de Grondwet en artikel 10 EVRM). Met betrekking tot overheidsfunctionarissen is voorts artikel 6, lid 2 EVRM van belang (onschuldpresumptie). De rechtbank is van oordeel dat een aantal uitlatingen van de burgemeester in de media de onschuldpresumptie van (eiser sub 1) en (eiser sub 2) schenden en dus onrechtmatig zijn. </para>
        <para>Met betrekking tot de gestelde onrechtmatige besluiten door de Gemeente is overwogen dat gelet op de vernietiging van deze besluiten door de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State de onrechtmatigheid van deze besluiten vaststaat.</para>
        <para>Wat betreft het gestelde onrechtmatige handelen door de Belastingdienst, het Openbaar Ministerie en de Politie (ieder afzonderlijk) in verband met onrechtmatige uitlatingen en andere verwijten wordt overwogen dat geen sprake is van onrechtmatig handelen en ook dat bepaalde onderdelen zijn verjaard. </para>
        <para>Wat betreft de gevorderde schade in verband met de onrechtmatige uitlatingen door de burgemeester is de rechtbank van oordeel dat ook zonder de onrechtmatige uitlatingen van de burgemeester er veel media-aandacht zou zijn geweest omtrent (eiser sub 1) en (eiser sub 2) en de (verdenking van strafbare) feiten. Voorts is onvoldoende onderbouwd dat zonder de uitlatingen van de burgemeester de (vrijwel) enige afnemer van de gefailleerde vennootschap het contract niet zou hebben opgezegd. Ook is niet onderbouwd dat de kredieten zijn opgezegd door de bank als gevolg van de onrechtmatige uitlatingen van de burgemeester. Voorts is overwogen dat onvoldoende is onderbouwd dat eisers schade hebben geleden door de onrechtmatige besluiten.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2025:2866:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Noord-Nederland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/18/236096 / HA ZA 24-170</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 2 juli 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiser sub 1] , </title>
    <parablock>
      <para>te [plaats ] ,<?linebreak?>2. <emphasis role="bold">[eiser sub 2]</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats ] ,<?linebreak?>3. <emphasis role="bold">[bedrijf 1] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats ] ,<?linebreak?>4. <emphasis role="bold">[bedrijf 2] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats ] ,<?linebreak?>5. <emphasis role="bold">[bedrijf 3] B.V</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats ] ,<?linebreak?>6. <emphasis role="bold">[bedrijf 4] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats ] ,<?linebreak?>7. <emphasis role="bold">[bedrijf 5] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats ] ,<?linebreak?>8. <emphasis role="bold">[bedrijf 6] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats ] ,<?linebreak?>9. <emphasis role="bold">[bedrijf 7] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats ] ,<?linebreak?>10. <emphasis role="bold">[bedrijf 8] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats ] ,<?linebreak?>11. <emphasis role="bold">[bedrijf 9] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats ] ,<?linebreak?>12. <emphasis role="bold">[bedrijf 10] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats ] ,</para>
      <para>eisende partijen,</para>
      <para>advocaat: mr. J.G.M. de Koning en mr. D.B. Holthinrichs, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>GEMEENTE GRONINGEN, </title>
    <parablock>
      <para>te Groningen,</para>
      <para>advocaat: mr. R. Snel,<?linebreak?>2. <emphasis role="bold">DE STAAT DER NEDERLANDEN (MINISTERIE VAN FINANCIËN)</emphasis>,</para>
      <para>te Den Haag,</para>
      <para>advocaat: mr. G.C. Nieuwland en mr. M. Beekes, <?linebreak?>3. <emphasis role="bold">DE STAAT DER NEDERLANDEN (MINISTERIE VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID)</emphasis>,</para>
      <para>te Den Haag,</para>
      <para>advocaat: mr. G.C. Nieuwland en mr. M. Beekes, <?linebreak?>4. <emphasis role="bold">RECHTSPERSOON MET WETTELIJKE TAAK (RWT) POLITIE</emphasis>, </para>
      <para>te Den Haag,</para>
      <para>advocaat: mr. E.P. Ceulen,</para>
      <para>gedaagde partijen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers worden hierna gezamenlijk in mannelijk enkelvoud [eisers] c.s. genoemd. Gedaagden worden hierna de Gemeente (gedaagde sub 1), de Belastingdienst (gedaagde sub 2), het Openbaar Ministerie (gedaagde sub 3), de Politie (gedaagde sub 4) en gezamenlijk in vrouwelijk enkelvoud de Staat c.s. genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 28 juni 2024;</para>
      <para>- de conclusie van antwoord van de Gemeente van 30 oktober 2024;</para>
      <para>- de conclusie van antwoord van de Belastingdienst en het Openbaar Ministerie van 30 oktober 2024;</para>
      <para>- de conclusie van antwoord van de Politie van 30 oktober 2024;</para>
      <para>- het tussenvonnis van 4 december 2024, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;</para>
      <para>- de door [eisers] c.s. overgelegde producties (53 tot en met 62) van 7 april 2025; </para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 7 april 2025, ter gelegenheid waarvan [eisers] c.s., de Belastingdienst, het Openbaar Ministerie en de Politie spreekaantekeningen hebben overgelegd en van welke mondelinge behandeling door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser sub 1] en [eiser sub 2] zijn en waren (indirect) bestuurders van meerdere vennootschappen, waaronder eisers sub 3 tot en met 12. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In 2009 is vanwege het in 2008 vastgestelde Bestuurlijk Akkoord Geïntegreerde Decentrale Aanpak Georganiseerde Misdaad een convenant gesloten voor de regio's Drenthe, Friesland en Groningen. Het convenant is gesloten tussen de burgemeesters van alle gemeenten in deze regio’s, korpsbeheerders, korpschefs, hoofdofficieren van justitie, vertegenwoordigers van de Belastingdienst, de fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst economische controledienst (FIOD-ECD), de Directeur-Generaal Uitvoering, Handhaving en Bedrijfsvoering van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, SIOD) en de voorzitter van het Regionaal Platform Interventieteams Noord (RCF). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij voornoemd convenant is het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum voor de geïntegreerde aanpak van de georganiseerde misdaad in de regio’s Drenthe, Friesland en Groningen (hierna: RIEC) ingesteld. In het convenant is onder meer bepaald:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>	‘<emphasis role="bold">Artikel 2 Doelstelling</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het RIEC Noord heeft als doel op decentraal niveau gezamenlijk invulling te geven aan:</para>
        <para>a. een geïntegreerde aanpak van de georganiseerde misdaad, door naast het strafrechtelijk laten vervolgen van individuele daders en het ontmantelen van criminele samenwerkingsverbanden, ook bestuursrechtelijke interventies en fiscale handhaving aan te grijpen om factoren of gelegenheidsstructuren van georganiseerde misdaad te identificeren en aan te pakken;</para>
        <para>b. het voorkomen dat criminelen of criminele organisaties bewust of onbewust worden gefaciliteerd door de overheid en kunnen investeren in de reguliere economie.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het bijzonder wordt hierbij aandacht besteed aan:</para>
        <para>1. verschijningsvormen van georganiseerde misdaad, zoals:</para>
        <para>a. mensenhandel en -smokkel;</para>
        <para>b. georganiseerde hennepteelt;</para>
        <para>c. fraude in de vastgoedsector;</para>
        <para>d. misbruik binnen de vastgoedsector;</para>
        <para>e. witwassen en daaraan gerelateerde vormen van financieel-economische criminaliteit;</para>
        <para>f. andere door de decentrale convenantpartners te bepalen verschijningsvormen van georganiseerde misdaad;</para>
        <para>2. handhavingsknelpunten;</para>
        <para>3. toepassing van de Wet BIBOB.[toevoeging rechtbank <footnote-ref linkend="_85e01709-8058-4e82-8aa2-94cf7f48e7c4" />]</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Artikel 3 Inrichting RIEC Noord</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>[…]</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Het RIEC Noord draagt zorg voor de dagelijkse leiding en de coördinatie van de regionale samenwerking, bevordert de ontsluiting van de bij partijen aanwezige informatie ten behoeve van een geïntegreerde aanpak van de georganiseerde misdaad en coördineert de mogelijke interventies van de decentrale convenantpartners.’</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>In december 2012 is op verzoek van de Gemeente een dossier in RIEC-verband aangemaakt met de naam A39. Aanleiding voor dat verzoek was de volgens de Gemeente snelle opkomst van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] in het vastgoed, de bouw en horecabranche, alsmede hun intimiderende gedrag bij vergunningaanvragen en bemoeienis bij vergunningaanvragen van horecaondernemers aan wie zij panden verhuurden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>In opdracht van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] , althans één van de aan hen gelieerde vennootschappen, zijn appartementen gebouwd aan [adres] en [adres] in Groningen. In 2013/2014 hebben acht (onder)aannemers die bij de bouw van die appartementen waren betrokken aangifte gedaan van oplichting. Ook de curator in het faillissement van [bedrijf 11] B.V., de vennootschap die als hoofdaannemer bij de bouw optrad, heeft aangifte gedaan. Het Openbaar Ministerie is daarop een onderzoek gestart naar mogelijke (bouw)fraude door [eiser sub 1] en [eiser sub 2] . Het onderzoek heeft de naam ‘ Kangoo ’ gekregen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Rond 2015 is op de website van de Politieacademie een document geplaatst met de titel: <emphasis role="italic">‘Half werk van de politie is soms al genoeg’</emphasis>. Daarin is te lezen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘A39 is de codenaam voor de aanpak van een criminele familie waarbij we combinatie vermoeden van vastgoedfraude, witwassen, belastingfraude, oplichting, vermenging van onderwereld en bovenwereld, noem maar op... Er is maatschappelijke schade, aannemers gaan failliet, de belastingdienst loopt enorme sommen mis aan gemeenschapsgeld en vergunningen van de gemeente worden misbruikt. De burgemeester heeft deze casus aangevraagd en via de lokale driehoek is het verzoek ingediend.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op het informatieplein van het RIEC zijn alle gesloten bronnen bij elkaar gelegd en ontstond een beter beeld wat er aan de hand was. Sinds voorjaar 2014 hebben de projectleiders groen licht gekregen van de regionale integrale stuurcommissie om de informatie te verdiepen. Begonnen werd met de politie en de belastingdienst. Eigenlijk, vergaten zij de gemeenten, maar ontdekten gaandeweg dat veel aspecten in deze zaak de gemeente raakten en kennis misten. Nu werken drie projectleiders samen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De projectleiders hebben hun gezamenlijk doelen helder: criminaliseren van de subjecten, zoveel mogelijk geld afpakken, waar mogelijk vergunningen intrekken, imago schade toebrengen, bestaande illegale structuur verstoren, doorbreken hypotheek - en bouwfraude.</para>
        <para>Trots zijn zij op de manier waarop men met elkaar in gesprek is. “We hebben meer kansen en</para>
        <para>mogelijkheden om de positie van deze mensen onder uit te halen.”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Alleen door samenwerking resultaat</emphasis>
        </para>
        <para>"Voor ons in het Noorden is dit een nieuwe werkwijze en het bevalt zo goed dat we alle drie vanuit onze ervaring hier over willen vertellen.”</para>
        <para>Over de voordelen zijn [teamleider politie] (teamleider politie), [medewerker belastingdienst] (Team Externe Overheidssamenwerking Belastingdienst) en [juridisch adviseur gemeente] , juridisch concern adviseur openbare orde en veiligheid, eensgezind.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het grote voordeel is dat we door informatie te delen nu zaken voor elkaar krijgen en dat is ons afzonderlijk niet eerder gelukt. [medewerker belastingdienst] : “Als belastingdienst kregen we deze subjecten niet bij de veter te pakken en nu gaan we ze binnenkort pijn doen. Dat kan omdat we een veel gedegener integrale analyse maakten door onze informatie te bundelen." [teamleider politie] vult aan: “Klopt, ook als politie sloegen we aan op de naam maar hadden tot nu toe niets hard kunnen maken, nooit tot een keiharde veroordeling kunnen komen."</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Timing</emphasis>
        </para>
        <para>
          [medewerker belastingdienst] : “Verder is timing een belangrijk punt. Wie kan het eerste een resultaat boeken? Het bestuursrecht kan in sommige gevallen bij het verdacht zijn al via BIBOB een vergunning intrekken. Daarvoor is dan niet nodig dat er succesvolle strafrechtelijke vervolging is geweest.</para>
        <para>Onze kansen liggen vaak ook qua tijd in elkaars verlengde. Belangrijk is dat [juridisch adviseur gemeente] adviseur is van de burgemeester. Je kunt je voorstellen dat zoals in ons geval wanneer de onderwereld ook investeert in de stad, en daar is de stad ook blij mee is. [juridisch adviseur gemeente] voelt aan hoe en waar het nodig is om bestuurlijk draagvlak te creëren.“</para>
        <para>
          [teamleider politie] : “Door kennis uit onderzoeken te delen kunnen we voorkomen dat het imago van bestuurders beschadigd wordt."</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De politie is te ijverig</emphasis>
        </para>
        <para>
          [juridisch adviseur gemeente] : “Het vraagt een cultuuromslag in de samenwerking tussen de drie kolommen.</para>
        <para>Niet het belang van jouw kolom is richtinggevend voor wat je doet maar soms dien je op dat moment alleen het belang van de andere kolom.</para>
        <para>We moeten als partners ook aan uitvoerenden laten zien wat we willen bereiken zodat zij</para>
        <para>begrijpen waar het om gaat."</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [teamleider politie] : “Klopt als politie en OM focussen we normaliter op boeven achter tralies brengen. Deze werkwijze vergt een andere mind set, niet je eigen doel realiseren maar het delen van informatie en daar tactisch op inspelen. Het is belangrijk om aan de collega’s uit te leggen dat we werken aan andere resultaten dan waar we als politie gewoon zijn om aan te werken."</para>
        <para>
          [juridisch adviseur gemeente] : "Dit vergt een vertaalslag naar het team van rechercheurs, daar is alle energie gericht op het strafrecht, boeven vangen en ze veroordeeld krijgen. Maar bestuursrechtelijk heb ik er soms genoeg aan dat er voldoende feiten en omstandigheden zijn om iemand als verdachte aan te merken. Het is dan niet nodig dat er ook een strafrechtelijke veroordeling volgt. Dat idee is een vloeken in de kerk voor een rechercheur. Soms kan half werk van de politie al genoeg zijn om de gemeente in positie te brengen. Dat inzicht was het keerpunt bij de politie."</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Satépen</emphasis>
        </para>
        <para>Satépennen steken door de drie kolommen heen, dat is de term die de werkwijze karakteriseert. [juridisch adviseur gemeente] : "Door informatie te delen kunnen we gezamenlijk richting geven hoe het onderzoek loopt en nadenken hoe we de beperkte capaciteit inzetten.</para>
        <para>Wat pakken we het eerste op, waar leggen me de meeste nadruk op? Bouwfraude? Financieel</para>
        <para>onderzoek op de horecabedrijven? Witwassen? Resultaten van politie en belastingdienst zijn</para>
        <para>cruciaal voor de vraag of, en in welke mate, de gemeente bestuursrechtelijk op kan treden. Het is voortdurend afwegen van de belangen van de drie partijen dat richtinggevend is voor het onderzoek en de stappen die we daarin zetten.”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Begrip voor elkaars belangen</emphasis>
        </para>
        <para>In de integrale weegploeg heeft iedere partij zich verplicht om capaciteit vrij te maken. Maar de politie liep twee maanden vertraging op wegens capaciteitsgebrek.</para>
        <para>
          [teamleider politie] : “Waar ik trots op ben is dat we erg professioneel met elkaar omgaan en er is begrip voor elkaars positie. Als politie krijgen wij telkens andere prioriteiten, nu moet er ineens capaciteit vrijgemaakt worden voor onderzoek naar uitreizigers of vermeende dode mensen. We zijn een ad hoc organisatie en daardoor halen we onze planning niet.</para>
        <para>Er was begrip bij de partners dat we uit de tijd liepen.”</para>
        <para>
          [juridisch adviseur gemeente] vult aan: “Toch moeten we er voor waken dat het kolombelang een eigen leven gaat leiden. Gezien de grote afhankelijkheid van elkaar zou idealiter de benodigde capaciteit vooraf gegarandeerd moeten worden. Soms is men krampachtig over het delen van informatie. Om tafel mag je alles vertellen, met de wet Bibob mag ik heel veel weten.”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Andere partners nemen niet het voortouw</emphasis>
        </para>
        <para>
          [juridisch adviseur gemeente] : “Het is een crime om in de gemeentebegroting meer capaciteit beschikbaar te krijgen voor de gemeentelijke inzet. Maar toch wil ik een kritische noot plaatsen dat de politie of het RIEC in het algemeen teveel het voortouw neemt bij de aanpak van ondermijning, gemeenten worden niet erg gestimuleerd om zelf meer het initiatief te nemen. Alle kennisontwikkeling komt nu vooral vanuit de Politieacademie. Van de VNG zie of lees ik weinig.  Procesverbetering in de aanpak van de ondermijning is niet alleen een zaak van de politie, integendeel.”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Tegengestelde belangen?</emphasis>
        </para>
        <para>
          [teamleider politie] : “Wij hebben nog niet een keer stekeligheden gehad.</para>
        <para>Voor de gemeente was het wel moeilijk hoor, want het was een enorm traag voorspel om te</para>
        <para>komen tot een preweeg document, dat nam wel anderhalf jaar in beslag.</para>
        <para>Maar neem een fictieve situatie dat de gemeente een fout heeft gemaakt met het verlenen van</para>
        <para>een vergunning. Wordt dat openlijk toegegeven of trekt men de handen er van af?"</para>
        <para>
          [medewerker belastingdienst] : “tja spanningsvol? Misschien moeten we alert zijn om ons niet te laten verdelen als we toe zijn aan het delen van het succes."</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">
            [juridisch adviseur gemeente]
          </emphasis>
        </para>
        <para>
          [e-mailadres] ’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Op 30 september 2015 heeft in het kader van het Kangoo -onderzoek en in een strafrechtelijk onderzoek naar belastingfraude (hierna: het fiscale onderzoek) een doorzoeking ter inbeslagneming plaatsgevonden in een pand aan [adres] (waar de aan [eiser sub 1] en [eiser sub 2] gelieerde vennootschappen waren gevestigd), in de woning aan [adres] (waar [eiser sub 1] zou verblijven) en in een woning aan [adres] (waar [eiser sub 2] zou wonen). In de panden aan [adres] en [adres] zijn wapens en munitie gevonden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Op 1 oktober 2015 heeft het Dagblad van het Noorden een artikel gepubliceerd met de titel: <emphasis role="italic">‘Politie en FIOD vallen riante villa binnen</emphasis>’. In dat artikel is geschreven:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘Meestal rijdt hij in een Bentley of een Mercedes. Vandaag raast hij in een zeer bescheiden witte bestelbus over de [adres] . „Daar hebben we betrokkene", zegt een van de agenten op de stoep van nummer [nummer ] . Uit het busje stapt de Groningse vastgoedondernemer [eiser sub 1] . De politie en de FIOD hebben meer dan gemiddelde belangstelling voor deze ondernemer.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vandaag deden FIOD en politie invallen in de woning in [plaats ] en in een pand in [plaats ] in verband met een omvangrijke oplichtingszaak. De politie doet al maanden onderzoek naar een fraudezaak waarbij tien aannemers zwaar zijn gedupeerd. In het najaar van 2014 werd door een tiental (onder)aannemers aangifte gedaan van oplichting. De aannemers hadden werkzaamheden verricht aan appartementencomplexen in de stad Groningen, maar daarvoor slechts gedeeltelijk betaald gekregen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij een aantal van hen heeft dat geleid tot grote financiële problemen. De verdachten zouden een deel van het geld voor de aannemers hebben weggesluisd naar buitenlandse rekeningen. Vermoedelijk gaat het om een bedrag van rond de 400.000 euro. Toen aannemers hun beklag deden, werd een aantal van hen onder druk gezet om vooral geen aangifte te doen, aldus de politie.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vastgoedondernemer [eiser sub 1] zou betrokken zijn bij de fraude. In de buurt weten ze van niks. De meeste vrijstaande villa's staan aan het water. Een buurvrouw komt net aanrijden en zag de auto's van de FIOD-medewerkers en agenten in de berm staan. „Ik dacht dat er weer een viswedstrijd was!" De eigenaar van nummer [nummer ] kent ze niet. „Als hij nu hier langs zou lopen, zou ik hem niet herkennen."</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Een buurman onthult dat er eigenlijk nooit iemand in de aanpalende kapitale villa (die al geruime tijd voor bijna zes ton te koop staat) aanwezig is. „En in het huis aan de andere kant is ook nooit iemand. We wonen hier al vijftien jaar en we hebben maar twee jaar buren gehad."</para>
        <para>Als de agenten uitgepraat zijn met [eiser sub 1] , stapt de Groninger vastgoedbaas in zijn bestelbusje en tuft de [adres] weer af. Er zijn vandaag geen aanhoudingen verricht, maar de politie verwacht binnenkort mensen te kunnen arresteren in de oplichtingszaak.’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Het concern van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] (waaronder onder meer eisers genoemd onder sub 3 tot en met 12 vielen) zag er in die periode (2016) als volgt uit:</para>
      <mediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="c63f333e-7016-482d-8e68-d40769f51a8c" depth="359" width="683" format="image/png" />
        </imageobject>
      </mediaobject>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Op 11 juli 2016 wordt [eiser sub 2] veroordeeld voor verboden wapenbezit.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Op 28 juli 2016 is in het dagblad De Telegraaf een artikel gepubliceerd met de titel: <emphasis role="italic">‘Uitzendbaas op de korrel voor fraude</emphasis>’. Daarin is geschreven:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘De eigenaar van een groot vastgoed- en uitzend bedrijf in Noord-Nederland staat centraal in een omvangrijk onderzoek naar fraude en oplichting. [eiser sub 2] (46) van [bedrijf eisers] is nu ook veroordeeld voor wapenbezit.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [eiser sub 2] staat vol in de schijnwerpers van het Openbaar Ministerie en politie, de FIOD en de gemeente Groningen. Die partijen doen onderzoek naar faillissementsfraude en oplichting, waarin [eiser sub 2] en de [eisers] een rol zouden spelen. [bedrijf eisers] heeft uitzendbureaus, bezit een grote vastgoedportefeuille en levert financiële diensten. Ook verkoopt het navigatie-apparatuur. Het bedrijf is op verschillende plekken in Nederland actief. Bronnen binnen de opsporingsdiensten melden dat ook nadrukkelijk gekeken wordt naar geldstromen van Nederland naar Turkije en andersom. De broers [eisers] die het bedrijf bestieren hebben een Turkse achtergrond.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Intimidatie</emphasis>
        </para>
        <para>Aanleiding voor een groot ’combi-onderzoek’ van deze partijen is onder andere een aangifte van oplichting door verschillende ondernemers. Aannemers verspijkerden in 2014 appartementencomplexen in Groningen, maar kregen hiervoor te weinig betaald. Ze leden tonnen verlies. De aannemers stapten naar de politie om niet alleen melding te doen van oplichting, maar ook omdat ze geïntimideerd zouden zijn door de opdrachtgevers toen ze om</para>
        <para>hun geld vroegen. De politie Noord-Nederland deed onderzoek en kwam uit bij een bedrijf in Rotterdam. Het onderzoeksteam liet vijf Rotterdammers en een Turkse vrouw arresteren, die als katvanger voor het bedrijf werkten. De rechercheurs speurden verder en ontdekten dat drie andere mannen nauw contact onderhielden met de aannemers en de zes arrestanten. Een van de mannen was de Groninger [eiser sub 2] Ze waren betrokken bij de aankoop van het Rotterdamse bedrijf dat inmiddels failliet is verklaard. Bij [eiser sub 2] thuis vond de politie een handvuurwapen. Bij medeverdachten trof de politie boksbeugels en een pistool aan. De Groninger rechtbank heeft [eiser sub 2] nu een werkstraf van 100 uur en een maand voorwaardelijke celstraf opgelegd. Daarmee kwam [eiser sub 2] er genadig van af. Het Openbaar Ministerie had drie maanden cel, waarvan één voorwaardelijk, geëist. Hij werd vrijgesproken van het bezit van een stroomstootwapen. „Het onderzoek naar fraude en oplichting is nog in volle gang. We kunnen er niets over zeggen”, aldus een woordvoerder van het OM Noord-Nederland. De broers [eiser sub 1] en [eiser sub 2] verhuisden in hun jeugd vanuit Turkije naar Oost-Groningen. Hier werden ze snel groot in de vastgoedsector en met de handel in speelautomaten. Ze zijn zakelijk zowel in Turkije als Nederland actief. De advocaat van [eiser sub 2] , [toenmalige advocaat 1] , bevestigt dat de Groninger is veroordeeld en nu verdacht wordt van faillissementsfraude en oplichting. „We gaan wel in hoger beroep. Het wapen was niet van hem. Over de nieuwe verdenkingen kan ik</para>
        <para>niets zeggen, omdat we nog geen dossier hebben van het OM.” [eiser sub 2] kon niet reageren. Hij is op vakantie.’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>Diezelfde dag is op de website van RTV Noord een artikel geplaatst met de titel: <emphasis role="italic">‘Vastgoedbaas centraal in groot fraudeonderzoek</emphasis>’, waarin is te lezen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘ [eiser sub 2] , de eigenaar van een groot vastgoed- en uitzendbedrijf in Noord-Nederland, staat centraal in een groot onderzoek naar oplichting en fraude. Dat meldt de Telegraaf donderdag.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [eiser sub 2] verhuurt in de stad Groningen studentenkamers en appartementen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Handel en wandel</emphasis>
        </para>
        <para>Volgens de krant gaan Openbaar Ministerie (OM), politie, FIOD en de gemeente Groningen de handel en wandel van [eiser sub 2] . na. Samen met zijn broer [eiser sub 1] staat hij aan het hoofd van [bedrijf eisers] , die uitzendbureaus heeft, een grote vastgoedportefeuille bezit en financiële diensten levert.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Volgens de Telegraaf is [eiser sub 2] ook veroordeeld voor wapenbezit, en wordt er ook gekeken naar geldstromen tussen Nederland en Turkije. De broers hebben een Turkse achtergrond.’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>Ook is op 28 juli 2016 op de website [website 2] een artikel verschenen met de titel: <emphasis role="italic">‘Kijk. Rutte weer eens op de foto met een crimineel</emphasis>’. In dat artikel is onder meer geschreven: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘ [eiser sub 2] , die samen met zijn broer het bedrijf [bedrijf eisers] bestiert, staat centraal in een groot onderzoek naar fraude, oplichting en verboden wapenbezit, waarbij nadrukkelijk gekeken wordt naar geldstromen tussen Nederland en Turkije. Verwacht je niet, van een uitzendbureau schuine streep vastgoedbedrijf schuine streep navigatieapparatuur verkoper. Typisch zo'n man waar Rutte graag mee op de foto gaat. De foto is gemaakt tijdens een handelsmissie naar Turkije in 2012, toen was dat allemaal nog okee. Blijkbaar. Toch enorm lullig dat zo’n foto dan nu in de aanloop naar de verkiezingen terug komt om je in de kont te bijten, Markie. Geassocieerd worden met Turkse boefjes in 2016, dat komt nooit goed uit.’ </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <para>Op 29 juli 2016 is in het Dagblad van het Noorden een artikel gepubliceerd met de titel: <emphasis role="italic">‘Straf vastgoedbaas vanwege wapens</emphasis>’, waarin onder meer is te lezen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘<emphasis role="bold">De 46-jarige [eiser sub 2] van [bedrijf eisers] uit [plaats ] is veroordeeld voor wapenbezit. De rechtbank legt hem 100 uur werkstraf en een maand voorwaardelijke celstraf op.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [eiser sub 2] is eigenaar van een groot aantal panden, met name in de stad Groningen. Hij bestiert samen met zijn broer [eiser sub 1] [bedrijf eisers] . Die heeft onder meer uitzendbureaus en levert financiële diensten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Openbaar Ministerie bevestigt dat de 46-jarige [eiser sub 2] is veroordeeld voor het bezitten van een vuurwapen en een stroomstootwapen. Het OM had drie maanden gevangenisstraf, waarvan een maand voorwaardelijk, geëist. De rechtbank maakte daar een werkstraf van honderd uur</para>
        <para>van. Ook hangt hem een maand voorwaardelijke celstraf boven het hoofd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naast [eiser sub 2] werden ook […] veroordeeld voor wapenbezit. […]</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Advocaat [toenmalige advocaat 1] ( [advocatenkantoor] ) zegt namens haar cliënt dat [eiser sub 2] in hoger beroep gaat. „Het wapen was niet van hem.”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De vier mannen zijn ook nog verdachten in een omvangrijke zaak van oplichting en een faillissementsfraudeonderzoek. Niet alleen de politie doet onderzoek naar [eiser sub 2] , maar ook de gemeente Groningen en de FIOD. "Dat onderzoek is nog niet afgerond”, vertelt een OM- woordvoerster.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dat onderzoek draait onder meer om bouwfraude. In het jaar 2014 werd door een tiental (onder)aannemers aangifte gedaan van oplichting. De aannemers verrichtten werk aan appartementencomplexen van [bedrijf eisers] in de stad Groningen, maar kregen na een tijdje niet meer betaald. Het werk aan de appartementen werd gedaan voor een Rotterdams bedrijf. Het vermoeden is dat dit bedrijf - gerund door katvangers - eigenlijk van [eiser sub 2] is om bouwfraude te plegen. Een deel van het geld voor de aannemers, het gaat om tonnen, zou zijn weggesluisd naar rekeningen in Turkije. Toen een aantal aannemers klaagden over de betalingsachterstanden, werden ze geïntimideerd om geen aangifte te doen.’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15.</nr>
      <para>In de HS-krant van 3 augustus 2016 is geschreven:  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘Vastgoedondernemer [eiser sub 2] heeft een werkstraf van 100 uur gekregen wegens wapenbezit. In het najaar van 2015 deden politie en FIOD een inval in een riante villa in Veendam. De werkstraf valt mee, in vergelijking met de eis van het Openbaar Ministerie. Het OM had een gevangenisstraf van drie maanden geëist. Tegen de [eiser sub 2] , die een groot aantal panden in Groningen bezit, loopt een onderzoek wegens een omvangrijke (faillissements) fraudezaak. In deze zaak zou een groot aantal bouwondernemingen zijn gedupeerd door [eiser sub 2] en een aantal anderen.’</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.16.</nr>
      <para>Op 26 augustus 2016 respectievelijk 2 september 2016 heeft de toenmalige burgemeester van Gemeente Groningen, de heer [burgemeester] (hierna: de burgemeester) de cafés [café 1] en [café 2] in [adres] te [plaats ] met een last onder bestuursdwang gesloten wegens het exploiteren zonder vergunning. Deze cafés werden gedreven in panden die in eigendom zijn/waren van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] (althans van één van aan hen gelieerde vennootschappen). In bezwaar heeft de burgemeester die besluiten gehandhaafd. Het tegen deze besluiten ingestelde beroep bij de rechtbank is ongegrond verklaard. Het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) ongegrond verklaard zodat de besluiten in rechte vast staan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.17.</nr>
      <para>Op 4 november 2016 heeft de burgemeester een bestuurlijke boete opgelegd aan <?linebreak?>[eiser sub 1] en [eiser sub 2] , althans aan één van aan hen gelieerde ondernemingen, wegens het verkopen van (alcoholische) drank aan een minderjarige. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.18.</nr>
      <para>
        [eiser sub 1] en [eiser sub 2] zijn op 13 januari 2017 in het kader van het Kangoo -onderzoek aangehouden op verdenking van oplichting en witwassen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.19.</nr>
      <para>Op 18 januari 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente (hierna: het college) de voor (voornoemde) café [café 2] (inmiddels) verleende exploitatievergunning op grond van de Wet Bibob ingetrokken. Dit gebeurde naar aanleiding van een advies van Landelijk Bureau Bibob. In dat advies is geschreven dat aan [eiser sub 1] en [eiser sub 2] (althans aan één van aan hen gelieerde vennootschappen) twee naheffingsaanslagen/vergrijpboetes zijn opgelegd wegens het handelen in strijd met de Wet op de omzetbelasting en dat het vermoeden bestond dat valsheid in geschrifte was gepleegd met betrekking tot FIOD en het UWV gerelateerde feiten. Het besluit is onherroepelijk geworden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.20.</nr>
      <para>Op 18 januari 2017 is een artikel in het Dagblad van het Noorden verschenen met de titel: <emphasis role="italic">‘Vastgoedbroers [eisers] gearresteerd’</emphasis>. In dat artikel is geschreven:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘De vastgoedbroers [eisers] uit Groningen zijn afgelopen vrijdag gearresteerd door de politie. Ze worden verdacht van witwassen en oplichting. De broers [eisers] zijn maandag voorgeleid aan de rechter-commissaris. De afgelopen dagen zijn de twee door de recherche verhoord over hun rol bij het oplichten van onderaannemers bij bouwprojecten in Groningen. [eisers] worden in dat dossier, met de zaaknaam A39, gezien als hoofdverdachten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [eiser sub 2] blijft nog zeker twee weken in de gevangenis. Zijn oudere broer [eiser sub 1] wordt morgen vrijgelaten, maar blijft wel verdachte. Waarom zijn broer wel blijft vastzitten, wil het Openbaar Ministerie niet zeggen. [eiser sub 1] woont het grootste deel van de tijd in Turkije.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [eiser sub 1] en [eiser sub 2] zijn bekende Groningers. Op jeugdige leeftijd zijn ze vanuit Turkije verhuisd naar Oost- Groningen. Daar begonnen ze te bouwen aan hun vastgoed- en uitzendbedrijf in Noord-Nederland. Als eigenaars van [bedrijf eisers] bezitten ze tientallen panden in de Groningse binnenstad en zitten ook in de gokautomatenhandel.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Burgemeester [burgemeester] van Groningen noemt het onderzoek tegen de broers winst in de strijd tegen de 'ondermijnende criminaliteit’. [burgemeester] vindt dat verwevenheid van de boven- en onderwereld hard aangepakt moet worden: „Wij veronderstellen dat deze verdachten, die veel bezittingen hebben in Groningen, betrokken zijn bij criminele activiteiten. We moeten voorkomen dat crimineel verkregen geld geïnvesteerd wordt in de maatschappij.” </para>
        <para>Justitie doet al geruime tijd onderzoek naar de twee broers. Aanleiding zijn onder andere aangiftes in het najaar van 2014 van oplichting en intimidatie van meerdere onderaannemers. </para>
        <para>Deze onderaannemers verbouwden diverse appartementencomplexen in de binnenstad van Groningen voor de broers [eisers] , maar kregen te weinig of niet betaald. Toen ze daarover aan de bel trokken, werden ze bedreigd en geïntimideerd. De verdenking is dat dit namens [eiser sub 1] en [eiser sub 2] is gedaan. Daarvoor werden vorig jaar al drie mannen opgepakt die voor de broers zouden werken. Daarbij zijn ook wapens - waaronder een semi-automatisch pistool - in beslag genomen. De drie zijn daarvoor in 2015 veroordeeld. Ook [eiser sub 2] is vorig jaar bestraft voor het bezit van een vuurwapen en stroomstootwapen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Justitie vermoedt dat de broers zo’n 400.000 euro, bestemd voor de gedupeerde onderaannemers, hebben weggesluisd naar Turkije. [woordvoerder] van het OM bevestigt dat er een rechtshulpverzoek is ingediend bij justitie in Turkije. Er is gevraagd of de Turken willen onderzoeken wat er met het verdwenen geld is gebeurd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze bouwfraudezaak heeft ertoe geleid dat het vizier ook op andere bouwprojecten van de broers wordt gericht. Bouwvergunningen die de gemeente Groningen al aan het bedrijf heeft verstrekt, zouden opnieuw tegen het licht worden gehouden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ook de Belastingdienst zou de bedrijven van de vastgoedbroers doorlichten.’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.21.</nr>
      <para>In het Dagblad van het Noorden van 18 januari 2017 is nog een artikel gepubliceerd met de titel: <emphasis role="italic">‘De haast ongrijpbare Broers [eisers] ’</emphasis>, waarin is te lezen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘<emphasis role="bold">Politie en justitie hebben de broers [eiser sub 1] (48) en [eiser sub 2] (47) al veel langer in het vizier. De zakenmannen leken ongrijpbaar. Maar nu zitten ze toch vast.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [eiser sub 1] is 10 jaar als hij, samen met zijn familie, vanuit Turkije naar Nederland komt. Hij wordt, net zoals zijn anderhalf jaar jongere broer [eiser sub 2] , geboren in [plaats ] (Midden-Turkije), maar groeit op in Oost-Groningen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Als [eiser sub 1] 18 jaar is, besluit hij samen met zijn twee broers - onder wie [eiser sub 2] - een sportschool over te nemen. Verstand van deze business hebben ze niet. „Maar het is gewoon een kwestie van hard werken", zegt [eiser sub 1] in een interview in april 2014 aan de website [website 1] . Twee jaar na de sportschool nemen ze een shoarmazaak over. Al snel zijn dat er drie. En ook hier geldt het credo: met hard werken en snel leren kom je een heel eind. [eiser sub 1] en [eiser sub 2] bouwen samen - de derde broer haakt af - aan een imperium in Groningen. Ze nemen coffeeshop [bedrijf 12] over en verkopen die ook weer.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met het verdiende geld kopen de twee ondernemers panden in de binnenstad van Groningen. Voor verhuur aan studenten. Maar ze kopen ook cafés en braakliggende terreinen om toe te voegen aan de vastgoedportefeuille. Zo krijgen ze een groot deel van het vastgoed van de familie [naam 1] in handen. De activiteiten van de broers blijven niet beperkt tot vastgoed. Zo geven ze ook leiding aan een uitzendbureau en een bouwbedrijf: [bedrijf eisers] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ze trekken in die periode de aandacht van het Openbaar Ministerie en politie. Bij een inval in de woning van [eiser sub 2] in de wijk [adres] treffen rechercheurs een oud-collega aan die het politiekorps moest verlaten vanwege dubieuze contacten en betrokkenheid bij wiethandel. De</para>
        <para>oud-rechercheur en [eiser sub 2] hebben samen korte tijd een vastgoedbedrijf.</para>
        <para>In februari 2003 vallen rechercheurs van het Interregionaal Fraude Team Noord-Nederland een pand van de broers [eisers] binnen. De verdenking is dat vanuit daar schijnfacturen voor advertenties worden verstuurd. Tot een veroordeling leidt het niet.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Twee jaar later vliegen honderden matrassen op het terrein van [bedrijf eisers] in brand. De schade loopt in de honderdduizenden euro’s. In die tijd hebben de Turkse politie en Nederlandse douane een transport met matrassen op de korrel. Het afleveradres: [eisers]</para>
        <para>in Groningen-zuid. Het vermoeden bestaat dat in de matrassen harddrugs zijn verstopt. De vrachtwagens worden gevolgd en doorzocht, maar drugs worden niet gevonden. [eiser sub 2] laat weten niets met de kwestie te maken hebben. „Elke gek kan mijn adres wel op de vrachtbrief zetten”, laat hij dan al optekenen. Wederom is er de verdenking, maar tot een strafzaak leidt het niet.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [bedrijf eisers] blijft groeien en wordt een grote speler in Groningen. De broers bezitten tientallen panden en richten het bedrijf [bedrijf 13] op, een Turkse variant op het autonavigatiesysteem TomTom. In het interview met [website 1] spreekt [eiser sub 1] de verwachting uit dat de omzet in dat jaar zal verdubbelen naar 20 miljoen euro. Om uiteindelijk in een aantal jaren op 100 miljoen uit te komen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het is in dat jaar - eind 2014 - als meerdere onderaannemers aangifte doen bij de politie tegen de vastgoedbroers. De onderaannemers werken aan de bouw van appartementencomplexen van de broers in Groningen, maar krijgen hun geld niet. Als ze daar over klagen, worden ze volgens het Openbaar Ministerie geïntimideerd. Het is het begin van het A39-onderzoek. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor dat onderzoek wordt [eiser sub 2] in 2015 ook al opgepakt. Rechercheurs vinden in zijn woning wapens. Daarvoor wordt hij veroordeeld. Ook nemen rechercheurs computers van [eiser sub 2] in beslag. Het is onder meer met die informatie dat politie en justitie besluiten de twee vastgoedbroers op te pakken.’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.22.</nr>
      <para>Op 18 januari 2017 is op de website van RTV Noord een artikel geplaatst met de titel: <?linebreak?><emphasis role="italic">‘Ze verdienen hun geld op een manier waar je grote vraagtekens bij kunt zetten’.</emphasis> In dat artikel is geschreven: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘<emphasis role="bold">De Groningse vastgoedondernemers [eiser sub 1] (48) en [eiser sub 2] (47) verdienen hun geld op een manier waar je grote vraagtekens bij kunt zetten. Dat zegt burgemeester [burgemeester] van Groningen. Hij reageert daarmee op de arrestatie van de broers. </emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Justitie verdenkt de eigenaren van [bedrijf eisers] van witwassen en oplichting. De broers verdienen hun geld in de uitzendbranche en met de verkoop van telecomapparatuur. En ze zijn actief in het vastgoed, met name in de stad Groningen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">20.000 euro</emphasis>
        </para>
        <para>'Het zijn broers die zich al lang manifesteren in onze samenleving. We moeten natuurlijk afwachten of ze veroordeeld worden, maar het is goed dat dit een keer gebeurt. Er zijn veel mensen de dupe van hen geworden', aldus [burgemeester] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Eén van de mensen die indirect met beide broers te maken heeft gehad is de voormalig eigenaar van een bouwbedrijf uit Drenthe. 'Ik ben voor twintigduizend euro het schip ingegaan', aldus de man die op verzoek anoniem wil blijven.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bouwmaterialen</emphasis>
        </para>
        <para>'Ik werd ingehuurd door het inmiddels failliete [bedrijf 14] . Een onderaannemer, die wordt gezien als één van de stromannen van [eisers] Eén van de opdrachten staat de ondernemer nog helder voor de geest. Het ging om het huis van de dochter van de secretaresse van [bedrijf eisers] , in [plaats ] . </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>'Er moest een nieuwe buitenmuur gemetseld worden. Ook de schoorsteen moest vervangen worden. Ik heb toen de materialen geleverd. Dat was in 2013, de rekening van vierduizend euro staat nog altijd open.'</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Failliet</emphasis>
        </para>
        <para>De werkwijze doet denken aan het onderzoek van justitie in 2014 naar de bouw van een appartementencomplex in de binnenstad van Groningen. Een aantal aannemers kreeg niet of te weinig betaald. Het zou gaan om een bedrag van zo'n half miljoen euro. De gedupeerden deden aangifte van oplichting en intimidatie.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Volgens het Dagblad van het Noorden werd de bouw gecoördineerd door een bedrijf uit Rotterdam. Het bedrijf is inmiddels failliet. Justitie vermoedt dat de verdachten daarin de hand hebben gehad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">‘Goed ingedekt’</emphasis>
        </para>
        <para>Ook de voormalig eigenaar van het bouwbedrijf uit Drenthe werkte mee aan de bouw van het bewuste appartementencomplex. Hij deed geen aangifte en werd niet geïntimideerd, maar bleef wel met lege handen achter. 'Het ging om werkzaamheden aan het riool, dat was in 2011. Er moest een riolering aangelegd worden onder de bestaande fundering. De rekening van 1500 euro is nooit betaald.'</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Pogingen om zijn geld alsnog te krijgen zijn gestrand. 'De eigenaar van [bedrijf 14] is al meerdere keren failliet gegaan. En de opdrachtgevers aansprakelijk stellen? Dat heeft geen enkele zin. Die hebben zich goed ingedekt', aldus de voormalig eigenaar van het Drentse bouwbedrijf.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Duidelijk signaal</emphasis>
        </para>
        <para>Het onderzoek naar de handel en wandel van de vastgoedbroers is volgens burgemeester [burgemeester] van Groningen een duidelijk signaal.</para>
        <para>'We moeten de onder- en bovenwereld van elkaar scheiden. Ondermijnende criminaliteit is een activiteit die door politie, Openbaar Ministerie, gemeenten en belastingdienst gezamenlijk aangepakt moet worden. Wij zijn een relatief grote stad, wij weten dat het zich hier ook voordoet en we weten dat we de handen ineen moeten slaan om het te bestrijden.'</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.23.</nr>
      <para>Diezelfde dag is nog een artikel gepubliceerd op de website van RTV Noord met de titel: <emphasis role="italic">‘Vastgoedbroers [eisers] aangehouden voor witwassen en oplichting’</emphasis>. Daarin is te lezen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘<emphasis role="bold">De politie heeft afgelopen vrijdag de vastgoedbroers [eisers] uit de stad Groningen aangehouden. De broers van 48 en 47 jaar worden verdacht van witwaspraktijken en oplichting. Dat meldt Dagblad van het Noorden.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Oplichting</emphasis>
        </para>
        <para>De broers zouden hoofdverdachte zijn van het oplichten van onderaannemers bij bouwprojecten in Groningen. Ze zijn maandag voorgeleid aan de rechtercommissaris en de afgelopen dagen verhoord.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [eisers] zijn bekende ondernemers in Groningen. Als eigenaren van [bedrijf eisers] bezitten ze tientallen panden in de stad en uitzendbureau's. Ze stonden in 2005 onder meer voor de rechter voor aquisitiefraude, maar gingen vrij-uit omdat de zaak te lang op de plank had gelegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Volgens de krant wordt [eiser sub 1] morgen weer vrijgelaten, maar blijft zijn jongere broer [eiser sub 2] nog minstens twee weken vastzitten.’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.24.</nr>
      <para>Verder is op 18 januari 2017 op de website [website 3] een artikel verschenen met de volgende inhoud:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>	‘Noordelijke witwasbroers in de cel</para>
        <para>
          [eisers] , eigenaars van een groot vastgoed- en uitzendbedrijf in het noorden van het land, zijn opgepakt op verdenking van witwassen. Ze zouden 400.000 euro hebben weggesluisd naar Turkije. Aannemers van een groot complex in Groningen voelden zich bedreigd door de broers, en kregen bovendien een half miljoen te weinig betaald. Ook andere bouwprojecten van de broers liggen nu onder het vergrootglas.’ </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.25.</nr>
      <para>In het dagblad De Telegraaf is eveneens op 18 januari 2017 een artikel verschenen met de titel: <emphasis role="italic">‘Witwasbroers opgepakt</emphasis>’. In dat artikel is geschreven:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘<emphasis role="bold">De tweekoppige directie van een groot, noordelijk vastgoed- en uitzendbedrijf is afgelopen vrijdag opgepakt voor witwassen en oplichting. Justitie zoekt naar 400.000 euro die door de eigenaren [eisers] van [bedrijf eisers] naar Turkije zou zijn gesluisd.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [eiser sub 1] (48) mag van de rechter-commissaris morgen weer naar huis, maar blijft verdachte, [eiser sub 2] (47) blijft nog zeker twee weken vast. De laatste werd vorig jaar nog veroordeeld voor het bezit van een vuurwapen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De broers van de miljoenenonderneming die ook financiële diensten levert en telecomapparatuur verkoopt, zijn verdachten in een omvangrijk bouwfraude-onderzoek dat de naam A39 draagt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Centraal daarin staat de verbouwing van een groot appartementencomplex in Groningen in 2014. Aannemers kregen hiervoor te weinig betaald. Ze leden bijna een half miljoen euro verlies. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De veertien aannemers voelden zich geïntimideerd door de broers [eisers] en enkele personen met eveneens een Turkse achtergrond, die op bijeenkomsten van de klagende ondernemers kwamen opdagen. De aannemers stapten naar de politie om aangifte te doen van oplichting en intimidaties.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De politie pakte eerst zes man op van een Rotterdams bedrijf dat een coördinerende rol speelde bij de verbouwing in Groningen. [eiser sub 2] . bleek betrokken bij de aankoop van dit bedrijf, dat inmiddels failliet is verklaard. Justitie vermoedt dat de broers daarin de hand hebben gehad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Er loopt nu een financieel onderzoek naar geldstromen van Nederland naar Turkije en andersom.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het onderzoek A39 is volgens de burgemeester van Groningen, [burgemeester] , een vuist tegen de ondermijnende criminaliteit. „Op een verkeerde manier verdiend geld vloeit weer terug in de maatschappij door allerlei schimmige constructies. We dulden dat niet en treden hard op tegen deze vorm van criminaliteit. Dit moet een duidelijk signaal zijn.”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Volgens [burgemeester] onderzoekt het OM naast deze bouwzaak nog andere, mogelijk foute bouwprojecten van de broers.’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.26.</nr>
      <para>Bij besluit van 20 januari 2017 heeft het college twee omgevingsvergunningen ingetrokken die op 9 december 2013 aan [bedrijf 10] B.V. waren verleend. Het betrof een omgevingsvergunning voor de bouw van een woongebouw met horeca op de begane grond aan [adres] en een bouwvergunning voor de woning aan [adres] . De omgevingsvergunningen werden ingetrokken naar aanleiding van een advies van het Landelijk Bureau Bibob. In dat advies is kort gezegd te lezen dat er een ernstig gevaar bestond dat voornoemde omgevingsvergunningen zouden worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen voordelen te benutten en om strafbare feiten te plegen zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 van de wet Bibob. In bezwaar heeft het bestuursorgaan de intrekking gehandhaafd. Het ingestelde beroep bij de rechtbank is ongegrond verklaard. Het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank is door de Afdeling ongegrond verklaard zodat de intrekking van de vergunningen in rechte vast staat. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.27.</nr>
      <para>
        [eiser sub 1] en [eiser sub 2] en de aan hen gelieerde vennootschappen, bankierden in die periode bij ABN Amro. Tussen hen bestonden meerdere overeenkomsten van geldlening. Op 20 januari 2017 heeft ABN Amro, althans International Card Services B.V., de overeenkomst met [eiser sub 1] en [eiser sub 2] ter zake van ‘ABN Amro Business Card(s)’ beëindigd. In een e-mail die zij daarover die dag naar [eiser sub 1] heeft gestuurd, is onder meer te lezen: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘Naar aanleiding van ons telefonisch onderhoud van hedenmorgen, informeren wij u als volgt.</para>
        <para>Gezien de recente publicaties in de media (Telegraaf 18 januari jl.) omtrent uw onderneming, kunnen wij momenteel helaas geen limiet meer afgeven voor uw ABN AMRO Business Card(s). Per direct zullen wij de overeenkomst beëindigen. Dit is gebaseerd op onze algemene voorwaarden terug te lezen onder artikel 2.3 (i).’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.28.</nr>
      <para>Op de website van RTV Noord is op 24 januari 2017 een artikel geplaatst met de titel: <emphasis role="italic">‘Autoriteiten samen ten strijde tegen vermenging boven- en onderwereld’. </emphasis>In dat artikel is geschreven: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘<emphasis role="bold">De boven- en onderwereld in Noord-Nederland vermengen zich in toenemende mate. Er is grote zorg over bij de overheid en betrokken instanties.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Die hebben besloten intensiever te gaan samenwerken bij de aanpak van ondermijnende criminaliteit, zoals grootschalige wiethandel of hangjongeren die dermate veel overlast veroorzaken dat buurtbewoners geen aangifte meer durven te doen. Kortom: criminaliteit die invloed heeft op het dagelijks leven.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Betrokken gemeenten, politie, justitie en de belastingdienst werken samen om deze activiteiten te bestrijden. In een latere fase worden daar meer instanties bij betrokken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Broers K.</emphasis>
        </para>
        <para>Bij twee grote zaken is de laatste tijd al intensief samengewerkt: het onderzoek naar de broers [eiser sub 1] en [eiser sub 2] in Groningen en de ontruiming van het clubhuis van motorclub [motorclub] . De broers [eisers] , eigenaren van een vastgoedbedrijf, werden recent aangehouden op verdenking van witwaspraktijken en oplichting.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Onlangs bleek dat in Noord-Brabant de boven- en onderwereld steeds meer in elkaar schuiven. 'Dat is zeker in Noord-Nederland ook het geval. Niet zo erg als in het zuiden. Maar ook hier is het zo dat als we een paar tegels optillen, er nog een hoop ellende onderligt. Ook hier zijn criminele organisaties bezig zich een machtspositie te verwerven', licht plaatsvervangend hoofdofficier Noord-Nederland [hoofdofficier] toe.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Zo'n vijftien groepen</emphasis>
        </para>
        <para>De politie schat in dat er in het Noorden zo'n grotere vijftien zaken zijn, waarbij sprake is van ondermijnende criminaliteit.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vaak wordt een deel van de opbrengst in de bovenwereld gestoken, zoals in onroerend goed. Zo worden de broers [eisers] ervan verdacht dat ze een deel van hun criminele winst in horecazaken in de stad Groningen hebben geïnvesteerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Maatregelen overheid</emphasis>
        </para>
        <para>De gezamenlijke aanpak moet er toe leiden dat de criminele groepen niet alleen door justitie worden vervolgd, maar dat ook de lokale overheid maatregelen neemt. Zo heeft de gemeente Groningen inmiddels de bouwvergunningen voor twee panden van de broers [eisers] ingetrokken. Dat zou in een latere instantie ook met bijvoorbeeld horecavergunningen kunnen gebeuren.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De samenwerkende overheden en instanties doen ook een beroep op bedrijven in de bovenwereld, die zaken met mogelijke criminelen doen. Zij moeten vaker melding gaan maken van verdachte omstandigheden. Daarbij gaat het onder meer om makelaars en notarissen.’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.29.</nr>
      <para>In het Dagblad van het Noorden is op 25 januari 2017 een artikel verschenen met de titel: <emphasis role="italic">‘Zorg over opmars onderwereld’</emphasis>, waarin is geschreven:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘<emphasis role="bold">De overheid en opsporingsinstanties maken zich grote zorgen over de verwevenheid van de onder- en bovenwereld in Drenthe, Groningen en Friesland.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dat laten onder meer burgemeester [burgemeester] (gemeente Groningen), plaatsvervangend hoofdofficier van justitie Noord-Nederland [hoofdofficier] en directeur [directeur Belastingdienst Noord] van de Belastingdienst Noord weten. Volgens hen vermengen de boven- en onderwereld in Noord-Nederland zich steeds vaker.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Momenteel lopen er in Drenthe, Groningen en Friesland vijftien grotere zaken waarbij sprake is van ondermijnende criminaliteit, vertelt [recherche Noord-Nederland] van de recherche Noord-Nederland. Criminelen kopen op grote schaal onroerend goed betaald uit de opbrengsten van wietplantages.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aanleiding voor de instanties om hun zorgen te uiten zijn de ontruiming van het clubhuis van motorbende [motorclub] en het zogenaamde A39-onderzoek naar de twee vastgoedbroers [eisers] uit Groningen. In dat laatste geval bestaat het vermoeden dat crimineel verdiend geld wordt geïnvesteerd in bijvoorbeeld vastgoed.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarom proberen politie en justitie niet alleen het ‘strafrechtelijke pad’ te bewandelen, maar juist ook bestuurlijk op te trekken met onder meer de gemeentes Groningen en Emmen. Ook de Belastingdienst wordt in deze onderzoeken in stelling gebracht. “Dat is een relatief nieuwe aanpak”, vertelt belastingbaas [directeur Belastingdienst Noord] . </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De broers [eisers] werden gearresteerd op verdenking van oplichting, bedreiging en witwassen. De gemeente Groningen heeft dat aangegrepen om twee al eerder afgegeven bouwvergunningen deze week in te trekken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In Noord-Brabant werd onlangs de noodklok geluid vanwege de verweving van de onder- en bovenwereld. Volgens hoofdofficier [hoofdofficier] zijn criminele organisaties ook in Drenthe, Groningen en Friesland bezig op die manier een machtspositie proberen te krijgen. “Het is niet zo erg als in het Zuiden, maar we zien het steeds vaker in ons gebied. We hebben meerdere gevallen waarbij we een paar tegels oplichten en op een hoop ellende stuiten.” </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Politie, justitie, belastingdienst en de gemeente Groningen gaan nauwer samenwerken om de opmars van de criminaliteit tegen te gaan. “We doen ook een beroep op andere partners zoals makelaars en notarissen om zich aan te sluiten”, aldus [hoofdofficier] .’ </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.30.</nr>
      <para>Op diezelfde dag is verderop in het Dagblad van het Noorden een artikel verschenen met de titel: <emphasis role="italic">‘Groningen richt vizier op broers [eisers] ’.</emphasis> In dat artikel is geschreven: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘Na de arrestatie van de gebroeders [eisers] , de Groningse vastgoedeigenaren die verdacht worden van witwassen en oplichting, trekt de gemeente Groningen de registers open om hen bestuurlijk dwars te zitten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Onder- en bovenwereld scheiden</emphasis>
        </para>
        <para>Criminaliteit mag niet lonen. Onrechtmatig verworven geld mag niet worden geïnvesteerd in horecazaken of vastgoed om het 'schoon’ en 'wit' te krijgen. ,,We moeten de onder- en bovenwereld van elkaar scheiden", zegt burgemeester [burgemeester] van de gemeente Groningen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarom trekt [burgemeester] alles uit de kast tegen de vastgoed broers [eisers] uit Groningen. “Er was als een tijdlang ongerustheid op het gemeentehuis over de handel en wandel van deze broers. We hebben alle informatie die we hadden verzameld en gedeeld met de politie, het Openbaar Ministerie en de Belastingdienst.”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Witwassen en oplichting</emphasis>
        </para>
        <para>Dat leidde onder meer tot de arrestatie van de vastgoedbroers - [eiser sub 1] is inmiddels op vrije voeten - op vrijdag 13 januari. Ze worden verdacht van witwassen van crimineel geld en oplichting.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De mannen zijn nog verdachten, benadrukt [burgemeester] . Dat maakt het des te opmerkelijker dat de instanties nu al zo specifiek naar de broers [eisers] durven te wijzen. Maar volgens [burgemeester] zijn er genoeg aanwijzingen om dat te kunnen doen. „Op basis van onze info hebben we inmiddels twee bouwvergunningen die de broers hadden gekregen ingetrokken. En we starten een integriteitsonderzoek om de broers [eisers] volledig door te lichten.”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vergunningen misbruiken</emphasis>
        </para>
        <para>De bouwvergunningen waren afgegeven voor panden aan [adres] en [adres] in Groningen. Het bureau BIBOB voert zo’n integriteitsonderzoek -het valt onder het ministerie van justitie- uit. BIBOB kijkt nu, op verzoek van [burgemeester] , of [eiser sub 1] en [eiser sub 2] vergunningen die ze hebben gekregen misbruiken voor criminele activiteiten. Het kan volgens de burgemeester van Groningen ertoe leiden dat hij besluit om bijvoorbeeld ook horecavergunningen van de broers [eisers] in te trekken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [bedrijf eisers] van de broers [eisers] is een grote speler in Groningen. De broers geven leiding aan diverse bedrijven en bezitten meerdere (horeca-)panden. Het vermoeden is dat in ieder geval een deel met crimineel geld is verworven. Maar tot echte veroordelingen leidde dat nog niet. [eiser sub 2] is enkele maanden geleden wel veroordeeld voor vuurwapenbezit.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het geld volgen</emphasis>
        </para>
        <para>Ook de Belastingdienst doet mee met het onderzoek. „Zo kijken wij naar de geldstromen binnen hun bedrijven. Daarbij vragen we ons af wat de herkomst is en of dat wel klopt", legt directeur [directeur Belastingdienst Noord] van de Belastingdienst uit.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Volgens burgemeester [burgemeester] is ondermijnende criminaliteit een groot probleem. ,,Er gaat veel geld in om. We kennen allemaal de winkeltjes waar nooit iemand komt, maar waar wel veel geld wordt verdiend. Criminelen proberen een imago te krijgen dat ze goed zijn voor de samenleving. Maar die beelden zijn vals. Zo worden panden gekocht met crimineel geld om een bepaalde positie in de normale maatschappij te verwerven. Dat moeten we niet willen."</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.31.</nr>
      <para>Op 25 januari 2017 is de burgemeester geïnterviewd door OOG TV. In dat interview is onder meer door de verslaggever van OOG TV en de burgemeester het volgende gezegd:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>	‘<emphasis role="underline">de verslaggever:</emphasis></para>
        <para>Burgemeester [burgemeester] maakt zich grote zorgen over de onderwereld in de stad. De onderwereld wordt steeds meer verweven met de reguliere zakenwereld. Ogenschijnlijk nette bedrijven blijken soms iets anders te zijn. Als voorbeeld wordt genoemd [bedrijf 15] . De gebroeders [eisers] zijn onlangs gearresteerd. Ze worden verdacht van het witwassen van geld verdiend met de handel van wiet en van oplichting en het bezit van vuurwapens. De broers bezitten veel vastgoed in de stad, ze verhuren horeca gelegenheden, maar ook appartementen en exploiteren een uitzendbureau.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>[…]</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">de burgemeester: </emphasis>
        </para>
        <para>Ik vind het sowieso gevaarlijk als men investeert met crimineel geld in bijvoorbeeld het onroerend goed dan weet je dat dat onroerend goed straks in de positie dreigt te komen waarbij vandaaruit weer verkeerde dingen gebeuren. Het is een soort rollercoaster wat als het ware in de samenleving wordt uitgerold. Er worden mensen die in niet kansrijke posities verkeren in wijken worden meegesleept in het gemakkelijk verdienen van crimineel geld. Kijk maar eens naar de drugshandel, dan zie je wat er nu met de jeugd gebeurt. Ik vind dat eerlijk gezegd heel verontrustend als we hier niet proberen hier naar vermogen iets aan te doen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>[…]</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Soms dan blijft het helemaal in het verborgene en soms dan merken we dat daar echts iets naar boven komt, bijvoorbeeld als het gaat om motorclubs. Dan zien we toch ook dat daar een hele wereld achter zit, die he voor ons eigenlijk een soort black box is. Nou zo zijn er meer van dat soort werelden. Wij zien dat dat relatief groot is, het is gemakkelijk voor mensen om zich daardoor te laten beïnvloeden en dat werk dan als zodanig ontwrichtend op de samenleving.’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.32.</nr>
      <para>Op 26 januari 2017 heeft [toenmalige advocaat 2] , de toenmalige advocaat van [eiser sub 1] een persverklaring uitgebracht. Daarin is onder meer geschreven:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘<emphasis role="bold">In gezamenlijk overleg met de politie en de Belastingdienst tracht de gemeente Groningen een vermeende bouwfraude aan te pakken door de betrokken verdachten te criminaliseren en hun imagoschade toe te brengen. Burgemeester [burgemeester] : "Ze verdienen hun geld op een manier waar je grote vraagtekens bij kunt hebben".</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze aanpak van de gemeente Groningen blijkt uit een openbaar document getiteld "Half werk van de politie is soms al genoeg", dat gepubliceerd is op de website van de Politie Academie. […]</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze zaak kwam vorige week in het nieuws toen burgemeester [burgemeester] in een radiointerview met RTV Noord reageerde op de arrestatie van de twee broers. Deze vastgoedondernemers verdienen volgens de burgemeester hun geld "op een manier waar je grote vraagtekens bij kunt hebben". "Er zijn veel mensen de dupe van hen geworden", aldus burgemeester [burgemeester] . Dat de burgemeester daarmee vooruitloopt op de afloop van de strafzaak is opmerkelijk, temeer nu [eiser sub 1] inmiddels is ontslagen uit voorlopige hechtenis omdat de rechtbank oordeelde dat er tegen hem geen ernstige bezwaren bestaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De advocaat van [eiser sub 1] ., [toenmalige advocaat 2] , ziet een verband tussen de publieke uitlatingen van de burgemeester en het gemeentelijke beleid om [eiser sub 1] en zijn broer [eiser sub 2] te criminaliseren en hen imagoschade toe te brengen: "Burgemeester [burgemeester] heeft met zijn interview grote schade toegebracht aan mijn cliënt en diens bedrijven. Kennelijk is dat onderdeel van een vooropgezet plan van de gemeente, de Belastingdienst en de politie. Dit is een vorm van eigenrichting die in een rechtsstaat niet past. Mijn cliënt overweegt juridische stappen tegen de burgemeester."</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.33.</nr>
      <para>Op 27 januari 2017 is de burgemeester geïnterviewd door RTV Noord, waarin onder meer het volgende door de verslaggever van RTV Noord en de burgemeester is gezegd: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">‘de burgemeester: </emphasis>
        </para>
        <para>Het gaat om invloeden op onze samenleving die wij gewoon echt als apert slecht ervaren. Wij vinden ook dat wij daar relatief open over moeten zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">verslaggever:</emphasis>
        </para>
        <para>Maar u zet ze weg als criminelen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">de burgemeester: </emphasis>
        </para>
        <para>Nou, ik zeg dat zij in verkeerde circuits en op een verkeerde manier hun geld verdienen. Uiteindelijk moet een rechter erover uitspreken hoe crimineel dat is, dat doe ik niet.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">verslaggever:</emphasis>
        </para>
        <para>Had u niet beter op een uitspraak van de rechter kunnen wachten voordat u die uitspraken deed?</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">de burgemeester: </emphasis>
        </para>
        <para>Nou, ik denk van niet, omdat het is nu actueel. De informatie was al in belangrijke mate bekend. Ik ben er zeker van dat de media er sowieso over geschreven hadden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">verslaggever:</emphasis>
        </para>
        <para>Maar zo werkt onze rechtsstaat toch niet?</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">de burgemeester: </emphasis>
        </para>
        <para>Onze rechtsstaat werkt zo dat mensen pas veroordeeld zijn als de rechter ze veroordeeld heeft en dat respecteer ik ook volkomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">verslaggever:</emphasis>
        </para>
        <para>Maar u loopt het risico dat u straks bakzeil moet halen, omdat de heren niet veroordeeld  worden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">de burgemeester: </emphasis>
        </para>
        <para>Ik acht dat risico niet zo heel groot.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">verslaggever:</emphasis>
        </para>
        <para>Daar stuurt de advocaat van een van de broers wel op aan. Van, mocht dat gebeuren, ja dan heeft de burgemeester toch een probleem, dan zullen wij een juridische procedure starten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">de burgemeester: </emphasis>
        </para>
        <para>Ja, ik begrijp dat de advocaat op dit moment daaraan refereert en ik respecteer het feit dat hij zijn cliënten verdedigt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">verslaggever:</emphasis>
        </para>
        <para>Nog even over dat namen en shamen voorafgaand aan een rechtszaak. Ik bedoel, is dat een bewuste keuze?</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">de burgemeester: </emphasis>
        </para>
        <para>Het is niet een bewuste keuze om mensen zwart te maken. Het is wel een bewuste keuze om in belangrijke kwesties die zich voordoen, in dit geval hier in Groningen, om daar zoveel mogelijk als het kan openheid van zaken over te geven aan de samenleving.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">verslaggever:</emphasis>
        </para>
        <para>Ja, want ik bedoel ze ondervinden nu al de nadelige gevolgen van uw uitspraken in de vorm van imagoschade en zakelijke relaties die afhaken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">de burgemeester: </emphasis>
        </para>
        <para>Ik zou zeggen, zij ondervinden vooral de nadelige gevolgen van de manier waarop zij zelf bezig zijn en ik ben ervan overtuigd dat al die mensen die nu hun zakelijke relatie met de betrokken mensen veranderen, dat niet doen op basis van mijn uitspraken, maar op basis van wat zij zelf daarvan vinden.’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.34.</nr>
      <para>Diezelfde dag is een artikel op de website van RTV Noord gepubliceerd met de titel: <emphasis role="italic">‘ [burgemeester] vreest juridische stappen vastgoedondernemer [eiser sub 1] niet’</emphasis>. In dat artikel is geschreven: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘ [burgemeester] : 'Bewuste keuze geweest om opening van zaken te geven'</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Burgemeester [burgemeester] van Groningen ziet eventuele juridische stappen van vastgoedondernemer [eiser sub 1] tegen hem met vertrouwen tegemoet.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [eiser sub 1] en zijn broertje [eiser sub 2] werden vorige week opgepakt voor witwaspraktijken en oplichting. [burgemeester] zei later dat de broers hun geld verdienen op een manier waar je grote vraagtekens bij kunt zetten. [eiser sub 1] is het daar niet mee eens en vindt dat hij wordt gecriminaliseerd. Zijn advocaat stelt dat [burgemeester] vooruitloopt op een uitspraak van de rechter.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Verkeerde manier</emphasis>
        </para>
        <para>
          [burgemeester] blijft bij zijn uitspraken: 'Het gaat om invloeden op onze samenleving die wij als apert slecht ervaren. Wij vinden dat we daar relatief open over moeten zijn. Zij verdienen in verkeerde circuits en op een verkeerde manier hun geld.'</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De burgemeester beaamt dat de rechter hierover uiteindelijk moeten oordelen, maar vindt niet dat hij zijn uitspraken te vroeg heeft gedaan. 'De informatie was al grotendeels bekend en ik ben er zeker van dat de media er sowieso over geschreven hadden.'</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">'Kans op bakzeil niet groot'</emphasis>
        </para>
        <para>
          [burgemeester] 'acht het risico niet zo groot' dat hij bakzeil moet halen, mochten de verdachten uiteindelijk niet worden veroordeeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De advocaat van een van de broers zegt in dat geval een juridische procedure aan te spannen. 'Ik begrijp dat de advocaat dat zegt en respecteer het feit dat hij zijn cliënt verdedigt', reageert [burgemeester] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewuste keuze</emphasis>
        </para>
        <para>Volgens de burgemeester is het een bewuste keuze geweest om openheid van zaken te geven over de zaak. De gebroeders [eisers] zeggen daarvan inmiddels de nadelen te ondervinden, in de vorm van imagoschade en klanten die afhaken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘Zij ondervinden vooral de nadelige gevolgen van de manier waarop zijzelf bezig zijn', schampert [burgemeester] . 'Ik ben ervan overtuigd dat alle mensen die nu hun zakelijke relatie met de verdachten veranderen dat niet doen op basis van mijn uitspraken, maar op basis van wat zijzelf ervan vinden.'</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.35.</nr>
      <para>In het Dagblad van het Noorden van 28 januari 2017 is een artikel geplaatst met de titel: <emphasis role="italic">‘Burgemeester [burgemeester] niet onder de indruk van vastgoedbroers</emphasis>’, waarin is te lezen: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">‘Burgemeester [burgemeester] van de gemeente Groningen is niet onder de indruk van de verwijten van [eiser sub 1] en zijn advocaat. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De 48-jarige [eiser sub 1] en zijn broer [eiser sub 2] werden twee weken geleden gearresteerd voor witwassen, fraude en oplichting.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De burgemeester plaatste vervolgens vraagtekens bij de manier waarop de vastgoedbroers [eisers] hun geld verdienen en gaf aan dat het vermoeden bestaat dat een deel van dat mogelijk criminele geld in vastgoed werd geïnvesteerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [eiser sub 1] , inmiddels op vrije voeten, reageerde woest. Hij vindt dat hij en zijn broer worden gecriminaliseerd. [burgemeester] zegt niet te willen treden in een uitspraak van de strafrechter. “Als burgemeester kan ik wel een aantal maatregelen nemen, waaronder het intrekken van vergunningen. Dat gebeurt op basis van onderzoek. Dat is nu ook gebeurd.”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [toenmalige advocaat 2] , advocaat van [eiser sub 1] vindt dat [burgemeester] vooruitloopt op de strafzaak. Hij wijst daarbij op een verslag van de Politie Academie waarbij de zaak van de broers [eisers] wordt besproken. Zwart-op-wit staat dat het doel van de gemeente Groningen, politie en Belastingdienst is om het imago van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] kapot te maken en hen te criminaliseren. Het verslag van de Politie Academie kende [burgemeester] niet. “Het was eigenlijk niet voor de openbaarheid wat daar staat’, erkent hij. Maar al te zwaar tilt hij er ook niet aan. “De informatie was grotendeels bekend en wij hebben natuurlijk ook info verzameld over die mensen. Ik heb twee bouwvergunningen van deze mensen weer ingetrokken en er is een integriteitsonderzoek gedaan.”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De burgervader peinst er niet over zijn uitspraken terug te nemen. “Ik respecteer dat de advocaat opkomt voor zijn cliënt, maar wij vinden dat deze heren zich mengen in onze samenleving op een manier die wij niet willen. Zij verdienen onder andere op criminele wijze hun geld. Zij ondervinden nu nadelige gevolgen van de manier waarop zij nu bezig zijn.”</para>
        <para>Advocaat [toenmalige advocaat 2] zegt een claim in te dienen als de broers [eisers] bij de rechter worden vrijgesproken.’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.36.</nr>
      <para>Op 17 februari 2017 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen (een medewerker van) ABN Amro en [eiser sub 1] en [eiser sub 2] . ABN Amro heeft daarover op 20 februari 2017 een brief naar [eiser sub 1] en [eiser sub 2] gestuurd. Daarin is onder meer geschreven:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘Op 17 februari 2017 hebben wij met u gesproken over de situatie van uw bedrijf en de berichtgeving over u en uw activiteiten in de pers. </para>
        <para>[…]</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In deze brief staat in het kort wat wij bespraken. Ook staan daarin de afspraken die wij met u hebben gemaakt. </para>
        <para>[…]</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Waarom behandelt onze afdeling Bijzonder Beheer uw krediet?</emphasis>
        </para>
        <para>Voor de bank is het belangrijk dat u uw afspraken met de bank steeds op tijd nakomt. Dat betekent ook dat u uw schulden aan de bank op tijd moet terugbetalen. Op dit moment heeft de bank vooral zorgen over de negatieve berichtgeving over u en uw onderneming. Er wordt gesproken over een veroordeling aangaande het bezit van een vuurwapen en FIOD onderzoek bij uw ondernemingen en het opschorten dan wel intrekken van voor uw bedrijfsvoering noodzakelijke vergunningen. Dit brengt voor u en de bank het risico van reputatieschade met zich mee, en kan in geval van een eventuele verdere veroordelingen ook verhoogde kredietrisico’s met zich mee brengen. Wij deelden u reeds mee dat een aantal taxateurs die wij opdracht gaven tot taxatie van uw portefeuille, de opdracht hebben teruggegeven, vanuit ‘compliance overwegingen’. Overigens deelde u ons tijdens het gesprek zelf ook al mee dat een van uw grote opdrachtgevers om dezelfde reden de relatie met uw onderneming per 1-3-2017 heeft beëindigd. De Bank kan het nodig vinden dat er maatregelen worden genomen om risico’s te beperken. De afdeling Bijzonder Beheer bepaalt dat.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Wat hebben wij met u afgesproken?</emphasis>
        </para>
        <para>De bank heeft u -overigens niet voor het eerst- aangegeven de kredietrelatie te willen afbouwen naar nihil. U heeft bevestigd hieraan te zullen meewerken. U bent op dit moment niet in gebreke ten aanzien van de kredietafspraken en wij bevestigden u tijdens ons gesprek, dat de bank op basis van de huidige inzichten geen aanleiding ziet om de kredietovereenkomst eenzijdig te ontbinden. </para>
        <para>Wij hebben u wel reeds nu bevestigd de lening verstrekt aan [bedrijf 8] B.V., met leningnummer [nummer ] , per heden pro resto EUR 2.818.836,- die vervalt op 1 oktober 2017, niet te zullen verlengen cq herfinancieren.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>[…]</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zoals aangegeven streven we op dit moment naar integrale aflossing van uw kredietfaciliteiten bij onze bank. Het is mogelijk dat het kredietrisico voor de Bank te groot wordt of blijft, en dat er onvoldoende uitzicht is op herstel. In dat geval kan de bank besluiten het krediet op te zeggen en/of op te eisen.’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.37.</nr>
      <para>Op 8 maart 2017 is een artikel op de website van RTV Noord verschenen met de titel: <emphasis role="italic">‘Geld nodig voor bestrijden pest van onze samenleving</emphasis>’. In dat artikel is geschreven:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘Criminaliteit als witwassen, vastgoedfraude en hennepteelt is 'de pest van onze samenleving' en moet daarom feller worden bestreden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dat zegt burgemeester [burgemeester] van Groningen over het fonds van 150 miljoen euro dat Groningen en 37 andere steden willen voor de aanpak van deze misdaden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Ambtenaren en expertisecentrum</emphasis>
        </para>
        <para>Ze willen onder meer gespecialiseerde ambtenaren aannemen, zodat ze deze vormen van criminaliteit professioneler kunnen aanpakken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het geld moet verder gaan naar het Regionaal Informatie Expertisecentrum waarin gemeente, politie, Openbaar Ministerie en Belastingdienst samenwerken. Het derde deel is voor nieuwe projecten op dit gebied.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Informatie interpreteren</emphasis>
        </para>
        <para>Volgens [burgemeester] is het belangrijk dat er geld komt, omdat gemeenten niet goed zijn toegerust om het probleem aan te pakken. 'Zorgen dat je de informatie kan interpreteren, analyses kan maken. Dan wordt er heel wat meer blootgelegd dan nu.'</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het stuit hem vooral tegen de borst dat het vaak 'mensen met zwakke posities in onze samenleving' zijn die in dit soort criminaliteit 'worden meegezogen'. 'Wietkweken gebeurt relatief veel in huizen waar mensen wonen die weinig geld hebben en ook geld kunnen gebruiken. Die doen dat vaak in opdracht van georganiseerde misdaad. Dat type dingen is de pest van onze samenleving.'</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vastgoedbroers</emphasis>
        </para>
        <para>Onlangs werden in de stad Groningen de vastgoedbroers [eiser sub 1] en [eiser sub 2] gearresteerd op verdenking van witwassen en oplichting. Daarover zei [burgemeester] toen al dat ze 'geld verdienen op een manier waar je grote vraagtekens bij kunt zetten’. De broers zijn inmiddels op vrije voeten in afwachting van hun rechtszaak. Om dit soort voorbeelden gaat het volgens [burgemeester] , net als om 'de verbanden waarin sommige motorclubs zich begeven.'</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.38.</nr>
      <para>Op 8 maart 2017 heeft SNS Bank een brief naar [uitzendbureau] gestuurd met betrekking tot de afwijzing op het verzoek van [uitzendbureau] om een krediet aan haar te verlenen. In die brief is onder meer geschreven: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘In uw brief d.d. 23 februari 2017 vraagt u op welke grond wij tot het besluit gekomen zijn geen klantrelatie met u aan te gaan. Onderstaand volgt een nadere uiteenzetting hieromtrent.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In onze brief d.d. 22 februari 2017 hebben wij aangegeven dat wij op basis van de door ons uitgevoerde wettelijk voorgeschreven risicoanalyse geen klantrelatie met u aan willen gaan. Bij het uitvoeren van de risicoanalyse hebben wij de negatieve berichtgeving in de media meegenomen. Wij zien geen aanleiding om onze beweegredenen nog verder toe te lichten. Op grond van de contractsvrijheid kan een klantrelatie wel of niet worden aangegaan.’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.39.</nr>
      <para>Bij brief van 9 maart 2017 heeft ING het verzoek van [uitzendbureau] om een krediet aan haar te verlenen, afgewezen. In die brief is onder meer geschreven: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘Onlangs heeft u ons gevraagd een Zakelijke Rekening te openen op naam [uitzendbureau] B.V. Helaas kunnen wij niet aan uw verzoek voldoen. In deze brief leest u meer over de afwijzing.</para>
        <para>Wij hebben uw aanvraag beoordeeld vanuit economisch, strategisch en vanuit risicoperspectief. Op basis daarvan hebben wij besloten geen relatie met [uitzendbureau] B.V. aan te gaan. Wij beroepen ons hierbij op onze contractsvrijheid.’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.40.</nr>
      <para>Bij vonnis van 25 april 2017 van de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, is [bedrijf 16] B.V. – van wie [eiser sub 1] indirect bestuurder was – in staat van faillissement verklaard met aanstelling van mr. [curator] als curator.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.41.</nr>
      <para>Bij arrest van 20 november 2017 van het Hof Arnhem-Leeuwarden is [eiser sub 2] in hoger beroep veroordeeld voor verboden wapenbezit (r.o. 2.10). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.42.</nr>
      <para>Bij brief van 15 december 2017 heeft Delta Lloyd de verzekeringsovereenkomsten opgezegd die bestonden tussen Delta Lloyd enerzijds en [bedrijf 5] B.V., [bedrijf 2] B.V., [bedrijf 10] B.V. en [eiser sub 1] en [eiser sub 2] anderzijds. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.43.</nr>
      <para>In 2019 zijn [eiser sub 1] en [eiser sub 2] als feitelijk leidinggevenden van [bedrijf 7] B.V. vervolgd voor belastingfraude in het fiscale onderzoek. Volgens het Openbaar Ministerie hadden [eiser sub 1] en [eiser sub 2] namens [bedrijf 7] B.V. opzettelijk onjuist of onvolledig aangifte gedaan van Omzetbelasting. Bij vonnis van 3 oktober 2019 heeft de Noordelijke Fraudekamer van Rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, [eiser sub 1] en [eiser sub 2] vrijgesproken. Het vonnis is onherroepelijk geworden.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.44.</nr>
      <para>In 2021 zijn [eiser sub 1] (als (indirect) bestuurder van [bedrijf 4] B.V. en [bedrijf 2] B.V.) en [eiser sub 2] (als gevolmachtigde van die vennootschappen) vervolgd voor oplichting en faillissementsfraude in het kader van het Kangoo -onderzoek. Volgens het Openbaar Ministerie hadden [eiser sub 1] en [eiser sub 2] een aantal (onder)aannemers die betrokken was bij de bouw van de appartementen aan [adres] en [adres] te Groningen, opgelicht en als bestuurders van [bedrijf 11] B.V. geen deugdelijke administratie gevoerd. Bij vonnis van 25 november 2021 heeft de Noordelijke Fraudekamer van de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, [eiser sub 1] en [eiser sub 2] vrijgesproken. Ook dit vonnis is onherroepelijk geworden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.45.</nr>
      <para>Op 22 december 2021 heeft [toenmalige advocaat 2] de Staat c.s. aansprakelijk gesteld voor de schade die [eisers] c.s. meent te hebben geleden door de volgens hem door de Staat c.s. uitgevoerde ‘lastercampagne’ tegen hem. De Staat c.s. heeft aansprakelijkheid van de hand gewezen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.46.</nr>
      <para>
        [eiser sub 2] heeft in 2021 opnieuw een verzoek gedaan om een bouwvergunning voor de woning aan [adres] (r.o. 2.26.). Die aanvraag is bij besluit van 23 december 2021 geweigerd. Op diezelfde dag is eveneens een door [bedrijf 5] B.V. gevraagde bouwvergunning geweigerd ten aanzien van een pand aan [adres] . Beide vergunningen zijn geweigerd omdat er volgens het college ernstig gevaar bestond dat de vergunningen mede gebruikt zouden worden om stafbare feiten te plegen als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de wet Bibob. Dit zou volgen uit een advies van het Landelijk Bureau Bibob. Het college heeft bij besluiten van 14 oktober 2022 de door [eiser sub 2] en [bedrijf 5] B.V. daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.47.</nr>
      <para>Op 8 december 2022 heeft ABN Amro het verzoek van [bedrijf 17] , een eenmanszaak van [eiser sub 2] , om het openen van een zakelijke bankrekening afgewezen. In voornoemde brief is onder meer geschreven:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘Bij beoordeling van de door u aangeleverde informatie en documentatie is gebleken dat de diensten die u wilt afnemen in combinatie met uw klantprofiel niet passen binnen ons gematigd risicoprofiel.’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.48.</nr>
      <para>
        [bedrijf 17] heeft nadien ook aan SNS Bank het verzoek gedaan tot het openen van een zakelijke bankrekening. Ook dat verzoek is afgewezen. In een e-mail die SNS Bank daarover op 30 juni 2023 naar [bedrijf 17] heeft gestuurd, is onder meer te lezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘U heeft op 14 juni 2023 een SNS ZZP rekening bij ons aangevraagd en daarvoor gegevens aangeleverd. Die hadden we nodig om te checken wie u bent en hoe uw organisatie in elkaar zit, want we moeten weten wie onze klanten zijn. Jammer genoeg hebben we iets gezien waardoor we geen zakelijke rekening voor u kunnen openen. In deze mail leest u waarom.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Hierom kunt u geen rekening bij ons openen</emphasis>
        </para>
        <para>Als bank hebben we een poortwachtersfunctie. Dat staat in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Wil iemand klant bij ons worden? Dan moeten we een klantonderzoek doen. Zo houden we de financiële sector integer. In uw gegevens zijn we iets tegengekomen wat voor ons een risico is. Daarom bieden we u geen rekening aan.’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.49.</nr>
      <para>Rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, heeft bij uitspraak van <?linebreak?>10 augustus 2023 de door [bedrijf 5] B.V. en [eiser sub 2] ingestelde beroepen tegen de onder r.o. 2.46. genoemde besluiten van 14 oktober 2022 gegrond verklaard, de besluiten vernietigd en het college opdracht gegeven om binnen zes weken nieuwe besluiten te nemen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.50.</nr>
      <para>Op 19 maart 2024 heeft het bedrijf [bedrijf 18] een e-mail naar [eiser sub 2] gestuurd, waarin is geschreven:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘Heb even rondvraag gedaan en mij is helaas afgeraden om zaken met jullie te doen dus wij zien ervan af. Succes met de zoektocht.’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.51.</nr>
      <para>Bij e-mail van 2 april 2024 heeft Bux het verzoek van [eiser sub 1] tot het openen van een bankrekening afgewezen. In die e-mail is geschreven:  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘We sturen dit bericht naar aanleiding van jouw aanvraag van een BUX account.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vanwege Compliance gerelateerde redenen kunnen we op dit moment helaas geen account voor je aanmaken bij BUX. In het kader van wet- en regelgeving is dit alle informatie die we je kunnen geven over deze beslissing.’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.52.</nr>
      <para>In 2024 heeft de advocaat van [eisers] c.s. de Staat c.s. nogmaals verzocht om aansprakelijkheid te erkennen. Ook aan dat verzoek heeft de Staat c.s. geen gehoor gegeven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.53.</nr>
      <para>De Afdeling heeft bij uitspraak van 19 februari 2025 het door het college ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank (r.o. 2.49.) ongegrond verklaard en het door [bedrijf 5] B.V. en [eiser sub 2] ingestelde incidentele hoger beroep gegrond verklaard. Verder heeft zij de besluiten van 23 december 2021 herroepen en bepaald dat de uitspraak van de Afdeling in de plaats treedt van de door de Rechtbank Noord-Nederland vernietigde besluiten van 14 oktober 2022. In de uitspraak is verder onder meer te lezen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘7.3. De Afdeling is van oordeel dat [bedrijf 3] en [appellant sub 3] dit terecht betogen. De feiten zijn namelijk niet zodanig ernstig, ook niet in samenhang bezien, dat dit de conclusie rechtvaardigt dat sprake is van een ernstig gevaar dat de vergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen. De overtreding van [appellant sub 3] van de Wet milieubeheer betreft een feit uit januari 2012, waarbij restanten hout werden verbrand en is naar het oordeel van de Afdeling te lang geleden om nog te kunnen tegenwerpen. De overtreding op 5 november 2021 van de Wabo door [bedrijf 3] betreft het zonder vergunning realiseren van twee zelfstandige appartementen. Het betreft een overtreding in de zakelijke sfeer en voor de activiteit is later alsnog een vergunning verleend. Voor de overtredingen van [appellant sub 3] van de Wabo voor het zonder vergunning plaatsen van een dakopbouw zijn lasten onder dwangsom opgelegd, maar het college heeft geconstateerd dat de lasten niet zijn overtreden. Ter zitting heeft [appellant sub 3] bovendien onweersproken verklaard dat, nadat de lasten waren opgelegd, de bouwwerkzaamheden zijn gestopt. Ook voor de overtreding op 9 januari 2018 van de Wabo door [appellant sub 3) voor het zonder vergunning plaatsen van een tuinhuisje is een last onder dwangsom opgelegd, waarna de werkzaamheden direct zijn stopgezet. Nadat daarvoor vergunning is verkregen, is het tuinhuisje alsnog geplaatst. Het college heeft bovendien ter zitting verklaard dat de overtredingen op zichzelf bezien niet ernstig zijn. Ten aanzien van de uitbouw van het magazijn, voegt de Afdeling aan dit oordeel toe dat de Awr-feiten te lang geleden zijn gepleegd om nog te kunnen tegenwerpen. Niet is gebleken dat deze of vergelijkbare feiten opnieuw zijn gepleegd en dat nog sprake zou zijn van een structureel karakter, dat maakt dat deze feiten daarom ten grondslag konden worden gelegd aan de weigering om de omgevingsvergunning te verlenen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Mede gelet op het feit dat er sprake is van grotendeels oude feiten, die met uitzondering van</para>
        <para>de Awr feiten gering van ernst zijn, is de Afdeling van oordeel dat, ook als deze feiten worden</para>
        <para>bezien in samenhang, die feiten niet de conclusie kunnen dragen dat sprake is van ernstig  gevaar dat de omgevingsvergunningen zullen worden gebruikt om strafbare feiten te plegen. Dat [bedrijf 3] en [appellant sub 3] in het verleden vaker overtredingen hebben gepleegd, laat</para>
        <para>onverlet dat deze overtredingen onvoldoende ernstig zijn om, ook in samenhang, die  conclusie te kunnen rechtvaardigen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <para>Het betoog van het college slaagt niet. Het betoog van [bedrijf 3] en [appellant sub 3] slaagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.5.</nr>
      <para>Het voorgaande betekent dat het college de aanvragen voor een omgevingsvergunning niet mocht weigeren op grond van de Wet Bibob. Het college moet de aanvragen dan ook in behandeling nemen en, als er geen andere wettelijke beletselen zijn, de vergunning verlenen.’</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eisers] c.s. vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <para />
      <para>i. voor recht te verklaren dat de Staat c.s. hoofdelijk aansprakelijk is voor schade dan wel dat zij afzonderlijk aansprakelijk zijn en onrechtmatig heeft/hebben gehandeld jegens [eisers] c.s. en uit dien hoofde de door [eisers] c.s. geleden en nog te lijden schade moet(en) vergoeden;</para>
      <para />
      <para>de Staat c.s. (hoofdelijk) te veroordelen tot vergoeding van de door [eisers] c.s. geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;</para>
      <para />
      <para>de Staat c.s. te veroordelen, des de een betalende de anderen zijn bevrijd, tot betaling van een bedrag van € 1.000.000,00 (zegge ‘een miljoen euro') als voorschot op de bij staat op te maken schadevergoeding, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf datum vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
      <para />
      <para>de Staat c.s. te veroordelen om na betekening van dit vonnis tot rectificatie van de onrechtmatige uitlatingen over te gaan door plaatsing van de tekst zoals weergegeven in de dagvaarding onder “6.2 Vordering tot rectificatie”, althans een door de rechtbank redelijk geachte tekst, te laten plaatsen in het Dagblad van het Noorden en op onderstaande websites, en deze rectificatie op onderstaande websites geplaatst te houden:</para>
      <parablock>
        <para>a. https://gemeente. qroninqen.nl/actueel/nieuws;</para>
        <para>b. https://www.belastinqdienst.nl/ (onder “Actueel | Nieuws”);</para>
        <para>c. https://www.om.nl/actueel;</para>
        <para>d. https://www.politie.nl/ (onder “Uitgelicht”);</para>
        <para>e. https://www.politieacademie.nl/</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>de Staat c.s. te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten met ingang van 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De Gemeente en de Politie voeren elk voor zich verweer. Het Openbaar Ministerie en de Belastingdienst voeren gezamenlijk verweer. Allen concluderen tot niet-ontvankelijkheid van [eisers] c.s., dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eisers] c.s., met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisers] c.s. in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Kern van het geschil</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [eisers] c.s. stelt dat de Staat c.s. zowel als groep als ieder afzonderlijk onrechtmatig jegens [eisers] c.s. heeft gehandeld, omdat zij in strijd met maatschappelijke zorgvuldigheidsnormen heeft gehandeld en inbreuk heeft gemaakt op rechten van [eisers] c.s. Het onrechtmatige handelen in groepsverband bestaat er volgens [eisers] c.s. uit dat de Staat c.s. binnen het RIEC een plan heeft gemaakt om – kort gezegd – schade aan [eisers] c.s. toe te brengen én daaraan uitvoering heeft gegeven. Daarnaast hebben de Gemeente, de Belastingdienst, het Openbaar Ministerie en de Politie volgens [eisers] c.s. om verschillende redenen (die hierna aan de orde komen) ieder afzonderlijk onrechtmatig gehandeld, onder meer doordat zij uitlatingen in de media hebben gedaan die in strijd zijn met het recht op eer en goede naam (artikel 8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, EVRM) en in strijd zijn met de onschuldpresumptie (artikel 6 lid 2 EVRM) van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] . [eisers] c.s. stelt primair dat de Staat c.s. – zowel ten aanzien van het onrechtmatige handelen in groepsverband als het afzonderlijke onrechtmatige handelen – als groep aansprakelijk is als bedoeld in artikel 6:166 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) en subsidiair dat de Gemeente, de Belastingdienst, het Openbaar Ministerie en de Politie afzonderlijk aansprakelijk zijn (artikel 6:162 BW). Door het onrechtmatige handelen van de Staat c.s. heeft [eisers] c.s. zo stelt [eisers] c.s. schade geleden, die hij vooralsnog begroot op ongeveer <?linebreak?>€ 20.000.000,00 waarvan [eisers] c.s. in deze procedure een voorschot vordert. Tot slot stelt [eisers] c.s. dat de Staat c.s. tot rectificatie van de onrechtmatige uitlatingen dient over te gaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De Staat c.s. betwist dat zij onrechtmatig jegens [eisers] c.s. heeft gehandeld. Volgens de Staat c.s. was er geen plan om [eisers] c.s. schade toe te brengen. Daarnaast betwist de Staat c.s. dat zij onrechtmatige uitlatingen heeft gedaan in de media. Voor het overige is volgens haar ook geen sprake van onrechtmatig handelen. Verder betwist de Staat c.s. het causale verband tussen het vermeende onrechtmatige handelen en de schade die [eisers] c.s. stelt te hebben geleden. Tot slot betwist de Staat c.s. (de omvang van) de schade en dat er een grond bestaat over te gaan tot rectificatie van de uitlatingen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat (enkel) de Gemeente onrechtmatig jegens [eisers] c.s. heeft gehandeld door het doen van een aantal onrechtmatige uitlatingen door de burgemeester in de media en het nemen van een tweetal onrechtmatige besluiten. Daarvoor kan alleen de Gemeente worden aangesproken, nu [eisers] c.s. onvoldoende heeft onderbouwd dat wordt voldaan aan de vereisten van groepsaansprakelijkheid als bedoeld in artikel 6:166 lid 1 BW. [eisers] c.s. heeft verder onvoldoende onderbouwd dat er een causaal verband bestaat tussen de onrechtmatige uitlatingen en de onrechtmatige besluiten enerzijds en de schade anderzijds. Voor het overige is de rechtbank van oordeel dat de Staat c.s. niet onrechtmatig heeft gehandeld. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat er geen aanleiding bestaat de Gemeente te veroordelen tot openbaarmaking van een rectificatie. De rechtbank zal hierna motiveren hoe zij tot dit oordeel is gekomen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Onrechtmatig handelen de Staat c.s. als groep</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        [eisers] c.s. stelt dat de Staat c.s. een ‘plan’ had om samen als Team A39 – kort gezegd –schade toe te brengen aan [eiser sub 1] en [eiser sub 2] en om de aan hen gelieerde ondernemingen ten gronde te richten. Ter onderbouwing van die stelling wijst [eisers] c.s. op het stuk ‘<emphasis role="italic">Half werk van de politie is soms genoeg</emphasis>’ (r.o. 2.6.). Partijen verschillen van mening over de aanleiding en de herkomst van dit stuk. [eisers] c.s. stelt dat het stuk is opgesteld door een medewerker van de Gemeente ( [medewerker gemeente] ) naar aanleiding van een overleg tussen de convenantpartners van het RIEC (de Staat c.s.) over [eiser sub 1] en [eiser sub 2] . Dat betwist de Staat c.s. Zij voert aan dat het stuk is opgesteld door een externe partij naar aanleiding van een bijeenkomst van de Politieacademie over projecten van het RIEC. Deze externe partij zou na de bijeenkomst een aantal vragen aan (vertegenwoordigers van) de Gemeente, het Openbaar Ministerie, de Belastingdienst en de Politie hebben voorgelegd en het stuk hebben opgesteld. Onder het stuk staat weliswaar de naam van [medewerker gemeente] (destijds werkzaam bij de Gemeente), maar dat is volgens de Staat c.s. onjuist. Volgens de Staat c.s. is zij op geen enkele manier betrokken geweest bij de redactie van het stuk. De Staat c.s. zou het stuk voor publicatie op de website van de Politieacademie ook niet hebben gezien en gecontroleerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Tussen partijen staat in ieder geval (wel) vast dat het stuk onder meer gaat over <emphasis role="italic">‘dossier A39’</emphasis> van het RIEC. Dat dossier was – zo heeft de Gemeente toegelicht – op verzoek van de burgemeester aangemaakt in verband met de snelle opkomst van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] in het vastgoed, de bouw en horecabranche, alsmede hun (vermeende) intimiderende gedrag bij vergunningaanvragen en bemoeienis van vergunningaanvragen van horecaondernemers aan wie zij panden verhuurden. In het stuk is geschreven dat voornoemd dossier betrekking heeft op een <emphasis role="italic">‘criminele familie’ </emphasis>en dat <emphasis role="italic">‘de projectleiders hun gezamenlijke doelen helder hebben’, </emphasis>namelijk <emphasis role="italic">‘criminaliseren van de subjecten, zoveel mogelijk geld afpakken, waar mogelijk vergunningen intrekken, imago schade toebrengen, bestaande illegale structuur verstoren en doorbreken hypotheek - en bouwfraude’. </emphasis>Niet ter discussie staat dat de schrijver van het stuk met <emphasis role="italic">‘criminele familie’ </emphasis>[eiser sub 1] en [eiser sub 2] heeft bedoeld en de <emphasis role="italic">‘gezamenlijke doelen’</emphasis> volgens de schrijver zien op dossier A39 en daarmee [eiser sub 1] en [eiser sub 2] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De rechtbank acht de hiervoor omschreven doelstelling verwerpelijk. Blijkens het stuk is het doel om – zoals [eisers] c.s. ook bepleit – schade aan [eiser sub 1] en [eiser sub 2] toe te brengen en de aan hen gelieerde ondernemingen ten gronde te richten. Dit past niet in een democratische rechtsstaat waar burgers rechten toekomen die door de overheid gerespecteerd moeten worden en waarbij het overheidshandelen door de rechter getoetst moet kunnen worden. Met name de woorden “criminaliseren van de subjecten” keurt de rechtbank af nu dit verwijst naar een proces waarbij een gedraging of een dader als crimineel wordt beschouwd zonder dat er sprake is van een veroordeling voor een strafbaar feit. De herkomst en de aanleiding van het stuk staat echter niet vast, omdat partijen daarover van mening verschillen en geen stukken zijn overgelegd die één van de standpunten daarover ondersteunen. De doelstelling in het stuk wijkt in ieder geval af van de doelstelling die in het convenant van het RIEC is opgenomen (r.o. 2.3.). Eén en ander betekent dat thans niet kan worden aangenomen dat, zoals [eisers] c.s. stelt, <emphasis role="italic">‘de projectleiders’</emphasis> van het RIEC (te weten: de Staat c.s.) de in het stuk geschreven doelstelling met elkaar zijn overeengekomen en ter zake daarvan een plan hebben gemaakt. De rechtbank laat verder in het midden of voornoemd plan is gemaakt door de Staat c.s. althans door één van gedaagden, omdat het voor de beoordeling van de vraag of de Staat c.s. onrechtmatig heeft gehandeld – gelet op de stelling van [eisers] c.s. – in de kern genomen er om gaat of de Staat c.s. uitvoering heeft gegeven aan het (eventuele) plan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>
        [eisers] c.s. stelt dat de Staat c.s. uitvoering heeft gegeven aan het plan door gezamenlijk de media te hebben opgezocht met het doel om [eisers] c.s. schade toe te brengen. Dat volgt volgens [eisers] c.s. uit (1) het feit dat de berichtgeving over het Kangoo -onderzoek zich alleen focuste op [eiser sub 1] en [eiser sub 2] , (2) op ‘sleutelmomenten’ in het onderzoek de media is bericht, (3) de termen “A39” en “witwassen” in de media is gebruikt, (4) op 24/25 januari 2017 een persmoment heeft plaatsgevonden over het A39-dossier en het Kangoo -onderzoek en (5) de burgemeester heeft erkend dat het een bewuste keuze is geweest om openheid van zaken te geven over ‘de zaak’. De Staat c.s. betwist dat zij actief en gezamenlijk de media heeft benaderd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat [eisers] c.s. onvoldoende heeft onderbouwd dat de Staat c.s. (gezamenlijk) actief de media heeft opgezocht. Uit de mediaberichten waar [eisers] c.s. naar verwijst (die onder de feiten zijn opgenomen), valt naar het oordeel van de rechtbank niet af te leiden dat de berichtgeving op gezamenlijk initiatief van de Staat c.s. plaatsvond. Dat de berichtgeving over het Kangoo -onderzoek zich focuste op [eiser sub 1] en [eiser sub 2] komt de rechtbank logisch voor, aangezien zij verdachten waren in dat onderzoek. Verder heeft [eisers] c.s. onvoldoende onderbouwd dat de Staat c.s. op ‘sleutelmomenten’ de media actief heeft benaderd. De media heeft gepubliceerd over bepaalde ‘sleutelmomenten’, zoals de doorzoeking op 30 september 2015, de veroordeling van [eiser sub 2] voor verboden wapenbezit in juli 2016 en de aanhouding van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] c.s. op <?linebreak?>13 januari 2017, maar uit die berichtgeving kan niet worden geconcludeerd dat de Staat c.s. de media actief over deze ‘sleutelmomenten’ heeft geïnformeerd. De rechtbank acht het – vanwege het destijds lopende onderzoek – ook niet voor de hand liggend dat de Staat c.s. de media voorafgaand aan de aanhouding over die aanstaande aanhouding heeft ingelicht, zoals [eisers] c.s. heeft gesteld. Ook het feit dat de media de termen ‘A39’ en “witwassen” heeft gebruikt is onvoldoende om aan te nemen dat de Staat c.s. de media actief over het dossier A39 heeft geïnformeerd, dan wel dat er door de Staat c.s. actief uit het A39 dossier is gelekt.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>
        [eisers] c.s. heeft evenmin onderbouwd dat er in die periode een ‘gezamenlijk’ persmoment heeft plaatsgevonden over het ‘A39-dossier’. Het enkele feit dat een journalist van RTV Noord tijdens een studiogesprek heeft gezegd dat die week erna een ‘persmoment’ zou plaatsvinden, is onvoldoende om dat aan te nemen. [eisers] c.s. heeft niet concreet gemaakt wanneer en waar het persmoment heeft plaatsgevonden. Bovendien heeft de Gemeente aangevoerd dat elke week na de vergadering van het college een persmoment plaatsvindt en dat de journalist op een dergelijk persmoment kan hebben gedoeld. Tot slot volgt ook niet uit de opmerking van de burgemeester in een interview dat het <emphasis role="italic">‘een bewuste keuze is geweest om openheid van zaken te geven over de zaak</emphasis>’ (r.o. 2.33) dat de Staat c.s. actief de media heeft benaderd. Daaruit kan slechts worden geconcludeerd dat de burgemeester desgevraagd in interviews bewust het publiek heeft willen informeren over de aanhouding van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] in het Kangoo -onderzoek. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>
        [eisers] c.s. stelt verder dat de Staat c.s. binnen het RIEC ten onrechte vergunningen heeft geweigerd of ingetrokken dan wel is overgegaan tot ongegronde vervolgingen. Hiermee is volgens [eisers] c.s. uitvoering gegeven aan het plan. Ook dat is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. De Staat c.s. heeft toegelicht dat binnen het RIEC niet ‘gezamenlijk’ als groep besluiten worden genomen. Volgens de Staat c.s. heeft het RIEC slechts uitvoering aan haar doelstelling van het convenant gegeven (kort gezegd: samenwerking in de strijd tegen criminele ondermijning van de samenleving) door overleg tussen gezaghebbende vertegenwoordigers van partners te faciliteren en door – onder voorwaarden omtrent geheimhouding en gegevensbescherming – gegevens te wisselen tussen de convenantpartners. De Staat c.s. voert aan dat iedere convenantpartner (vervolgens) ‘binnen haar eigen kolom’ opereert en besluiten neemt. [eisers] c.s. heeft niet onderbouwd dat de convenantpartners van het RIEC op een andere wijze te werk zijn gegaan, dan wel dat zij in strijd met enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur hebben gehandeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Dit alles betekent dat [eisers] c.s. onvoldoende heeft onderbouwd dat de Staat c.s. uitvoering heeft gegeven aan een gezamenlijk plan om [eisers] c.s. – kort gezegd – schade toe te brengen en de aan hen gelieerde ondernemingen ten gronde te richten. Om die reden is (in zoverre) geen sprake van groepsaansprakelijkheid als bedoeld in artikel 6:166 BW. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Onrechtmatig handelen de Gemeente, de Belastingdienst, het Openbaar Ministerie en de Politie ieder afzonderlijk </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>
        [eisers] c.s. stelt dat de Gemeente, de Belastingdienst, het Openbaar Ministerie en de Politie om verschillende redenen ieder afzonderlijk onrechtmatig hebben gehandeld. De rechtbank zal hierna per gedaagde motiveren waarom zij van oordeel is dat wel of geen sprake is van onrechtmatig handelen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De Gemeente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>
        [eisers] c.s. stelt dat de Gemeente onrechtmatig heeft gehandeld omdat (a) de burgemeester in de media uitlatingen heeft gedaan die in strijd zijn met het recht op eer en goede naam en die in strijd zijn met de onschuldpresumptie van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] en (b) de Gemeente onrechtmatige besluiten heeft genomen ter zake van de aanvraag van vergunningen voor [adres] en [adres] te Groningen (r.o. 2.46.)</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">a. Onrechtmatige uitlatingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>Een uitlating (in de media) is allereerst onrechtmatig indien het recht op eerbiediging van de eer en goede naam van degene over wie de uitlating gaat (artikel 10 Grondwet en artikel 8 EVRM) in het concrete geval zwaarder weegt dan het recht op vrijheid van meningsuiting van degene die de uitlating doet (artikel 7 Grondwet en artikel 10 EVRM).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <para>Welke van deze rechten zwaarder weegt, hangt af van de omstandigheden van het geval. De Hoge Raad heeft als in aanmerking te nemen omstandigheden genoemd:</para>
      <para />
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>de aard van de gepubliceerde verdenkingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie de verdenkingen betrekking hebben,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de ernst - bezien vanuit het algemeen belang - van de misstand welke de publicatie aan de kaak beoogt te stellen,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mate waarin ten tijde van de publicatie de verdenkingen steun vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>e inkleding van de verdenkingen, gezien in verhouding tot de onder a tot en met c genoemde factoren,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mate van waarschijnlijkheid dat, ook zonder de verweten publicatie, het nagestreefde doel langs andere, voor de wederpartij minder schadelijke wegen met een redelijke kans op spoedig succes bereikt had kunnen worden, en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een mogelijke beperking van het door de perspublicatie te veroorzaken nadeel voor degene die erdoor wordt getroffen, in verband met de kans dat het betreffende stuk, ook zonder de verweten terbeschikkingstelling aan de pers, in de publiciteit zou zijn gekomen.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze opsomming is niet limitatief: alle relevante omstandigheden moeten worden meegewogen.<footnote-ref linkend="_6502fe85-6bfd-4365-96e6-4635c04da73c" /></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.16.</nr>
      <para>Daarnaast zijn uitlatingen van overheidsfunctionarissen (per definitie) onrechtmatig indien deze inbreuk maken op artikel 6 lid 2 EVRM (onschuldpresumptie). In dat artikel is het recht gewaarborgd dat een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, voor onschuldig wordt gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan. Met betrekking tot de vraag of sprake is van een inbreuk op het door artikel 6, lid 2 EVRM gewaarborgde recht heeft de Hoge Raad het volgende overwogen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“Of van een dergelijke inbreuk sprake is dient te worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Ten aanzien van het antwoord op de vraag wanneer die inbreuk kan worden aangenomen, heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zijn vaste rechtspraak als volgt samengevat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>"(...) respect for the presumption of innocence requires that the authorities use all the necessary discretion and circumspection [see Allenet de Ribemont v. France, judgment of 10 February 1995, Series A no. 308, p. 17, § 38]. Article 6 § 2 will be violated if a statement of a public official concerning a person charged with a criminal offence reflects an opinion that he is guilty before he has been proved so according to law. It suffices, even in the absence of any formal finding, that there is some reasoning to suggest that the official regards the accused as guilty. In this respect, the Court has emphasised the importance of the choice of words by public officials in their statements to the press before a person has been tried and found guilty of an offence (Daktaras v. Lithuania, no. 42095/98, §§ 41 and 44, ECHR 2000-X, and Butkevicius v. Lithuania, judgment quoted above, §§ 49-50)."<footnote-ref linkend="_485eeea9-f6cb-4c4e-a5d6-39f5736a1844" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens volgt voorts dat artikel 6 lid 2 EVRM geldt voor verklaringen van overheidsfunctionarissen met betrekking tot<emphasis role="italic"> lopende strafrechtelijke onderzoeken</emphasis> die het publiek ertoe aanzetten de verdachte schuldig te achten en vooruitlopen op de beoordeling van de feiten door de bevoegde rechterlijke autoriteit.<footnote-ref linkend="_e5bbe6ea-591e-4352-8a4e-6789edd734f3" /></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.17.</nr>
      <para>De uitlatingen van de burgemeester in de media hebben betrekking op [eiser sub 1] en [eiser sub 2] . De Gemeente heeft onweersproken gelaten dat die uitlatingen ook de aan [eiser sub 1] en [eiser sub 2] gelieerde vennootschappen (eisers 3 tot en met 12) raken (of hebben geraakt) en in zoverre ook onrechtmatig jegens hen kunnen zijn. Ook is niet betwist dat de uitlatingen van de burgemeester kunnen worden toegerekend aan de Gemeente. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.18.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat een aantal uitlatingen van de burgemeester de onschuldpresumptie van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] schenden en dus onrechtmatig zijn jegens [eiser sub 1] en [eiser sub 2] en daarmee [eisers] c.s. De overige uitlatingen die [eisers] c.s. aanhaalt zijn ofwel grensgevallen, maar naar het oordeel van de rechtbank niet onrechtmatig, dan wel niet onrechtmatig, zodat deze verder buiten beschouwing blijven. Bovendien heeft [eisers] c.s. zijn stelling (die de rechtbank overigens tardief acht) dat met deze uitlatingen in strijd met artikel 10 van de Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: AVG) en/of het convenant (vertrouwelijke) informatie met de media is gedeeld en daarom onrechtmatig is gehandeld, onvoldoende onderbouwd. De Gemeente is tot slot niet gebonden aan de Aanwijzing Voorlichting Opsporing en Vervolging, zodat de Gemeente in zoverre ook niet onrechtmatig kan hebben gehandeld.  </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.19.</nr>
      <para>De volgende uitlatingen zijn naar het oordeel van de rechtbank onrechtmatig: </para>
      <para />
      <para>- ‘ ‘<emphasis role="italic">Wij veronderstellen dat deze verdachten, die veel bezittingen hebben in Groningen, betrokken zijn bij criminele activiteiten. We moeten voorkomen dat crimineel verkregen geld geïnvesteerd wordt in de maatschappij’ </emphasis>(Dagblad van het Noorden, 18 januari 2017, r.o. 2.20.);</para>
      <para />
      <para>- ‘ <emphasis role="italic">‘Het zijn broers die zich al lang manifesteren in onze samenleving. We moeten natuurlijk afwachten of ze veroordeeld worden, maar het is goed dat dit een keer gebeurt. Er zijn veel mensen de dupe van hen geworden’, aldus [burgemeester] .’ </emphasis><?linebreak?>(RTV Noord, 18 januari 2017, r.o. 2.22.);</para>
      <para />
      <para>- ‘ ‘<emphasis role="italic">Op een verkeerde manier verdiend geld vloeit weer terug in de maatschappij door allerlei schimmige constructies. We dulden dat niet en treden hard op tegen deze vorm van criminaliteit. Dit moet een duidelijk signaal zijn.’ </emphasis>(De Telegraaf ,18 januari 2017, r.o. 2.25.);</para>
      <para />
      <para>- ‘ ‘<emphasis role="italic">Burgemeester [burgemeester] : Nou, ik zeg dat zij in verkeerde circuits en op een verkeerde manier hun geld verdienen. Uiteindelijk moet een rechter erover uitspreken hoe crimineel dat is, dat doe ik niet.</emphasis></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">de verslaggever: Maar u loopt het risico dat u straks bakzeil moet halen, omdat de heren niet veroordeeld worden.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">de burgemeester [burgemeester] : Ik acht dat risico niet zo heel groot.’</emphasis>
        </para>
        <para>(interview RTV Noord, 27 januari 2017, r.o. 2.33.);</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- ‘ <emphasis role="italic">‘Ik respecteer dat de advocaat opkomt voor zijn cliënt, maar wij vinden dat deze heren zich mengen in onze samenleving op een manier die wij niet willen. Zij verdienen onder andere op criminele wijze hun geld. Zij ondervinden nu nadelige gevolgen van de manier waarop zij nu bezig zijn.’ (</emphasis>Dagblad van het Noorden, 28 januari 2017, <?linebreak?>r.o. 2.35.). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.20.</nr>
      <para>De burgemeester heeft voornoemde uitlatingen in de media gedaan naar aanleiding van (vragen omtrent) de arrestatie van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] in het Kangoo -onderzoek. Daarbij heeft hij naar het oordeel van de rechtbank als feit gepresenteerd dat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] schuldig waren aan de strafbare feiten waarvoor zij waren aangehouden, terwijl een rechter zich daarover nog niet had uitgesproken. De opmerkingen dat <emphasis role="italic">‘het goed zou zijn als [eiser sub 1] en [eiser sub 2] een keer veroordeeld zouden worden</emphasis>’, dat ze <emphasis role="italic">‘in verkeerde circuits en op een verkeerde manier geld verdienen’</emphasis> (of woorden van gelijke strekking) en dat de burgemeester <emphasis role="italic">‘het risico niet zo heel groot acht’</emphasis> dat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] niet veroordeeld zouden worden<emphasis role="italic">,</emphasis> schenden zo evident de onschuldpresumptie van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] , dat dit verder geen toelichting behoeft. De toevoeging van de burgemeester dat de rechter uiteindelijk moet beslissen <emphasis role="italic">‘hoe crimineel dat is’ </emphasis>(rechtbank: het in criminele circuits op verkeerde manier geld verdienen), doet daaraan niet af. Met de opmerking ‘hoe’ crimineel impliceert de burgemeester zelfs dat het criminele handelen van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] al vast staat, en dat slechts de ernst daarvan nog door de rechter moest worden vastgesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.21.</nr>
      <para>Ook de uitlating van de burgemeester dat hij <emphasis role="italic">‘veronderstelt’</emphasis>, oftewel voor waar aanneemt, dat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] betrokken zijn bij criminele activiteiten en dat ‘<emphasis role="italic">voorkomen moet worden dat crimineel verkregen geld geïnvesteerd wordt in de maatschappij’ </emphasis>schendt de onschuldpresumptie van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] . Die laatste zin is geen algemene opmerking, zoals de Gemeente lijkt te bepleiten, maar slaat op de <emphasis role="italic">‘criminele activiteiten’</emphasis> waar [eiser sub 1] en [eiser sub 2] volgens de burgemeester bij betrokken waren. Verder is de opmerking dat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] zich ‘<emphasis role="italic">mengen in onze samenleving op een manier die wij niet willen’ </emphasis>in strijd met de onschuldpresumptie, omdat de burgemeester ‘die manier’ verduidelijkt door daaraan toe te voegen dat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] ‘<emphasis role="italic">onder andere op criminele wijze hun geld verdienen’. </emphasis>Tot slot geldt dit ook voor de opmerking <emphasis role="italic">‘dat veel mensen de dupe van hen zijn geworden’</emphasis>. Volgens de Gemeente was die opmerking juist en gerechtvaardigd, gelet op de aangiftes van oplichting door de onderaannemers in het Kangoo -onderzoek (r.o. 2.5.). Die rechtvaardiging bestond er naar het oordeel van de rechtbank (juist) niet, aangezien er slechts aangiftes waren gedaan en een rechter zich nog niet had uitgelaten over de vraag of [eiser sub 1] en [eiser sub 2] schuldig waren aan oplichting en daardoor ‘<emphasis role="italic">mensen de dupe van hen zijn geworden</emphasis>’.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.22.</nr>
      <para>De Gemeente betoogt verder dat de uitlatingen moeten worden bezien in het licht van de informatieverplichting van de burgemeester ten aanzien van door hem in die periode (eind 2016/januari 2017) genomen (Bibob)besluiten en dat daarom – zo begrijpt de rechtbank het standpunt – de uitlatingen niet onrechtmatig zijn. Ook daar gaat de rechtbank aan voorbij. Dat de burgemeester in die periode via de media het publiek wilde (of moest) informeren over de (Bibob)besluiten die hij had genomen, doet niet af aan het feit dat hij voorzichtigheid had moeten betrachten bij de beantwoording van de vragen die de media hem tegelijkertijd over de aanhouding heeft gesteld. De Gemeente heeft bovendien onvoldoende weersproken dat de opmerkingen van de burgemeester over het <emphasis role="italic">‘op criminele/verkeerde wijze geld verdienen’</emphasis> betrekking had op de genomen (Bibob)besluiten en een opgelegde boete ten aanzien van het schenken van alcohol aan minderjarigen. Uit voornoemde publicaties volgt dat de burgemeester deze opmerkingen heeft gemaakt met betrekking tot de aanhouding van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.23.</nr>
      <para>De rechtbank gaat tot slot voorbij aan het standpunt van de Gemeente dat de uitlatingen niet onrechtmatig zijn, omdat de burgemeester met de uitlatingen slechts uitvoering zou hebben gegeven aan zijn taak om het publiek te informeren over een kwestie van openbare orde en uitlatingen in het kader van het publieke debat bovendien een hoge mate van vrijheid genieten. De rechtbank is met de Gemeente van oordeel dat het de taak van een burgemeester is om het publiek te informeren over kwesties van openbare orde - zoals strafrechtelijke onderzoeken - maar het is niet zijn taak om in dat verband veroordelende uitspraken te doen over burgers die (slechts nog) verdachte zijn in dergelijke onderzoeken. Juist van een burgemeester mag worden verwacht dat hij terughoudend en zorgvuldig is in de uitspraken die hij in de media doet over lopende strafrechtelijke onderzoeken en dat hij zich ervan vergewist dat zijn uitspraken geen inbreuk maken op het recht van een ieder dat hij voor onschuldig wordt gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan. Dit geldt ook voor uitlatingen in het kader van het publieke debat. Een burgemeester dient zich bovendien te realiseren dat het publiek aan de bewoordingen van een burgemeester veel gewicht toekent. Dit alles heeft de burgemeester niet gedaan. De uitlatingen van de burgemeester zijn niet passend en zorgvuldig, nu hij zich in niet mis te verstane bewoordingen heeft uitgelaten dat de gedragingen van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] strafbaar waren. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">b. Onrechtmatige besluiten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.24.</nr>
      <para>
        [eisers] c.s. meent dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door in december 2021 de bouwvergunningen te weigeren op grond van de Wet Bibob. Omdat de rechtbank de besluiten (op bezwaar) van de Gemeente heeft vernietigd, en die vernietiging door de Afdeling in stand is gelaten, moet volgens [eisers] c.s. worden aangenomen dat de (primaire) besluiten van de Gemeente van 23 december 2021 onrechtmatig zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.25.</nr>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat indien een besluit van een bestuursorgaan wordt vernietigd, de onrechtmatigheid daarvan in een geding bij de burgerlijke rechter vast staat. In het onderhavige geval heeft de Afdeling de besluiten op bezwaar vernietigd en zelf in de zaak voorziend de primaire besluiten herroepen. Het College van burgemeester en wethouders  moet de aanvragen in behandeling nemen en als er geen wettelijke beletselen zijn de vergunning verlenen. In een situatie waarin het besluit niet is vernietigd maar herroepen, hangt het antwoord op de vraag of het primaire besluit onrechtmatig moet worden geacht en aan het bestuursorgaan kan worden toegerekend, af van de redenen die tot herroeping hebben geleid en de omstandigheden waaronder het primaire besluit tot stand is gekomen. Indien het primaire besluit berust op een onjuiste uitleg van de wet en derhalve onrechtmatig is, moet dit onrechtmatig handelen in ieder geval aan het betrokken overheidslichaam worden toegerekend. In het onderhavige geval, waarin de besluiten op bezwaar zijn vernietigd omdat de primaire besluiten waren genomen in strijd met de Wet Bibob, (die bood volgens de Afdeling geen grondslag voor de weigering van de omgevingsvergunningen), zijn naar het oordeel van de rechtbank ook de primaire besluiten onrechtmatig en kan dat aan de Gemeente worden toegerekend.<footnote-ref linkend="_d243d2ab-0a6f-4ac2-a210-f165d4a12137" /> De rechtbank zal onder r.o. 4.59 oordelen over het causale verband tussen de onrechtmatige besluiten en de schade.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De Belastingdienst</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.26.</nr>
      <para>
        [eisers] c.s. stelt dat de Belastingdienst onrechtmatig heeft gehandeld omdat (a) de Belastingdienst (althans de destijds bij de Belastingdienst werkzame personen [medewerker belastingdienst] en [directeur Belastingdienst Noord] ) uitlatingen heeft gedaan in de media en in het stuk <emphasis role="italic">‘Half werk van de politie is soms al genoeg’</emphasis> die in strijd zijn met het recht op eer en goede naam en in strijd zijn met de onschuldpresumptie van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] en (b) de Belastingdienst de vervolging ter zake van het fiscale onderzoek (r.o. 2.7.) heeft gestimuleerd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	a. Onrechtmatige uitlatingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.27.</nr>
      <para>Bij de beoordeling van de vraag of [medewerker belastingdienst] en [directeur Belastingdienst Noord] onrechtmatige uitlatingen hebben gedaan, geldt het hiervoor onder r.o. 4.14. tot en met 4.16. genoemde toetsingskader.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.28.</nr>
      <para>De rechtbank acht de door [eisers] c.s. aangehaalde uitlatingen niet onrechtmatig. De opmerking van [medewerker belastingdienst] in het stuk ‘<emphasis role="italic">Half werk van de politie is soms al genoeg’</emphasis> dat ze <emphasis role="italic">‘de subjecten binnenkort pijn gaan doen’</emphasis> acht de rechtbank niet onrechtmatig. Het spreekt over toekomstig handelen, tast niet de eer en goede naam van [eisers] c.s. aan en is ook niet in strijd met de onschuldpresumptie. [eiser sub 1] en [eiser sub 2] hebben door de uitgebrachte persverklaring zelf de aandacht gevestigd op het stuk en zichzelf aan dat stuk gelinkt (r.o. 2.32.). Ook valt zonder nadere onderbouwing niet in te zien dat de opmerking van [directeur Belastingdienst Noord] – <emphasis role="italic">‘Zo kijken we naar de geldstromen binnen hun bedrijven. Daarbij vragen we ons af wat de herkomst is en of dat wel klopt’ </emphasis>(r.o. 2.30.) – onrechtmatig is. [directeur Belastingdienst Noord] heeft slechts toegelicht dat de Belastingdienst onderzoek deed naar geldstromen en hij heeft in dat verband geen veroordelende uitspraken over [eiser sub 1] en [eiser sub 2] gedaan. Ook het citaat <emphasis role="italic">‘dat de Belastingdienst in stelling wordt gebracht’ </emphasis>(r.o. 2.29.) is niet onrechtmatig, omdat dit geen uitlating van [directeur Belastingdienst Noord] betreft en bovendien deze uitlating niet in strijd is met het recht op eer en goede naam en niet in strijd is met de onschuldpresumptie van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] . De Belastingdienst heeft met voornoemde uitlatingen ook niet in strijd met artikel 10 AVG gehandeld en/of in strijd met het convenant (vertrouwelijke) informatie over [eiser sub 1] en [eiser sub 2] gedeeld. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	b. Stimuleren vervolging fiscaal onderzoek</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.29.</nr>
      <para>De rechtbank is met de Belastingdienst van oordeel dat [eisers] c.s. op geen enkele manier heeft onderbouwd dat de Belastingdienst de vervolging voor het fiscale onderzoek ‘heeft gestimuleerd’ én waarom dit onrechtmatig is. De rechtbank gaat dan ook voorbij aan deze stelling van [eisers] c.s.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Het Openbaar Ministerie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.30.</nr>
      <para>
        [eisers] c.s. stelt dat het Openbaar Ministerie onrechtmatig heeft gehandeld omdat (a) de (destijds) plaatsvervangend hoofdofficier van justitie van het Openbaar Ministerie [hoofdofficier] (hierna: [hoofdofficier] ) in de media uitlatingen heeft gedaan die in strijd zijn met het recht op eer en goede naam en die in strijd zijn met de onschuldpresumptie van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] en (b) het Openbaar Ministerie [eiser sub 1] en [eiser sub 2] heeft vervolgd in het Kangoo -onderzoek en het fiscale onderzoek terwijl daarvoor geen rechtvaardiging bestond en zij daarvoor zijn vrijgesproken.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">a. Onrechtmatige uitlatingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.31.</nr>
      <para>De rechtbank acht – met inachtneming van voornoemd toetsingskader – ook de uitlatingen van Veurink niet onrechtmatig. Volgens [eisers] c.s. riep [hoofdofficier] op tot deelname aan Team A39 om buiten de strafrechtelijke weg criminelen - zoals [eiser sub 1] en [eiser sub 2] - aan te pakken. De rechtbank begrijpt dat [eisers] c.s. doelt op de opmerking van [hoofdofficier] zoals te lezen in de laatste alinea van het artikel in het Dagblad van het Noorden van 25 januari 2017 (r.o. 2.29.). Anders dan [eisers] c.s. stelt, roept [hoofdofficier] niet op tot ‘deelname aan A39’. Hij heeft naar het oordeel van de rechtbank enkel toegelicht dat in Groningen, Drenthe en Friesland <emphasis role="italic">meerdere gevallen</emphasis> bestaan waarin een verweving van de onder- en bovenwereld wordt gezien. Verder heeft hij een <emphasis role="italic">algemene</emphasis> oproep gedaan aan andere partners zoals makelaars en notarissen om zich aan te sluiten bij de samenwerking tussen de Gemeente, Politie, Belastingdienst en het Openbaar Ministerie om de opmars van de criminaliteit tegen te gaan. [eiser sub 1] en [eiser sub 2] worden in de opmerking van Veurink ook niet genoemd. Vanwege het algemene karakter van de opmerking(en), zijn deze ook niet in strijd met de Aanwijzing Voorlichting Opsporing en Vervolging, nu met die uitlatingen niet ‘de identiteit van de verdachte’ bekend kon worden. Met deze uitlatingen zijn daarom evenmin persoonsgegevens verwerkt (artikel 10 AVG) dan wel in strijd met het convenant (vertrouwelijke) informatie over [eiser sub 1] en [eiser sub 2] gedeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.32.</nr>
      <para>Verder stelt [eisers] c.s. dat het Openbaar Ministerie door middel van het stuk <emphasis role="italic">‘Half werk van de politie is soms al genoeg’</emphasis> heeft bijgedragen aan de publieke veroordeling van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] . Voor zover [eisers] c.s. daarmee bedoelt dat Veurink of een andere vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie zich op onrechtmatig wijze in dat stuk heeft geuit, gaat de rechtbank daaraan voorbij, omdat geen medewerker van het Openbaar Ministerie zich in het stuk heeft uitgelaten. Reeds om die reden kan geen sprake zijn van onrechtmatig handelen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	b. Vervolging Kangoo -onderzoek en fiscale onderzoek</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.33.</nr>
      <para>
        [eiser sub 1] en [eiser sub 2] zijn vervolgd en vervolgens vrijgesproken voor – kort gezegd – oplichting en belastingfraude (r.o. 2.43. en r.o. 2.44.). [eisers] c.s. stelt dat hij vanwege de vrijspraak op grond van het Begaclaim-arrest aanspraak kan maken op een schadevergoeding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.34.</nr>
      <para>In dat arrest is bepaald dat de Staat uitsluitend op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk is voor strafvorderlijk optreden van politie en justitie, als:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>van begin af aan een rechtvaardiging voor dat optreden heeft ontbroken omdat dit optreden in strijd was met een publiekrechtelijke rechtsnorm (neergelegd in de wet of in het ongeschreven recht), of</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>achteraf uit het strafvonnis of anderszins uit het strafdossier blijkt van de onschuld van de gewezen verdachte en van het ongefundeerd zijn van de verdenking waarop het optreden was gebaseerd.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para>De stelplicht en bewijslast ten aanzien van het bestaan van deze gronden rusten op de voormalige verdachte, in casu [eiser sub 1] en [eiser sub 2] .<footnote-ref linkend="_715aadfa-ce33-46a5-9634-da99138d9bc2" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.35.</nr>
      <para>
        [eisers] c.s. stelt dat zowel ten aanzien van de vervolging in het Kangoo -onderzoek als het fiscale onderzoek sprake is van de a-grond en b-grond. Het Openbaar Ministerie betwist dit. Bovendien voert zij het verweer dat een eventuele vordering op grond van het Begaclaim-arrest is verjaard. De rechtbank oordeelt allereerst over dit verjaringsverweer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.36.</nr>
      <para>Artikel 3:310 lid 1 BW bepaalt dat een rechtsvordering tot vergoeding van schade verjaart door verloop van vijf jaar na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden. Naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad gaat het hier om een daadwerkelijke bekendheid. De verjaringstermijn van artikel 3:310 lid 1 BW begint dus pas te lopen op de dag na die waarop de benadeelde daadwerkelijk in staat is een rechtsvordering tot vergoeding van de door hem geleden schade in te stellen. Daarvan zal sprake zijn als de benadeelde voldoende zekerheid – die niet een absolute zekerheid behoeft te zijn – heeft verkregen dat de schade is veroorzaakt door een tekortschietende of foutieve handeling van de betrokken persoon. Dit houdt niet in dat voor het gaan lopen van de verjaringstermijn is vereist dat de benadeelde niet alleen bekend is met de feiten en omstandigheden die betrekking hebben op de schade en de daarvoor aansprakelijke persoon, maar ook met de juridische beoordeling van die feiten en omstandigheden. De exacte omvang van de schade hoeft ook nog niet vast te staan. Het antwoord op de vraag op welk tijdstip de verjaringstermijn is gaan lopen, is afhankelijk van alle relevante omstandigheden.<footnote-ref linkend="_b7fef75a-e5ee-4a7d-bd1b-811a4cabe2aa" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.37.</nr>
      <para>Voor schade als gevolg van de inzet van strafvorderlijke dwangmiddelen begint de verjaringstermijn volgens vaste rechtspraak te lopen op de dag na de eerste toepassing van die dwangmiddelen. Aan die rechtspraak ligt ten grondslag dat een (voormalige) verdachte vanaf het moment dat hij wordt aangehouden of dat op hem andere dwangmiddelen worden toegepast kan beoordelen of hij onschuldig is. Vanaf dat moment wordt hij dus ook geacht bekend te zijn met zijn schade en met de daarvoor aansprakelijke (rechts)persoon, namelijk de Staat.<footnote-ref linkend="_3feb3896-5e99-467a-b13a-5cd4ddf86de9" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.38.</nr>
      <para>Op 30 september 2015 hebben doorzoekingen plaatsgevonden in woningen van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] (althans de woningen waar zij verbleven) en in bedrijfspanden van de aan hen gelieerde vennootschappen. Deze doorzoekingen hadden - zo heeft het Openbaar Ministerie onweersproken aangevoerd - betrekking op het Kangoo -onderzoek én het fiscale onderzoek. Het betrof de eerste toepassing van een dwangmiddel. Verder is onweersproken aangevoerd dat bij de doorzoeking de reden van de doorzoeking en de verdenkingen die jegens [eiser sub 1] en [eiser sub 2] bestonden, zijn vermeld. Vanaf dat moment konden [eiser sub 1] en [eiser sub 2] dan ook beoordelen of zij onschuldig waren ten aanzien van die verdenkingen. Voor zover [eiser sub 1] en [eiser sub 2] bepleiten dat met ‘eerste dwangmiddel’ wordt bedoeld ‘de aanhouding’ (die in dit geval plaatsvond op 13 januari 2017), gaat de rechtbank daar aan voorbij. Het eerste dwangmiddel kan, zoals uit het voorgaande blijkt, de aanhouding zijn <emphasis role="italic">of </emphasis>een ander dwangmiddel. [eiser sub 1] en [eiser sub 2] waren al voor hun aanhouding in het Kangoo -onderzoek, namelijk ten tijde van de doorzoeking, met de verdenkingen ten aanzien van oplichting én belastingfraude bekend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.39.</nr>
      <para>Het voorgaande betekent dat de verjaringstermijn is aangevangen op 1 oktober 2015. [eisers] c.s. stelt niet dat hij de verjaringstermijn (voor 1 oktober 2020) heeft gestuit. Tussen partijen staat vast dat [eisers] c.s. het Openbaar Ministerie voor het eerst op <?linebreak?>22 december 2021 aansprakelijk heeft gesteld. Op dat moment was een (eventuele) vordering van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] al verjaard. Dit betekent dat het verjaringsverweer slaagt en de vordering op deze grond wordt afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De Politie </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.40.</nr>
      <para>Tot slot stelt [eisers] c.s. dat de Politie onrechtmatig heeft gehandeld, omdat (a) de politie verantwoordelijk is voor het stuk <emphasis role="italic">‘Half werk van de politie is soms al genoeg’</emphasis> en (b) de heer [teamleider politie] (destijds teamleider bij de Politie) zich in dat stuk op onrechtmatige wijze heeft uitgelaten<emphasis role="italic">. </emphasis></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	a. Verantwoordelijkheid stuk ‘Half werk van de politie is soms al genoeg’</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.41.</nr>
      <para>Zoals hiervoor is overwogen, is de aanleiding en de herkomst van het stuk ‘<emphasis role="italic">Half werk van de politie is soms al genoeg’ </emphasis>niet duidelijk geworden. Tussen partijen staat evenwel vast dat het stuk is geplaatst op de website van de Politieacademie. [eisers] c.s. stelt dat de Politie verantwoordelijk kan worden gehouden voor het stuk, omdat het stuk ‘op haar website staat’. De Politie heeft echter aangevoerd dat de Politieacademie een andere rechtspersoon is dan de Politie, hetgeen [eisers] c.s. niet heeft weersproken. Gelet daarop, is onvoldoende onderbouwd dat de Politie verantwoordelijk moet worden gehouden voor de inhoud van het stuk. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">b. Onrechtmatige uitlatingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.42.</nr>
      <para>De Politie kan wel worden aangesproken op de uitlatingen die de heer [teamleider politie] heeft gedaan in het stuk, maar [eisers] c.s. heeft niet onderbouwd welke uitlatingen van [teamleider politie] onrechtmatig zouden zijn en waarom hiervan sprake zou zijn. Bovendien heeft [eiser sub 1] door de uitgebrachte persverklaring zelf de aandacht gevestigd op het stuk en zichzelf aan dat stuk gelinkt (r.o. 2.32.).  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Groepsaansprakelijkheid op grond van artikel 6:166 BW</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.43.</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat enkel de Gemeente onrechtmatig heeft gehandeld nu de burgemeester een aantal onrechtmatige uitlatingen in de media heeft gedaan en de Gemeente een aantal onrechtmatige besluiten heeft genomen. De vraag die thans voorligt is of de Staat c.s. als groep daarvoor aansprakelijk is als bedoeld in artikel 6:166 lid 1 BW. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.44.</nr>
      <para>In dat artikel is bepaald dat in geval één van tot een groep behorende personen onrechtmatig schade toebrengt en de kans op het aldus toebrengen van schade deze personen had behoren te weerhouden van hun gedragingen in groepsverband, zij hoofdelijk aansprakelijk zijn indien deze gedragingen hun kunnen worden toegerekend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.45.</nr>
      <para>
        [eisers] c.s. heeft naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd dat de Staat c.s. een ‘groep’ is als bedoeld in artikel 6:166 BW. De Staat c.s. heeft – zoals hiervoor is overwogen – toegelicht dat binnen het RIEC – kort gezegd – slechts overleg en informatiewisseling plaatsvindt en [eisers] c.s. heeft niet nader onderbouwd dat op een andere wijze wordt gehandeld (r.o. 4.10.). Dat de Gemeente, de Belastingdienst, het Openbaar Ministerie en de Politie binnen RIEC-verband informatie met elkaar hebben gewisseld, en elke convenantpartner vervolgens binnen haar bevoegdheden met die informatie bepaalde besluiten heeft genomen (of kon nemen), is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van een groep als bedoeld in artikel 6:166 BW.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.46.</nr>
      <para>Bovendien is niet onderbouwd dat de kans op het toebrengen van schade door de onrechtmatige uitlatingen (van de burgemeester) en de onrechtmatige besluiten van de Gemeente, de Belastingdienst, het Openbaar Ministerie en de Politie had behoren te weerhouden van hun gedragingen in groepsverband. [eisers] c.s. heeft die ‘gedragingen’ niet onderbouwd. [eisers] c.s. stelt dat de Staat c.s. bewust gezamenlijk de media heeft opgezocht en zij één en ander onderling met elkaar ‘herhaaldelijk en intensief’ afstemde, maar dat betwist de Staat c.s. en heeft [eisers] c.s. – zoals hiervoor in r.o. 4.7. tot en met r.o. 4.10. ook is overwogen – onvoldoende onderbouwd. Nergens volgt uit dat de Belastingdienst, het Openbaar Ministerie en de Politie op enigerlei wijze betrokken waren bij de onrechtmatige uitlatingen door de burgemeester. [eisers] c.s. heeft evenmin onderbouwd dat – hoewel het convenant daartoe geen grondslag bood – de Belastingdienst, het Openbaar Ministerie en de Politie betrokken konden zijn en waren bij de onrechtmatige besluiten. De enige gedraging die is vast komen te staan is het delen van informatie tussen de convenantpartners. De rechtbank is met de Staat c.s. van oordeel dat het delen van informatie geen gedraging is die de Staat c.s. niet mocht verrichten omdat de kans zou bestaan dat de burgemeester daardoor uitlatingen in de media zou doen die onrechtmatig zijn of dat (jaren later) de Gemeente onrechtmatige besluiten zou nemen én daardoor schade zou kunnen ontstaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.47.</nr>
      <para>Het voorgaande betekent dat de Staat c.s. niet als groep aansprakelijk is voor de onrechtmatige uitlatingen van de burgemeester en de onrechtmatige besluiten van de Gemeente. Uitsluitend de Gemeente kan aansprakelijk worden gesteld voor de onrechtmatige uitlatingen van de burgemeester en de onrechtmatig genomen besluiten.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Causaal verband</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.48.</nr>
      <para>Gelet op de in de voorgaande alinea weergegeven conclusie ligt de vraag thans voor of [eisers] c.s. schade heeft geleden door die onrechtmatige gedragingen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Causaal verband onrechtmatige uitlatingen burgemeester en schade</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.49.</nr>
      <para>
        [eisers] c.s. stelt allereerst dat door de onrechtmatige uitlatingen van de burgemeester <?linebreak?>ABN Amro de leningsovereenkomsten met hem heeft beëindigd, andere banken geen leningsovereenkomsten met [eisers] c.s. wilden aangaan, Delta Lloyd de verzekeringsovereenkomsten heeft opgezegd en overige derden geen zaken meer met [eisers] c.s. wilden doen. [eisers] c.s. stelt dat hij schade heeft geleden omdat hij door de opzegging van de leningsovereenkomsten door ABN Amro en het feit dat overige banken geen leningsovereenkomst met hem wilden aangaan, een groot deel van zijn vastgoed moest verkopen. De verkoop vond volgens hem plaats onder ongunstige voorwaarden, waardoor schade is geleden. Daarnaast zou schade zijn geleden in de vorm van advocaatkosten die [eisers] c.s. heeft gemaakt in verschillende procedures. Tot slot stelt [eisers] c.s. immateriële schade te hebben geleden in de vorm van reputatieschade. De totale schade begroot [eisers] c.s. voorlopig op een bedrag van € 20.000.000,00. De Gemeente betwist zowel het causale verband als de omvang van de schade. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.50.</nr>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat de vraag of er een causaal verband bestaat tussen de onrechtmatige uitlatingen van de burgemeester en de schade die [eisers] c.s. stelt te hebben geleden, moet worden beantwoord door een vergelijking te maken tussen enerzijds de feitelijke situatie zoals die zich heeft voorgedaan mét de onrechtmatige daad en anderzijds de hypothetische situatie die zich zou hebben voorgedaan als die onrechtmatige daad wordt weggedacht.<footnote-ref linkend="_3f22ce78-87af-4093-a899-cc6a3b0f4e32" /> Als de schade niet zou zijn ingetreden indien de onrechtmatige daad wordt weggedacht, dan is sprake van het vereiste conditio sine qua non-verband. [eisers] c.s. dient dus te onderbouwen dat hij de schade niet had geleden als de onrechtmatige gedraging, de uitlatingen van de burgemeester, achterwege was/waren gebleven. Het uitgangspunt van artikel 6:98 BW is verder dat alleen die schade voor vergoeding in aanmerking komt die in zodanig verband staat met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid van de schuldenaar berust, dat zij hem, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als een gevolg van deze gebeurtenis kan worden toegerekend.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opzegging kredietovereenkomst ABN Amro </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.51.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat [eisers] c.s. onvoldoende heeft onderbouwd dat er een causaal verband bestaat tussen de onrechtmatige uitlatingen van de burgemeester en de volgens hem geleden schade door de beëindiging van de leningsovereenkomsten door ABN Amro. In de e-mail van ABN Amro van 20 januari 2017 (r.o. 2.27.) is te lezen dat ABN Amro geen limiet meer wilde afgeven voor de ABN Amro Business Card(s) vanwege <emphasis role="italic">‘de recente publicaties in de media (Telegraaf 18 januari jl.).</emphasis> In genoemd artikel in de Telegraaf heeft de burgemeester zich weliswaar op onrechtmatige wijze geuit, maar aannemelijk is dat dit artikel ook zou zijn verschenen indien de burgemeester de uitlating niet zou hebben gedaan. In het artikel wordt op uitgebreide wijze verslag gedaan van de aanhouding van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] vanwege de verdenking van witwassen en oplichting en de gedane aangiften door onderaannemers. De uitlating van de burgemeester is één citaat die – gelet op de omvang van het artikel – niet veel ruimte inneemt. [eisers] c.s. heeft niet nader onderbouwd dat – in de hypothetische situatie waarin de burgemeester zich niet op onrechtmatige wijze in dit artikel zou hebben geuit – ABN Amro de kredietovereenkomst niet had beëindigd. De uitlating(en) van de burgemeester worden door ABN Amro ook niet als reden voor het beëindigen van de leningsovereenkomst genoemd. Bovendien is in de e-mail te lezen dat de recente <emphasis role="italic">‘publicaties’</emphasis> reden zijn voor de opzegging. Nu ABN Amro wijst op ‘recente’ publicaties, lijkt ABN Amro niet te doelen op de door de Staat c.s. aangehaalde publicaties uit 2015 en de maanden juli/augustus 2016, maar op de publicaties die na de aanhouding op 13 januari 2017 en voor de e-mail van 20 januari 2017 zijn verschenen (waaronder de publicatie van de Telegraaf). Partijen hebben, naast het artikel in de Telegraaf, vijf artikelen aangehaald die in die periode zijn gepubliceerd over de aanhouding. In (slechts) twee van die artikelen heeft de burgemeester zich op onrechtmatige wijze geuit. Bovendien geldt ook dat aannemelijk is dat die artikelen ook zonder de onrechtmatige uitlatingen van de burgemeester zouden zijn verschenen. De stelling van [eisers] c.s. dat er dan hooguit enkele korte en zakelijke berichten zouden zijn verschenen over het onderzoek volgt de rechtbank dan ook niet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.52.</nr>
      <para>Ook de brief van 20 februari 2017 (r.o. 2.36.) is onvoldoende om aan te nemen dat ABN Amro de leningsovereenkomsten met [eisers] c.s. niet zou hebben beëindigd indien de burgemeester de onrechtmatige uitlatingen niet zou hebben gedaan. In de brief heeft ABN Amro geschreven dat zij de kredietrelatie (tussen partijen bestonden naast voornoemde leningsovereenkomst ten aanzien van een creditcard, nog een aantal leningsovereenkomsten) wilde afbouwen naar nihil. ABN Amro maakt zich blijkens de brief zorgen over ‘<emphasis role="italic">de negatieve berichtgeving over u en uw onderneming’. </emphasis>Volgens ABN Amro is in die berichtgeving gesproken over <emphasis role="italic">‘bezit van een vuurwapen’</emphasis>, een <emphasis role="italic">‘FIOD onderzoek’</emphasis> en het <emphasis role="italic">‘intrekken dan wel opschorten van vergunningen</emphasis>’. De onrechtmatige uitlatingen van de burgemeester hebben geen betrekking op deze onderwerpen. Bovendien geldt hiervoor ook dat in de hypothetische situatie waarin de burgemeester de onrechtmatige uitlatingen niet zou hebben gedaan, nog steeds veel (door ABN Amro als reden voor de opzegging genoemde) <emphasis role="italic">‘negatieve berichtgeving’</emphasis> zou zijn geweest omtrent [eiser sub 1] en [eiser sub 2] en (de verdenking van) strafbare feiten. Partijen hebben, naast voornoemde artikelen, nog zes artikelen aangehaald die voor de brief van 20 februari 2017 zijn verschenen. In deze artikelen heeft de burgemeester zich niet op een onrechtmatige wijze geuit. In een aantal van deze artikelen wordt – naast de verdenking van witwassen en oplichting – ook melding gemaakt van de veroordeling voor verboden wapenbezit en een (eerdere) verdenking van advertentiefraude en betrokkenheid bij drugshandel. Verder is een persverklaring uitgebracht door de voormalige advocaat van [eiser sub 1] , waarmee nota bene ook zelf bekendheid is gegeven aan de verdenking omtrent de betrokkenheid bij oplichting en fraude. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.53.</nr>
      <para>Bovendien heeft de Gemeente aangevoerd dat uit de brief valt af te leiden dat ABN Amro eerder heeft aangegeven ‘<emphasis role="italic">de kredietrelatie te willen afbouwen</emphasis>’ en dat niet uit te sluiten valt dat de reden voor dat eerdere voornemen een rol heeft gespeeld bij het besluit om de kredietrelatie af te bouwen naar nihil. [eisers] c.s. heeft op dat verweer niet gereageerd. Hij heeft niet (nader) toegelicht waarom ABN Amro eerder de kredietrelatie wilde afbouwen en dat dit – anders dan de Staat c.s. aanvoert – geen rol heeft gespeeld bij het uiteindelijk genomen besluit van ABN Amro in februari 2017.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.54.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande heeft [eisers] c.s. onvoldoende onderbouwd dat specifiek de onrechtmatige uitlatingen van de burgemeester reden voor ABN Amro waren om de leningsovereenkomsten met [eisers] c.s. (althans één van haar vennootschappen) op te zeggen en dat ABN Amro daartoe niet over zou zijn gegaan indien (enkel) de door ABN Amro genoemde publicaties/negatieve berichtgeving, zonder de onrechtmatige uitlatingen van de burgemeester, zouden zijn verschenen. De rechtbank acht het vanwege de hoeveelheid en de inhoud van de hiervoor genoemde publicaties bovendien niet aannemelijk dat ABN Amro in dat geval de leningsovereenkomsten niet zou hebben opgezegd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Banken willen geen kredietovereenkomst met [eisers] c.s. sluiten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.55.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat [eisers] c.s. ook onvoldoende heeft onderbouwd dat banken geen leningsovereenkomsten (meer) met hem willen sluiten vanwege de onrechtmatige uitlatingen van de burgemeester. In de door [eisers] c.s. overgelegd e-mail van SNS Bank van 8 maart 2017 (r.o. 2.38.) wordt de <emphasis role="italic">‘negatieve berichtgeving in de media</emphasis>’ als reden genoemd, maar uit de e-mail volgt niet dat daarmee specifiek de onrechtmatige uitlatingen van de burgemeester is bedoeld. Ook hiervoor geldt dat – gelet op de hoeveelheid aan negatieve berichtgeving – onvoldoende is onderbouwd dat SNS Bank in de hypothetische situatie waarin de burgemeester de uitlatingen niet zou hebben gedaan, wel een leningsovereenkomst met [eisers] c.s. wilde aangaan (zie hiervoor). Uit de overige e-mails van ING van 9 maart 2017 (r.o. 2.39.), ABN Amro van 8 december 2022 (r.o. 2.47.), SNS Bank van 30 juni 2023 (r.o. 2.48.) en Bux van 2 april 2024 (r.o. 2.51.) valt niet op te maken waarom deze partijen geen overeenkomsten met [uitzendbureau] , [bedrijf 17] en [eiser sub 1] wilden sluiten. Bovendien zijn [uitzendbureau] en [bedrijf 17] , zoals de Politie ook aanvoert, geen partij bij deze procedure. De schade die zij eventueel hierdoor hebben geleden, betreft geen schade die [eisers] c.s. (eventueel) heeft geleden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Derden willen geen zaken doen met [eisers] c.s.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.56.</nr>
      <para>
        [eisers] c.s. stelt daarnaast dat derden sinds de uitlatingen (van de burgemeester) in de media geen zaken meer met [eisers] c.s. willen doen. Ook dat heeft [eisers] c.s. naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. [eisers] c.s. wijst ter onderbouwing daarvan op een e-mail van 19 maart 2024 van het bedrijf ‘ [bedrijf 18] ’ (r.o. 2.50.). De rechtbank is met de Staat c.s. van oordeel dat uit die e-mail niet valt op te maken dat dit bedrijf niet met [eisers] c.s. een zakelijke overeenkomst wilde aangaan vanwege de uitlatingen van de burgmeester in 2017. In de brief is enkel geschreven dat het dit bedrijf <emphasis role="italic">‘is afgeraden zaken met [eisers] c.s. te doen</emphasis>’. Waarom dit is afgeraden, heeft [eisers] c.s. op geen enkele manier nader toegelicht. Hij heeft evenmin onderbouwd dat andere bedrijven door de uitlatingen van de burgemeester geen zakelijke overeenkomsten met [eisers] c.s. willen sluiten. [eisers] c.s. noemt enkel als voorbeeld een klant van [bedrijf 16] B.V., die de samenwerking met [bedrijf 16] B.V. zou hebben beëindigd waardoor het faillissement van [bedrijf 16] B.V. zou zijn uitgesproken, maar dit was volgens [eisers] c.s. ook vanwege <emphasis role="italic">‘de negatieve berichtgeving’</emphasis>. Niet is onderbouwd dat de onrechtmatige uitlatingen van de burgemeester daarvoor aanleiding waren en die partij zonder de uitlatingen van de burgemeester de samenwerking niet zou hebben beëindigd. De vraag of [eiser sub 1] , [eiser sub 2] en [bedrijf 10] B.V. als aandeelhouder schade (kunnen) hebben geleden door het faillissement van [bedrijf 16] B.V., kan daarom verder in het midden blijven.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De advocaatkosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.57.</nr>
      <parablock>
        <para>Tot slot heeft [eisers] c.s. niet onderbouwd dat hij door de onrechtmatige uitlatingen van de burgemeester advocaatkosten heeft moeten maken. Volgens [eisers] c.s. heeft hij ‘<emphasis role="italic">door het optreden van de Staat c.s.’</emphasis>, vele procedures moeten voeren of in procedures zich moeten verweren, waaronder dwangmaatregelen van het OM, de strafzaken, het faillissement van [bedrijf 16] B.V., beslagmaatregelen en het opvragen van informatie in verband met de verwerking van persoonsgegevens. [eisers] c.s. heeft echter niet onderbouwd dat die procedures verband houden met de onrechtmatige uitlatingen van de burgemeester. </para>
        <para>Voor de onderhavige procedure komt een vordering tot schade in de vorm van de werkelijk gemaakte (advocaat)kosten slechts voor toewijzing in aanmerking indien de aangesproken partij misbruik van procesrecht heeft gemaakt of onrechtmatig heeft gehandeld door een procedure aan te vangen. [eisers] c.s. heeft niet gesteld, laat staan onderbouwd, dat daarvan sprake is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opzegging verzekering</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.58.</nr>
      <para>
        [eisers] c.s. stelt daarnaast dat Delta Lloyd de verzekeringsovereenkomsten met haar heeft opgezegd (r.o. 2.42.) vanwege ‘<emphasis role="italic">negatieve berichtgeving’, </emphasis>maar hij stelt niet dat hij daardoor schade heeft geleden, zodat dit verder onbesproken kan blijven. Overigens geldt hiervoor ook dat zonder de uitlatingen van de burgemeester, nog steeds veel negatieve berichtgeving zou hebben plaatsgevonden, zodat zonder nadere onderbouwing niet kan worden aangenomen dat Delta Lloyd in dat geval de verzekeringsovereenkomsten niet zou hebben opgezegd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Causaal verband onrechtmatige besluiten en schade </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.59.</nr>
      <para>
        [eisers] c.s. stelt niet welke schade hij heeft geleden door de onrechtmatige besluiten van de Gemeente. Hij vordert in deze procedure slechts een totaal bedrag aan schade (r.o. 4.49.). [eisers] c.s. heeft niet dan wel onvoldoende onderbouwd dat deze schade in causaal verband staat met de onrechtmatige besluiten. Zonder nadere toelichting, die niet is gegeven, valt naar het oordeel van de rechtbank ook niet in te zien dat een onrechtmatig besluit in 2021 tot schade kan hebben geleid die kennelijk in 2017 al is geleden. Voor zover [eisers] c.s. ook heeft bedoeld te stellen dat schade is geleden in de vorm van advocaatkosten, geldt daarvoor hetzelfde als hiervoor onder 4.57. is overwogen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Schade</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.60.</nr>
      <para>Nu [eisers] c.s. het causale verband tussen de onrechtmatige uitlatingen van de burgemeester en de onrechtmatige besluiten enerzijds en de volgens hem daardoor geleden materiële schade anderzijds onvoldoende heeft onderbouwd, kan niet worden aangenomen dat hij door voornoemde onrechtmatige gedragingen materiële schade heeft geleden. Resteert slechts de vraag of [eisers] c.s. recht heeft op immateriële schadevergoeding. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.61.</nr>
      <para>
        [eisers] c.s. stelt dat hij immateriële schade heeft geleden door de onrechtmatige uitlatingen van de burgemeester in de vorm van reputatieschade. Op grond van artikel 6:106 BW heeft een benadeelde voor nadeel dat niet uit vermogensschade bestaat, recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding, indien:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>de aansprakelijke persoon het oogmerk had zodanig nadeel toe te brengen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>indien het nadeel gelegen is in aantasting van de nagedachtenis van een overledene en toegebracht is aan de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot, de geregistreerde partner of een bloedverwant tot in de tweede graad van de overledene, mits de aantasting plaatsvond op een wijze die de overledene, ware hij nog in leven geweest, recht zou hebben gegeven op schadevergoeding wegens het schaden van zijn eer of goede naam.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.62.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft geoordeeld dat [eisers] c.s. onvoldoende heeft onderbouwd dat de Staat c.s. uitvoering heeft gegeven aan een vooropgezet plan om [eisers] c.s. schade toe te brengen, zodat sub a geen grondslag biedt voor een veroordeling tot immateriële schadevergoeding. De rechtbank is verder van oordeel dat [eisers] c.s. onvoldoende heeft onderbouwd dat hij door de uitlatingen van de burgemeester in zijn persoon is aangetast. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, moet worden aangenomen dat mogelijke immateriële schade bij [eisers] c.s. - door aantasting in zijn persoon - niet is veroorzaakt door de uitlatingen van de burgemeester, maar door alle overige, negatieve publiciteit omtrent [eiser sub 1] en [eiser sub 2] . </para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Conclusie vorderingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.63.</nr>
      <para>De rechtbank verklaart voor recht dat de Gemeente onrechtmatig jegens [eisers] c.s. heeft gehandeld. De vordering onder I wordt voor het overige afgewezen, nu niet is onderbouwd dat door de onrechtmatig daad van de Gemeente schade is geleden en de overige gedaagden niet onrechtmatig hebben gehandeld. De vorderingen onder II en III worden daarom ook afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.64.</nr>
      <para>De vordering onder IV inhoudende dat de Staat c.s. dient te worden veroordeeld over te gaan tot rectificatie van de onrechtmatige uitlatingen wordt ook afgewezen. Wanneer iemand krachtens deze titel jegens een ander aansprakelijk is ter zake van een onjuiste of door onvolledigheid misleidende publicatie van gegevens van feitelijke aard, kan de rechter hem op vordering van die ander veroordelen tot openbaarmaking van een rectificatie op een door de rechter aan te geven wijze (artikel 6:167 BW). De rechter ziet geen aanleiding om gebruik te maken van de discretionaire bevoegdheid om de Gemeente te veroordelen tot rectificatie. De rechtbank acht de voorgestelde rectificatie niet passend, nu deze vergaand is en met name is gegrond op de stelling van [eisers] c.s. dat de Staat c.s. een plan heeft uitgevoerd om [eisers] c.s. schade toe te brengen. Dat plan is niet vast komen te staan. Bovendien zijn [eiser sub 1] en [eiser sub 2] c.s. inmiddels bij vonnis vrijgesproken van de strafbare feiten waar de uitlatingen betrekking op hebben. Die vonnissen zijn gepubliceerd en daarvoor is aandacht geweest in de media. Gelet daarop heeft [eisers] c.s. naar het oordeel van de rechtbank ook onvoldoende belang bij rectificatie.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.65.</nr>
      <para>Nu de Gemeente onrechtmatig jegens [eisers] c.s. heeft gehandeld en de vordering onder I in zoverre wordt toegewezen, moet de Gemeente worden aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij. De Gemeente moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van [eisers] c.s. betalen. De proceskosten van [eisers] c.s. worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>112,37</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>6.617,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris advocaat</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.228,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2,0 punten × € 614,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>178,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>8.135,37</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.66.</nr>
      <para>De vorderingen die [eisers] c.s. jegens de Belastingdienst, het Openbaar Ministerie en de Politie heeft ingesteld, worden afgewezen. [eisers] c.s. is in zoverre in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van deze partijen betalen. De proceskosten van deze partijen worden afzonderlijk (de Belastingdienst en het Openbaar Ministerie als één partij) begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>6.617,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris advocaat</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>7.004,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2,0 punten × € 3.502,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>178,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>13.799,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.67.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. [eisers] c.s. wordt, zoals verzocht, hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de Belastingdienst en het Openbaar Ministerie. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verklaart voor recht dat de Gemeente onrechtmatig jegens [eisers] c.s. heeft gehandeld,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt de Gemeente in de proceskosten van [eisers] c.s. van € 8.135,37, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als de Gemeente niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt de Gemeente tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten (5.2.) als deze niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis zijn betaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>veroordeelt [eisers] c.s. hoofdelijk in de proceskosten van de Belastingdienst en het Openbaar Ministerie van € 13.799,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eisers] c.s. niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>veroordeelt [eisers] c.s. in de proceskosten van de Politie van € 13.799,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eisers] c.s. niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>veroordeelt [eisers] c.s. tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten (5.4. en 5.5.) als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.2. tot en met 5.6. genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Griffioen, mr. R. Bootsma en mr. J. Boerlage-van den Bosch en in het openbaar uitgesproken door mr. R. Bootsma op 2 juli 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>710/mh</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_85e01709-8058-4e82-8aa2-94cf7f48e7c4" label="1">
    <para> Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6502fe85-6bfd-4365-96e6-4635c04da73c" label="2">
    <para> Hoge Raad 24 juni 1983, ECLI:NL:HR:1983:AD2221, Hoge Raad 18 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB3210, <?linebreak?>Hoge Raad 5 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9230 en Hoge Raad 6 januari 1995, ECLI:HR:1995:ZC1602.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_485eeea9-f6cb-4c4e-a5d6-39f5736a1844" label="3">
    <para> Hoge Raad 13 juli 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA3161 en aldaar genoemde verwijzing naar EHRM 10 mei 2005, nr. 6569/04 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e5bbe6ea-591e-4352-8a4e-6789edd734f3" label="4">
    <para> EHRM 27 februari 2014, nr. 17103/10. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d243d2ab-0a6f-4ac2-a210-f165d4a12137" label="5">
    <para> HR 4 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:115, HR 20 februari 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2588. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_715aadfa-ce33-46a5-9634-da99138d9bc2" label="6">
    <para> HR 13 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:6956</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b7fef75a-e5ee-4a7d-bd1b-811a4cabe2aa" label="7">
    <para> HR 24 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0694, HR 31 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL8168, HR 26 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR1739 en HR 14 november, 2014 ECLI:NL:HR:2014:3240</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3feb3896-5e99-467a-b13a-5cd4ddf86de9" label="8">
    <para> HR 9 april 2010, ECLI:NL:HR:2010: BL1118, Gerechtshof Den Haag 17 oktober 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2049</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3f22ce78-87af-4093-a899-cc6a3b0f4e32" label="9">
    <para> Hoge Raad 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2987</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>