<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2025:2752</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-11T11:53:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-03-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11255583 / EL EXPL 24-39</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Assen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:2752">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:2752</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-11T11:52:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2025:2752 Rechtbank Noord-Nederland , 18-03-2025 / 11255583 / EL EXPL 24-39</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2025:2752:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Oordeel van de kantonrechter in een zogenoemde Waiver zaak dat de fictieve restschuld als schadevergoeding in aanmerking komt, heeft gezag van gewijsde gekregen, maar betekent niet zonder meer dat afnemer een vordering heeft. Afnemer zal de schade die hij stelt te hebben geleden in deze procedure voldoende concreet moeten onderbouwen. Dat heeft afnemer niet gedaan zodat de vordering wordt afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2025:2752:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">NOORD-NEDERLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Assen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11255583 \ EL EXPL  24-39</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 18 maart 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. G. van Dijk,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DEXIA NEDERLAND B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Amsterdam,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Dexia,</para>
      <para>gemachtigde: USG Legal Professionals B.V.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 2 augustus 2024,<?linebreak?>- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie,<?linebreak?>- de conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie,<?linebreak?>- de conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in reconventie,</para>
      <para>- de conclusie van dupliek in reconventie,</para>
      <para>- de bij de stukken gevoegde producties.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Dexia is rechtsopvolgster van Dexia Bank Nederland N.V., Bank Labouchere N.V. en Legio Lease B.V. Waar in het navolgende wordt gesproken over Dexia worden hieronder mede verstaan haar rechtsvoorgangsters. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] heeft op [datum] en op [datum] een effectenleaseovereenkomst met Dexia gesloten (genaamd: SpaAREXtra en Korting Kado) onder contractnummers [nummer] en [nummer] , met een leasesom van respectievelijk </para>
        <para>€ 20.420,11 en € 24.379,16 en een looptijd van 180 maanden (SpaAREXtra) en 120 maanden (Korting Kado). De SpaArEXtra overeenkomst zal hierna overeenkomst 1 worden genoemd; de Korting Kado overeenkomst zal overeenkomst 2 genoemd worden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Overeenkomst 1 is tussentijds beëindigd en daarbij is een restschuld ontstaan van € 164,84. Deze restschuld heeft [eiser] voldaan. Met betrekking tot overeenkomst 2 heeft [eiser] er bij het einde van de looptijd voor gekozen om de onderliggende aandelen over te nemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft voor overeenkomst 1 en 2 in totaal een bedrag van € 12.327,44 aan Dexia voldaan. Dexia heeft een bedrag van € 783,35 aan dividenden aan [eiser] uitgekeerd.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De zogenoemde "Duisenberg-regeling" voor deze effectenleaseproducten is door het Gerechtshof Amsterdam op 25 januari 2007 op grond van de Wet op de Collectieve Afwikkeling Massaschade (WCAM) algemeen verbindend verklaard. [eiser] heeft door middel van een "opt-out"-verklaring aangegeven niet aan deze regeling gebonden te willen zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>In de rechtspraak, uiteindelijk leidend tot HR 29 april 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BP4003), is het zogenoemde "hofmodel" ontwikkeld voor de beoordeling van effectenleasezaken als de onderhavige. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Op 18 januari 2012 heeft Dexia een bedrag van € 4.886,33 aan [eiser] betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Dexia heeft vervolgens [eiser] uitgenodigd om te onderzoeken of tot een gezamenlijke oplossing voor de afwikkeling van de overeenkomst gekomen kon worden. [eiser] heeft hierop niet gereageerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Bij vonnis van 22 augustus 2023 met zaak-/rolnummer [nummer] \ [nummer] , gewezen tussen partijen, heeft de kantonrechter in deze rechtbank de vordering van Dexia om voor recht te verklaren dat zij aan al haar verplichtingen heeft voldaan en derhalve niets meer aan [eiser] verschuldigd is, afgewezen. Daartoe is onder meer het volgende overwogen, voor zover van belang:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“ [eiser] stelt dat hij nadeel heeft geleden, welk nadeel bestaat uit hetgeen hij bij de beëindiging van overeenkomst 2 meer moest betalen dan de waarde van de aandelen bij overname daarvan teneinde de verschuldigde restant hoofdsom te voldoen. Anders dan Dexia betoogt, is dit nadeel een nadelig financieel gevolg van het aangaan van deze overeenkomst. Dat [eiser] niet heeft gekozen voor de verkoop van de aandelen onder verrekening van de verkoopopbrengst met de restant hoofdsom, maar voor uitlevering van de aandelen tegen aflossing van de restant hoofdsom, maakt dit niet anders. [eiser] heeft - in beginsel - recht heeft op vergoeding van de schade die hij heeft geleden als gevolg van het aangaan van de effectenleaseovereenkomst. Het verschil tussen het bedrag dat [eiser] heeft moeten betalen voor de uitlevering van de aandelen en de waarde van de aandelen op dat moment, kwalificeert als schade in de hiervoor bedoelde zin, zodat Dexia gehouden is deze te vergoeden. Dexia heeft niet weersproken dat [eiser] , voor dat geval, nog recht heeft op een aanvullende vergoeding.”.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Tegen dit vonnis is geen rechtsmiddel aangewend.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>I. Voor recht te verklaren dat Dexia onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld en/of toerekenbaar jegens [eiser] tekort is geschoten op de in de dagvaarding genoemde gronden;</para>
        <para>II. Voor recht te verklaren dat [eiser] schade heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van Dexia en dat Dexia voor de overeenkomst Korting Kado [nummer] nog gehouden is een bedrag van € 3.084,88 aan schade te vergoeden, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der door [eiser] gedane betaling althans vanaf de door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum tot aan die der voldoening, te voldoen binnen drie weken na betekening van het vonnis in de onderhavige procedure;</para>
        <para>III. Dexia te veroordelen in de kosten van het geding, salaris gemachtigde daaronder begrepen, alsmede in de nakosten, welke nakosten worden begroot op een half punt van het liquidatietarief met een maximum van € 100, vermeerderd met de wettelijke rente over de proces- en nakosten als deze niet binnen veertien dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis zijn voldaan.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Dexia voert gemotiveerd verweer. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in (voorwaardelijke) reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Dexia vordert samengevat een verklaring voor recht dat zij met betrekking tot overeenkomst 1 en 2, na betaling van een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, aan al haar verbintenissen heeft voldaan en niets meer verschuldigd is aan [eiser] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [eiser] voert gemotiveerd verweer.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in conventie en in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] baseert zijn vorderingen op het bij de feiten genoemde vonnis van </para>
        <para>22 augustus 2023 (verder: het vonnis) en stelt daartoe het volgende. Het vonnis is in kracht van gewijsde gegaan en heeft daardoor gezag van gewijsde gekregen ex artikel 236 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). [eiser] heeft op grond van het vonnis een vordering op Dexia vanwege de betaalde (fictieve) restschuld van overeenkomst 2. [eiser] heeft die vordering onderbouwd met de conclusie van antwoord en de conclusie van dupliek die hebben geleid tot het vonnis. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Dexia maakt bezwaar tegen deze wijze van procederen. Omdat [eiser] zich laat bijstaan door een professionele rechtsbijstandverlener mag verwacht worden dat de stellingen behoorlijk worden geformuleerd. Het overleggen van eerdere processtukken is niet in lijn met dat uitgangspunt. Volgens Dexia heeft de kantonrechter niet overwogen dat Dexia [eiser] nog een bedrag verschuldigd is, maar slechts aannemelijk heeft gemaakt dat hij nog een vordering op Dexia heeft. Aan het vonnis komt geen gezag van gewijsde toe voor zover het ziet op een concrete vordering die [eiser] op Dexia zou hebben. Het klopt dat de kantonrechter in het vonnis heeft geoordeeld dat [eiser] recht heeft op een schadevergoeding als gevolg van overeenkomst 2 en dat de fictieve schade bestaande uit de restschuld voor vergoeding in aanmerking komt. Aan die plicht heeft Dexia ook voldaan, aldus Dexia. Dexia heeft er op gewezen dat het vonnis rechtstreeks in strijd is met de uitvoerige jurisprudentie van het gerechtshof Amsterdam waarnaar eerder is verwezen en ook indruist tegen jurisprudentie van deze rechtbank. Dat draagt niet bij aan de rechtszekerheid en leidt naar het oordeel van Dexia ontegenzeggelijk tot fragmentarische rechtspraak. Voor zover aan het vonnis gezag van gewijsde toekomt, is dat enkel omdat [eiser] mogelijk een vordering heeft op Dexia, aldus nog steeds Dexia.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De kantonrechter is met Dexia van oordeel dat in het vonnis niet is beslist dat [eiser] nog een vordering op Dexia heeft in de door hem gestelde zin. De kantonrechter heeft slechts overwogen dat de fictieve restschuld als schadevergoeding in aanmerking komt en dat dus niet voor recht kan worden verklaard dat Dexia niets meer verschuldigd is aan [eiser] . Dat oordeel heeft gezag van gewijsde. Het is vervolgens aan [eiser] om de schade die hij stelt te hebben geleden voldoende concreet te onderbouwen (artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering, Rv). Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [eiser] dat onvoldoende gedaan. [eiser] heeft verwezen naar eerdere processtukken, maar een onderbouwing (meer bijzonder productie B, het Duisenbergoverzicht) ontbreekt. Afgezet tegen het gemotiveerde verweer van Dexia moet dan vastgesteld worden dat [eiser] zijn stellingen onvoldoende feitelijk heeft onderbouwd. Dat geldt temeer voor de gevorderde verklaringen voor recht, nu iedere toelichting ter zake ontbreekt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De vorderingen van [eiser] zullen vanwege het voorgaande afgewezen worden. Hoewel niet meer van belang, wijst de kantonrechter met name Dexia nog op het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 november 2022 (ECLI:NL:GHARL:2022:9628) waarin het door Dexia aangehaalde vonnis van deze rechtbank (ECLI:NL:RBNNE:2021:2621) is vernietigd en in ieder geval dit hof met betrekking tot de fictieve restschuld in gelijke zin heeft geoordeeld als de kantonrechter dat eerder heeft gedaan in het vonnis.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>
        [eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Dexia worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>476,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 238,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>119,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>595,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in voorwaardelijke reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Omdat de voorwaarde waaronder de reconventie is ingesteld niet is ingetreden, moet de reconventie geacht worden niet te zijn ingesteld. Om die reden behoeft hierop niet meer beslist te worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van [eiser] af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 595,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.B. van Baalen en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>342/JSB</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>